22/04/2014

Beter worden in je vak? Eerst weten hoe goed je bent

Door johnbeckers

Beter worden in je vak? Eerst weten hoe goed je bent

Jaren geleden vroeg ik een paar collega’s of het onze ambitie was om steeds beter te worden. In ons vak en in het waar maken van onze idealen. Dat was zo, vonden we samen. Maar als je beter wilt worden, was de volgende vraag, moet je wel weten hoe goed je nu bent? Hoe bepaal je dat in de nonprofit sector? Waar idealen bijna altijd vaag zijn, ook die van ons. En waar bijna iedereen stuurt op geld en continuïteit en bijna niemand op idealen. Waar vaak van alles wordt geteld en gemeten maar niemand zich afvraagt of je dan ook weet hoe goed je bent.

Die vragen waren het begin van een onderzoek, ‘Meten wat er toe doet in nonprofit’, dat weer de eerste stap was op weg naar wat bijna 10 jaar later het M&S Toetsingskader werd. De ervaringen met dit toetsingskader leidden tot weer nieuwe inzichten. En die leidden tot uiteindelijk 1 indicator voor hoe goed sociaal werk is. In theorie. De professionals moeten het er nog over hebben. Hieronder de redenering. Vind je hem kloppen, hoe goed ben je? Klopt hij niet, waar zit de fout?

Zou het dan toch kunnen? Eén indicator waarmee te meten is hoe goed sociaal werk is? Het begint erop te lijken. Het begon lang geleden met een bereiksmeting. Weet wie je doelgroep is en hoeveel je er daarvan bereikt. Daarna volgde de kostprijs: deel dat bereik op de totale kosten en je hebt de kostprijs per bereikte persoon. Tevredenheid in de vorm van een rapportcijfer is de derde. 

Deze drie – bereik, kosten en tevredenheid – zijn de harde indicatoren uit het M&S Toetsingskader (http://goo.gl/A73pY6). Dit model is bedacht om de waarde van sociaal werk in beeld te brengen. Lineair een causaal verband leggen tussen een interventie en een effect kan niet. Er zijn teveel factoren die tegelijkertijd spelen.

Het model is de second best oplossing. Wat heb je in elk geval nodig, was de vraag, om de waarde die je beoogt – minder schooluitval, mensen die gezond eten, noem maar op – daadwerkelijk te realiseren? 

Daar zijn zes indicatoren voor bedacht. Naast de drie harde zijn dat drie zachte: verantwoordelijkheidstrap, vakmanschap en synergie. Verantwoordelijkheidstrap: hoe meer de mensen er zelf aan doen, hoe groter de kans op succes.

Dit is niet alleen een kwestie van willen maar ook van kunnen. De indicator vakmanschap gaat over dit willen en kunnen: lukt het de professionals mensen die dit niet willen of kunnen gemotiveerd en in staat te krijgen om dit wel te gaan willen en kunnen?

Synergie? Als je weet wat je wilt bereiken weet je ook wie daar een bijdrage kan leveren. Hoe beter je die partijen verbindt, hoe groter de kans op succes. 

Goed presteren op deze drie zachte factoren, hebben we inmiddels geleerd, en je weet bijna zeker dat je op de harde drie ook goed presteert. En dus in de top van de piramide meer maatschappelijke baat oplevert. 

Sterker, de best voorspellende indicator (voor de waarde die wordt beoogd) lijkt vakmanschap te zijn. Kort door de bocht, een goede professional realiseert  vanzelf maximaal haalbare synergie en maximale zelfwerkzaamheid bij de klant en zijn omgeving. En met deze goede prestatie op de drie zachte weer de goede prestatie op de drie harde indicatoren.

Je zou denken dat je vakmanschap niet kunt meten. Ik durf de stelling aan dat de indicator kosten per bereikte persoon uit de doelgroep een prima indicator is voor vakmanschap.

Ergo, met 1 indicator is in de sociale sector prima de bijdrage van een professional, team, organisatie, netwerk aan een maatschappelijke waarde in beeld te brengen.

Resteert nog één vraag, of je die waarde persoonlijk kunt maken. Dat het een oplossing wordt waar iemand plezier, lol, zin aan beleeft. Naar gaat verlangen. En dus geld voor over heeft. Dat wordt de volgende stap.