Problemen oplossen? Professionals? Dat valt behoorlijk tegen

Problemen oplossen? Professionals? Dat valt behoorlijk tegen

‘Herinner je je het gezinsdrama in Zeist nog? De jongens die na dagenlang zoeken vermoord gevonden werden, de vader die zelfmoord pleegde. Daar is een uitgebreid, zeer lezenswaardig rapport van de Inspectie over verschenen. Niemand had wat fout gedaan. Twee kinderen en hun vader dood.’

‘Die ouders waren twee goedopgeleide mensen. Die mensen hadden gewoon een netwerk. Maar het inspectierapport gaat helemaal niet over dat netwerk. Er komen alleen maar professionals in voor die het vervolgens nauwelijks over de sociale context van het gezin hebben. Het is in Nederland zo dat bij dit soort langzaam uit de hand lopende situaties de professionals het moeten oplossen. En als die het dan niet lukt, ondanks dat ze alles “goed” gedaan hebben, dan is er niet zoveel meer.

Het lijkt erop dat er bij dit gezin niemand was die deze ouders bij de lurven pakte en zei: “Jullie zijn allebei prima mensen, maar met elkaar zijn jullie een ramp. Voor elkaar en voor de kinderen.”’

Mooi pleidooi van een vakgenoot, voor sociaal vakmanschap zoals het hoort. Stoppen met medicaliseren, professionaliseren, stoornissen maken van afwijkend gedrag.

Langzamerhand blijkt dat het behoorlijk tegenvalt wat we daarmee kunnen bereiken. We hebben dat klinische verhaal veel te groot laten worden. De zorg heeft de opvoeding verdrongen. Terug dus naar normaal doen, met zo min mogelijk professionals. Er gewone mensen bij halen. Een oom of tante, een buurvrouw, iemand met moreel gezag, iemand die echt kan helpen.

Volledige tekst: http://bit.ly/2GRi7XK

Door Piet-Hein Peeters, 29 januari 2015
Het imago van de nieuwe Jeugdwet is anno februari 2015 op z’n zachtst gezegd niet florissant. Tijd voor een reminder. Micha de Winter
legt uit waarom de hulpverlening aan jonge mensen echt moet veranderen.
‘De transitie jeugdzorg gaat niets verbeteren als je niet goed voor ogen houdt waarom deze beweging eigenlijk ontstond.’ Micha de Winter,
gerenommeerd hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit van Utrecht, was een van de schaarse deskundigen in Nederland die de petitie
vanuit de jeugd­ggz tegen de Jeugdwet niet ondertekende. De Winter vond en vindt namelijk dat er met de hulpverlening aan kinderen en
jongeren heel veel mis was. Bijvoorbeeld de explosie van het aantal verwijzingen en de voortdurende wachtlijsten.
‘Maar met al die recente drukte over procedures, contracten, financiën en faillissementen zijn we alweer bijna vergeten waarom we moeten
veranderen.’
Wat moet er worden veranderd?
‘Herinner je je het gezinsdrama in Zeist nog? De jongens die na dagenlang zoeken vermoord gevonden werden, de vader die zelfmoord
pleegde. Daar is een uitgebreid, zeer lezenswaardig rapport van de Inspectie over verschenen. Wat mij zo opviel toen ik het las, was dat het
leek alsof het gezin in Zeist in een soort vacuüm leefde. Je leest alleen maar over contacten met professionals en dat die grosso modo
allemaal keurig volgens de protocollen van hun organisaties hebben gewerkt. Niemand had wat fout gedaan. Twee kinderen en hun vader
dood.’
Wat mist u dan?
‘Die ouders waren twee goedopgeleide mensen. Die mensen hadden gewoon een netwerk. Maar het inspectierapport gaat helemaal niet over
dat netwerk. Er komen alleen maar professionals in voor die het vervolgens nauwelijks over de sociale context van het gezin hebben. Dat is
waar het mij om gaat. Het is in Nederland zo dat bij dit soort langzaam uit de hand lopende situaties de professionals het moeten oplossen.
En als die het dan niet lukt, ondanks dat ze alles “goed” gedaan hebben, dan is er niet zoveel meer. Het lijkt erop dat er bij dit gezin niemand
was die deze ouders bij de lurven pakte en zei: “Jullie zijn allebei prima mensen, maar met elkaar zijn jullie een ramp. Voor elkaar en voor
de kinderen.”’
En dit is illustratief voor de hulpverlening aan jonge mensen in Nederland?
‘Ja. De rol die familie, vrienden, buren, et cetera spelen of kunnen spelen als het gaat om gezinsproblemen is buiten ons professionele
gezichtsveld en vocabulaire beland. Terwijl we weten dat je die problemen veel moeilijker op een zinvolle manier kunt aanpakken als je
geen oog hebt voor dat sociale netwerk. Wij, wetenschap, en in het verlengde daarvan professionals, zijn de afgelopen jaren ontzettend
bezig geweest om gezinsproblemen te medicaliseren. Dat wil zeggen dat deze steeds meer gezien werden als een stoornis die op het niveau
van het individu of het gezin werd gediagnostiseerd en vervolgens met evidence­ based methoden behandeld. Terwijl langzamerhand blijkt
dat het behoorlijk tegenvalt wat we daarmee kunnen bereiken.’
En mensen uit het directe netwerk kunnen wel wat kunnen bereiken?
‘We missen mensen met moreel gezag bij situaties die uit de hand dreigen te lopen, bij ouders die niet de goede beslissingen nemen.
Mensen die zeggen: “Nu is het afgelopen!” Professionals mogen en durven dat niet. We hebben dat moreel gezag weer te organiseren, want
dat elkaar aanspreken is er niet vanzelf. De situatie in Zeist is natuurlijk een extreme situatie, het gaat mij in het algemeen om het gesprek
dat we als netwerk rondom kinderen met elkaar hebben te voeren.’
Als iets in moderne omgangsvormen taboe is, dan is dat het aanspreken van andere ouders op hun opvoeding van, op hun omgang met
hun kinderen.
‘Zeker, het is ingewikkeld, maar daarom niet minder nodig. Dit is misschien wel de essentie. Wat als je het mis ziet gaan bij een gezin in
© Martine Sprangers

jouw omgeving? Is het dan alleen aan professionals die ook beperkt zijn in hun mogelijkheden of ook aan jou als omstander, familielid of
vriend? In het inspectierapport over “Zeist” had ik graag willen lezen dat professionals hadden geprobeerd “wijzen” uit beide families bij
elkaar te brengen. Dit soort nieuwe vormen hebben we te ontwikkelen en professionals zijn daar hard bij nodig.’

‘We missen mensen met moreel gezag bij situaties die uit de hand dreigen te lopen’

Afwijken
‘Normaliseren’ en ‘ontzorgen’ zijn de professionele termen die inmiddels in de beleidswereld in zwang zijn geraakt.
Opvoedingsvraagstukken veel minder snel wegschuiven naar professionals. Maar ook kinderen met op het eerste oog afwijkend gedrag veel
minder snel problematiseren en psychofarmaca voorschrijven. Het ‘labelen’ van kinderen is volgens de Winter volledig uit de bocht
gevlogen.
‘Waar het om gaat, is hoe wij in culturele zin tegen kinderen met afwijkend gedrag aankijken. We maken daar stoornissen van. Die
gewoonte is inmiddels diep geworteld, het is ons dagelijkse vocabulaire geworden. Die onderwijzeres met dat lastige jongetje in de klas, die
heeft die vakjes in haar hoofd. De grenzen van wat wij normaal vinden, worden alsmaar smaller.’
Micha de Winter?
De Winter (1951) is sinds 1989 als hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Utrecht. Hij was bovendien van 2001 tot en met 2012
kroonlid van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, een adviesorgaan van het ministerie van VWS. Deze raad publiceerde
onder veel meer in 2012 ‘Ontzorgen en Normaliseren’. De Winter heeft diverse, goed gelezen publicaties over pedagogiek, onderwijs
en hulpverlening aan kinderen op zijn naam staan.

Ook bij professionals die met jonge mensen werken?
‘Het denken in termen van categorieën, van hokjes en etiketten is de dominante denkwijze in de hulpverlening geworden. In medische
termen heet dat de diagnosebehandelcombinatie (DBC). Geen DBC, geen geld voor zorg en hulp. In Nederland worden jaarlijks honderden
orthopedagogen opgeleid die hierin zijn geschoold. Niet in “normaliseren”, maar in “categoriseren”. Ook in de onderwijswereld zie je dat
terug. Als zorgcoördinator heb je meer status dan als onderwijzer of leraar. We hebben naar mijn mening dat klinische verhaal veel te groot
laten worden. De zorg heeft de opvoeding verdrongen.’
Lilian Linders sprak bij haar lectorale rede medio december over de noodzaak meer pedagogische kwaliteiten bij sociale professionals te
ontwikkelen.
‘Als ze daarmee niet de klinische kant bedoelt, dan heeft ze helemaal gelijk. Er komen nu overal wijk­ en jeugdteams en ik hoop werkelijk
dat ze het anders gaan doen. Alleen, met wat beter samenwerken op wijkniveau zijn we er niet.’
Oké, er komt een kind ter sprake in zo’n team…
‘Wat ik eigenlijk wil, is dat we werken aan een omgeving waarin dat zo weinig mogelijk gebeurt. Omdat mensen uit de directe, dagelijkse
omgeving al de helpende hand hebben uitgestoken. En dat professionals bijdragen aan het versterken van die “pedagogische omgeving”.’
Dat is nu nog niet zo?
‘Dan hoop ik dat als een kind besproken wordt, ze in dat team breder kijken dan alleen het gezin. Dat ze bijvoorbeeld naar de omgeving van
dat gezin kijken, naar de draagkracht en wie daarbij zou kunnen helpen. Wat we tot nog toe vooral deden, was meer professionaliteit
invliegen. Ik zou zeggen: daar zit iets voor. Kun je die mensen helpen bij de opvoeding door mensen van buiten erbij te betrekken? En kun
jij als professional helpen dat netwerk te ontwikkelen? Dat hoeft zeker niet gelijk een Eigen Kracht conferentie te zijn. Weet jij als
professional welke oom, welke oma, welke trainer, echt kan helpen?’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.