Robert Putnam over de toenemende tweedeling in de Amerikaanse samenleving.

Robert Putnam over de toenemende tweedeling in de Amerikaanse samenleving. Amerikanen kennen hun buren niet meer, gaan minder naar de kerk, gaan minder vaak relaties en vriendschappen aan. Problemen die traditioneel aan de Afro-Amerikaanse gemeenschap werden toegeschreven, zoals eenoudergezinnen, of drugsmisbruik, komen steeds meer voor in de witte middenklasse.

In zijn nieuwste boek Our Kids laat Putnam zien hoe de Amerikaanse droom is verdwenen. Niet iedereen is meer gelijk. Wie rijk geboren wordt, academisch opgeleide ouders heeft heeft alle kansen om het ver te schoppen in Amerika. Er zijn goede scholen beschikbaar, ouders steken veel tijd in hun kinderen, er is een groot sociaal vangnet. Maar de middenklasse bestaat bijna niet meer. En de onderklasse stort in. Op allerlei manieren ondervinden mensen met weinig geld tegenwerking, die redden het gewoon niet meer.

Robert Putnam, Amerika’s meest vooraanstaande maatschappijcriticus, waarschuwt voor de groeiende ongelijkheid in Amerika, ooit het land van de onbegrensde mogelijkheden.

Robert Putnam: „In Amerika verwachten ze alleen nog dat je gaat preken voor eigen parochie, en je tegenstander afmaakt. Ik wil zieltjes winnen, niet mensen aanspreken die dit toch al vinden.”

Robert Putnam woont in een klein, vrijstaand huis, met uitzicht op de campus van Harvard University. In de hoek van de woonkamer staat een flip-over, die hij vaak gebruikt om zijn gedachten te ordenen. Op een tijdlijn, 1960 tot 2015, heeft hij met een viltstift twee lijnen getekend. Ze beginnen op hetzelfde punt, maar één gaat steil omhoog (‘rijke kinderen’, heeft hij erbij geschreven), en de ander net zo steil naar beneden (‘arme kinderen’).

„Dit had een weergave van een traditionele, Europese klassenmaatschappij kunnen zijn”, zegt hij, terwijl hij er met peinzende blik voor staat. „Maar dit is Amerika! Het land waar we elkaar altijd wijsmaakten dat het niet uitmaakt wie je bent, dat je alles kunt bereiken.” Wijzend op de flip-over: „Dat daar is de werkelijkheid. Wat ze zeggen, is een leugen.”

Eén simpel grafiekje heeft Robert Putnam nodig om te illustreren wat er volgens hem mis is in zijn land. De Amerikaanse droom, zegt hij, is dood. Het idee dat al in 1843, in het allereerste nationale schoolboek, zo werd omschreven: „De weg naar welvaart, eer, nut en geluk is open voor allen.” Zo leerde hij het nog op school, toen hij in de jaren vijftig opgroeide in het stadje Port Clinton, in Ohio. En zo was het ook.

Robert Putnam (74), hoogleraar politicologie aan Harvard, straalt iets melancholisch uit. Hij draagt een Abraham Lincoln-baard, en heeft een hoffelijkheid die charmant gedateerd aandoet. Maar pas op, zegt hij. Hij wil het verleden niet ophemelen, of praten over hoe slecht het nu gaat. Het leven was niet fraai toen hij opgroeide. Zwarte dorpsgenoten hadden nauwelijks rechten. De meeste vrouwen in Port Clinton werkten nauwelijks.

Putnam werd Amerika’s meest vooraanstaande maatschappijcriticus, toen hij in 2000 het boek Bowling Alone uitbracht. In dat boek, gebaseerd op een essay van vijf jaar eerder, beschreef hij hoe de sociale samenhang in de Verenigde Staten langzaam verbrokkelt. In je eentje gaan bowlen – het werd een symbool voor het toenemende individualisme. Amerikanen kennen hun buren niet meer, gaan minder naar de kerk, gaan minder vaak relaties en vriendschappen aan. Het boek beïnvloedde een hele generatie politieke gemeenschapsdenkers, van George W. Bush tot Jan Peter Balkenende. Putnam werd een academische rockster.

Barack Obama is een groot bewonderaar van Putnam. Ze ontmoetten elkaar tijdens een forumdiscussie in 2013, en hielden contact. Als Obama over maatschappelijke ongelijkheid speecht, haalt hij steevast Putnam aan. Vorig jaar zei Obama in The New Yorker dat Putnam hem had geleerd anders naar de maatschappelijke tweedeling te kijken. „De economie perst werknemers meedogenloos uit en legt efficiëntie op, zodat onze flatscreentelevisies lekker goedkoop zijn”, aldus de president. En, Putnam citerend: ras is voor veel maatschappelijke problemen niet langer een indicatie. „Problemen die traditioneel aan de Afro-Amerikaanse gemeenschap werden toegeschreven, zoals eenoudergezinnen, of drugsmisbruik, komen steeds meer voor in de witte middenklasse.”

Onlangs verscheen een nieuw boek, Our Kids, waarin Putnam beschrijft hoe de Amerikaanse droom sindsdien is verdwenen. „Wie rijk geboren wordt, academisch opgeleide ouders heeft”, zegt Putnam, „heeft alle kansen om het ver te schoppen in Amerika. Er zijn goede scholen beschikbaar, ouders steken veel tijd in hun kinderen, er is een groot sociaal vangnet. Maar de middenklasse bestaat bijna niet meer. En de onderklasse stort in. Op allerlei manieren ondervinden mensen met weinig geld tegenwerking, die redden het gewoon niet meer.”

Voor zijn boek keerde Putnam terug naar Port Clinton. Putnam praatte met zijn klasgenoten van weleer. Hij zocht bijvoorbeeld Libby weer op, een dochter in een boerengezin van tien kinderen. Ze kreeg altijd de kleren van haar oudere zussen. Haar ouders hadden geen geld voor speelgoed, en Libby hielp vooral mee op de boerderij, en in de kerk. Na school trouwde ze jong, maar het huwelijk liep na twintig jaar stuk. Toen begon ze een carrière buitenshuis: ze werd secretaresse, daarna journalist, zit in de gemeenteraad en is parttime dominee. Het verhaal van Libby, zegt Putnam, is typisch voor de leden van zijn generatie. Ze werkten zich gaandeweg op. Ruim 80 procent van zijn klasgenoten, ontdekte hij, is er beter aan toe dan de vorige generatie.

Putnam: „De inkomensverschillen tussen mijn ouders en de ouders van mijn klasgenoten waren redelijk beperkt. Iedereen kreeg redelijk onderwijs. Er was een fabriek, een legerbasis, en veel inwoners werkten op de omliggende boerderijen.” En kinderen van verschillende klassen kenden elkaar, zegt hij. Ze gingen naar dezelfde school, woonden bij elkaar in de straat, gingen naar dezelfde kerk. Ze trouwden soms met elkaar.

U omschrijft Port Clinton als een microkosmos van Amerika. Hoe heeft het stadje kunnen versplinteren in ‘een nachtmerrie in splitscreen’, zoals u het noemt?

„Niet alleen zijn de inkomensverschillen gegroeid, de stad is uit elkaar gereten. Universitair geschoolden wonen niet meer bij mensen die alleen op de middelbare school hebben gezeten. Hun kinderen doen het prima, maar wie uit een lager opgeleid milieu komt, kan nooit meer aanhaken. Zij groeien geïsoleerd en zonder hoop op. Het is het gevolg van een scheefgegroeid systeem van kansen. We hebben van Amerika een klassenmaatschappij gemaakt.”

U gold in het verleden juist als een optimist als het over ongelijkheid ging. Waarom bent u omgeslagen?

„Het begon in deze woonkamer. Ik zat daar, in die stoel. Ik zat te praten met een groep studenten. Ik had ergens cijfers gelezen over een toename van vrijwilligerswerk onder jongeren, en dat interesseerde me. Goed nieuws, leek me.

Toen nam een meisje het woord. Ze kwam uit een arm gezin, zei ze. Volgens haar deed niemand in haar omgeving aan vrijwilligerswerk. De enigen die dat doen, zijn de kinderen van rijke ouders die aan résumé padding doen, die hun cv willen aandikken. Zodat ze naar Harvard of Yale kunnen. In andere sociale klassen is die ambitie er niet meer, zei het meisje. Ik ging het uitzoeken, en ze bleek gelijk te hebben. Vanaf dat moment begon ik aan de losse draadjes te trekken. Het begon me te dagen dat de stijgende inkomensverschillen niet zomaar ontstaan. Te weinig mensen zien dat in.”

Misschien omdat Amerikanen zichzelf graag zien als ‘selfmade’. U zegt: succes hangt vooral af van je omgeving.

„Ikzelf was ook bevooroordeeld. Veel mensen van mijn leeftijd zeggen dat ze omhoog konden klimmen door eigen keuzes. Dat is een mythe. Omdat we daarin blijven geloven, zeggen we: als ik het kon, waarom kunnen mensen nu dat dan niet? De mensen aan de bovenkant hebben vaak verrassend slecht door hoe de samenleving werkt.”

En u maakt er zelf deel van uit. U kwam met het idee van een ‘beugeltest’.

Hij lacht. „Nou, eigenlijk was dat een idee van mijn vrouw. Maar dit was ons plan: toen we jaren geleden naar Boston verhuisden, wilden we een goede school voor onze kinderen vinden. Mijn vrouw kwam met het idee het aantal beugels te tellen. Hogeropgeleide ouders besteden meer geld aan de verzorging van kinderen. En hoe meer beugels, des te beter de school. Hierdoor deed ik zelf mee aan een systeem dat niet klopt.”

Robert Putnam weigert schuldigen aan te wijzen voor deze „systeemfout”. Links en rechts, zegt hij, hebben eraan meegewerkt. „Links vergeet dat welvaart ook te maken heeft met sterke families.”

Hij bedoelt: gezinnen vallen veel sneller uiteen onder kansarme bevolkingsgroepen. Daarbij worden bevoorrechte kinderen groot met veel meer autonomie en eigenwaarde, terwijl kinderen uit armere milieus vooral leren te gehoorzamen en zich aan te passen, en vaker fysiek gestraft worden. Maar gezinsmoraal is geen populair progressief onderwerp, zegt Putnam. „Ik ben een progressieve Democraat, dus ik had niet verwacht dat de meeste kritiek van links zou komen. In Amerika verwachten ze alleen nog dat je gaat preken voor eigen parochie, en je tegenstander afmaakt. Dat is het niveau van het debat hier. Ik wil zieltjes winnen, niet mensen aanspreken die dit toch al vinden.”

Rechts heeft een eigen blinde vlek. Conservatieven geloven sneller dat het speelveld voor iedereen min of meer gelijk is, en dat iedereen het eigen succes in grote mate zelf bepaalt. „Links en rechts hebben half gelijk, maar kunnen het probleem alleen oplossen als ze oog hebben voor de andere kant. Omdat links en rechts elkaar niets gunnen, wordt het probleem groter.”

Kan de oplossing dan wel uit Washington komen?

„Nee. Ik ben enorm somber geworden over de staat van het Amerikaanse politieke stelsel. Dat zou iedere Amerikaan met verstand moeten zijn. We worden het al niet meer eens over de vraag hoeveel 2 + 2 is. Hoe komen we hier ooit nog uit? Als politicoloog weet ik dat conflict belangrijk is in de politiek. Maar de hersenloosheid van nu is vreselijk.”

Robert Putnam vergelijkt de staat van Amerika nu met die van de zogeheten Gilded Age, de tijd tussen circa 1870 en 1900. „We hebben dit eerder meegemaakt. In de Gilded Age zag je een enorme welvaartsgroei. Mensen werden schatrijk. Maar de armoede nam ook snel toe. Er was veel migratie, een enorme kloof tussen politiek en burger, achterdocht tegen politieke ideeën om de ongelijkheid te bestrijden. Toen kwam de pseudowetenschappelijke theorie van het sociaal darwinisme op. De gedachte was: iedereen moet egoïstisch zijn, alleen zijn eigen geluk nastreven, dan is Amerika beter af.”

Die theorie is nog altijd populair bij Republikeinen, dankzij de invloed van Ayn Rand [1905-1982, schrijfster van The Fountainhead en Atlas Shrugged].

„De Republikeinen lezen haar nu allemaal weer. Daarom heeft die theorie van doorgeslagen egoïsme de laatste decennia weer school gemaakt. Maar het zit ook dieper in de samenleving. Politiek, maar ook mentaal zitten we weer in de tijd van de Gilded Age.”

Een paar decennia later volgde de New Deal, de sociale hervormingen van Roosevelt. Kan Amerika ook nu zo’n omslag maken?

„Ja, dat stemt me weer wat vrolijker. Na de eeuwwisseling heeft Amerika zich het probleem aangetrokken, en in vijftien jaar is alles omgeslagen.”

Een grote rol speelde volgens Putnam destijds de Deens-Amerikaanse fotograaf en journalist Jacob Riis, die in het fotoboek How the Other Half Lives in 1890 liet zien hoe arme Amerikanen leefden. Putnam: „Rijke Amerikanen schrokken ervan, en drongen aan op hervormingen om de onderklasse te steunen. Het was meestal heel praktisch: ze wilden meer belasting betalen, zodat er schoon water kwam, of een riolering. Ik denk wel dat weer zo’n collectief inzicht in gang moet worden gezet door, heel simpel, de levens van Amerikanen te beschrijven. Niet om mezelf met Riis te vergelijken, maar ik wil daaraan bijdragen.”

U vergeleek president Obama een paar jaar geleden nog met Johannes de Doper. Maar onder hem zijn de verschillen alleen maar groter geworden.

„Ik maakte die vergelijking, omdat ik hoopte dat hij ongelijkheid blijvend zou agenderen. Dat doet hij ook wel, maar hij heeft zijn beperkingen. Washington gaat het niet oplossen. In Europa, het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld, zie je nog weleens dat van bovenaf grote hervorming worden ingevoerd. Ik ben geen antioverheidsman, maar in Amerika gaat dat niet meer. Zeker niet met de polarisatie van nu.”

We hadden het net nog over de New Deal. Kan dat nu niet meer?

„Ook de New Deal [tussen 1933 en 1938] was een bundeling van initiatieven die lokaal goed werkten. Dat gebeurde aan het begin van de twintigste eeuw ook, toen het voortgezet onderwijs werd ingevoerd. Dat werd niet bedacht op een ministerie. Dat ontstond gewoon in gemeenschappen in Iowa, of Kansas, in Small Town America. De voortrekkers van die beweging waren lokale politici. Landelijke leiders waren er om het idee te verkopen aan de elite. Het argument gaat nog altijd op: u bent beter af als u geld betaalt voor andere mensen.”

Hoe overtuig je welgesteld Amerika nu meer belasting te betalen?

„De eerste stap is dat iedereen ziet dat dit het grootste probleem van het Amerika van nu is. Ik doe er alles aan om van de ongelijkheid hét thema van de verkiezingen van 2016 te maken. Dwing de presidentskandidaten erover te praten. En het lukt. Hillary Clinton, Bernie Sanders. Zelfs Jeb Bush hoorde ik het noemen. Hun ideeën verschillen, maar er ontstaat tenminste debat.”

Wat zou Obama kunnen doen?

„Hij zou ruim baan moeten geven aan lokale pioniers. Er gebeurt genoeg. De stemming slaat om in Amerika. Californië besloot per referendum [in 2012] zelf de belastingen te verhogen, zodat er niet op onderwijs bezuinigd hoefde te worden. Een geweldig initiatief, dat aantoont dat een nieuwe tijd aanbreekt. Daar zou hij een landelijk debat over kunnen beginnen.

„Of neem het minimumloon. Er is opeens verbazingwekkend veel maatschappelijke steun voor een verhoging. Op sommige plekken is het verhoogd naar 15 dollar per uur [het federale minimumloon is 7,25 dollar] Het tijdperk-Ayn Rand is langzaam voorbij aan het gaan. We gaan de laatste vier, vijf jaar voorzichtig de communautaire kant op. Ik word iets optimistischer.”

Hij pauzeert even. Dan zegt hij: „Maar dan kijk ik tv en zie ik Donald Trump. Gisteren nog. Dan denk ik weer: we zijn niets opgeschoten.”

Bron: NRC.

Tags: tweedeling amerika usa putnam armoede kennedy.

Tweedeling is terug van weggeweest

Robert Putnam schetst een somber toekomstbeeld van Amerika. De kloof tussen arm of rijk, kansloos of succesvol, alleenstaand of getrouwd, zal het land verder verscheuren.

Woningen langs East Marina Avenue op Catawba Island. Beeld Andrew Borowiec

Vakbondsleden, dit is jullie boek in de strijd tegen nulurencontracten, flex en freelance. Minister Asscher, lees dit in een weekeinde en u hebt munitie voor tien gesprekken over hongerloontjes in het transport of het terughuren van schoonmakers. Werkgevers en andere VVD’ers, als je dit uit hebt, kom je niet meer aan met fantasieën over achterhaalde cao’s. Piketty-aanhang, vergeet het vermogen van de rijken, klachten daarover hebben altijd de geur van linkse jaloezie. Lees Putnam, veel beter.

Een werf aan State Street in Port Clinton. Beeld Andrew Borowiec

Onderklasse-gezin

Robert Putnam (74) werd beroemd met Bowling alone (2000), een sociologische blockbuster over het verkruimelen van het Amerikaanse gemeenschapsleven. Our Kids – The American dream in crisis is daarop het vervolg. Putnam vergelijkt de jaren vijftig, waarin hij opgroeide, met de toestand hier en nu, samen te vatten in één korte zin: ‘De ineenstorting van het onderklasse-gezin’.

Dit drama stijgt op uit een afwisseling van levensverhalen en harde cijfers. De grafische lijnen van arm en rijk lopen ruwweg net zo uiteen als bij Piketty. Maar dit gaat niet over beleggen en overerven, maar over wijken die vijftig jaar geleden nog gemengd waren, waar hoog en laag volgens hetzelfde ritme leefden. Zowel de lopende bandwerker als de directie-secretaris vertrok ’s ochtends met zijn brood en moeder bleef thuis; dagelijks werd met het gezin aan tafel gegeten; de kansen om op de universiteit te komen waren grosso modo gelijk verdeeld. In die tijd maakte de arbeidersklasse, voor zover blank, een ongelooflijke sociale stijging door.

De grote kloof bevond zich tussen de rassen. Nu is aan de onderkant alles anders. Putnam begint zijn boek in Port Clinton, aan het Eriemeer in Ohio, waar hij opgroeide. Destijds een kleine, bloeiende gemeenschap. Arm en rijk woonde door elkaar en iedereen had werk. Nu is het stadje radicaal verdeeld. In de strook langs het meer spatten de welvaart, de villa’s en de omheiningen je tegemoet. Vijf minuten lopen richting binnenland zie je wat een ingestorte onderklasse is: afgebladderde caravans, kinderen die het zelf moeten rooien omdat moeder uit werken is, vaders nergens te bekennen, drugs en misdaad.

Bovenlaag

Het ouderwetse gezinsleven bestaat nog aan de bovenkant, waar meer wordt getrouwd dan in de jaren zeventig en meer tijd en geld wordt besteed aan opvoeding en onderwijs. De kinderen gaan er bijna allemaal naar de universiteit, ook de kinderen uit geslaagde zwarte of Latino-gezinnen. Want niet ras is tegenwoordig de kwestie maar klasse, net als vroeger. In de onderste regionen gaat ongeveer alles mis met de jeugd wat je kunt bedenken. En dat geldt net zo hard voor de blanke onderklasse.

In grote trekken is dit verhaal bekend. Charles Murray, even beroemd als Putnam, publiceerde drie jaar geleden Coming apart – The state of white America, 1960 – 2010. Ook bij hem een samenleving die uit elkaar wordt getrokken, ook daar in de bovenlaag levensstijlen die de opgroeiende jeugd een handje helpen in een veeleisende wereld: huwelijkse trouw, kerkgang, vrijwilligerswerk, en onderwijs natuurlijk; onderwijs is in de meritocratische maatschappij beslissend. En aan de onderkant juist levensstijlen die een nieuwe generatie van de wal in de sloot helpen.

Meer dan Putnam is Murray omstreden. Hij is rechts en bij de schuldvraag wees hij naar de progressieven van de jaren zeventig, die met hun goddeloosheid en de pil alle morele beperkingen overboord hadden gezet. Om daarna zelf keurig ouderwetse gezinnen te stichten in afgescheiden groene buurten. Het blowen, nietsdoen en het ongehuwde moederschap lieten ze over aan de onderklasse. Ook bij Putnam spelen de genoegens van de jaren zeventig zeker een rol. Maar hij is minder dominee dan Murray en zijn argumentatie is overtuigender.

Bowling alone

Robert Putnam werd door The Sunday Times ‘de invloedrijkste academicus ter wereld’ genoemd. Hij adviseerde achtereenvolgens de presidenten Clinton, Bush en Obama. Zijn grote succes was het boek Bowling alone – The collapse and revival of the American community (2000). Ooit was het gewoon om na het werk met zijn allen te gaan bowlen, maar dat gebeurt niet meer. Dat beeld gebruikte Putnam om te laten zien hoe informele banden in Amerika aan slijtage onderhevig waren, en hoe belangrijk zulke relaties zijn voor een gelukkige, gezonde en veilige omgeving.

Jongeren in Madison Street in het centrum van Port Clinton, de stad waar Robert Putnam opgroeide en waar zijn boek begint. Beeld Andrew Borowiec

Kleine baantjes

De jaren zeventig waren niet alleen libertair maar markeerden ook het eind van de grote groei, zowel in Amerika als in Europa. De automobielindustrie stortte in, ook in Putnams home town, die onderdeel werd van wat de rustbelt of roestregio ging heten. Werkloosheid was niet nieuw en ook de sociale effecten niet. In de grote crisis van de jaren dertig daalde het aantal huwelijken spectaculair, omdat vrouwen een man met een baan wilden. Twee ontwikkelingen in de jaren zeventig: in Amerika begon de tijd van de kleine baantjes. De goed belegde boterham van de grote cao’s, ook voor de arbeiders, verdween en kwam niet terug. Ook niet toen het weer beter ging. Aan de onderkant moesten mannen het zien te rooien met losvaste baantjes, niet genoeg om een gezin van te onderhouden.

De tweede revolutie was die van de pil. Seks, huwelijk en het krijgen van kinderen gingen niet meer vanzelf samen. Dat was aan de onderkant een radicale breuk. Vrouwen gingen massaal uit werken, vooral omdat één gezinsinkomen niet langer genoeg was. Tegelijk hielden ze op met trouwen. Waarom nog trouwen met een los werkman wiens bijdrage aan het gezin verwaarloosbaar was? Kinderen kregen de vrouwen nog wel – vaak van verschillende vaders. Dat was omdat in zo’n koersloos leven het hebben van kinderen zowel een minimum aan status als aan stabiliteit gaf.

Het verdwijnen van de vaste baan met cao was kortweg de bijl aan de wortel van het gezinsleven. En zonder gezinsleven, daarover zijn Murray en Putnam het roerend eens, is slagen in een steeds ingewikkelder omgeving heel moeilijk. Aan de bovenkant wordt intensiever dan ooit ge-ouderd, door tiger moms en dads. Aan de onderkant zorgen tieners voor broertjes en zusjes aangezien moeder uit werken is of bij haar vriend. Aan de bovenkant zijn de scholen goed, wordt keihard gewerkt, meegedaan aan clubs; aan de onderkant moet je uitkijken voor bendes, zijn overal drugs, gaan de kinderen naar scholen waar treurige leraren het hebben opgegeven.

Wondermiddel

Het is een wereld die ik niet kende, schrijft Putnam in een tamelijk mismoedig nawoord, waar hij op een rij zet wat we kunnen doen. Dat het zo’n lang nawoord is geworden, geeft te denken. Net als de ellenlange lijst met wenken, van vogelaarwijken tot werken aan een goed huwelijk. Zijn meest concrete voorstel: ‘Economische verbetering voor laagbetaalde werknemers lijkt nog het meest op het wondermiddel dat ik zou willen bedenken, niet in de laatste plaats omdat daarmee ook het krijgen van kinderen wordt uitgesteld en misschien zelfs het huwelijk weer wat meer in zwang komt bij armere mannen en vrouwen.’

Geen vrolijk boek, temeer omdat de tendens in Europa niet veel anders is. Hoogleraar en CBS-demograaf Jan Latten hield zijn oratie Zwanger van segregatie al tien jaar geleden. Er zijn natuurlijk belangrijke verschillen, bijvoorbeeld dat tienerzwangerschap in Nederland nauwelijks een probleem is. Maar ook hier rukt de flexibele arbeid op, begeleid door ideologische kreten als ‘van baanzekerheid naar werkzekerheid’. Dit boek leert een belangrijk ding: een vaste baan is in allerlei opzichten beter, bovenal voor de onderkant.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.