Foute beslissingen met de beste intenties

Het land met de meeste psychiatrische bedden en de meeste forensische zorg zet er extra bedden bij

En stelt een landelijk meldpunt in. En komt met de psycholance. Niet omdat de mensen in Nederland ‘zieker’ zijn dan in de rest van de wereld. Maar omdat we echt denken dat dat dat dat beter is dan goed samenwerken en diversificatie van hulp en zorg. Philippe Delespaul laat zien hoe dat zo kwam en wat de gevolgen gaan worden. Nog meer bedden?

Door: Philippe Delespaul     ph.delespaul@maastrichtuniversity.nl

30-10-2018

Ik heb altijd naar de verwarde personen discussie gekeken met gemengde gevoelens. Hoe kan het land in Europa met de meeste bedden in de psychiatrie, relatief veel gedwongen opnames en een uitgebreide ambulante zorg, een maatschappelijk debat hebben over verwarde personen op straat?

In veel Europese landen met veel minder opnamebedden ter beschikking, bestaat deze discussie niet. Toen de eerste signalen tot parlementaire vragen leidden, had de toenmalige minister de politieke moed moeten hebben om het parlement over de rijkdom aan bedden (zelfs na een afbouw) te informeren. Ze zou betoogd moeten hebben dat bedden bijdragen tot de schaarste in de ambulante zorg. Dat er ruime evidentie is dat voor een psychiatrische opname alternatieven bestaan. En dat de echte ethische discussie gaat om de vraag of een oplossing voor enkelen, ten koste kan gaan van suboptimale oplossingen voor velen. En dat de keuze om mensen met verward gedrag uit de maatschappij te halen tot een toename van verwarde personen, nu en in de toekomst zal leiden. Hierdoor zou een nutteloze discussie die na enkele jaren nog steeds doorkankert, in de kiem gesmoord zijn. In plaats hiervan besloot ze, los van elke evidentie, om de politieke paraplu open te klappen en aan de klagers en sensatiepers te zeggen: “ik heb jullie signaal gehoord, ik neem het serieus, en als bewijs hiervan besluit ik tot een ‘aanjaagteam verwarde personen’”. En hierdoor werd ‘fake news’ ook in Nederland realiteit.

Het is natuurlijk mogelijk dat om de een of andere reden in Nederland de prevalentie van psychisch lijden zoveel groter is dan elders. Dat de vraag om hulp veel groter is dan het ruime aanbod kan opvangen. Maar Nederlanders zijn niet ‘zieker’ dan de rest van de wereld. Een alternatieve interpretatie is dat Nederlanders intoleranter zouden zijn? Ik wil dat niet geloven. Ik geloof dat Nederlanders er prat op gaan te leven in een zorgzame maatschappij waarbij alle mensen die lijden, zorg krijgen. De confrontatie met een ‘verwarde persoon’ op straat, is een confrontatie met het falen van deze verwachting. De ontgoocheling en verontwaardiging dat het in onze zorgstaat niet zo goed geregeld is.

GGZ

In de Nieuwe GGZ-beweging formuleren we vaker kritiek op de Nederlandse GGZ. En waarschijnlijk kan de GGZ ook een betere job doen. De GGZ disfunctioneert. We prioriteren onze beperkte middelen niet naar de hoogste nood. En paradoxaal zijn de voorgestelde oplossingen van de verwarde personen raadpleging geen oplossing voor de moeilijkste doelgroep. Ze maken de versnippering in de zorg met name voor de meest behoeftigen enkel erger. Er zijn altijd mensen geweest die manifest lijden en moeilijk in zorg te krijgen zijn. Maar we mogen niet op onze lauweren rusten. Elk (psychisch) lijden is onze verantwoordelijkheid en moet een uitnodiging zijn om zorg te bieden. Toch is het belangrijk bewust te zijn van het feit dat niet altijd alles op het moment zelf oplosbaar is. In de psychiatrie lukt het ons vaak onvoldoende om problemen op korte termijn op te lossen, maar we zijn wel deskundig om een proces aan te gaan dat problemen op termijn fundamenteel voor de persoon en diens omgeving verbetert. En dat is frustrerend: iedereen wenst NU oplossingen en dit vooral wanneer de nood hoog is. Het belang om te investeren in proceszorg is het gevolg van het feit dat in de psychiatrie weinig interventies bestaan die je buiten een collaboratief kader kan doen; namelijk enkel een dwangopname en dwangmedicatie. En deze dwanginterventies zijn geen tovermiddelen. Hun effect is partieel en vaak paradoxaal: ze kunnen traumatiserend zijn en de collaboratieve zorg in de toekomst bemoeilijken. Vaak maken ze de zaken erger. In de groep dak- en thuislozen in Nederland zijn er heel wat mensen die net uit de bevoogdende en opgelegde zorg van onze welzijnsstaat weggevlucht zijn.

Dus is het weinig zinvol om de zorg voor deze mensen ‘aan te jagen’, of om ‘sluitende systemen’ te ontwikkelen. Optimale zorg voor deze moeilijke doelgroep moet diversifiëren (meer oplossingen creëren) en dat kan niet door een aparte zorgketen voor een doelgroep, hoe specialistisch ook, te ontwikkelen. Dit leidt tot verschraalde oplossingen (en verzwakt vaak de bestaande zorg – je kunt geld maar één keer uitgeven). Maatregelen die de zorg specifiek attribueren (er is een ‘verwarde personen team’) zorgen ervoor dat de noodzakelijke, brede diversificatie en van elkaar aanvullende zorgvormen (bijvoorbeeld het FACT team, de politie, de reguliere opnameafdeling, familie, de buurtwinkel …), het excuus krijgen om niet bij te hoeven dragen. ‘Daar zijn immers anderen voor’ of ‘deze zorg is zo complex dat je specialisten nodig hebt’. Wat moet gebeuren is dat het bestaande (professioneel en non-professioneel) zorgpallet en aanvullende maatschappelijke resourcesversterkt worden om OOK beschikbaar te zijn voor de doelgroep mensen die verward gedrag vertonen.

Er is lang nagedacht over een sluitend beleid voor deze doelgroep. En het zou arrogant zijn om kritiek te hebben op besluiten die een brede consensus genieten. Maar de drie maatregelen, waartoe besloten is tijdens de brede landelijke verwarde personen consultatie, zijn in mijn overtuiging ineffectief, massaal discriminerend en soms zelfs ronduit gevaarlijk. In plaats van een sluitend beleid te vormen, hebben ze een versnipperend effect. En door deze versnippering dragen ze bij tot het verder disfunctioneren van de GGZ.

Landelijk meldpunt

Er was, zo wordt beargumenteerd, behoefte aan een landelijk meldpunt. Mensen weten niet waar ze terecht kunnen en dit nummer biedt een antwoord. Maar hoe wordt zo een nummer bekend gemaakt? Krijgen we een landelijke postbus 51 campagne? Verwachten we dat iedereen het telefoonnummer onder de sneltoets van zijn telefoon zet? En is een nummer dat je misschien één keer op je leven gebruikt, een goed idee. Zeker wanneer er al verschillende noodnummers bestaan die wel bekend zijn en lokale zorg kunnen activeren. De eenvoudige oplossing was geweest dat politie, GGZ, huisarts, spoeddienst de opdracht hadden gekregen om hun werk te doen. Nu krijgt iedereen het excuus dat ze niet aan zet zijn. En we doen dit door een landelijke stigmatiseringscampagne op te zetten die kan leiden tot een heksenjacht.

“Ik ben bang dat er door de keuze voor een Psycholance doden gaan vallen”

Psycholance

Familieleden gaven aan dat ze het pijnlijk en vernederend gevonden hadden toen hun ziek kind geboeid door de politie werd weggevoerd. Voor patiënten is het vaak ook na jaren een trauma. En daarom werd de Psycholance in het leven geroepen. En sinds die dag rijden er ziekenwagens met de naam van het lokaal psychiatrisch ziekenhuis door de straat. En ik kan niet nalaten te denken dat door het hoofd van menig omstaander gaat: “voor jouw veiligheid is er weer een gek van de straat gehaald”. Dagelijks bevestigt de Psycholance het stigma van de psychiatrie. Maar er schuilt een nog groter gevaar. Er zijn drie soorten psychiatrische urgenties. De eerste is een somatische urgentie, bijvoorbeeld bij een delier. Snel handelen is levensreddend en hiervoor hebben we de somatische ambulancedienst. De tweede urgentie heeft met veiligheid te maken. Hierbij moet ingegrepen worden om veiligheid te managen en zo nodig te herstellen. Dit is de rol van de politie. Ook hier mag geen tijd verloren gaan. De derde urgentie is een psychiatrische urgentie. Die mag niet leiden tot wachtlijsten maar de psychiatrische crisisdienst heeft enkele uren om te reageren. De Psycholance creëert in een potentieel levensbedreigende situatie onduidelijkheid over de adequate beslissing. Meer nog, de psychiatrische crisisdienst die zonder risico minder snel mag reageren, kan ten onrechte gekozen worden wanneer urgent handelen noodzakelijk is. Zo kan het gebeuren dat een bekende psychotische patiënt met een alcohol delier ten onrechte met de Psycholance naar het psychiatrisch ziekenhuis en niet naar de spoed van het somatisch ziekenhuis vervoerd wordt. Ik ben bang dat er door de keuze voor een Psycholance doden gaan vallen. En de Psycholance is in het leven geroepen, omdat we niet met elkaar kunnen afspreken om elkaar niet in de steek te laten. Immers, zowel politie als de ambulance hebben bij deze taken het recht bijgestaan te worden door een psychiatrische consulent uit de crisisdienst. En voor de pijnlijke gebeurtenissen van traumatiserend vervoer, is er nog altijd een taxi. Een veel minder stigmatiserende keuze.

150 extra bedden

En tenslotte beslist men tot 150 extra beveiligde bedden. Het land met de meeste psychiatrische bedden en de meest uitgebreide forensische zorg, beslist tot de uitbreiding van het aantal bedden. Er werd niet besloten dat we de beschikbare middelen beter moeten prioriteren. Niet dat we samen moeten werken om betere zorg te leveren bij mensen in de hoogste nood. Nee, we besloten tot meer bedden. Tot een nieuw aanbestedingstraject. Een symbolisch besluit tegen alle afgesproken ontwikkelingen in. We zijn al meer dan 40 jaar te laat voor de afbouw van bedden. En nu we eindelijk beleid in die richting hebben, stoppen we er al mee. Ik krijg visioenen naar het moratorium voor psychiatrische bedden van enkele decennia geleden. Dat moratorium kreeg steun tot in het parlement, maar werd enkele maanden later begraven, door druk van de institutionele marktpsychiatrie. Specialistische bedden zullen als gevolg hebben dat FACT teams en opnameafdelingen hun werk niet meer gaan doen voor mensen die verward gedrag vertonen en eigenlijk horen bij het reguliere werk van de GGZ.

Hoe is het zover gekomen? Hoe is het mogelijk zoveel slechte keuzes te maken met de beste intenties. We hebben gefaald om met elkaar de dialoog aan te gaan en gekozen voor de verdere versnippering van ons zorgsysteem om aan incidentmanagement rond verwarde personen te doen. Het is ‘window dressing’. De psychiatrie heeft in de politiek een slechte naam: ze doet altijd moeilijk en neemt haar verantwoordelijkheid niet op. En dus lijkt het alsof we besloten geen ‘ja-maar’, maar ‘ja hoor’ te zeggen en de discussie uit de weg te gaat. Om niet moeilijk te doen, hebben we ja gezegd op een gedrocht van een oplossing voor mensen met verward gedrag. En betalen we de prijs dat de samenwerking met maatschappelijke partners, die noodzakelijk verbeterd moet worden in deze omstandigheden, verder bemoeilijkt wordt en het veld meer versnippert, stigmatiseert en inefficiënt wordt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.