Mensen hebben de online revolutie onderschat

Je kan het kort benoemen, zonder er dagenlang over door te gaan. En daarna bepalen: nu gaan we het hebben over echte, bestaande problemen: drugsmisbruik, werkloosheid. Dat is het punt: wie beslist waar het land over praat? Dat is een vraag die twintig jaar geleden nog niet gesteld hoefde te worden.”

Anne Applebaum De Amerikaanse historica en Washington Post-columnist Anne Applebaum is gespecialiseerd in desinformatie en de bestrijding daarvan. „We moeten kijken naar het elimineren van anonimiteit op internet.”

Door Lamyae Aharouay

Het probleem van desinformatie wordt „steeds prangender” zei minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) deze donderdag tijdens een Kamerdebat. De Kamer maakt zich zorgen over nepnieuws, de rol van techbedrijven en buitenlandse inmenging tijdens verkiezingen in Nederland. Op 11 maart, ruim een week voor de verkiezingen van de Provinciale Staten en de Waterschappen, begint het kabinet met een campagne om mensen bewust te maken van het fenomeen desinformatie. Het is het onderwerp waar Anne Applebaum haar werk van heeft gemaakt. Ze leidt een programma aan de London School of Economics, Arena, over desinformatie en propaganda in de 21ste eeuw. En ze is in Nederland, voor nog geen vierentwintig uur. De Vrienden van Cobbenhagen, het alumninetwerk van Tilburg University, nodigde haar uit om een lezing te geven over democratie en desinformatie. Ze wil, zegt ze op een werkkamer van de universiteit, geen stereotypisch gesprek over nepnieuws voeren. Zo’n gesprek dat blijft hangen bij de constatering dat nepnieuws schadelijk kan zijn, zonder het te hebben over de strategie erachter.

„We praten over iets fundamenteels, over de afbreuk van vertrouwen. Het vertrouwen in democratische instituten, het vertrouwen in universiteiten, de wetenschap.” Applebaum ziet daar nu al de gevolgen van: „Mensen zijn het niet alleen oneens met elkaar over een onderwerp, ze zijn het oneens met elkaar over de feiten, over wat waar is of niet. Ze voeren niet eens hetzelfde gesprek meer, ze praten over verschillende verhalen.”

Dat klinkt alsof er geen sprake is van een debat.

„Er kan dan geen sprake zijn van debat. Misschien zijn de media in Nederland sterk genoeg om dat te vermijden, maar in andere landen dreigt het maatschappelijke debat te verdwijnen. Kijk naar Polen, of naar de Verenigde Staten. Daar is bijna geen enkele conversatie nog mogelijk, de publieke opinie is enorm verdeeld. En dan heb je echt een probleem.”

Wat is dat probleem?

„Die polarisatie leidt ertoe dat instituties die als neutraal worden beschouwd, overheidsdiensten, het leger of democratische instituties zoals een parlement, ineens ter discussie worden gesteld. Instituties die al lang bestaan, die het functioneren van een maatschappij mogelijk maken, worden verdacht gemaakt. Ze behoren tot de andere kant, de vijand. Zo wordt dat beleefd.

„We weten van meerdere onderzoeken dat gepolariseerde groepen alleen nog maar informatie uit hun eigen groep voor waar aannemen. En juist dat zijn de groepen die het meest vatbaar zijn voor desinformatie.

„De fundamentele bron van het probleem is niet alleen desinformatie, het is net zozeer polarisatie.”

Uit onderzoek van deze krant bleek vorig jaar dat Russische internettrollen probeerden anti-islamhashtags trending te maken. Vooral Geert Wilders en de PVV kregen steun van die accounts.

Lees ook het overzicht van techniekenwaarmee politieke opponenten elkaar op het verkeerde been kunnen zetten

„Dat past in de strategie van Poetin. De Russen hebben twee doelen in Europa. Het eerste is dat de eenheid binnen de Europese Unie en de NAVO verdwijnt. Poetin is niet bang voor de Europese handelswetten of voor de tanks van de NAVO. Maar wel voor het narratief van democratie, en de aantrekkingskracht die dat heeft op Russen. Europa staat voor persvrijheid, voor rechtsstatelijkheid, voor onafhankelijke rechters. Dat is aantrekkelijk voor Russen. Maar het is ook precies waar Poetin voor vreest, omdat juist dat hem van zijn positie kan verstoten.

„De revolutie in Oekraïne in 2014 was daarom zo’n nachtmerrie voor hem. Jongeren eisten met de Europese vlag in de hand verandering. En toen hun president het land ontvluchtte en ze zijn huis plunderden, kon de wereld meekijken: zijn gouden inboedel, zijn dierentuin. Dát is waar Poetin bang voor is. Zo ziet zijn huis er ook uit! Dus probeert hij Europa te ontmantelen, te ondermijnen. Dat doet hij niet alleen met nepnieuws, ook door eenzijdige berichtgeving. In Russische media wordt Europese politiek vaak in verband gebracht met verval, chaos, terrorisme.

„Het tweede doel van Poetin is om Europa te verdelen, zodat zijn onderhandelingspositie beter wordt. Als Rusland een-op-een met Nederland praat, of zelfs met Duitsland, dan domineert Rusland het gesprek of het is op zijn minst een gelijkwaardige gesprekspartner. Maar als Rusland in gesprek gaat met de Europese Unie als geheel, dan staat het veel zwakker. Poetin heeft er belang bij om de EU uit elkaar te laten vallen. Dat zou hem de dominante partner maken in alle Europese relaties.”

Wat is zijn strategie?

„Hij ondersteunt individuen en politieke partijen die anti-EU zijn. Hij bedénkt ze niet, hij heeft de PVV niet bedacht, maar hij zal hen wel steunen, door bijvoorbeeld trollen in te zetten die de boodschap van zulke partijen helpen verspreiden. In Griekenland doen ze dat bij zowel extreem-links als extreem-rechts. In Polen weer alleen bij extreem-rechts, daar steunen ze het anti-Oekraïne sentiment. Ze verschillen van tactiek in elk land, maar het doel is hetzelfde: verdeeldheid in de Europese Unie.

Lees ook:Het liefst liken we ‘pulpnieuws’

„Een andere strategie van Rusland is verwarring zaaien. Wat gebeurde er na het neerhalen van vlucht MH17? De Russen ontkenden niet alleen alle betrokkenheid, ze verspreidden ook heel veel verschillende verklaringen. Het was Oekraïne. Het vliegtuig blies zichzelf op. Ze creëerden honderden versies van de waarheid, zodat niets meer aannemelijk leek. Ze gebruikten exact dezelfde tactiek weer na de poging tot moord op de Russische dubbelspion Sergej Skripal in het Britse Salisbury. Meteen daarna werden er heel veel theorieën verspreid door Russische media. Het was zijn schoonmoeder. Het was zijn neef. Het was de Britse geheime dienst. Alles wat de Russen hoeven te doen om te winnen is om sommige mensen te laten twijfelen aan de waarheid.”

Daarvoor is vrije pers er toch juist: de mogelijkheid om de waarheid te presenteren?

„Maar journalisten hebben geen monopolie op vertrouwen. Ze moeten nadenken over hoe ze kunnen binnenkomen in echokamers waar ze niet welkom zijn. Ik help een Italiaanse krant om na te denken hoe ze dat kunnen aanpakken. We deden een project over immigratie, iets waarmee Italië veel te maken heeft. En we merkten dat niet iedereen wilde lezen over immigranten als zielige mensen. We kregen reacties als: dat is niet mijn probleem. Dus we onderzoeken nu wat er gebeurt als je onderwerpen anders framet. Als je kiest voor een persoonlijk narratief. Of de fotokeuze invloed heeft. Er zijn mensen die geloven in constructieve journalistiek. In plaats van alleen over het probleem te schrijven, ook de oplossing te zoeken. Je platform gebruiken om mensen bij elkaar te brengen. Dat zou ook een manier kunnen zijn om meer vertrouwen te winnen.”

Maar dit legt alle verantwoordelijkheid bij media. Hoe zit het met lezers, kijkers? Hebben zij niet een eigen verantwoordelijkheid?

„Dan zou je moeten kijken naar mediawijsheid, op school en daarbuiten. Wat je ook kan doen is mensen de schadelijke kanten tonen van desinformatie. Zoals dat vroeger gebeurde met campagnes over de gezondheidsrisico’s van roken.”

In de strijd tegen desinformatie lanceert de Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken volgende maand een campagne om het bewustzijn over het fenomeen te vergroten.

„Een publieke campagne is een klein deel van het antwoord op nepnieuws. Wat zwaarder weegt, is de rol van sociale media. Een groot aandeel van de verhalen komt van nepaccounts, bots. Eén mens kan tienduizend bots zo programmeren dat ze een nepverhaal promoten. Je kan je afvragen: waarom verdient een computerprogramma vrijheid van meningsuiting? Twitter laat het toe omdat een groot deel van de gebruikers nep is. Het is een manier om hun aantallen accounts hoog te houden. Je herkent die accounts zo. We moeten kijken naar het elimineren van anonimiteit op internet, op zijn minst op mainstream sociale media. Waarom zou iemand anoniem moeten zijn?”

Omdat er landen zijn waar je gevaar loopt als je onder eigen naam politieke opvattingen deelt.

„Ik weet dat er landen zijn, zoals Turkije, waar dat zo is. Maar ik denk dat de situatie in het westen van Europa echt anders is. Iedereen op Twitter zou een geverifieerd account moeten hebben, zodat gebruikers kunnen kiezen of ze alleen echte mensen willen horen. Er is gewoon al een manier om te bewijzen dat je echt bent.”

Daarvoor moet je persoonlijke gegevens delen met zo’n techbedrijf. Niet iedereen vertrouwt ze die toe.

„Dat klopt, maar als het alternatief is dat nepaccounts het politieke debat kunnen verstoren, dan… Ik zeg niet dat dit makkelijk is, maar het zijn dingen waarover nagedacht kan worden.

„Uiteindelijk komt het neer op twee vragen: wie vertrouwen mensen en waarom. En hoe overtuig je ze ervan dat ze vertrouwen kunnen stellen in wetenschappelijk onderbouwde argumenten.”

Waar komt het wantrouwen in beginsel vandaan?

„Mensen hebben onderschat hoe groot de online revolutie is. Vroeger was het overzichtelijk: als je The New York Times en een pamflet vol complottheorieën naast elkaar legde, zag je zo het verschil. Op internet ziet alles er hetzelfde uit, het lijkt evenveel waarde te hebben. De site van de NYT, een site met complottheorieën en de blog van je neefje.

„Iedere keer in de geschiedenis als er zo’n mediarevolutie plaatsvond, een informatierevolutie, dan had dat een enorme impact op de politiek. De vergelijking die het meest voor de hand ligt, is de uitvinding van de drukpers. Dat was toen iets prachtigs: materiaal dat alleen voor monniken in kloosters beschikbaar was, bereikte ineens het grote publiek. Maar het leidde ook tot de reformatie, kritiek op het katholicisme dat toen mainstream was. En dat leidde weer tot verdeeldheidspolitiek, tot verschrikkelijke religieuze oorlogen die Europa honderden jaren lang verscheurden.

„We leven nu in een tijd waarin tegenstanders van de liberaal-democratische status quo een grote stem hebben, makkelijk gelezen kunnen worden. En waarin tegelijkertijd de instituties waarop politiek lang gebaseerd was, vakbonden aan de linkerkant en kerken aan de rechterkant, minder belangrijk worden. Mensen vinden hun eigen, nieuwe gemeenschappen. Die kunnen gebaseerd zijn op een anarchistisch ideaal, niet links of rechts maar anti-systeem. Antipolitiek.”

De gele hesjes in Frankrijk.

„Ja. Die beweging is niet groot, relatief gezien. Het is geen meerderheid. Maar er is wel heel veel aandacht voor, dat maakt het groot. Je zou ze kunnen negeren, hoewel dat moeilijk gaat als ze de Arc de Triomphe proberen af te branden. Maar wat je wel kunt doen, is het nationale debat verschuiven naar een onderwerp waar het wél over zou moeten gaan. Het interessante van die gele hesjes is dat ze niet links of rechts zijn, het is van alles door elkaar. Wat ze wel delen is haat tegen het systeem. Je kunt ze niet scharen onder één politieke vleugel. Ze hebben geen gezamenlijke ideeën, geen duidelijke eisen. Ze staan niet ergens voor, ze zijn vooral tegen. Moet het gaan over mensen die rellen en geen ideeën hebben, of moet het gaan over iets constructiefs?

„Hetzelfde geldt voor de leugens en nepstatistieken die president Trump verspreidt in de Verenigde Staten. De enige manier waarop journalisten en politiek opponenten met hem kunnen omgaan, is door het gespreksonderwerp te veranderen.”

Trump heeft traditionele media niet nodig om zijn boodschap te verspreiden. Het is toch juist de taak van media om onwaarheden te benoemen? Als niemand hem tegenspreekt, dan lijken zijn woorden de waarheid.

„Je kan het kort benoemen, zonder er dagenlang over door te gaan. En daarna bepalen: nu gaan we het hebben over echte, bestaande problemen: drugsmisbruik, werkloosheid. Dat is het punt: wie beslist waar het land over praat? Dat is een vraag die twintig jaar geleden nog niet gesteld hoefde te worden.”

CV

Anne Applebaum (1964) is historica en columnist voor The Washington Post. Ze is hoogleraar aan de London School of Economics, waar ze een programma leidt over desinformatie en propaganda in de 21ste eeuw.

Applebaum schreef meerdere boeken over de geschiedenis van Oost-Europa en de Sovjet Unie. In 2004 ontving ze de Pulitzer Prize voor non-fictie voor haar boek Goelag – een geschiedenis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.