Kijk nou eens: een expositie in kleur van Ed van der Elsken

123

Zijn zwart-witwerk is beroemd genoeg, maar in kleur zagen we het werk van Ed van der Elsken (1925-1990) minder vaak. Het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam stelde een expositie in kleur samen van de vitale, gulle, bazige, onmatige rebel van de straatfotografie.

Door Arno Haijtema | Foto’s Ed van der Elsken / Nederlands Fotomuseum | Video SOON,

Hij was een sloddervos. Bewaarde dia’s en films volgens een hoogstpersoonlijke logica, die hedendaagse curatoren soms tot wanhoop drijft. Vond de schimmelplekjes en krasjes die zijn dia´s aantastten en ze jaren na zijn dood bijna te gronde richtten, wel chic, zoiets als craquelé op een olieschilderij. Maalde niet om de kwaliteit van zijn films – althans, hij kocht ze net zo lief bij de vakhandel als bij obscure winkeltjes in tropische landen, met alle chemische malheur van dien. Was maar matig geïnteresseerd in de techniek van camera’s en lenzen. En leek lang niet altijd naar de ultieme compositie te streven – spontaniteit was ook wat waard.

Werkkamer van Ed van der Elsken omstreeks 1968, Koningsstraat, Amsterdam.

Fotograaf en filmer Ed van der Elsken (1925-1990) had het avontuurlijke, reislustige en romantische leven dat lijkt weggelopen uit de gedichten van Slauerhoff, die schreef: ‘Het goede deed hij slecht,/ Beleed het kwaad oprecht,/ Hij stierf in het gevecht,/ Hij leidde recht en slecht/ Een onverdraagzaam leven.’ De nalatenschap van die fotografische rebel, die op 65-jarige leeftijd de door hem zelf in de film Bye gedocumenteerde strijd tegen kanker verloor, wordt in al haar veelkleurigheid gerevitaliseerd in de grandioze tentoonstelling Lust for Life in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam.

Enkele jaren heeft het museum nodig gehad om Van der Elskens dia’s te restaureren, de collectie waaruit de eerste overzichtstentoonstelling van zijn kleurenwerk – bijna dertig jaar na zijn dood – is voortgekomen. Anders dan zijn wereldberoemde zwartwitwerk, heeft de museale waardering voor zijn kleurenfotografie lang op zich laten wachten. Het Nederlands Fotomuseum, dat zijn 42 duizend dia’s beheert, bedacht een nieuwe, snelle methode om de aangetaste films van schimmel en schade te ontdoen en in digitale zo-goed-als-nieuwstaat voor toekomstige generaties te bewaren. De fotograaf had zijn dia’s altijd bewaard in de kelder van zijn vochtige dijkwoning in Edam, met de bijna desastreuze schimmelvorming en aantastingen tot gevolg. Het is een tentoonstelling geworden die recht doet aan de avontuurlijke geest van Van der Elsken. Een associatieve presentatie in plaats van een chronologische. Een inrichting als van een souk, met nauwe doorgangen, duistere hoekjes met diaprojecties en een aangename ronddoolfactor. Een slechts lichtelijk naar locaties en thema’s geordende expositie, die goed aansluit op het kaleidoscopische karakter van Van der Elskens beroemde kleurenfotoboeken, zoals Eye Love You en Hallo.

Herman Brood en Nina Hagen met andere acteurs tijdens opnamen van de film ‘Cha-Cha’ in
het kunstenaarsdorp Ruigoord, 1979.
 Ed van der Elsken / Nederlands Fotomuseum

  • Shinjuku in Tokio, 1986.

  • Vali Myers, 1972.

De rondgang langs de afdrukken van de dia’s is een feest van – zij het soms weifelachtige – herkenning. Vaak meen je je een foto te herinneren uit Van der Elskens eerdere boeken, maar het kan ook zijn dat die daarin zo klein was afgedrukt, dat de herinnering niet is blijven haken. Het kan ook dat je je een foto meent te herkennen, die toch maar vagelijk lijkt op het exemplaar dat je eerder hebt gezien. Behalve een feest der herkenning, biedt de expositie dus ook de sensatie van de kakelverse ontdekking.

Dat bijna onmatige karakter, de stortvloed aan beelden van Van der Elskens boeken – fotografische gulheid kun je het ook noemen – komt in Lust for Life niet helemaal tot zijn recht. Honderd prints op ongeveer hetzelfde (niet overdreven grote) formaat, opgehangen op ooghoogte aan donkere wanden, het lijkt veel, maar maakt de expositie, ondanks de schwung van de sluipdoorsteegjes, toch een beetje statisch. Dat wordt overigens goeddeels gecompenseerd door de vier overdonderende slideshows, samengesteld naar voorbeeld van bewaard gebleven videofilmpjes en aantekeningen van de meester zelf.

Je betreedt de expositie door een gang die aan alle kanten – wanden, plafond en vloer – is behangen met foto’s die Van der Elsken in wereldsteden maakte van graffiti, billboards en filmposters met de uitbundige en schreeuwerige, kleurige, soms angstaanjagende en vervaarlijke beeldtaal van bijvoorbeeld Bollywood. Zo wordt de bezoeker de wereld van de fotograaf ingezogen – diens opwinding over het onbekende, de culturele vervreemding en het grotestadsgevoel. De entree maakt je ontvankelijk voor de visuele nieuwsgierigheid waarmee Van der Elsken de bewoners tegemoet trad van Delhi, Havana, Tokio, Dhaka, (zijn grote liefde) Hongkong, Marseille, Moskou, Johannesburg, Amsterdam.

Nepal, 1966.

  • Marseille, Frankrijk, 1974. 

  • Bourgogne, Frankrijk, 1980. 

Van der Elsken had evenzeer oog voor de poëtische, komische en absurde kanten van het leven in wereldsteden – destijds ruimschoots gepubliceerd in het glanzende maandblad Avenue – als voor de bittere armoede, hongersnoden, kindersterfte in het door rampspoed getroffen Bangladesh. Aangrijpend is het portret van een Bengaalse tienermoeder die haar baby de borst geeft, omstuwd door tientallen kinderen en volwassenen met bedrukte gezichten. Tijdens de hongersnood van de vroege jaren zeventig in Bangladesh werden weerloze meisjes op de vlucht verkracht, met zwangerschappen tot gruwelijk gevolg.

De trieste verstilling van dergelijke foto’s – de honger in Bangladesh moet de ergste humanitaire ramp zijn geweest waarvan Van der Elsken heeft getuigd – contrasteert met het lawaai dat de fotograaf vaak zélf op zijn foto’s veroorzaakte. Curator Frits Gierstberg citeert Van der Elsken in de publicatie bij de expositie: ‘Ik ben niet de eerste de beste op straat. Als ik op straat aan het fotograferen ben, ja dan ben ik gewoon iemand die enorm aanwezig is, die tien vierkante meter of honderd vierkante meter beheerst. Dan ben ik even de baas. Dat is mijn specialiteit geworden.’

Paleisstraat, Amsterdam, 1982.

  • Damrak, Amsterdam, 1983.

  • Leidsestraat, Amsterdam, 1975.

Aan die werkwijze kleeft de charme van het visuele contact tussen het onderwerp en de fotograaf – en via hem diens publiek. De drie jonge vrouwen in minirok paraderend in de Beethovenstraat in Amsterdam en flirtend naar de fotograaf – de iconische verbeelding van de sixties, wie kent de foto niet? De prostituees en hun madame in het ruige Marseille tijdens een rookpauze, die heel even hun zachte kant laten zien. De lachende, vermoedelijk geblondeerde vrouw op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam, met drie blonde poedels aan de lijn: mooier, grappiger beeldrijm is ondenkbaar.

Een schaduwkant kent Van der Elskens methode op straat overigens ook; er wordt veel gelachen, een primaire reactie op de camera, maar niet altijd de weerspiegeling van een interessantste emotie. Terwijl Van der Elsken zelf laat zien dat een afzijdige opstelling ook tot meesterlijke foto’s kan leiden: de bejaarde blanke dames en één man in een halve cirkel rond twee zwarte peuters, die ze fotograferen alsof het aapjes zijn – het Zuid-Afrika van de Apartheid, 1968. Een geweldige observator is Van der Elsken hier. Of de macho in witte korte broek op zijn motorfiets, Côte d’Azur, 1975, wellicht wegkijkend van de camera richting vrouwelijk schoon, je ziet hem dagdromen.

Dhaka, Bangladesh, 1975.

Dwalend langs de prints valt je op hoe snel Van der Elsken ‘schoot’, dat hij niet erg bezig leek met scherpstellen of compositie (en zelden specifiek oog had voor kleurencombinaties) maar voortdurend zocht naar het spontane moment waarop mensen iets van hun ziel lieten zien – een moment van overgave. Juist in de slideshows, de in hoog tempo geprojecteerde, op muziek gemonteerde beeldreeksen, komt het karakter van Van der Elskens kleurenwerk tot volle bloei. Door de krachtige emoties die ze oproepen, door de begoocheling van de snelle opeenvolging van beelden en de sturende kracht van de muziek. Een lust voor de zintuigen.

Ten behoeve van een hulpactie voor het overstroomde, hongerende Bangladesh in de jaren zeventig monteerde Van der Elsken een reeks dia’s uit het land ook tot zo’n slideshow, een op televisie uitgezonden productie die tot veel respons leidde. Veel kijkers dachten achteraf dat ze naar een film hadden gekeken in plaats van een fotomontage, wat misschien wel het ultieme bewijs is voor de kracht van de fotograaf om door te dringen tot de essentie van het bestaan: door een dia van 24 bij 36 millimeter leven in te blazen.

Marseille, 1974.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.