‘Populisten zijn economisch analfabeet’

Interview | Barry Eichengreen Het rechts-populisme is in te dammen, stelt economisch historicus Barry Eichengreen: dring de economische onzekerheid terug.

Door Arnold de Groot, 1 juni 2019

‘Populisten zijn economisch analfabeet’
Foto Salvatore Laporta

Rechts-populistische politici en partijen zijn sinds een jaar of twintig niet meer uit westerse landen weg te denken. Politieke wetenschappers bediscussiëren driftig de verklaringen voor hun opkomst. Gaat het vooral om cultuur, zoals identiteitspolitiek, immigratie en andere issues? Of moet je eerder kijken naar economische factoren: werkloosheid, globalisering en inkrimping van de verzorgingsstaat?

De gerenommeerde economisch historicus Barry Eichengreen erkent dat het populisme op twee pijlers rust. Maar als econoom is hij geneigd meer belang te hechten aan economische aspecten, geeft hij toe. Misschien is dit wel de belangrijkste les uit zijn jongste boek, The Populist Temptation: in tweehonderd jaar Amerikaanse en Europese geschiedenis ziet hij geen voorbeelden van populisten die echt succesvol waren zonder dat er economisch ongenoegen bestond.

CV

Barry Eichengreen (1952) is hoogleraar economie en politieke wetenschap aan de Universiteit van California, Berkeley, en wordt aangeprezen als ‘wereldleider in het trekken van lessen uit de economische geschiedenis’.

Eerder schreef hij over de Grote Depressie, het internationale monetaire systeem, de goudstandaard en de Europese economie.

Waar bij veel politicologen de aandacht naar de laatste twee decennia uitgaat, kijkt Eichengreen verder terug. Over het etiket ‘populisme’ en de precieze betekenis kan je twisten, maar burgers die ontevreden zijn over het politieke establishment, en radicale alternatieven overwegen, dat bestaat al langer. Net als raciale of nationalistische sentimenten tegenover buitenlanders en minderheden, en de roep om een charismatische, sterke leider.

Dat de VS in de 21ste eeuw een president als Trump zouden kiezen – „een president die zichtbaar haat aanmoedigde tegen buitenlanders en minderheden, die naar Mexicanen verwees als verkrachters en moordenaars” – kon Eichengreen zich echter niet indenken. Het verontrustte hem: niet alleen als burger, maar ook als econoom. Net als bij de Brexit zag hij argumenten en plannen die „economisch analfabeet” waren. Het leidde tot zijn boek, een overzichtelijke geschiedenis van sociaal-economische politiek.

Op uitnodiging van het John Adams Institute is Eichengreen in Amsterdam. Bij een espresso en een broodje boerenkaas vertelt hij dat hij de politieke en economische omstandigheden wilde blootleggen waarin populisten succes hadden én waarin ze dat niet hadden. Zo kunnen we iets leren over de manier waarop populistische bewegingen zijn in te dammen: door sociaal beleid te voeren dat economische onzekerheid terugdringt. Een voorbeeld: in 1935, ten tijde van de Grote Depressie, kwam de Amerikaanse president Roosevelt met de Social Security Act die onder meer werknemers verzekerde tegen werkloosheid.

Waarom is populisme een bedreiging?

„Sommige menselijke instincten die populisten aanspreken, zoals nativisme, xenofobie en religieuze intolerantie, zijn maatschappelijke kwalen. Politieke instituties zijn idealiter ontworpen om die te beheersen of te beperken. En vanuit een meer economisch perspectief: populistische politici en partijen ontkennen het bestaan van beperkingen aan overheidsbegrotingen. Ze doen onrealistische economische beloftes. Vaak hebben deze beloftes positieve effecten op de korte termijn. Maar niet altijd: in Italië hebben Salvini’s voorstellen voor een groter begrotingstekort geen positief effect, ze versterkten de onzekerheid en ontmoedigden investeringen. Maar wat ze gemeen hebben, of je het nu over Trump, Salvini of een andere populist hebt, is dat ze negatieve effecten op lange termijn hebben. Omdat de beloftes niet gestand kunnen worden gedaan.

„De economische politiek die Trump omhelsde, om te beginnen met het tariefprotectionisme, was economisch analfabeet. Zijn argumenten ervoor zijn onzinnig: alleen het idéé al dat hij de productie van motorvoertuigen naar de VS kan terugbrengen, en goede banen voor werkenden in de auto-industrie. Want die banen worden gemechaniseerd: er komen goede banen voor Amerikaanse robots, niet voor Amerikaanse arbeiders.”

Voor de verkiezing van Trump was er jarenlang economische groei, maar van die groei profiteerde niet iedereen, schrijft u. De lonen stagneerden.

„Er heerst een soort vergeetachtigheid in de VS. Bepaalde economische veranderingen die we hebben ondergaan, zijn niet automatisch voor iedereen even gunstig geweest. We spreken soms van trickle down-economie, maar dat naar beneden sijpelen gebeurt dus niet. Het is een basale stelling uit de internationale economie: als je je openstelt voor handel, als je globaliseert, strijken sommige groepen in de samenleving voordelen op en verliezen andere groepen. Om dit politiek houdbaar te maken, moet je de verliezers kunnen beloven dat zij in de toekomst winnaars worden. En in de VS is de sociale mobiliteit afgenomen.”

Waarom vindt dat trickle down-effect niet plaats?

„Het is er nooit echt geweest. Het punt is: economische veranderingen en economische vooruitgang baten niet alle groepen. Een schoolvoorbeeld waar economen van houden, is de auto-industrie en de paardenkoets. Als je voor je welzijn afhankelijk was van paarden en koetsen, dan kwam je zonder werk te zitten toen de auto opkwam. Groeit de economie, dan kunnen mensen die door technologie werkloos raken gemakkelijker op een andere activiteit overstappen. Maar nu we in een periode van langzamer groei zitten, wordt dat lastiger.”

Als je uit bent op economische groei, moet je dan op de koop toenemen dat banen en bedrijven verloren gaan?

„Dat zijn kosten, ja. Maar het punt is: overheden moeten niet regio’s beschermen, of banen, de overheid moet mensen beschermen. Door hen te compenseren als ze hun baan verliezen, door hun vaardigheden en omscholing te bieden om een volgende baan te vinden.”

Wie Eichengreens boek leest, zal het opvallen hoezeer sociale maatregelen en economisch beleid centraal staan in de moderne politiek, of dit nu gaat om de VS, Groot-Brittannië, Duitsland of andere Europese landen. Kwesties en argumenten die je vandaag in de krant terugvindt, waren er ook in 1890 of in 1932. Moet de staalindustrie in Birmingham beschermd worden met importtarieven? Dat speelde in de negentiende eeuw. Moest er ook een algemene verzekering tegen werkloosheid komen, of zouden mensen dan niet meer hun eigen verantwoordelijkheid nemen? Dat argument hoorde je in het Duitsland van de jaren dertig.

Barry Eichengreen: The Populist Temptation. Economic Grievance and Political Reaction in the Modern Era Oxford University Press 244 blz. € 21,99

Een kwestie die historisch én actueel is: moeten mainstream-partijen populisten kopiëren of met hen samenwerken?

„Ik ga in op Franklin Delano Roosevelt en de New Deal in de Verenigde Staten in de jaren dertig. De leider van een van de twee grote middenpartijen in de VS streefde toen beleid na om de economische problemen en de onvrede op te vangen: werkloosheidsverzekeringen, minimumloon, publieke pensioenen.

„Tegelijkertijd buitte hij sentimenten tegen buitenlanders uit – vooral de woede tegenover Mexicaanse Amerikanen – om zijn coalitie te kunnen bouwen met Zuidelijke witte leiders, wier stemmen hij nodig had. De vraag is dus: kunnen partijen uit het midden of centrum-links de macht krijgen en behouden door voor hun progressieve economische plannen populisten te omarmen, maar zonder de reactionaire houding ten opzichte van buitenlanders en minderheden? Roosevelt is slechts één voorbeeld. Moet het noodzakelijkerwijs altijd zo gaan? Nee. Politieke coalities kun je op verschillende manieren sluiten.”

U bent optimistisch over de toekomst, als u het hebt over klimaatverandering en technologische vooruitgang.

„Ik ben een economisch historicus, en die hebben twee of meer eeuwen van economische voorspoed bestudeerd, waarin sceptici telkens zeiden dat de groei zou stoppen. Ik denk niet dat die gaat stoppen, ik denk dat er een productiviteitsrevolutie om ons heen gaande is, met kunstmatige intelligentie, nieuwe materialen en robotica. We hebben alleen nog niet uitgevonden hoe die te commercialiseren, hoe die nieuwe technologieën toe te passen. Dat proces zal ontwrichtend zijn, ja. Maar ik ben optimistisch, ook dat we het probleem van klimaatverandering weten aan te pakken, want de meeste mensen zijn zich ervan bewust en zijn gevoelig voor de dreiging. Erkenning is de eerste stap. Een president, en het juiste beleid, dat zijn de volgende stappen.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.