‘Opvoeden ís niet leuk en opgevoed worden ook niet ’

Filosoof Stine Jensen

Filosoof Stine Jensen vindt het logisch dat we schipperen bij het grootbrengen. Ouders kijken vaak al verschillend tegen de opvoeding aan. En na een tijd van vrije opvoeding klinkt de roep om autoriteit steeds luider. Het moet anders, maar hoe?

Door Liddie Austin, 21 maart 2018.

‘Opvoeden ís niet leuk.’ Wie had dat verwacht? De mededeling komt als een verrassing van iemand die net samen met collega-filosoof Frank Meester een boek over opvoeden heeft geschreven: ‘De opvoeders. Wat filosofie de schipperende ouder kan leren.’

Maar Stine Jensen is niet de eerste die deze conclusie trekt. Plato wist het al.

“Opvoeden is niet leuk,” herhaalt Jensen in een druk Amsterdams café. “En opgevoed worden ook niet. Het hoeft ook niet leuk te zijn, maar het moet wel gebeuren. Kinderen moeten dingen doen die ze niet willen, ouders ook. Het is voor ouders niet leuk om een grens te trekken of straf te geven. Het is niet leuk om uren door te brengen in een veel te warm zwembad omdat je kind moet leren zwemmen. En het is écht niet leuk als het niet goed gaat met je kind.

Het is een breder probleem in onze cultuur dat we in termen van leuk en niet-leuk zijn gaan denken. Daar heeft Facebook een flinke bijdrage aan geleverd, met dat ‘like’ en ‘unlike’. Twee basisemoties, wat een mager palet. Maar afgezien daarvan: ik snap heel goed dat ouders willen dat opvoeden leuk is.

De meeste mensen hebben het druk, met zichzelf, hun werk en weet ik al wat. Natuurlijk wil je het dan leuk hebben met je kinderen.

Datzelfde geldt voor je relatie: die moet ook vooral leuk zijn. En dat is hij ook niet altijd. Het grote verschil is dat je een relatie die niet leuk is kunt verbreken. De opvoeding van je kind kun je niet uitmaken. Het is dus belangrijk om te beseffen dat de opvoeding niet leuk ís.”

Waarom is dat belangrijk?

“Omdat het troost geeft. Je hoeft je niet mislukt te voelen als je het opvoeden even niet leuk vindt, je faalt niet als je soms moe of teleurgesteld bent. Accepteren van wat is, geeft altijd ruimte.”

‘De opvoeders’ komt voort uit het theaterprogramma ‘Het opvoedcircus’ waarmee Stine Jensen en Frank Meester twee jaar door het land gingen. Het uitgangspunt: wat kunnen opvoeders hebben aan de filosofie.

“We hebben een soort ordening aangebracht in de enorme berg van opvoedboeken die er tegenwoordig is, vanuit filosofisch perspectief. We hebben er drie opvoeddilemma’s uit gedestilleerd die elke keer en in bijna elke tijd weer opduiken. Het eerste is: streng zijn of luisteren naar je kind? Het tweede luidt: voed je je kind op zodat het gelukkig wordt of tot een goed burger van de maatschappij? En het laatste dilemma is: voed je je kind genderneutraal op of als jongetje/meisje?”

Hoe kwamen jullie op het idee van de twijfelende en schipperende ouder?

“Voor een groot deel vanuit ons eigen geschipper. Om voor mezelf te spreken: ik zie als ouder van een dochter van acht het nut van de verbindende communicatie, waarin je contact maakt met je kind en kijkt naar wat er echt aan de hand is. Maar ik zie óók het nut van begrenzing en streng zijn. Welke opvoedmethode moet ik toepassen? Dat vind ik lastig. Het verschilt waarschijnlijk per situatie en het zal ook voor ieder kind weer anders zijn. Het is dus niet gek dat ik schipper en dat veel ouders dat tegenwoordig doen. Het past ook bij de tijd waarin we leven. De meeste mensen kiezen nu heel bewust voor kinderen en daardoor willen ze die opvoeding ook heel bewust doen. En hoe meer je erover nadenkt, hoe meer opties er zijn, hoe meer reden tot twijfel. Bovendien kun je je kind eigenlijk alles geven, dus er zit niet per se een materiële stop op. Maar is dat wel goed? En dan bevinden we ons maatschappelijk gezien ook nog op een breukvlak tussen twee dominante opvoedstijlen. Er is een tijd geweest waarin de heersende opvoedstijl was dat je je kind vrijliet, maar tegenwoordig klinkt de roep om autoriteit steeds luider.”

Dit alles brengt veel onzekerheid met zich mee. Schipperstress, zoals jullie dat noemen.

“Absoluut. Je staat met je ene been nog in het ene tijdvak, terwijl je met je andere een aarzelende stap zet in het nieuwe. Dat maakt ons aan het schipperen. Het moet anders, maar hoe dan? Want je wilt ook niet terug naar de klassieke autoriteit, waarin vaders wil zonder enige toelichting wet was. Daar zijn we namelijk ook niet veel mee opgeschoten.”

Je moet het ook maar kunnen, als je zelf vrij bent opgevoed.

“Je eigen opvoeding is inderdaad sterk bepalend voor de manier waarop je je eigen kinderen gaat opvoeden. Ik denk dat we ons bijna allemaal voornemen om het niet zoals onze ouders te doen. En dan krijg je een kind en blijkt het toch iets gecompliceerder te liggen. Sommige dingen van je ouders zijn eigenlijk zo gek nog niet, of het is toch lastiger dan je dacht om het helemaal anders te doen. Daarnaast spelen de tijdgeest en het tijdvak waarin je bent opgevoed dus een belangrijke rol. En tot slot zijn ook je eigen ontwikkeling en idealen belangrijk. De yogi’s die ik ontmoet, hebben een duidelijk beeld van hoe ze hun kind willen opvoeden en sommigen brengen dat ook echt in de praktijk. Ik neem aan dat er meer mensen zijn die vanuit een persoonlijk ideaal hun kind opvoeden en dat is ook goed. De huidige maatschappij hoeft niet het uitgangspunt te zijn van je opvoeding. Beleidsmakers houden zich nu bezig met de vraag welke vaardigheden we kinderen moeten aanleren zodat ze kunnen meedoen met de maatschappij in 2030. Maar misschien moeten we eerst eens nadenken over wat wij willen van de maatschappij tegen die tijd? Welke waarden zijn daarin belangrijk?

Dat wordt veel te weinig gedaan. Het is niet vanzelfsprekend dat alles maar moet blijven zoals het is. Juist door de opvoeding kun je invloed uitoefenen op de maatschappij van de toekomst.”

En dan is er nog het bonte palet van leefsituaties waarin de opvoeders zich tegenwoordig kunnen bevinden: bij elkaar, gescheiden, alleenstaand, in een nieuw samengesteld gezin…

“Het schipperen begint natuurlijk met de ouders, die verschillend tegen de opvoeding aankijken. Na een scheiding wordt dat nog lastiger: ze hebben er allebei iets over te zeggen, dus zal er overlegd moeten worden. En dat terwijl het niet op één lijn zitten ten aanzien van de opvoeding vaak een van de redenen van de scheiding was. Vervolgens komen er vaak nieuwe partners bij die er óók iets van vinden. Al gauw ben je bijna alleen maar aan het schipperen.”

Maar, zeggen jullie: schipperen is niet erg!

“Wij zeggen zelfs: schipperen is goed. Want in dat wikken en wegen gebeurt er iets heel essentieels. Beide opvoedmogelijkheden hebben hun voor- en nadelen, geen wonder dus dat je twijfelt. Het helpt, denken wij, om te weten waartussen je precies schippert. En dan zul je ontdekken dat het om verschillende waarden gaat. Als je dat weet, kun je kiezen voor de waarde die je het belangrijkst vindt. Dit klinkt eenvoudiger dan dat het waarschijnlijk is, want kiezen is ook een kant verliezen. Maar nooit kiezen is een beetje jezelf verliezen. Uiteindelijk kun je dus beter onderbouwd een keuze maken.

‘Schipperen is goed, want in dat wikken en wegen gebeurt iets heel essentieels’

En dan accepteren dat je ook dingen fout doet of soms faalt. Als je een beetje spiritueel bent ingesteld, zal dat laatste wel lukken.”

Kun je een voorbeeld geven van dat kiezen op grond van waardes?

“Het dilemma van je kind gelukkig willen zien of willen opvoeden tot goed burgerschap is misschien mooi hiervoor, ook vanuit mijn persoonlijke ervaring. Je hebt soms helemaal niet in de gaten dat je voortdurend bezig bent met je kind gelukkig houden.

Je wilt gewoon dat het blij is, lacht en het naar zijn zin heeft. Die burgerschapkant heeft je belangstelling totaal niet. Dit gold sterk voor mij voordat ik me in het onderwerp begon te verdiepen. Daarin ben ik niet de enige. Het welzijn en welbevinden van kinderen is maatschappelijk gezien heel belangrijk geworden. Een gelukkig kind is voor veel mensen momenteel het doel van de opvoeding.

De vraag is echter: gaat het in het leven alleen om geluk? Moeten kinderen niet ook leren hoe ze straks moeten functioneren in de maatschappij?

Mijn dochter laat bijvoorbeeld haar speelgoed en andere spullen overal in huis rondslingeren. Laat ik haar daarmee wegkomen omdat ik wil dat ze blij is, of realiseer ik me dat dit gedrag meer is dan mijn persoonlijke ergernis? Als alle kinderen hun rommel op straat gooien, hebben we daar last van in de samenleving. Dat was voor mij persoonlijk een echte eyeopener: misschien is het geluk van het kind niet per se het grootste doel van een opvoeding.”

Voed je sindsdien anders op?

“Bewuster, zou ik willen zeggen. Ik houd me veel meer bezig met de vraag: wat voor een mens ben ik aan het vormen? Hoeveel invloed heb ik daarop?

En daarover hebben de filosofen best verstandige dingen gezegd. Ik zie dat ik als opvoeder erg op de lijn van Rousseau zit: het kind volgen en begeleiden. Als mijn dochter een enorme passie heeft voor iets, dan faciliteer ik dat zoveel mogelijk, vanuit het idee dat zij weet wat goed voor haar is. Zo zit ze nu op naailes en dat vindt ze fantastisch. In het kader van de positieve vrijheid – waarin je je kind volgens de Britse filosoof Isaiah Berlin de vrijheid geeft om iets specifieks te doen – had ik haar ook op muziekles gedaan, maar dat werkte helemaal niet. Daar zijn we dus ook maar mee opgehouden. We hebben eerst wel flink doorgezet, hoor.

Ik besef inmiddels ook dat vrijheid voor mij een heel belangrijke waarde is in de opvoeding. Ik geef mijn kind op z’n Scandinavisch veel vrijheid, maar ook veel verantwoordelijkheid. Ik wil dat ze leert om zelf haar afwegingen te maken over goed en kwaad. Als je een kind de kans geeft zelf dingen uit te vogelen en dingen alleen te doen, komt het voor situaties te staan waarin het helemaal zelf een beslissing moet nemen. Het gaat natuurlijk soms fout, maar daar leert het van.”

In het hoofdstuk ‘Gelukkig zijn versus goed burgerschap’ behandelen jullie ook de kwestie schermtijd, iets waarmee veel ouders nu worstelen. Wat kunnen we op dat gebied van de filosofen leren?

“Plato en Aristoteles hebben geschreven over het belang van het aanleren van juiste gewoontes. Dat zou je naar het heden kunnen vertalen als: probeer je kind aantrekkelijke ervaringen aan te bieden die niks met een beeldscherm te maken hebben. Sinds mijn dochter op naailes zit, heeft ze geen belangstelling meer voor de ipad, terwijl die vroeger toch een enorme aantrekkingskracht op haar uitoefende.

Maar ze heeft een andere passie gevonden. Wat groter denkend, zou het volgens mij helpen als we de online-opvoeding niet meer alleen als een probleem van ouders zouden bestempelen. Het is een maatschappelijk probleem. We zitten er allemaal mee en wat gaan we daaraan doen? Hiermee wil ik niet zeggen dat de overheid het probleem maar moet oplossen, maar ik denk wel dat die iets meer verantwoordelijkheid zou kunnen nemen.

In IJsland doen ze dat al. Om jong drugsgebruik en online-verslaving tegen te gaan worden er vanuit de overheid allerlei activiteiten aan jongeren aangeboden: buiten, gezamenlijk. En het werkt. Ze hebben de problematiek onder tieners behoorlijk weten terug te dringen. Het lijkt me verstandig als we in Nederland dat IJslandse model eens goed zouden bestuderen.”

Een aantal jaar geleden is yoga belangrijk geworden in jouw leven en ben je zelfs een opleiding tot kundalini yogadocente gaan volgen. Wat zien we daarvan terug in jouw opvoeding?

“Ik probeer mijn dochter zeker ook iets van die wereld mee te geven. Ze heeft op kinderyoga gezeten, om zich bewust te worden van haar lichaam. Je ontwikkelt je namelijk niet alleen maar cognitief, zoals in onze maatschappij weleens wordt gedacht, maar ook fysiek. Door middel van yoga-oefeningen leer je hoe je je kunt bewegen in de grote stad als je niet zo van sporten bent, zoals zij. Ze vond het leuk, totdat ze liever op ballet wilde. Ik heb haar ook geleerd hoe ze haar adem kan inzetten als ze merkt dat ze zo boos is dat ze het niet meer trekt. Ik weet niet of ze er iets mee doet, maar misschien schiet het haar later te binnen in moeilijke situaties: wat deed mama dan ook alweer met haar ademhaling? Wie weet zet ze zich er later tegen af – ook prima. Toch heeft ze dan een soort basis meegekregen.

‘Ik geef mijn kind veel vrijheid, maar ook veel verantwoordelijkheid’:

Ze weet wat meditatie is, ze weet wat mantra’s zingen is. Ze groeit op in een gestreste wereld vol afleiding, dan is het goed als je weet waar je stilte en concentratie vandaan kunt halen. En verder… De kundalini yoga gaat ervanuit dat het bewustzijn van de mens elke zeven jaar verandert. Dat vind ik een mooi idee. Daarom heb ik een ritueel verzonnen om het moment te markeren dat mijn dochter overging naar een nieuwe levensfase.”

Wat moet ik me daarbij voorstellen?

“In de westerse samenleving hebben we geen markeringen van levensfasen, maar ik vond het toch belangrijk om daar iets mee te doen. Ik heb mijn dochter toen ze bijna acht werd een aantal dingen laten verzamelen die belangrijk voor haar waren totdat ze zeven was. Ze kwam met het gips van toen ze haar arm had gebroken, een melktand, een schilderijtje, dat soort dingen. We hebben alles in een grote doos gestopt, die we meenamen naar het park. Daar gingen we met een aantal yogavriendinnen van mij in een kring zitten en hebben we de eerste zeven jaar van Vicky’s leven losgelaten. We vertelden haar dat ze nu wat groter werd en dat ook haar wereld groter zou worden. Ik had een boekje meegenomen, waarin ze iets mocht schrijven. En ze kreeg een mooi cadeau: een kettinkje waaraan een flesje hing met daarin een boodschap van mij. Geleidelijk werd het donker en een beetje koud. In de schemering zongen we met een deken over onze schouders nog een liedje samen, mediteerden we wat en daarna is zij nog een beetje gaan rondrennen met die deken. Het was ook een vorm van afscheid nemen van je prille kindertijd. Want dat is natuurlijk iets wat we heel slecht kunnen in deze samenleving: loslaten. We willen bovendien voor altijd jong blijven. Ik probeer haar dus heel bewust dat idee van die levensfasen door te geven: dat je van de ene fase naar de andere gaat, en dat elke fase zijn eigen schoonheid heeft. Als ze straks bijna vijftien is, doen we het weer, dan markeren we de overgang van tiener naar jongvolwassene.

Wat vond je dochter ervan?

“Het leuke was dat zij het volstrekt vanzelfsprekend leek te vinden. Ze heeft het nog steeds over ‘mijn ritueel’. Ik moet bekennen dat ik er zelf ook heel blij mee was omdat het zo’n bewuste keuze van mij als opvoeder was. Dit kan ik doen. Het voelde heel creatief toen ik dat bedacht en daarna het ritueel in elkaar ging zetten. Een aantal dingen heb ik als opvoeder niet zo goed gedaan, maar hiervan zeg ik: ja, dat was mooi.”

‘De opvoeders. Wat filosofie de schipperende ouder kan leren’, Stine Jensen & Frank Meester, Hollands Diep, € 24,99

Bron: Happinez.

4 lessen van ‘Het opvoedcircus’

‘Opvoeden is niet leuk en opgevoed worden ook niet’

Stine Jensen en Frank Meester zijn niet alleen filosofen, maar ook ouders. Opvoeders. En ouder zijn is soms lastig. Ze schreven daarom het boek ‘De opvoeders’ en touren nu door het land met hun theatercollege ‘Het opvoedcircus’. Over dilemma’s, filosofie en schipperen.

#1. Je bent niet de enige met het ‘schippersyndroom’

Twijfelen, twijfelen, twijfelen. Misschien heb je wel last van het ‘schippersyndroom’: constant wikken en wegen of je wel het juiste doet binnen de opvoeding. Je bent lang niet de enige met het ‘schippersyndroom’, volgens Frank Meester en Stine Jensen. In hun theatertour leggen ze uit dat juist in deze tijd veel mensen twijfelen. Dat blijkt ook uit het publiek. Wanneer wordt gevraagd wie zich in dat beeld herkent, gaan een hoop vingers gaan de lucht in.

Frank Meester legt uit dat dit iets van deze tijd is. Hoe dat komt? ‘Door de pil,’ zegt Meester. We kunnen tegenwoordig voor een groot deel zelf bepalen of we wel of geen kinderen willen. Dus als je dan het besluit neemt om voor kinderen te gaan, dan is dat een heel bewuste keuze. ‘En dat wil je goed doen.’

Daarnaast leven we volgens de opvoeders in een post-traditionele samenleving. Oftewel, tradities verdwijnen. Dus ook de standaard vader- en moederrollen. En dat brengt twijfel met zich mee.

#2. Schipperen doen we op deze drie vlakken

Uit alle dilemma’s waar je mee kunt worstelen, steken voor ouders er drie met kop en schouders bovenuit, volgens Stine en Frank. 

  •  Luisteren of autoriteit

Luister je naar wat je kind wilt, of gaat het om autoriteit? Oftewel: hoe streng moet je zijn?

  • Persoonlijk geluk of goed burgerschap

In hoeverre moet je meegaan met het persoonlijke geluk van je kind? Uiteindelijk moet je kind ook goed kunnen meedraaien in de maatschappij. Waar ligt die balans?

  • Genderneutraal of jongen/meisje

Maak je verschil tussen jongens en meisjes, of probeer je je kinderen zo neutraal mogelijk op te voeden?

Tekst gaat verder onder de banner

#3. De grote filosofen schreven ook al over opvoeding

Opvoeding was ook bij de grote klassieke filosofen een thema. Zo vond Socrates dat je vooral moet luisteren naar de kinderen. Stel vragen aan ze. De kennis zit al in ze, je moet het er alleen nog uit halen. Frank Meester geeft een voorbeeld. Zijn kinderen hadden iets verkeerds gedaan en hij vroeg aan ze wat een gepaste straf zou zijn. ‘Twee dagen geen computer,’ antwoordden ze. En daar hielden ze zich keurig aan.

Plato kwam met een ander idee. Volgens hem gaat opvoeden om goed burgerschap. Iedereen moet op dezelfde manier worden opgevoed, zodat ze later een goede burger worden. Bij Aristoteles ging het juist om persoonlijk geluk. Voor hem was het vinden van geluk het hoogst haalbare in een leven. Dit moet je gebruiken in je opvoeding om te zorgen dat je kinderen goede burgers worden.

Rousseau gooide dat laatste helemaal overboord. Het ging hem puur en alleen om het persoonlijk geluk van je kind. Kant kwam met een ander begrip: het categorisch imperatief. Dit houdt in dat alles wat je doet, een algemene regel zou moeten zijn. Meester legt dit uit met een voorbeeld: ‘Als ik een hele doos koekjes op eet, dan zou dat de algemene regel moeten zijn. Maar dat betekent dus dat iemand anders ook die doos koekjes op zou mogen eten. Dat moeten we niet willen.’

#4. Schipperen is goed

Om een opvoeddilemma op te lossen kun je deze filosofen in het achterhoofd houden. Zo wordt er een dilemma uit de zaal uitgekozen, en bekeken van de verschillende kanten. Maar er helemaal uit komen, dat kan niet altijd.

Gelukkig is dat niet erg, volgens Jensen en Meester. Schipperen is juist goed. ‘Je mag schipperen omarmen,’ vindt Jensen. ‘Dat betekent namelijk dat je alle waarden afweegt.’

Klik hier voor meer informatie over Het opvoedcircus en klik hiervoor het nieuwe boek van Frank Meester en Stine Jensen: Hoe voed ik mijn ouders op?



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.