Al bestaat het merk Nederland niet echt, toch hechten we er veel waarde aan

Door Andy Mosmans, 26 juni 2019

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) onderzocht de beleving van onze nationale identiteit.

In de bestseller Sapiens stelt Yuval Harari dat wij moderne mensen, Homo Sapiens, wezenlijk verschillen van andere dier- en menssoorten door de gave om mythen (godsdiensten, maatschappijvormen, culturele waarden) te verzinnen die geen biologisch fundament hebben, maar wel tot grote samenwerkingsverbanden leiden. Anders gesteld: De mens is de enige soort die zich dingen kan verbeelden en voorstellen en ergens in kan geloven.

Fictie, het imaginaire, speelt een belangrijke rol in ons denken. Eigenlijk ‘dromen’ we onze wereld, zegt Yuval. Hij spreekt over de ‘imaginaire orde’. Ideeën als vrijheid, mensenrechten, goden, wetten, steden, landen en bedrijven bestaan slechts in onze verbeelding. Desondanks spelen ze een doorslaggevende rol in het motiveren, boeien en (ver)binden van mensen.

Mentale fenomenen

Hetzelfde geldt voor merken. Ook die bestaan niet echt. Zoals Giep Franzen het altijd stelde: ze kunnen niet op je voet vallen. Merken zijn mentale fenomenen. Neurowetenschappelijk zijn merken ‘hardwired’ associatienetwerken in het brein.

Volgens neuro-onderzoeker Ronald Dietvorst in het magazine van NPM Capital ‘verwerken onze zintuigen informatie uit de echte wereld, waarna het brein als het ware een representatie bouwt van die werkelijkheid’. Verder spreekt hij over ‘wat je de verwachtingen van het brein zou kunnen noemen’. Zoals Anil Seth in zijn fantastische Ted Talk laat zien, neemt het brein de werkelijkheid niet slechts waar, maar creëert het deze ook continu.


De wereld die we waarnemen komt net zoveel (of misschien zelf nog wel meer) van binnen naar buiten dan andersom! Wat we bijvoorbeeld denken te zien, wordt, zo blijkt uit recent onderzoek meer door ons geheugen bepaald dan door onze ogen. En ondanks dat deze associaties vaak onbewust zijn, bepalen ze in hoge mate wat we doen als mensen in onze rol van consumenten maar ook als medew/merkers. En natuurlijk als burgers.

Onderzoek SCP

Vanuit deze laatste rol is het recente onderzoek van het SCP naar de Nederlandse identiteit interessant. In het Sociaal Cultureel Rapport (SCR) over het ‘(natie)merk’ Nederland wordt onze nationale identiteit benoemd als iets waardevols dat moet worden onderzocht en gepromoot en een actieve inzet vraag om in stand te houden, ook van de overheid.

In de hedendaagse maatschappelijke en politieke discussie duikt het thema nationale identiteit in vele vormen en bij vele gelegenheden op: als referentiekader, als agendapunt, als criterium, als iets wat wel of niet altijd in beweging is, in de internationale politiek en in verkiezingsprogramma’s, in de media en op internet, bij actiegroepen en nationale festiviteiten, in het dagelijks leven en bij tentoonstellingen en in onderzoeksprogramma’s en publicaties.

Het SCR beoogt inzicht te geven in de betekenis van de Nederlandse identiteit en ons zelfbeeld vanuit het perspectief van de burgers. Centraal staat de vraag in hoeverre bij hen sprake is van gedeelde beelden en een gedeelde identificatie met Nederland. Het rapport heeft als belangrijkste ambities om de kern te beschrijven van wat Nederland voor Nederlanders tot Nederland maakt  en de kenmerken te identificeren waarmee de Nederlandse bevolking zich identificeert en verbonden voelt. Zo wil het meer helderheid en begrip in het debat brengen.

Nationale identiteit

Nationale identiteit wordt omschreven als een gedeeld collectief geheugen, onderlinge verbondenheid en de daarop geënte gezamenlijke vormgeving aan de toekomst.

Nationale identiteit berust niet alleen op beredeneerde denkbeelden of kennis en ook niet op het functioneren van instituties of de manier waarop de samenleving is ingericht. Nee, het zijn gevoelens en niet beredeneerde noties, zo stelt het SCP: ‘Wie haar in kaart wil brengen, kan niet voorbijgaan aan de herinneringen en nostalgie, ergernissen en zorgen, fantasieën, hoopvolle verwachtingen en ambities die mensen met haar verbinden en de emoties.’

Een natie is dus te op te vatten als een ‘collectief gevoel’, een subjectieve gemeenschap van mensen die op basis van een (verbeelde) gedeelde geschiedenis en historische lotsverbondenheid bereid zijn om samen verder te gaan en een toekomst op te bouwen.

De Nederlandse identiteit

Uiteindelijk is de Nederlandse identiteit opgebouwd uit individuele beelden van burgers en vereenzelviging en gevoelens van verbondenheid met Nederland. Het SCP spreekt van een collectieve identiteit wanneer er sprake is van een behoorlijke mate van gedeelde beelden en identificatie.

En wat blijkt? Jong en oud, allochtoon en autochtoon, hoog- en laagopgeleid: ondanks heftige identiteitsdiscussies blijken we opvallend eensgezind over wat typisch Nederlands is. En dat niet alleen, ook over bedreigingen is overeenstemming, waarbij polarisatie en islam  het meest worden gevreesd.

Met stip bovenaan het lijstje factoren die ons verbinden, staat de taal, gevolgd door Koningsdag, pakjesavond en Sinterklaas, fietsen, de Elfstedentocht, de Nederlandse vlag en de Deltawerken. Het zijn veelal dezelfde tradities en symbolen: molens en de kleur oranje, aangevuld met de dodenherdenking, bevrijdingsdag en waarden als vrijheid en gelijkheid.

Net als voor ieder (sterk) merk, geldt ook voor onze nationaliteit dat het niet echt bestaat en continu aan verandering onderhevig is. Desondanks betekent het veel voor ieder van ons. Het is ons gedeelde geheugen, gevoel en gedrag. En daar hechten we waarde aan. In alle vaagheid.

Hup Holland Hup.

Bron: Adformatie.

In het denken over wie we zijn, vormen we nog altijd een tamelijk homogeen volk

Bert Wagendorp, 26 juni 2019

Denkend aan Holland/ zie ik breede rivieren/ traag door oneindig/ laagland gaan,/ rijen ondenkbaar/ ijle populieren/ als hooge pluimen/ aan den einder staan;Gevraagd naar hun opvatting over de Nederlandse identiteit, zeggen de meeste Nederlanders ‘de taal’. De brede rivieren, het laagland, de ijle populieren: ze komen niet voor in de top-20 van aspecten die voor de Nederlanders de Nederlandse identiteit bepalen. De einder ook niet, maar dat komt doordat sinds Marsmans gedicht uit 1936 de einder is verdwenen achter hoogspanningsmasten, windmolens en reclamepalen van McDonald’s.advertentie

Het SCP publiceerde gisteren ‘Denkend aan Nederland’, een ‘onderzoek naar wat Nederland voor de Nederlanders betekent.’ De eerste vraag was of die Nederlandse identiteit wel bestaat. Het is inmiddels twaalf jaar geleden dat Máxima verklaarde dat ‘de Nederlander’ niet bestaat, iets wat haar niet in dank werd afgenomen. Het definitieve bewijs voor het bestaan van ‘de Nederlander’ is nog altijd niet geleverd. Inmiddels is Máxima koningin, en nationaal bewustzijn en identiteit zijn weer hot – hoho, de verengelsing van het Nederlands is een gevaar voor onze identiteit. ‘Denkend aan Nederland’ hoort bij de trend. Je zou het lijvige rapport een aspect van onze identiteit kunnen noemen. In welk ander land steken ze zoveel tijd en moeite in het onderzoek van de nationale ziel?

‘De Nederlander’ veronderstelt een Nederlandse identiteit; 41 procent van de Nederlanders vind inderdaad dat die bestaat en 42 procent ziet er soms tekenen van. Slechts zes procent wijst elke vorm van een Nederlandse identiteit van de hand – de rest had geen idee waar het over ging.

Wat ook niet zo gek is, want dat 83 procent van de Nederlanders (soms) vindt dat die identiteit bestaat, wil niet zeggen dat dat ook echt zo is en het geeft al helemaal geen antwoord op de vraag wat die identiteit dan precies is. Dat heeft het SCP ook niet gevonden; identiteit is wat de Nederlander als de Nederlandse identiteit beschouwt en als uitingen daarvan. Molens (8) en tulpen (17) bijvoorbeeld.

Na de Nederlandse taal komt Koningsdag op de tweede plaats als typisch aspect van de Nederlandse identiteit, vóór pakjesavond en Sinterklaas, fietsen en de Elfstedentocht. Oranjegekte, de kleur oranje en het oranjegevoel haalden allemaal de top-20.

Uitgangspunt van het onderzoek was de definitie die de Franse 19de-eeuwse filosoof Ernest Renan ooit gaf voor het begrip natie: ‘de collectieve wil om om samen te zijn’, een ‘gevoelsgemeenschap’ waarin sprake is van ‘lotsverbondenheid’. Of identiteit bestaat, doet er feitelijk niet zoveel toe, de illusie volstaat om mensen het gevoel te geven bij elkaar te horen. En dat is wél van belang, voor democratie, vrijheden en rechtsstaat, voor de grootste groep Nederlanders de drie belangrijkste samenbindende aspecten, voor ‘waarden, normen en omgangsvormen’ en ‘tradities, vieringen en eetgewoonten’ (de kroket).

Het goede nieuws in gepolariseerde tijden is, dat de overeenkomsten tussen Nederlanders en hun gevoel van identiteit veel groter zijn dan de verschillen. In het denken over wie we zijn, vormen we nog altijd een tamelijk homogeen volk, met ‘oliebollen en appelflappen’ op 13.

Het Hollandse landschap vinden we ook belangrijk. De lucht hangt er laag/ en de zon wordt er langzaam/ in grijze veelkleurige/ dampen gesmoord,/ en in alle gewesten/ wordt de stem van het water/ met zijn eeuwige rampen/ gevreesd en gehoord.

Deltawerken op 7, dijken op 10.

Bron: de Volkskrant.

Onderzoek: Nederlanders zijn opvallend eensgezind

Boten op de grachten tijdens Koningsdag. BEELD ANP

Koningin Máxima zei ooit dat dé Nederlander niet bestaat, maar wat vinden wij zelf van de Nederlandse identiteit? Het eerste serieuze onderzoek daarnaar is klaar.Niels Klaassen26 juni 2019, 7:55

Denkend aan Nederland zie je misschien blokkeerfriezen protesteren, dierenactivisten een varkenshouderij kapen. Denkend aan Nederland hoor je wellicht Jan en alleman ruziën over het klimaat, de pensioenen, over de kleur van zwarte piet of over islamitisch onderwijs. Zie je massa-emotie bij Van der Weijdens heroïsche tocht tegen kanker of bij winst van Oranje.

Denkend aan Nederland zie je soms ook een tot op het bot verdeeld land, verwikkeld in cultuuroorlogen tussen stad en platteland, tussen jong en oud, autochtoon en allochtoon.

Maar het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) ziet – vrij naar dichter Marsman – iets anders, in het grote onderzoek Denkend aan Nederland, een bijna 500 pagina’s tellend boekwerk dat het Planbureau vandaag publiceert, een zogenoemde ‘selfie’ van het land. Bijna twee jaar werkten SCP’ers eraan, ze peilden in totaal vijfduizend Nederlanders en trokken door het land voor een reeks interviews.

En dat levert een bijzonder plaatje op, vindt SCP-voorzitter Kim Putters. “Er is de laatste jaren veel over de Nederlanders en hun identiteit geschreven, gezegd en gedebatteerd, maar wij hebben hen zelf bevraagd. En dan blijkt er dus opvallend veel eensgezindheid over wat typisch Nederlands is en wat Nederlanders verbindt.’’

Typisch Nederlands

Dat is de belangrijkste conclusie: over wat onze nationale identiteit vormt, het thema dat de laatste dertig jaar verschoof van de marge naar het middelpunt van het maatschappelijke en politieke debat, is weinig onenigheid. Jong of oud, autochtoon of allochtoon, stedeling of plattelander: vrijwel allemaal vinden we dat eerst en vooral de taal bepalend is, en verder ook tradities en symbolen als Koningsdag en pakjesavond, fietsen, de Nederlandse vlag, dodenherdenking of de Elfstedentocht.

Maar ook de Hollandse molens of de aloude strijd tegen het water worden door bijna alle ondervraagden als ‘typisch Nederlands’ beschouwd. “Op Twitter of in de media zien we soms scherpe en harde debatten, dan lijkt het alsof deze groepen altijd frontaal tegenover elkaar staan. Maar dat blijkt niet uit dit onderzoek. Veruit de grootste groep, zo’n 80 procent, is het grotendeels gewoon eens over de belangrijkste tradities en vrijheden van de Nederlandse identiteit. In de media wordt vaak negatief over identiteit geschreven, vanuit het standpunt dat er iets verloren gaat. Maar neem Maarten van der Weijden. Zijn zwemtocht, de belangstelling, de steun, de strijd tegen kanker en het water: dat is ook iets dat bijdraagt aan onze identiteit, op een positieve manier. Ik zwem ook wat baantjes iedere ochtend, het ging nergens anders over vanochtend, iedereen had het over Maarten. Dat is mooi.’’

(Artikel gaat verder na de foto)

De Elfstedenzwemtocht van Maarten van der Weijden heeft tot nu toe miljoenen opgeleverd. BEELD ANP

Is het dan allemaal pais en vree in de identiteitspolder? Nou nee. Er mag dan veel consensus zijn over wat Nederland typeert en verbindt, áls er identiteitsdiscussies spelen, verhardt het debat al snel. Zei iemand daar Zwarte Piet? De Europese Unie? Christelijke feestdagen? Dan springen we er bovenop. Of neem de beladen discussie over standbeelden en straatnamen voor oude Hollandse helden: als het over zulke thema’s gaat, kruipen de extreme kampen sneller in hun loopgraven en wordt ook die grote gematigde middengroep gedwongen te kiezen, ziet Putters: “Dan staan mensen met de rug tegen de muur, moeten ze kleur bekennen en polariseert het debat ook automatisch, dan schuiven ze op in hun opvattingen. Terwijl ze daarvoor en daarna misschien veel gematigder zijn.’’

Tradities versus vrijheden

Daarbij identificeert het SCP drie profielen van Nederlanders als het over identiteit gaat. Iedere Nederlander herkent zich min of meer in elk van deze types. Nederlanders die vooral hechten aan symbolen en tradities (feestdagen, oude gebruiken), landgenoten die juist het belang van burgerrechten benadrukken (het recht om te demonstreren of de godsdienstvrijheid) en een groep die geen uitgesproken mening heeft.

De symbool-Nederlanders hechten volgens het SCP aan Koningsdag, molens en Sinterklaas, zien de islam als wezensvreemd, lezen vaker De Telegraaf of het AD, stemmen vaker VVD, PVV of CDA, zijn chauvinistisch en voelen zich nauwelijks verbonden met Europa. 

Nederlanders uit de andere categorie, die dus meer aan zaken als burgervrijheden en democratie hechten, vind je eerder onder stemmers van D66, PvdA of GroenLinks, voelen zich sterk verbonden met Europa en waarderen de islam als onderdeel van Nederland. 

De overgrote meerderheid (ruim 80 procent) herkent zich overigens in béide profielen: “Dus de massa is niet in één hokje te plaatsen. Dan vind je enerzijds de islam misschien niet typisch bij Nederland passen, maar ben je tegelijkertijd wel voor de vrijheid van godsdienst.’’ Pas als het debat verhardt, trekt men naar een scherpe positie. “Dat versmalt zich dan bijvoorbeeld tot de vraag of iemand vindt dat Zwarte Piet zwart moet blijven of dat iemand het recht heeft om te protesteren tegen het behoud van Zwarte Piet.’’ Beide groepen beroepen zich daarbij dan op belangrijke waarden van de Nederlandse identiteit: de traditie versus het recht om ertegen te demonstreren.

Controverses

Het SCP peilde ook specifiek een aantal van die controversiële onderwerpen en ziet dat 56 procent van de Nederlanders vindt dat Zwarte Piet moet blijven. Ook zegt 65 procent van de ondervraagden best bereid te zijn na te denken over wijzigingen van standbeelden en straatnamen voor oude Hollandse – en inmiddels controversiële – helden, bijvoorbeeld door de historische context beter te duiden.

De opvallende eensgezindheid geldt overigens ook voor de zorgen en bedreigingen. Putters: “De meeste Nederlanders zijn bezorgd over ‘Europeanisering’, polarisatie, de islam en de bureaucratie.’’ Zo noemt 62 procent van de respondenten de islam als bedreiging voor Nederland. Ook ‘Amerikanisering’ (48 procent), bureaucratisering (58 procent) en polarisering (77 procent) scoren hoog. “Ons onderzoek is daarmee ook een agenda voor de politiek. Zo brengen we de stem van de Nederlander zelf in het debat. Neem bijvoorbeeld de Nederlandse taal, maar ook de typische landschapskenmerken: ook dat blijken voor onze identiteit bepalende thema’s, terwijl ze misschien als zodanig niet altijd worden benoemd.’’

Liefde voor geschiedenis

En we blijken een geschiedenisminnend volk: we hechten enorm aan onze historie, met herdenkingen, tradities en gewoonten, maar weten ondertussen ook weer niet al te veel van het verleden. Zo heeft de helft van de respondenten geen mening over het Plakkaat van Verlatinghe – de niet onbelangrijke Nederlandse ‘onafhankelijkheidsverklaring’ uit 1581. Putters: “Omdat ze het niet kennen of omdat ze niet weten wat ze ervan moeten vinden. Ja, dat is paradoxaal: we vinden geschiedenis en tradities belangrijk, ook zonder alle details te kennen. Dat is dubbel. Neem ook de uitspraken van Nederlandse expats die in het buitenland wonen. Zij zeggen aan de ene kant dat Nederlanders bot zijn, maar tegelijkertijd prijzen ze de nuchterheid en directheid. Enerzijds klagen we over te veel bureaucratie, aan de andere kant roemen we de goede organisatie. Het is dubbel. Maar dat is ook menselijk, toch.’’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.