‘Je kunt geen samenleving bouwen als je het volk beledigt’

‘Ik ben niet tegen de open society. Ik woon zelf in Parijs. Ik heb veel bobo-vrienden. Ik rijd hier rond met de fiets. Ik hou van Indische restaurants. Allemaal geweldig sympa. Alleen moeten we daarom de realiteit nog niet verzwijgen. Zoals de traditionele bourgeoisie de arbeiders gisteren uitbuitte, zo buit de coole bourgeoisie de minderheden vandaag uit. En toch gedraagt ze zich moreel superieur. Ze bezingt de multiculturele samenleving en trekt van leer tegen de fascisten. De gele hesjes zijn geen fascisten. Of mensen die zich “terugtrekken” uit de samenleving. Ze leggen een sociale agenda op tafel. Het is de working class van de 21ste eeuw. Als je zegt dat het “afhakers” zijn zet je hen nog eens, in de hoek.’

Al jaren klopt Christophe Guilluy op dezelfde nagel. De rijkaards in metropolen als Parijs kunnen de onzichtbare meerderheid in de ‘periferie’ niet blijven afserveren. De Franse geograaf voorspelde de gele hesjes. En hij hekelt de hypocrisie van de bourgeois bohémiens. ‘Als ze de “open samenleving” verdedigen, dan ook omdat ze slaven nodig hebben in hun keukens en poetsvrouwen in hun hotels.’

Ruud Goossens Foto’s Gert Jochems

Een eerste stap is het besef dat er geen helden en geen smeerlappen zijn in dit verhaal. De meeste mensen zijn grijs: ’s morgens racistisch, ’s middags solidair. Laten we die complexiteit erkennen. Morele superioriteit helpt ons niet vooruit.

‘Ik heb altijd gezegd: de revolte zal in de periferie gebeuren. Omdat de working class daar leeft. Omdat ze daar haar wonden likt. Omdat ze daar cultureel onzichtbaar werd gemaakt.’

‘Als ik in mijn boeken steeds bozer word, dan is het omdat ik de bourgeois bohémiens wakker wil schudden. Dat blijkt niet eenvoudig.’ Christophe Guilluy grijnst. De 54-jarige Franse geograaf heeft net twee uur gerateld. Hij heeft me meegenomen naar Le Week End, een Parijs café zonder enige pretentie op de Boulevard Henri IV. ‘Wat me stoort aan wat ik de “coole bourgeoisie” noem, is dat ze haar klassenpositie niet erkent. De bobo’s verschansen zich in grote steden, achter een onzichtbare muur van geld. Ze maken deel uit van de ­dominante upper class. Maar ze willen dat niet geweten hebben. Ze zingen de lof van de “open samenleving”, terwijl ze weigeren hun kinderen naar multiculturele scholen te sturen. Ze vuren op de one percent, terwijl ze zelf óók een grote verantwoordelijkheid dragen voor dit onrechtvaardige economische model. Ze ondersteunen dat model al dertig jaar lang, alle mooie praatjes ten spijt. Jullie zijn géén engeltjes, dát is mijn boodschap.’

Volgens Guilluy loopt er een geografische breuk door Frankrijk. Aan de ene kant heb je vijftien grote metropolen, waaronder Parijs, Bordeaux en Lyon. Daar zijn jobs te vinden. Daar hokken de winnaars van de globalisering samen in steeds duurdere woningen. En die winnaars, dat zijn niet alleen de klassieke bourgeois, dat zijn óók de hogere midden­klassers. Aan de andere kant heb je de ‘periferie’, het Frankrijk van het platteland en de kleine en middelgrote steden. Tot die plekken, waar nauwelijks nog werk gecreëerd wordt, zijn de arbeiders en de lagere middenklassers veroordeeld. De clash tussen die werelden zet de samenleving onder druk, en niet alleen in Frankrijk. Vandaar de titel van Guilluy’s recentste boek: No society.

‘De meeste mensen zijn grijs: ’s morgens racistisch, ’s middags solidair. Laten we die complexiteit erkennen.’

Guilluy was, in tegenstelling tot veel anderen, niet verrast toen de gele hesjes zijn land vorig op stelten begonnen te zetten. Daarvoor had hij de rebellie van dat ‘onzichtbare Frankrijk’ iets te vaak voorspeld, onder meer in La France périphérique.

‘Voor het eerst in de geschiedenis woont de working class niet meer op de plekken waar het gros van de rijkdom gecreëerd wordt’, zegt Guilluy. ‘Eigenlijk heeft onze globale economie die mensen niet meer nodig. Het is geen groot complot, het is gewoon de logica van de arbeidsmarkt. In de grote metropolen worden jobs ge­creëerd waarvoor je over diploma’s moet beschikken. Daarnaast heb je de laaggekwalificeerde arbeid die vooral door migranten wordt uitgevoerd. Maar het werk dat gisteren nog werd verricht door de working class, is verdwenen. Dat zit nu in China of India.’

‘Dat is een groot probleem. We leven in een economisch systeem dat nog altijd groeicijfers laat optekenen, maar tegelijk grote groepen van de bevolking aan de kant zet. Dat probleem moet de intelligentsia in de ogen kijken. De middenklasse is voor onze ogen aan het verdwijnen.’

Dat is zeker zo in Amerika. Maar is het ook het geval in Europa?

‘Ja, al verloopt de evolutie hier, dankzij onze welvaartsstaat, iets trager. De afbouw van de traditionele industrie is lange tijd gecompenseerd, bijvoorbeeld door de creatie van publieke jobs. Maar dat verhaal loopt nu ook op zijn eind. In de Angelsaksische wereld is de middenklasse, en zeker de working class, al veel eerder verdwenen. Het is te zeggen: die mensen zijn er nog, maar ze zijn niet meer “geïntegreerd”. Ze tellen niet meer mee. De eerste slacht­offers waren de arbeiders, zo’n dertig jaar geleden. Nu zie je dat tal van andere categorieën – zoals de boeren of de loontrekkenden – het moeilijker krijgen. Dat is gevaarlijk. Want de middenklasse, dat was altijd de ruggengraat van onze democratie.’

Om even duidelijk te zijn: als u het over het Frankrijk van de ‘periferie’ hebt, dan bedoelt u niet alleen het platteland?

‘Nee. Dan heb ik het ook over stadjes als Guingamp of Chateauroux. Al die plekken hebben één ding gemeen: er is weinig economische dynamiek. Als je erdoor rijdt, zie je vooral gesloten winkels. Het zijn de plekken “waar het niet gebeurt”. En de mensen die er wonen, zijn verdwenen van de radar van de politiek, de intelligentsia, de academici, de journalisten. Ze zijn haast onzichtbaar geworden. Bizar, want als je al die gebieden bij mekaar optelt, zie je dat ongeveer 60 procent van de Franse bevolking er leeft. Ze vormen een sokkel die in potentie over een politieke meerderheid beschikt.’

‘Dezelfde dynamiek zie je ook op tal van andere plekken in de wereld. In Amerika heb je een aantal grote metropolen, zoals New York en Los Angeles. Daartussen, in de zogenaamde flyover states, woont de onzichtbare meerderheid. Toen die mensen op Trump stemden, wilden ze in de eerste plaats zeggen: wij bestáán. Je hoort vaak dat al die populistische politici genieën zijn die de bevolking op geraffineerde wijze weten te beïnvloeden. Ik geloof dat precies het omgekeerde waar is: Trump is de marionet van de working class, hij wordt door hen geïnstrumentaliseerd, via hem schreeuwen ze om aandacht.’

‘Net zoals het de Britten die voor de Brexit stemden eigenlijk niet om de Europese Unie te doen was. Die mensen zijn niet tegen Europa. Ze wilden tegen Londen en de City zeggen: wij zijn er ook nog. In Frankrijk doen ze daar een geel hesje voor aan. Kijk, zeggen ze, wij willen ook deel uitmaken van de maatschappij. Het is een existentiële kwestie.’

U zegt dat ze 60 procent van de bevolking vertegenwoordigen. Dat zijn toch niet allemaal slacht­offers van de globalisering?

‘Absoluut niet. Natuurlijk zitten er mensen bij die geen werk hebben, die arm zijn. Maar de meerderheid van die groep wordt gevormd door mensen die kwetsbaar zijn. Ze weten dat ze een probleem hebben als ze hun job verliezen. Dan kunnen ze niet uit­wijken naar steden als Parijs, New York, Londen of Milaan. In die bastions is het voor hen onbetaalbaar geworden. Daar raken ze niet meer binnen. Bovendien, en dat is echt cruciaal, voelen ze dat ze ook in cultureel opzicht niet meer meetellen. Ze worden, door mensen als Hillary Clinton, omschreven als “deplorables”.’

‘Ik vind het pervers hoe het antifascisme als klassenwapen wordt ingezet. Als je zegt dat de gele hesjes racisten en antisemieten zijn, dan delegitimeer je hun sociale strijd’

François Hollande noemde hen ‘les sans-dents’, de mensen zonder tanden. Ook niet subtiel.

‘De meest grove beledigingen van de working class komen altijd uit linkse hoek.’

Hoe verklaart u dat?

‘Links is in de jaren 80 beginnen te denken dat het volk verdwenen was en dat het vervangen was door minderheden. Dat is een haast onbewuste evolutie geweest. Twintig jaar geleden schreef ik: als de Parti Socialiste het stadhuis van Parijs in handen krijgt, dan zal ze de working class verliezen. En dat is gebeurd. Toen Bertrand Delanoë in 2001 burgemeester werd, was het gedaan met de PS. Toen is de partij zich gaan opsluiten binnen de muren van Groot-Parijs. Dat intellectuele klimaat, waarin ook de groenen en de liberalen zich bewegen, is onverenigbaar met het perifere Frankrijk. Je kunt niet tegelijk ­Parijs en de periferie vertegenwoordigen. De intelligentsia was dus stomverbaasd toen de gilets jaunes plots begonnen te manifesteren. Even stomverbaasd als de Britse intelligentsia na de Brexit.’

U schrok niet?

‘Nee. In Frankrijk dacht men lang: als er een revolte komt, zal die uit de banlieues komen. Ik geloofde dat nooit.’

Waarom niet?

‘Omdat er nog nooit een sociale beweging uit de banlieues is gekomen. Ik heb altijd gezegd: het zal in de periferie gebeuren. Waarom? Omdat de working class daar leeft. Omdat ze daar haar wonden likt. Omdat ze daar cultureel onzichtbaar werd gemaakt. Dat heeft tot veel rancune geleid. Jarenlang heeft men tegen die mensen gezegd: die globalisering, dat gaat even moeilijk worden voor jullie, maar geef het wat tijd, dan zullen jullie ook profiteren. Dat is niet gebeurd. De mensen zijn gestagneerd of zelfs achteruitgegaan.’

‘En toen ze begonnen te protesteren, kregen ze aanvankelijk ­alleen verwijten over zich heen. De gele hesjes kregen de steun van de meerderheid van de bevolking. Dat was de middenklasse die zei: dit kan ons ook overkomen. Maar van de elites – of het nu om de cultuurwereld, de academici of de journalistiek ging – kwam er in het begin geen enkele bijval. Dat toont hoe diep de kloof tussen het perifere Frankrijk en de coole bourgeoisie is geworden.’

De kloof tussen de banlieues en de coole bourgeoisie is toch ook groot?

‘Ja, maar de banlieues bevinden zich wel binnen de stedelijke bastions. Wie daar woont, is geen hipster. Dat is duidelijk. Er is daar veel armoede. Maar die mensen maken op de een of andere manier wel deel uit van het systeem. Het is de working class van de hipsters. Daar zie je de globalisering-langs-onderen. Ik zeg wel eens: als de coole bourgeoisie de open society verdedigt, dan ook omdat ze slaven nodig heeft in haar keukens, poetsvrouwen in haar hotels en fietsers die de sushi aanleveren.’

In uw laatste boek schreef u: ‘De open society is zonder twijfel het grootste fake news van de laatste decennia’.

‘De elites moeten dringend door een culturele revolutie. Je kunt geen systeem overeind houden waarbij een ­minder­heid zich opsluit in de steden en een meerderheid erbuiten moet zien te overleven’

‘Ik ben niet tegen de open society. Ik woon zelf in Parijs. Ik heb veel bobo-vrienden. Ik rijd hier rond met de fiets. Ik hou van Indische restaurants. Allemaal geweldig sympa. Alleen moeten we daarom de realiteit nog niet verzwijgen. Zoals de traditionele bourgeoisie de arbeiders gisteren uitbuitte, zo buit de coole bourgeoisie de minderheden vandaag uit. En toch gedraagt ze zich moreel superieur. Ze bezingt de multiculturele samenleving en trekt van leer tegen de fascisten. Wel, ik vind het pervers hoe het anti­fascisme tegenwoordig als klassenwapen wordt ingezet. Als je zegt dat de gele hesjes racisten en antisemieten zijn, dan delegitimeer je hun sociale strijd. Dan toon je vooral dat je het volk niet meer kent waarover je praat.’

‘Dit zijn geen mensen die zich, zoals men dan zegt, “terugtrekken” uit de samenleving. Dat slaat nergens op. De gele hesjes leggen een sociale agenda op tafel. Ze doen dat bovendien collectief. Het is de working class van de 21ste eeuw. Als je zegt dat het “afhakers” zijn, zet je hen, nog maar eens, in de hoek.’

‘Maar het was wél de bedoeling. De elites beseffen dat de gele hesjes het échte gevaar zijn. Zij gaan tekeer tegen het systeem waarvan zij zo profiteren. Om het eens in maoïstische termen uit te drukken: de elites moeten dringend door een culturele revolutie. Je kunt geen samenleving bouwen als je het volk beledigt. Je kunt geen systeem overeind houden waarbij een minderheid zich opsluit in de steden en een meerderheid erbuiten moet zien te over­leven. Je moet die meerderheid zien te integreren.’

Wat moet er dan gebeuren volgens u? Bedoelt u dat er in de periferie geïnvesteerd moet worden?

‘Er moet gigantisch geïnvesteerd worden. Onlangs was ik in de Verenigde Staten voor het project Rise of the Rest van voormalig AOL-topman Steve Case. Hij ­financiert start-ups in de flyover states. Een symbolische geste, maar wel belangrijk. Daarmee zeg je tegen al die mensen in de periferie: jullie hoeven niet te verhuizen naar Los Angeles of New York, jullie kunnen blijven op de plekken waar jullie nu leven. Ik vond het ook goed dat Macron onlangs aankondigde dat hij heel wat centrale ambtenaren wil verplaatsen naar de periferie. Het is echt absurd hoe alle macht de afgelopen jaren is verschoven naar de grote steden. We moeten net veel lokaler gaan denken.’

‘Wist je dat uit onderzoek blijkt dat zeven op de tien inwoners van de regio Parijs eigenlijk elders zouden willen wonen? Blijkbaar bevredigt het stedelijke leven zelfs niet meer wie er constant in leeft. Nee, we moeten echt af van dat neoliberale model van hyper­urbanisering en hyperconcentratie.’

Maar steden lopen toch ook vaak voorop? Neem Parijs. Die stad pioniert al jaren in de strijd tegen de klimaatverandering.

‘Absoluut. Nogmaals: ik ben niet tegen grote steden. Mijn familie woont al generaties lang in Seine-Saint-Denis, in de banlieues. Ik ben er zelf opgegroeid. Maar ik zie wel veel hypocrisie, ook op klimaatvlak. De elites vielen de gele hesjes aan omdat ze met dieselwagens rijden. Terwijl ze zelf de planeet rondvliegen met het vliegtuig, het meest vervuilende verplaatsingsmiddel ter wereld. Dan denk ik: hier wordt het ecologisme, net zoals het antifascisme, als klassenwapen gebruikt.’

Mag je dan niet meer ecologisch of antiracistisch zijn?

‘Natuurlijk wel. Ik vind dat je écht ecologisch moet zijn. Laten we het debat over de vliegtuig­verplaatsingen voeren. Laten we praten over vrijhandel en al die goedkope producten uit China. En laten we écht antiracistisch zijn.’

Wat is dat, écht antiracistisch zijn?

‘Dat wil zeggen dat je je kind wél naar de wijkschool stuurt. En dat je écht samenleeft met mensen van een andere origine, in hetzélfde gebouw. Ik denk dat er in de bourgeoisie precies evenveel racisten leven als in het proletariaat. Alleen hebben de bourgeois geleerd om er iets discreter over te zijn. Ze hebben het ook iets makkelijker, natuurlijk. Als je 10.000 euro per maand verdient, is de multiculturele samenleving een pak aangenamer dan wanneer je 1.000 euro per maand verdient. Als er een probleem is in je wijk, kan je altijd verhuizen. Over die luxe beschikken veel andere mensen niet.’

‘De strijd tegen de 1 procent is een misleidend verhaal. Het is een alibi voor de coole bourgeoisie om te doen alsof ze geen deel uitmaakt van de onder­drukkende klasse’

‘We moeten dus ophouden met de beledigingen. We beleven op dit moment een zeer specifiek moment in Europa, met de opkomst van de multiculturele samen­leving. Daar kun je voor of tegen zijn, maar die realiteit zal niet ­verdwijnen. Dat moeten we dus managen. Een eerste stap is het besef dat er geen helden en geen smeerlappen zijn in dit verhaal. De meeste mensen zijn grijs: ’s morgens racistisch, ’s middags solidair. Laten we die complexiteit erkennen. Morele superioriteit helpt ons niet vooruit.’

Niemand wil een minderheid worden, schrijft u.

‘Dat is een antropologische wet. Weet je wat je nu ziet gebeuren in de banlieues? De kleine Maghrebijnse bourgeois kloppen aan bij de sociale huisvestingsmaatschappijen en vragen om elders naartoe te mogen. Reden: er strijken te veel Afrikaanse migranten neer. Die Maghrebijnen willen geen minderheid worden. Ze willen niet afhankelijk worden van de gastvrijheid van de meerderheid. Je kunt dat betreuren, maar zo zit het leven nu eenmaal in elkaar. Het is geen United Colors of Benetton.’

En dus? Wat bedoelt u concreet?

‘Dat je migratie goed moet controleren en reguleren. Volgens ­alle peilingen is een meerderheid van de bevolking daarvoor – in Frankrijk, Zweden, België, overal. Sterker, dat is al een jaar of twintig, dertig zo. Daar moet je dus rekening mee houden. Anders krijg je de boel niet bedaard. In een land als Denemarken heeft men dat begrepen. Geloof me, daar zijn ze niet allemaal racistisch geworden. Daar hebben ze wel door dat een politieke pacificatie onmogelijk is als het migratievraagstuk niet wordt opgelost.’

De Denen gaan ver, hoor. Erg ver.

‘Dat weet ik. En ik zeg ook niet dat iedereen het zo moet aanpakken. Maar je moet wel íéts doen. Anders zullen we eindigen met nog veel hardere populisten dan Trump of Salvini. Met populisten die het spel van de democratie niet meer meespelen. Maar bon, ik ben niet pessimistisch. Ik denk dat de intelligentsia in de stede­lijke bastions wel zal evolueren. Zo was het interessant dat er een paar jaar geleden op het World Economic Forum in Davos uitgebreid over ongelijkheid werd gesproken. Daaraan merk je dat de elites inzien dat er iets moet gebeuren.’

Nochtans bent u ook al behoorlijk scherp geweest voor de strijd tegen de ‘één procent’.

‘Eén procent van de wereld­bevolking bezit 50 procent van de rijkdom. Dat is een schande. Vind ik ook. Maar daarmee krijg je niet uitgelegd dat het systeem rustig blijft voortbollen. Dat is alleen mogelijk dankzij de steun van de hogere middenklasse. Dát is mijn probleem met de strijd tegen de 1 procent: het is een misleidend verhaal. Het verschaft de coole bourgeoisie een alibi. Ze kan doen alsof ze geen deel uitmaakt van de onderdrukkende klasse.’

Kan de strijd tegen de 1 procent ook niet verenigend werken? Daar kunnen de working class en de coole bourgeoisie mekaar toch net vinden?

‘In een ideale wereld wel. Maar in de realiteit lukt zo’n gezamenlijk gevecht niet meer. In Frankrijk vertegenwoordigde de Parti Communiste vroeger niet alleen de arbeidersklasse. Er waren ook intellectuelen, universitairen, journalisten actief. Maar die connectie is verloren gegaan. De Amerikaan Christopher Lasch had het in de jaren tachtig al over de “secessie van de elites”. Dat is de secessie van nog veel meer mensen geworden.’

Gaan we gevaarlijke tijden tegemoet?

‘Trump is de marionet van de working class, via hem schreeuwen ze om aandacht’

Bwoah, de spanningen in onze samenlevingen zijn groot. Het is logisch dat dat tot hevige debatten leidt. Maar nog veel erger zou de afwezigheid van discussies zijn. Een paar dagen geleden zat ik samen met een aantal Britten die in de City werken. Ze waren ten einde raad, na alle Brexit-ellende. Ik heb gezegd: “Wees toch wat positiever, nu weten jullie tenminste hoe ontevreden heel wat mensen zijn in Groot-Brittannië”.’

Dat zal wel, maar de Britten liggen wel uit de Europese Unie.

‘Voorlopig wel, ja. Maar we moeten door deze discussies. Gaat niet anders. Het model-Trump ­tegenover het model-Macron, dat wordt het tijdens de volgende dertig jaar. De ene keer zal Trump het halen, de volgende keer Macron. Dat is geen drama. Dat is democratie: het gevecht tegen radicaal verschillende visies. Het is in ieder geval minder erg dan de diskwalificatie van de helft van de bevolking.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.