Productiviteit kan vergrijzing niet bijbenen

De vergrijzing jaagt de kostprijs van onze sociale zekerheid met miljarden de lucht in. Omdat de productiviteit van België onder druk staat, dreigt een groot probleem om onze pensioenen te blijven betalen. “De politiek moet dringend ingrijpen”, zegt professor Carl Devos.  

Door Benjamin van Synghel, 10 juli 2019.

Senioren op stap in Koksijde. De vergrijzing is wat ze is, dus moeten we kijken naar de productiviteit. ©Bas Bogaerts

De sociale zekerheid neemt een forse hap uit het Belgische budget. Vandaag spendeert ons land al 25,2 procent van het bbp aan sociale uitgaven zoals pensioenen, gezondheidszorg en kindergeld. Dat is op zich al een smak geld, maar dat zal de komende decennia blijven stijgen door de toenemende vergrijzing. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de Studiecommissie voor de Vergrijzing, verbonden aan het Planbureau. De sociale uitgaven zullen een steeds groter deel van het bbp vergen. Een eerste tik voelen we binnenkort al. In 2024 liggen die uitgaven 6,3 miljard euro hoger dan vandaag. De grootste uitschieter is voor 2040, wanneer ruim 29 procent van het Belgisch bbp naar de sociale zekerheid zal vloeien. Na die piek neemt de stijging weer af. In 2070 happen de sociale uitgaven nog ‘slechts’ 27,6 procent uit het bbp, nog altijd gevoelig meer dan nu.

Die evolutie zet de sociale zekerheid flink onder druk. Dat is onlosmakelijk verbonden met twee hoofdfactoren. Enerzijds is er de vergrijzing. De actieve werkende bevolking wordt steeds kleiner, het deel van de bevolking dat met pensioen is, wordt groter. Bovendien kost dat ook de gezondheidszorg een extra duit. De productiviteit van ons land is het tweede element. Dat kan je – kort door de bocht – omschrijven als de verhouding tussen de hoeveelheid arbeid die wordt geleverd en wat daarin wordt geproduceerd. Hoe productiever ons land, hoe groter het bbp. Hoe groter het bbp, hoe lager het soortelijk gewicht van die extra sociale uitgaven.

©Bas Bogaerts

(On)betaalbaar

Als België dat betaalbaar wil houden, moet het ergens daartussen een oplossing zoeken. De vergrijzing is wat ze is, daar kunnen we vandaag nog weinig aan veranderen. Dus moeten we kijken naar de productiviteit. Die kreeg een forse deuk na de wereldwijde financiële crisis die zo’n tien jaar geleden losbarstte. De meeste ontwikkelingslanden kropen de voorbije jaren uit dat dal, maar bij ons land gaat dat niet zoals het moet. Dat blijkt uit een nieuw rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), specifiek gericht op productiviteit. De rijke OESO-landen flirtten tussen 2007 en 2018 met een productiviteitsgroei van bijna een procent. België haalt daarin nog niet de helft en moet ook al zijn buurlanden voor zich dulden in dat lijstje.

Als er een kentering komt, zullen bedrijven daarvan de motor moeten zijn. Toch speelt ook de regering hier een belangrijke rol, stelt KBC-econoom Johan Van Gompel, voorzitter van de Studiecommissie. “Die moet faciliteren, bedrijven naar hier halen. Daarvoor moet ze investeren, bijvoorbeeld in een oplossing voor de verkeersinfarcten in Brussel en Antwerpen.”

Ook professor Carl Devos (UGent) roept de politiek op in te grijpen. “Productiviteit lijkt een abstract begrip, maar is van essentieel belang om onze sociale zekerheid te dragen”, zegt de politicoloog. “Het verdient een centrale plaats op de formatietafels. De volgende regering moet investeren in innovatie, technologie, levenslang leren… om die productiviteit weer te laten groeien. Anders zal men weer moeten besparen op de sociale zekerheid.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.