Waarom mannen een goed richtingsgevoel hebben

Vrouwen kunnen niet kaartlezen, luidt een hardnekkig (mannelijk) vooroordeel. Klopt dat? Deels, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Want buitenshuis raken mannen inderdaad minder snel de weg kwijt. Maar in huis zijn vrouwen onverslaanbaar.

Frank van Laeken, 30 juli 2019.

©Shutterstock

Sla een willekeurige straat in waar je nog nooit bent geweest en je hersenen zetten je ingebouwde gps aan het werk. Anderhalf jaar geleden identificeerden onderzoekers van de University College in Londen een hersengebied dat ons richtinggevoel beïnvloedt: een groepje cellen in de zogeheten entorinale schors, die grenst aan de hippocampus, het controlecentrum van ons geheugen. Die cellen worden aan het werk gezet zodra je die straat inslaat. Ze moeten de nieuwe informatie verwerken. Ken je de weg al, dan kun je je geheugen aanspreken.

Zes jaar geleden waren onderzoekers aan diezelfde Londense universiteit al tot de conclusie gekomen dat ervaren taxichauffeurs, die de weg snel moeten kunnen vinden, na verloop van tijd een veel grotere hippocampus hebben dan anderen.

,,Niemand weet precies hoe onze hersenen werken’’, zegt Wim Vanduffel, neurofysioloog aan de Katholieke Universiteit Leuven. ,,Maar we komen wel steeds dichter bij het antwoord.’’

Dat veel mensen de weg moeilijk kunnen vinden, heeft te maken met ontbrekende cellen in die entorinale hersenschors, concludeert de medische nieuwssite Medical Daily. In de hippocampus geven zogeheten plaatscellen elektrische impulsen wanneer we ons in een vertrouwde omgeving bevinden. Maar begeven we ons op minder vertrouwde paden, dan doen we een beroep op de zogeheten roostercellen in de entorinale hersenschors. Maar die laten het weleens afweten. Of ze ontbreken.

Ruimtelijke verwerking

Verschilt dit bij mannen en vrouwen? Het antwoord komt uit Noors onderzoek, uitgevoerd aan de Universiteit voor Wetenschap en Technologie van Trondheim. Daarin overtroffen mannelijke proefpersonen systematisch de vrouwelijke op het vlak van ruimtelijke verwerking in de hersenen.

Achttien mannen en evenveel vrouwen moesten zich oriënteren in een doolhof en tegelijk nog navigatieopdrachten uitvoeren vanuit verschillende posities. Mannen losten 50 procent meer taken op.

Herkenbare route

Sterker: als mannen in een andere test naar een bepaalde plaats moesten lopen, gingen ze meestal recht op hun doel af. Vrouwen kozen doorgaans voor een herkenbare route, waarbij ze bekende punten als de kapper, de boetiek en de kruidenier passeerden. Zo wisten ze waar ze zich bevonden. Maar als het vertrekpunt veranderde, vonden ze moeilijker hun weg.

,,Mannen blijken in het algemeen inderdaad efficiënter te zijn en strategischer te denken om zich te oriënteren. En dat geldt niet alleen voor mensen, maar ook voor dieren”, zegt Vanduffel. ,,Daarbij mogen we niet vergeten dat het om de gemiddelde populatie gaat. Er zijn uiteraard ook vrouwen die een zeer goed ontwikkeld oriëntatiegevoel hebben en mannen bij wie dat ontbreekt.’’

De universiteit van Pennsylvania toonde eind 2013 al aan dat de hersenen bij mannen en vrouwen anders functioneren. Mannen hebben doorgaans meer verbindingen tussen het voorste en het achterste gedeelte van de hersenen, vrouwen hebben sterkere verbindingen tussen de linker- en rechterhelft.

Dat maakt dat mannen logischer denken en een beter ruimtelijk inzicht hebben, terwijl vrouwen intuïtiever zijn en een grotere emotionele intelligentie bezitten. Mannen zien het totale plaatje, vrouwen focussen op de details. Het heeft allebei zijn pluspunten.

Mannen vinden sneller hun weg buitenshuis, maar vrouwen vinden sneller dingen terug ín eigen huis. Dat zou een overblijfsel zijn van hoe de mens tienduizenden jaren geleden leefde: de man ver van huis op jacht, de vrouw die fruit plukte in de omgeving.

Als je dat zou vertalen naar vandaag, valt het op dat jongens vaker buiten spelen dan meisjes. Maar ook dat ze meer gamen. Dat maakt dat zij misschien beter getraind zijn om zich te oriënteren.

Het kan ook te maken hebben met de hogere testosteronspiegel bij mannen. Dan is het dus een hormonale kwestie. In Trondheim kwamen ze daarachter door sommige testvrouwen een druppel testosteron toe te dienen onder de tong, terwijl de anderen een placebo kregen.

Plots deden de vrouwen met testosteron het beter dan daarvoor.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.