De woede van de tweede rang

Om de klant nog beter te dienen, zullen nog meer bankkantoren gesloten worden. Of hoe een droge, ietwat cynische mededeling van de bank KBC een inzicht biedt in de bodem waarop populisme en radicalisme hun vruchten oogsten.

Door Bart Eeckhout, 7 september 2019.

BoJo blijft mateloos populair bij de achterban. Dat hij nog geen deuk in een bestuur­lijk pak boter heeft geslagen, doet er niet toe. ©Avalon.red. All rights reserved.

Neen, dat wilde Johan Thijs, CEO bij KBC, afgelopen week toch zeker beklemtonen in De Tijd: het saneringsplan dat hij zopas had afgekondigd ten koste van 1.400 banen (zonder gedwongen ontslagen) had niets te maken met de lage rente die het zakenmodel van banken aanvreet. Het zijn “de andere verwachtingen van onze klanten. We passen onze organisatie en onze beslissingsprocessen aan om te kunnen inspelen op het veranderende gedrag. Wat willen klanten vandaag? Snelle beslissingen.”

Anders gezegd: de bank is een app geworden. Zelfs wie een woonkrediet verlangt, kan vandaag soms volstaan met een paar klikken op de telefoon, en daar floept het voorstel van de bank al tevoorschijn.

Dat daarmee het gedrag van de klant gevolgd wordt, is, in het beste geval, natuurlijk maar de halve waarheid. Dat gedrag is vakkundig gestuurd in de door het bankbedrijf gewenste richting. Wie nog weleens op een schaars geworden openingsuur in een bankkantoor passeert, kan enkel met enige meewarigheid vaststellen hoe de resterende bediendes ijverig de weldaden van de bankapp verkondigen en daarmee noodgedwongen hun eigen overbodigheid organiseren.

Maar goed, de vooruitgang valt inderdaad niet te stoppen en de apocalyptische angst dat digitalisering enkel jobs vreet, is gelukkig al lang achterhaald. Voor een grote groep jongere, welvarende middenklassers (de hogere klassen doen andere dingen met hun vermogen) is bankzaken regelen per telefoon inderdaad makkelijk en vlot.

De KBC app. ©BELGA

Altijd de sigaar

Het punt is dat er ook een andere groep is – kleiner en minder mondig en maar uiterst zelden vertegenwoordigd in het publieke debat. Het is een groep voor wie onbekend onbemind is en die daarom internetbankieren evenzeer wantrouwt als vreemdelingen in het dorp; een groep die ondervindt hoe dienstverlening van de publieke bus tot de private bank almaar minder toegankelijk wordt. Een groep ook die maar een keer om de vier à vijf jaar (eventjes) ernstig beluisterd wordt als er alweer op de ‘verkeerde’ partij gestemd is.

Afgelopen zondag was het weer zover in de Oost-Duitse deelstaten Saksen en Brandenburg. De uiterst rechtse partij Alternative für Deutschland klom er op de hoogte van de alweer stevig verliezende centrumpartijen. Dat de Brandenburgse AfD-kopman Andreas Kalbitz bijna openlijk koketteert met zijn neonazi-sympathieën? Het dondert niet. De woede van de tweede rang is zo groot, dat zelfs in Duitsland de schroom om extreemrechts te stemmen weggesmolten is.

Tweede rang. Wie de opkomst van uiterst of populistisch rechts in grote delen van West-Europa en de VS wil begrijpen, kan veel wijsheid halen uit een poll van het Duitse enquêtebureau Infratest na de genoemde deelstaatverkiezingen. Liefst twee derde van de ondervraagden ging akkoord met de stelling dat Oost-Duitsers behandeld worden als tweederangsburgers. Bij AfD-kiezers loopt dat ressentiment op tot 78 procent (en bij de radicaal linkse Die Linke ook tot 72 procent). Even treffend: alleen bij de groenen denkt minder dan de helft er zo over (34 procent).

Het – soms terechte, maar soms ook onterechte – idee niet mee te tellen, slechts tweede garnituur te zijn, altijd de sigaar te zijn. En het idee dat anderen – de stedelijke elite, de vreemdelingen, de politici – altijd meer krijgen en mogen winnen. Dat is de emotionele drijfveer achter het stemgedrag dat ons de brexit en Donald Trump heeft opgeleverd en grote zeges voor varianten van uiterst rechts in onder meer Frankrijk, Italië, Nederland, Vlaanderen of Duitsland.

Met een treffende, misplaatste minachting noemde Hillary Clinton die kiezers nog een ‘basket full of deplorables’. Waarna die sukkels haar, met wat hulp van het kiessysteem, een vernederende nederlaag bezorgden.

Limieten

Met één swipe komen we zo van de appgeworden bank bij het andere nieuws van de week: de smadelijke, herhaaldelijke nederlaag van de Britse premier Boris Johnson in het Parlement. De afgang van Johnson, alle intimidatie en strafexercitie voor rebellen ten spijt, inspireerde nieuwssite Politico tot de analyse dat het (rechtse) populisme in Europa tegen zijn limieten aan het lopen is.

Dat zou weleens te vroeg geoordeeld kunnen zijn. In het parlement is Boris Johnson zeer zeker tegen zijn limieten gelopen, en maar goed ook. Het is evenwel nog maar de vraag in welke mate dat zijn aanzien bij zijn kiezers heeft aangetast. In tegenstelling tot zijn grijzige voorganger Theresa May blijft BoJo mateloos populair bij de achterban. Dat hij, ook in tegenstelling tot May, nog geen deuk in een bestuurlijk pak boter heeft geslagen, schijnt er vooralsnog niet toe te doen.

Dat is ook niet zo verwonderlijk. Met zijn kostschoolarrogantie lijkt Johnson wel weggelopen uit een Harry Potter-verhaal om de Britten hocus pocus te bevrijden uit de klauwen van de Europese moloch om het oude Albion terug tot leven te brengen. Net zoals muurbouwer Donald Trump biedt Johnson (of Matteo Salvini in Italië) de illusie van een eenvoudig alternatief voor een complexe wereld.

“Trump & brexit zijn een rebellie tegen vele dingen”, schrijft New York Times-columnist Johann Hari, “maar in zekere mate zijn ze een rebellie tegen complexiteit en tegen het feit dat het leven vol zit met complexe afwegingen en dubbelzinnigheden. De onophoudelijke vereenvoudigende woede van sociale media (aan alle kanten) stimuleert die denktrant.” Zo is het maar net.

De nostalgie naar een eenvoudige wereld die nooit bestaan heeft, is de brandstof van het populisme. De op direct emotioneel engagement gerichte sociale media – Like! Retweet! Share! – zijn de brandversnellers.

Die analyse maken volstaat niet als antwoord voor de klassiekere politieke partijen. Meeschreeuwen om de bouw van een muur evenmin.

Wat wel zou kunnen helpen, is een herstel van een politiek van nabijheid. De vooruitgang moet en kan niet gestopt worden. Maar de blik achterom naar wie onbegrijpend achterop raakt, zou intenser en empathischer kunnen. Tenzij partijen denken dat ze, net als de banken, hun kiezers beter kunnen dienen door een app te worden.

Bron: de Morgen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.