De middenklasse heeft het zwaar, maar hoe komt dat zo?

De middenklasse zit klem, vinden politici. Hoe komt dat zo? Biedt de Troonrede plannen die daar iets aan doen?

Door Jelle Brandsma,   17 september 2019,

©Ilse van Kraaij en Suzan Hijink

Wie tot de Nederlandse middenklasse ­behoort, leeft als een wielrenner, zwoegend over de Hollandse dijken. Hij moet blijven trappen, anders valt hij om. Dat niet alleen, hij moet steeds harder fietsen om het peloton, dat vaart maakt, bij te houden. Voor de man of vrouw in de middenklasse betekent dit: harder werken, bijleren, twee inkomens inzetten om de huur of de hypotheek te betalen en werk met de zorg voor de kinderen combineren. Wie dat niet kan, komt in de problemen.

De middenklasse, de ruggegraat van de Nederlandse samenleving, heeft het zwaar, erkennen steeds meer politici. Bijna leek de samenleving af, met een badkamer en centrale verwarming voor iedere Nederlander en een auto voor de deur. Maar er is nog volop werk aan de winkel. Deze groep zit klem. Ook in de plannen van het kabinet zal de middenklasse vandaag, op Prinsjesdag, herhaaldelijk worden benoemd. En bij de Algemene Beschouwingen, de debatten de komende dagen in de Tweede Kamer, is aan de orde of het kabinet genoeg doet voor deze groep.

Al van voor de gele hesjes

Terwijl in ­Nederland de ­politiek de middenklasse pas net in het vizier heeft, is het ­debat in de Verenigde Staten en bijvoorbeeld Frankrijk al decennia gaande. ‘La peur du déclassement’ heet een Franse studie die tien jaar geleden de vrees voor het wegvallen van de zekerheden beschreef, ruim voor de opmars van de gele hesjes. In Duitsland heet het fenomeen Abstiegangst, de vrees voor de achteruitgang in inkomen en status. Uit dit onderzoek komt de metafoor van de wielrenner, die vol moet houden, tegen de wind in, steeds dieper over zijn stuur gebogen.

Wie hoort tot de middenklasse? In een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van twee jaar geleden wordt de groep gedefinieerd als huishoudens met een inkomen tussen 20.000 en 65.000 euro netto. In andere onderzoeken wordt geschreven over een grens tussen 25.000 en 65.000 euro. Een paar willekeurige beroepen die in ­deze groep zitten: een kapper, bouwvakker, verpleegkundige, buschauffeur en een leraar in het basisonderwijs. Ze vormen samen ongeveer 70 procent van de beroepsbevolking.

De zorgen in de politiek over de ­middenklasse komen tot uiting als het in de Tweede Kamer gaat over de vraag of de burger de energierekening nog kan betalen en of het eigen risico in de zorg te hoog is. Ook als de koopkrachtplaatjes het licht zien, is steevast de vraag wat er in het vat zit voor de middeninkomens. Het kabinet sleutelt net zo lang aan belastingkortingen en toeslagen tot het beeld politiek acceptabel is. Maar de prognoses komen niet altijd uit. Vooral de laatste jaren is de ervaring dat de ­barre werkelijkheid de mooie verwachting achterhaalt.

Pijlers onder de samenleving

Socioloog Godfried Engbersen was twee jaar geleden een van de schrijvers van het WRR-rapport ‘De val van de middenklasse?’. De middengroepen, zegt hij, zijn altijd de pijlers geweest onder de samenleving. “Het was een ­categorie met vast werk, er was sociale zekerheid, er waren stabiele familie­relaties en de middelbare opleiding was een garantie voor goed werk. Al deze factoren zijn minder stevig geworden. De middenklasse heeft de vitaliteit om overeind te blijven, maar dat vraagt een steeds grotere inspanning. En dat ­levert onbehagen op.”

Ondanks het gemor bij een deel van de middenklasse, blijkt het grootste deel toch tevreden met de eigen situatie. Engbersen: “Maar het is kwetsbaar. Het kan een veenbrand worden.” Massale demonstraties in gele hesjes ziet hij niet aan de horizon verschijnen. “Daarvoor gaat het in Nederland nog te goed.”

De politiek probeert een antwoord te vinden op de groeiende onzekerheid, signaleert Engbersen. Al is het alleen maar uit eigen­belang, want het aantal zwevende kiezers neemt toe. “Heel lang heeft de politiek gedacht: het gaat wel goed met die middenklasse. Die mensen zijn weerbaar en wendbaar. Maar kiezers hoppen van de ene partij naar de andere. Dat heeft in Nederland niet tot extremen geleid, maar er is angst voor electoraal verlies.”

Twee weken geleden was het CDA-minister Wopke Hoekstra die de ­problemen van de middenklasse ­benoemde. In zijn HJ Schoo-lezing sneed hij de economische ongelijkheid aan die de middenklasse dwarszit. Hij pleit voor een beter sociaal beleid in ­bedrijven, met onder meer hogere ­lonen, meer ­zekerheid en vaste banen. “Er moet een betere balans komen ­tussen loonstijgingen aan de top en op de werkvloer.” En: “Veel Nederlandse ­gezinnen zijn zelfs in tijden van ­economische hoogconjunctuur maar één kapotte wasmachine verwijderd van financiële problemen.”

Teslarijders en Opelrijders

Toen een jaar geleden de kosten voor maatregelen om klimaatverandering ­tegen te gaan ter discussie stonden, zei toenmalig CDA-leider Sybrand Buma daarover in Trouw: “Het moet niet zo worden dat de Teslarijder even aan de Opelrijder gaat vertellen hoe hij moet leven. Er wordt soms vergeten dat we deze grote opdracht met z’n állen moeten gaan doen. Het zijn grote uitgaven voor mensen.”

De draai bij de VVD is het opmerkelijkst. De liberalen zien dat het kapitalisme op grenzen stuit en dat een brede partij meer moet doen dan de belangen behartigen van het bedrijfsleven en de ­hogere inkomens. Vier jaar geleden verkondigde toenmalig VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra dat de groei van het aantal zelfstandig ondernemers, zzp’ers, ‘geen probleem, maar de oplossing’ is. Inmiddels is de VVD daar niet meer zo zeker van.

De huidige VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff schreef in het voorjaar een discussiestuk voor zijn partij. Hij wijst erop dat de middeninkomens het de afgelopen jaren zwaar hebben gehad. “De middenklasse moet zich veilig voelen bij de gedachte dat de lasten fair worden verdeeld en dat we oog hebben voor de beperkingen in draagkracht”, schrijft hij.

©Ilse van Kraaij en Suzan Hijink

De winst klotst tegen de plinten

Premier Mark Rutte deed er een schep bovenop toen hij op een partij­bijeenkomst pleitte voor loonsverhoging. “De winst klotst tegen de plinten, maar alleen de lonen van topmannen stijgen. De cao-lonen gaan onvoldoende omhoog en dat is niet acceptabel”, zei hij in juni. Hij stelt dat de VVD ‘een bondgenoot’ is van ‘de mensen met een normaal salaris’.

De opstelling van de premier komt in het debat de komende dagen ongetwijfeld herhaaldelijk terug. Wat is er met de minister-president gebeurd? Zijn idee voor afschaffing van de dividendbelasting verdedigde hij hartstochtelijk, maar het is gesneuveld. Nu staat ook zijn plan voor een stevige verlaging van de winstbelasting voor bedrijven op de tocht, ten gunste van geld voor de middenklasse. Wat betekenen zijn woorden in de praktijk? Gaat het kabinet de woorden in het regeerakkoord waarmaken: gaat de gewone Nederlander merken dat het in Nederland beter gaat?

Wie de term middenklasse vier jaar geleden al in de mond nam, is Lodewijk Asscher, leider van de PvdA en destijds minister van sociale zaken. In de Dreeslezing liet hij een tekening zien, gemaakt door zijn zoon. Die tekende een poppetje zoals kinderen dat doen: de armpjes zitten vast aan het hoofd en daar direct onder bungelen de benen. De romp ontbreekt. Het is de welbekende kopvoeter. De maatschappij is ook een kopvoeter aan het worden, ­vervolgde Lodewijk Asscher. Een samenleving met een rijke bovenklasse en een arme onderklasse. Zonder middenklasse. “Als kindertekening vertederend, als maatschappijbeeld afschrikwekkend”, zei hij.

Het Columbuscomplex

De aandacht voor de middenklasse is geen nieuw fenomeen, zegt socioloog Engbersen. “Het is een herontdekking. Eens in de zoveel tijd komt een thema op en ebt weer weg. Wij noemen dat het Columbuscomplex. Soms domineert armoede in de samenleving de politieke agenda, een paar jaar geleden was er onder invloed van de Franse econoom Thomas Piketty veel aandacht voor de rijken, en nu is de middenklasse aan bod. Dat is niet verwonderlijk. De middenklasse is belangrijk, het zijn de dragers van de samenleving. Als het met de middenklasse goed gaat, gaat het met de samenleving goed.”

De term is terug van nooit weggeweest, zegt arbeidssocioloog Fabian Dekker, die regelmatig publiceert over verschillen tussen bevolkingsgroepen op de arbeidsmarkt. De klassenmaatschappij bestaat nog steeds, zegt hij. Kinderen uit de hogere klasse hebben betere kansen. “Diploma’s zijn nog steeds minder waard dan het milieu waar je uit voortkomt.”

Er is volgens Dekker steeds meer ­reden om het over de middenklasse te hebben. Hij verwijst naar de studie van het Sociaal en Cultureel Planbureau van vorige week dinsdag, waarin duidelijk wordt dat de economie groeit, maar de inkomens van de middenklasse niet stijgen. “Vooralsnog zien we dat de groeiende economie nog niet tot een verbetering in de kwaliteit van leven geleid heeft en mensen ook niet ervaren dat het beter gaat”, schrijft het SCP.

De burger vraagt zich af hoe hij isolatie van zijn huis en verwarming zonder gas kan betalen, zegt Dekker. “En bij scholen zien we de groei van schaduwonderwijs. De hogere klasse maakt naast het gewone onderwijs gebruik van private initiatieven om sneller vooruit te komen. Voor de middenklasse is dat vaak niet weggelegd.”

Over de groei van flexibele arbeid spreken we al tien jaar, signaleert Dekker. “Heel lang werd dit gezien als een goede manier om de economie wendbaar te maken, maar zeer breed is nu het idee dat we zijn doorgeschoten en dat flexibele contracten niet alleen leiden tot onzeker werk, maar ook slecht zijn voor de ontwikkeling van een ­innovatieve economie.”

Er is meer dan geld

Is het erg dat het wat minder gaat met de middenklasse? Dekker: “We zijn nu eenmaal gepreoccupeerd door vooruitgang. Maar er is meer dan geld. Schone lucht en minder eenzaamheid zijn ook wat waard. Soms is genoeg hebben ook prima. Maar ik betwijfel of de politiek veel invloed kan uitoefenen op een ommekeer in dit denken. Dat zal vooral in huishoudens moeten gebeuren.”

De zekerheden van vroeger komen niet terug, benadrukt Engbersen. “De middengroepen ervaren dat er een grens zit aan sociale stijging en vooruitgang. Zij hebben het idee: ik heb het ­beter dan mijn ouders, maar mijn kinderen zullen het niet beter hebben dan ik. Dat betekent verandering en de ­middenklasse zal daarmee in het reine moeten zien te komen.”

De socioloog ziet het zoeken naar het nieuwe evenwicht bij de middenklasse ook als een ‘sociaal psychologisch proces’. De politiek moet er eerlijker over kunnen zijn, meent hij. Op zoek gaan naar nieuwe zekerheden is beter dan met een loep kijken naar het jaarlijkse koopkrachtplaatje.

Zijn advies aan de politiek luidt: schets een wenkend perspectief voor de toekomst. “Daarmee kan het idee terugkeren dat hard leren en werken tot verbetering leidt. Er is behoefte aan een levensloopperspectief waardoor je je ­leven beter kunt plannen. Daar moet het politieke midden een formulering voor vinden. We hebben bijvoorbeeld een stelsel van sociale zekerheid nodig dat past bij de moderne arbeidsmarkt. Meer zekerheid leidt tot innovatief denken. Daarnaast moet onderwijs na het behalen van een diploma niet stoppen, zodat werknemers nieuwe ontwikkelingen kunnen bijbenen.

Een derde opdracht is om een oplossing te vinden voor de worsteling in veel gezinnen met de combinatie van werk en zorg voor kinderen en later ouders. De middenklasse vraagt om nieuwe ankers.”

Bron: Trouw.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.