Er is meer nodig dan vroegsignalering en een schuldenfonds

Ondanks de economische voorspoed is de schuldenproblematiek in Nederland nog altijd groot. Ruim een half miljoen huishoudens worstelt in een problematische schuldsituatie met deurwaarders en incassobureaus. Het merendeel van deze groep maakt geen gebruik van schuldhulpverlening terwijl bij problematische schulden een schuldregeling met kwijtschelding vaak de enige echte oplossing is. Dit probleem speelt al jaren.(1) In de onvrede over het functioneren van het stelsel kwam in de afgelopen periode een golf aan experimenten, initiatieven en wetsvoorstellen tot stand.

Door Nadja Jungmann, 21 oktober 2019

Het inrichten van vroegsignalering en versnellen van de bestaande aanpak vormen daar belangrijke doelen bij. Zo stelde NVVK-voorzitter Geert van Dijk begin oktober voor om een landelijk Saneringsfonds schulden (2) in te richten en stuurde staatssecretaris Van Ark half oktober een wetsvoorstel gericht op vroegsignalering naar de Tweede Kamer.(3) De vraag die alle experimenten, initiatieven en wetsvoorstellen oproepen, luidt welke belofte zij in zich dragen. Mijn antwoord zou zijn dat ze voorzien in welkome verbeteringen maar dat we niet moeten denken dat ze voldoende opleveren om de grote slag te slaan. Naar mijn idee kunnen we het grote niet-gebruik van schuldregelingen door mensen waarvoor dit de beste en snelste oplossing is het best verklaren uit een optelsom aan redenen. Een optelsom die onder meer bestaat uit zaken zoals de keuze om complexe systemen zoals de toeslagen vooralsnog onverkort uit te blijven voeren, de veelzijdigheid aan rechten die schuldeisers hebben bij incasso, de wijze waarop het stelsel van schuldhulpverlening is ingericht, de inbedding daarvan in het sociaal domein en het gegeven dat schaamte en andere factoren maken dat mensen die hulp nodig hebben dat (nog) niet altijd willen.

Het ingewikkelde van het huidige tijdsgewricht is dat er steeds nieuwe voorstellen en initiatieven komen die op zichzelf vaak charmant zijn. Voorstellen die vaak ook wel een belofte op verbetering in zich dragen, uitgedacht door schuldeisers, professionals, vrijwilligers en anderen die oprecht betrokken zijn. We hebben inmiddels boekenplanken vol met analyses hoe het komt dat er een groot niet-gebruik is. Rapporten waarin we uitwerken hoe incassobevoegdheden (4) pervers kunnen uitwerken, waarom we niet moeten denken dat weten voldoende is om te handelen (5) en rapporten die verklaren waarom het stelsel niet optimaal functioneert. (6) Het zijn gedegen analyses die elk een puzzelstukje van het grote niet-gebruik van schuldregelingen verklaren. Waar ontbreekt het dan aan? Naar mijn idee aan een gedeelde integrale probleemanalyse. Hiermee bedoel ik een analyse waarin we al die factoren die een rol spelen bij het grote niet-gebruik meewegen en op basis daarvan in beeld brengen wat er nodig is om ervoor te zorgen dat schulden als het even kan niet problematisch worden en anders snel worden opgemerkt en opgelost.

In mei vorig jaar stuurde de staatssecretaris het voorstel voor de Brede schuldenaanpak naar de Tweede Kamer. (7) Ze schrijft in de brief onder meer: “Iedereen is doordrongen van de urgentie van de problematiek en nu is dan ook het moment om gezamenlijk stappen te zetten.” De vraag is alleen welke stappen. Want stappen worden er gezet. Niet eerder in onze parlementaire geschiedenis liepen er zoveel wetsvoorstellen tegelijkertijd naast elkaar om de schuldenproblematiek aan te pakken. Mijn beschouwing is alleen dat de stappen die gezet worden te veel los zand zijn. Dat we niet bezig zijn om invulling te geven aan een gedeelde stip aan de horizon maar met een veelheid aan projecten, pilots en wetsvoorstellen, allemaal met hele goede bedoelingen, proberen om een veelkoppig monster te temmen. In die zin bestaat het risico dat we over een aantal jaar naar de Brede Schuldenaanpak omkijken als een gemiste kans. In de begeleidende brief van de aanpak wordt toegelicht wat de omvang en de oorzaken van de schuldenproblematiek zijn. Zo wordt daar uitgelegd dat bijvoorbeeld vrouwen extra kwetsbaar kunnen zijn voor schuldenproblematiek. Het ontbreekt in de begeleidende brief echter aan de hiervoor genoemde integrale analyse. Hoe grijpen de incassobevoegdheden, schaamte, lange doorlooptijden en verschillen in belang bij schuldeisers op elkaar in? En wat leert die integrale analyse ons over wat er nodig is? Deze fundamentele vragen zijn niet beantwoord. Het gebrek aan een fundamentele analyse en daarin gewortelde stip aan de horizon voedt de stroom losse -vaak charmante- experimenten, pilots en wetsvoorstellen.

Graag illustreer ik mijn bovenstaande zorg aan de hand van de twee voorbeelden die ik in de inleiding gaf: het Saneringsfonds schulden en het wetsvoorstel vroegsignalering. Als het aan de staatssecretaris ligt wordt er van gemeenten bij wet gevraagd om inwoners op te zoeken als zij achterstanden hebben bij onder meer: zorgverzekeraars, het CAK, verhuurders en drinkwater- en energiebedrijven. De Raad van State zegt daarover: “na een dergelijk signaal is de gemeente verplicht om een gesprek aan de schuldenaar aan te bieden. Daarna wordt de hulpvraag vastgesteld en zal er een plan van aanpak worden opgesteld om schuldhulp te bieden, of zal schuldhulp worden geweigerd.” (8) Het is iedere burger met achterstanden bij één of meerdere van deze partijen gegund dat er contact wordt opgenomen om te verkennen wat er speelt en wat er nodig is. Het is een mooi wetsvoorstel dat steun verdient. Maar tegelijkertijd zijn er nog zoveel vragen onbeantwoord dat we eigenlijk niet goed weten wat we steunen. Het ontbreekt ons onder meer aan antwoorden op de volgende vragen: Zijn we er vroeg genoeg bij als we vroegsignalering hoofdzakelijk inrichten op vaste lasten? Of zijn er eerdere signalen die eigenlijk ons ijkpunt zouden moeten zijn? Welk deel van de mensen die we benaderen heeft een eigen wens om de financiële problematiek helemaal op te lossen? Welk deel van de mensen waar contact mee wordt gelegd is een jaar of vier na het eerste contact ook echt uit de schulden? Hoe gaan gemeenten het financieel en logistiek voor elkaar krijgen om alle burgers die daarvoor in aanmerking komen op te zoeken? In sommige gemeenten moet misschien wel een op de vijf huishoudens benaderd worden. En hoe verstandig is het om in te zetten op massale vroegsignalering als de doorlooptijden in de schuldhulpverlening nog zo lang zijn? Het wetsvoorstel voorziet in een breed gedeelde wens. Je kan er behoudens zorgen om privacy ook bijna niet tegen zijn. Het wetsvoorstel is alleen niet ingebed in de eerder door mij gewenste gedeelde integrale analyse.

Datzelfde geldt voor het Saneringsfonds schulden. Ook dit voorstel verdient steun. Als het Kabinet ervoor kiest om een dergelijk fonds in te richten komt er een eind aan de loterij waar iemand woont. In de huidige situatie is de postcode van een schuldenaar met problematische schulden bepalend voor de vraag of er een schuldsanering of schuldregeling kan worden getroffen. Dat is zonde want veel schuldeisers prefereren een schuldsanering en in de uitvoering bespaart deze regeling schuldhulpverleners veel tijd. Tijd die, zoals Geert van Dijk (voorzitter NVVK), terecht opmerkt aan andere belangrijke zaken kan worden besteed. En tegelijkertijd geldt ook voor dit fonds dat je zou wensen dat het ingebed lag in een grotere analyse. Een saneringskrediet brengt rust en duidelijkheid bij zowel schuldenaar als schuldeisers. Maar het lost nog niet op dat de doorlooptijd om de regeling tot stand te brengen te vaak zo lang is dat schuldenaar en schuldeisers er murw van (dreigen te) worden. Ik gun het beide partijen dat de instelling van het fonds onderdeel is van een integraal plan waarin de doorlooptijden enorm worden ingekort. Een integraal plan waarin bijvoorbeeld schuldeisers een verplichte reactietermijn krijgen en schuldhulpverleners de inkijkbevoegdheden krijgen in allerlei databases om snel complete schuldenoverzichten op te stellen.

Met bovenstaande overwegingen wil ik vooral uitnodigen om veel meer dan we tot nu toe hebben gedaan antwoord te geven op de fundamentelere vraag wat er nodig is om de schuldenproblematiek echt aan te pakken. Om al die puzzelstukjes te combineren waarop we verklaringen hebben uitgewerkt voor het grote niet-gebruik van schuldregelingen door huishoudens die kampen met problematische schulden. Om vanuit een grotere analyse invulling te geven aan losse voorstellen die betrekking hebben op belangrijke zaken zoals vroegsignalering en saneringsfondsen. Om ervoor te zorgen dat de puzzelstukjes zo passen dat we over een jaar of vijf de meerderheid van de mensen die worstelen met problematische schulden echt vroeg bereiken, motiveren om hulp te aanvaarden en daadwerkelijk snel uit de problemen helpen.

Noten

(1) https://schuldenenincasso.nl/wp-content/uploads/2018/11/201412-Eindrapport-NVVK-Regioplan-HU-Het-verhaal-achter-de-cijfers-2.pdf?x25913

(2) https://www.trouw.nl/opinie/investeren-in-schuld-voorkomt-veel-ellende~b69c71f3/

(3) https://www.raadvanstate.nl/@116443/w12-19-0181-iii/

(4) https://schuldenenincasso.nl/paritas-passe/

(5) https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2017/04/24/weten-is-nog-geen-doen

(6) https://www.nvvk.nl/k/n323/news/view/9515/3816/berenschot-rapport-schuldhulpverlening-houdt-heldere-spiegel-voor.html

(7) https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2018/05/23/kamerbrief-brede-schuldenaanpak

(8) https://www.raadvanstate.nl/@116443/w12-19-0181-iii/

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.