Lager opgeleiden voelen zich te min om te participeren in burgerinitiatieven

Burgerinitiatieven zijn voor de elite. Ze horen net zo bij de overheid als een ‘keurige’ manier van praten die past bij ‘een goede opvoeding’. Lager opgeleiden voelen zich er niet bij thuis. En de laatsten die dat weg kunnen masseren zijn zij van de elite. Hoe je dat oplost? Andersom participatie. Invoegen daar waar zij zijn. Voor ze van waarde zijn, als gelijken. Zoals Coolblue dat kan of een fijne buurman die net zo is.  

Lager opgeleiden zijn ondervertegenwoordigd in burgerinitiatieven door gebrek aan geld, sociaal kapitaal, tijd en kennis. Maar er is meer, betoogt Vivian Visser: lager opgeleide burgers voelen zich ook te min om mee te doen of hebben een diepe afkeer van de overheid.

Door Vivian Visser, 29 oktober 2019

De toename in aantal en belang van burgerinitiatieven krijgt volop aandacht in maatschappelijke en wetenschappelijke debatten. Burgers zetten zich op vele manieren en uit eigen beweging in voor maatschappelijk relevante doelen binnen het publieke domein. Denk aan het opzetten van een huiswerkklas in een achterstandswijk, het oprichten van een wijkmoestuin of het organiseren van een lichtjesavond om overledenen te herdenken. Velen prijzen de initiatieven om hun democratische potentieel en de verschuiving van power to the people. Tegelijkertijd zien we echter grote verschillen in participatie. Burgers met een lager opleidingsniveau zijn ondervertegenwoordigd in burgerinitiatieven.

Sociaal-culturele factoren spelen ook een rol

Verklaringen voor deze ondervertegenwoordiging worden gezocht in gebrek aan tijd, geld, sociaal kapitaal (de juiste connecties) of politiek relevante kennis. Wij vermoedden echter dat er nog meer speelt en doken daarom diep in de belevingswereld van lager opgeleide burgers.1 Zo kwamen we erachter dat ook sociaal-culturele factoren een belangrijke rol spelen in non-participatie in burgerinitiatieven.

Het doet ertoe welke betekenis burgers aan zichzelf en hun handelen geven in relatie tot andere burgers. We zagen dat lager opgeleide burgers zich geen legitieme actor voelen of een diepgewortelde afkeer hebben van alles aangaande de overheid. Sommigen hebben beide: zij voelen zich niet legitiem en hebben afkeer.

Lager opgeleiden voelen zich geen legitieme actor

Lager opgeleiden voelen zich in vergelijking met andere burgers minder legitiem of bevoegd om actief te zijn in burgerinitiatieven vanwege ervaren stigma, manier van praten en gebrek aan vakinhoudelijke kennis. Verschillende deelnemers aan ons onderzoek voelen zich gestigmatiseerd, onder andere op basis van hun opleidingsniveau of beroep. Zij verwachten hierdoor dat hun ideeën voor initiatieven niet serieus genomen worden door andere burgers en ambtenaren.

Hun ‘manier van praten’ speelt bij velen eveneens een rol. Zij refereren hierbij niet zozeer naar ambtelijke termen of ingewikkelde abstracte begrippen als wel naar een ‘keurige’ manier van praten die past bij ‘een goede opvoeding’. Ze zijn bang dat hun accent tegen hen zal werken in de communicatie met de gemeente, dat ze hierdoor niet serieus genomen worden of dat hun ideeën snel van tafel worden geveegd. Ook het gepercipieerde gebrek aan vakinhoudelijke of expertkennis weerhoudt hen ervan om burgerinitiatieven te initiëren. Zij kennen meer waarde toe aan de kennis van mensen die gestudeerd hebben dan aan hun eigen ‘praktische’ kennis. Ze veronderstellen bijvoorbeeld dat ze pas een alternatief plan voor de inrichting van hun straat in mogen dienen als ze landschapsarchitectuur of stedenbouwkunde hebben gestudeerd.

Zij vinden politici en ambtenaren ‘koorballen en kakkers’

Een tweede verklaring voor non-participatie in burgerinitiatieven kunnen we omschrijven als een diepgewortelde smaakkwestie die via de opvoeding en andere socialisatieprocessen wordt aangeleerd. Verschillende onderzoeksdeelnemers voelen zich wel degelijk een legitieme actor, maar participeren toch niet. Dit heeft alles te maken met hun afkeer van de politiek en het ambtelijk apparaat. Net als dat niet iedereen liefhebber is van abstracte kunst, zo houdt ook niet iedereen van het politieke domein.

Sommigen hebben simpelweg geen interesse in publieke zaken en de politiek. Zij menen dat deze domeinen gedomineerd worden door mensen uit een ‘ander milieu’ dan waar zij zelf uit komen en beschrijven hen als ‘kakkers’ en ‘koorballen’. Doordat zij zichzelf hier niet in herkennen, is er een gebrek aan affiniteit.

Het past niet bij hun ‘aanpakkersmentaliteit’

Daarnaast speelt de afkeer van ambtelijke rompslomp een rol in hun non-participatie. Ze zijn gefrustreerd door de vele ambtelijke regeltjes en de tijd die het kost om iets gedaan te krijgen van de gemeente. Sommigen kijken vanwege de ‘rompslomp’ neer op de ambtenarij en vinden dat ambtenaren zich alleen bezighouden met onbelangrijke zaken. Dit weerhoudt hen ervan om een burgerinitiatief op te zetten. Het past niet bij hun ‘aanpakkersmentaliteit’ en praktische of pragmatische levensstijl.

Anderen willen zo min mogelijk met de gemeente te maken hebben omdat zij die associëren met ‘vieze politieke machtsspelletjes’. Zowel politici als ambtenaren zijn er volgens hen vooral op uit om hun eigen macht te vergroten. Ze spreken ook afkeurend over het ‘misleidende’ van standpunten veranderen door politici en ambtenaren, enkel om populairder te worden onder burgers. Eerlijkheid en trouw aan jezelf staan bij deze non-participanten hoog in het vaandel; iets wat zij niet terugzien in het politieke domein.

Op weg naar een gelijke verdeling in burgerinitiatieven

De komende jaren zal het belang van burgerinitiatieven in de samenleving alleen maar toenemen, zoals onder andere blijkt uit de naderende implementatie van de Omgevingswet waarin ‘ruimte voor initiatief’ een belangrijke pijler is. Vanuit democratisch oogpunt is het wenselijk dat er geen grote verschillen in participatie tussen burgers bestaan. Om de tot op heden ondervertegenwoordigde groep burgers aan te trekken en succesvol uit te nodigen om mee te doen moet rekening gehouden worden met genoemde sociaal-culturele factoren. Dit kan door de culturele kloof die non-participanten tussen henzelf en het politiek domein ervaren, te verkleinen. Sensitiviteitstrainingen voor overheidsmedewerkers bijvoorbeeld kunnen bewustzijn creëren van de verschillende sociaal-culturele belevingswerelden van burgers en de handelingsrepertoires die daarbij passen.

Beleid moet daarnaast gericht zijn op destigmatisering, zodat meer burgers zichzelf als legitieme actor in het publiek domein kunnen beschouwen. Als eerste stap kunnen gemeenten non-participanten stimuleren door hen duidelijk te maken dat zij serieus genomen worden en door hen expliciet uit te nodigen vanwege hun vaardigheden zoals praktische kennis.

Vivian Visser werkt als promovenda bij de afdeling Bestuurskunde en Sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij doet onderzoek naar burgerinitiatieven en de daarmee samenhangende veranderende relaties en interacties tussen burgers en overheden. Dit artikel is gebaseerd op Towards a cultural explanation of political non-participation in citizens’ initiatives: Feelings of entitlement and a ‘taste for politics’. Vivian Visser, 2018, EUR.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.