Als het kaartenhuis van de 85-plusser thuis instort

Wie zorgt er voor de groeiende groep 80-plussers? De kinderen wonen ver weg, er zijn te weinig verpleegkundigen en verzorgenden. ‘Er staan ook bedden leeg. Niet omdat er geen wachtlijst is, maar omdat we het niet meer georganiseerd krijgen.’

Door Frederiek Weeda, 1 november 2019

Dhr. Hamminga in verzorgingshuis de Wenning in Drenthe.
Dhr. Hamminga inverzorgingshuis de Wenning in Drenthe.Foto uit de expositie Kracht van Binnenuit van Sake Elzinga 

Het hart van ouderenarts Marieke Meinardi brak toen een echtpaar van in de tachtig werd binnengebracht op de spoedeisende hulp. „Ze waren samen van de trap gevallen. Zij probeerde hem naar bed te brengen en het bed stond boven. Er was niemand om voor ze te zorgen dus moesten ze tijdelijk ergens gaan revalideren. Het liefst in de regio. Maar we konden nergens een plek vinden in een verpleeghuis. Toen dacht ik: hier móeten we iets op bedenken.”

Wat is er aan de hand, wanneer twee hoog-bejaarden die thuis van de trap vallen, en dus niet voor elkaar kunnen zorgen, op niemand kunnen terugvallen? Dat de familie ver weg woont, de verpleeghuizen vol zitten, de wijkverpleging in de buurt overbelast is en het ziekenhuis zegt: voor ons bent u eigenlijk niet ziek genoeg. Dat hun kaartenhuis instort, zoals Meinardi het redderen thuis noemt.

Die vraag komt steeds vaker op. Haar afdeling heeft dit jaar – een record – voor één patiënt 36 verpleeghuizen moeten bellen om een plek te vinden. Vorig jaar belandden in het hele land 108.000 65-plussers op de spoedeisende hulp nadat ze thuis waren gevallen, meldde kenniscentrum VeiligheidNL in september. Zes procent meer dan in 2009. Van hen moesten 11.000 worden opgenomen in een verpleeghuis. In september bleek ook dat 14.000 kwetsbare ouderen op een wachtlijst staan voor een plek in een verpleeghuis in hun regio. Ze krijgen wel 24-uurszorg, maar níet op een plek waar ze zouden wíllen zijn.

Er is veel aan de hand. En dat zal voorlopig niet veranderen. Van de babyboomers (geboren tussen 1946 en 1955) wordt de eerste lichting over een jaar 75. Tegelijk leeft iedereen steeds langer – vrouwen worden gemiddeld 83 jaar, mannen 80. Vanaf hun vijftigste hebben ze meestal gebreken. In de ongezondste regio, Zuid-Limburg, houdt de ‘ervaren goede gezondheid’ op bij 43 jaar. In de gezondste regio, de Gooi en Vechtstreek, houdt die op rond 50 jaar.

Soms heeft iemand maar twee weken zorg nodig, thuis of in een hospice. Maar de meeste mensen slijten langzaam. Gewrichten gaan pijn doen, heupen en knieën worden vervangen, de ogen worden slechter, ze krijgen een hersenbloeding, hartproblemen, suikerziekte of kanker die wordt genezen en soms terugkeert. En de hersens gaan haperen: in 2015 waren 134.000 ouderen dement, in 2040 zijn dat er naar schatting 330.000.

Eenmaal krakkemikkig

Lange tijd zorgde het rijk voor ouderen. Van 1965 tot 2015 werden ze, eenmaal krakkemikkig, opgevangen in verzorgingshuizen en verpleeghuizen. Iedereen betaalde AWBZ-premie en als je eenmaal oud was, kreeg je dezelfde opvang – rijk of arm.

Door de vergrijzing zou dit de komende decennia te duur worden. En dus schafte het kabinet-Rutte II de AWBZ af. Vanaf 2015 mochten alleen heel zwakke of demente ouderen (en zwaar gehandicapte en psychiatrische patiënten) nog aanspraak doen op 24-uurszorg in een instelling die door het rijk werd betaald. Zij vielen voortaan onder de Wet Langdurige Zorg. Er maken nu ongeveer 312.000 mensen gebruik van.

Honderden verzorgingshuizen werden de afgelopen jaren gesloopt of omgevormd tot goedkope huurflats, voor jongeren en migranten. De oudere die een beetje zorg nodig had, zou die voortaan thuis krijgen van familie en buren, thuiszorg of, zo nodig, de wijkverpleging.

Maar de kinderen zijn massaal naar de steden getrokken voor opleiding en werk. Ze wonen vaak ver van hun ouders. De afstand is te groot om dagelijks voor hen te zorgen. Ook buren zijn vaak te druk.

Dus krijgen ouderen die hulp nodig hebben met instanties te maken. Een gemeenteambtenaar bepaalt of ze recht hebben op gesubsidieerde schoonmaak of begeleiding; de wijkverpleging brengt in kaart hoeveel zorg ze nodig hebben; het Centrum Indicatiestelling Zorg bepaalt uiteindelijk of ze recht hebben op een 24-uurs-verpleeghuisplek. Verpleeghuizen op hun beurt moeten elke bestede cent verantwoorden.

Net als Albert Heijn en Jumbo

Sinds een paar jaar zijn er te weinig verpleegkundigen en verzorgenden. Het personeel vergrijst zelf; bijna 30 procent is over tien jaar met pensioen (115.000 55-plussers nu). En de werkdruk is hoog, met avond- en nachtdiensten. Verpleegkundigen moeten steeds meer administratie doen. Dat kost tijd en gaat ten koste van contact met de patiënt. 69 procent van ruim 16.000 verzorgenden en verpleegkundigen die meededen aan een enquête van de beroepsvereniging V&VN zegt dat in 2018 de werkdruk hoger was dan in 2017. Doordat er vacatures openstaan, moet de rest harder werken. Het verloop van zorgpersoneel bedraagt 15,7 tot 18 procent.

Bestuursvoorzitter Marc van Ooijen van De Zorggroep in Limburg, zei onlangs in vakblad Skipr: „We hebben te weinig verpleegkundigen, te weinig verzorgenden, te weinig mantelzorgers. Er staan ook bedden leeg. Niet omdat er geen wachtlijst is, maar omdat we het niet meer georganiseerd krijgen.”

Andere bestuurders in de zorg zeggen dat er nooit heel veel personeel meer bij zal komen. Zij verwachten meer van apps en het digitaal stellen van vragen, of medische gegevens doorsturen aan een dokter.

En er was al ‘marktwerking’ ingevoerd. Concurrentie tussen zorgorganisaties kwam niet echt van de grond, maar ze vallen wél onder de Autoriteit Consument & Markt. Ze mogen geen afspraken met elkaar maken en dus ook niet samenwerken, net als de Albert Heijn en Jumbo. Komt een oudere uit het ziekenhuis die moet revalideren in een verpleeghuis of er moet gaan wonen, dan mogen de verpleeghuizen niet met elkaar overleggen waar nog plek is. Dat zouden marktafspraken zijn. Ouderenarts Meinardi: „Het is idioot. Elke organisatie heeft zijn eigen belang en ze mogen niet samenwerken. De oudere patiënt is er de dupe van dat niemand de zorg regionaal regisseert.”

INITIATIEVEN OM TEKORT AAN ZORG TE OMZEILEN

Een studenten-ouderen-flat
In de Saffier, een voormalig verzorgingshuis in Utrecht, wonen 160 jongeren én 160 ouderen. Het zijn woningen en kamers die vallen in de ‘sociale huur’-sector. Twee vleugels (jong en oud apart) worden verbonden door een hal met een kapper, restaurant, ateliers en een receptie die tot 18.00 uur open is. Aan de receptie kunnen ouderen vragen of een jongere de hond voor ze wil uitlaten, een boodschap wil doen of de vuilnis buiten wil zetten. Fira Zorgen, die werkt bij de receptie, vertelt dat ze ook „een oogje in het zeil houdt”. Echte vervanging voor zorg, is de vrijwillige hulp over en weer niet, constateert ze. „Soms moeten we het buurt-team bellen dat er professionele zorg nodig is voor een bewoner.” Eén keer per maand organiseren twee ouderen en enkele jongeren een Bingo-avond die goed bezocht wordt door jong en oud.

Betaalde mantelzorger
Saar aan Huis bestaat zes jaar en heeft al dertig vestigingen. De Saars bieden betaalde mantelzorg, ofwel „alles wat een zoon of dochter ook kan”, legt Willemien Siemens uit. De cliënt moet minimaal twee aangesloten uren afnemen „anders bouw je geen relatie op” en minimaal twee keer per maand. Een uur kost 23 euro en kan uit een persoonsgebonden budget worden betaald, maar de meeste mensen (of hun kinderen) betalen het zelf. „Het zijn veelal ouderen met beginnende dementie voor wie wij boodschappen doen, spelletjes, praten. We gaan ook mee naar het ziekenhuis als dat nodig is – alles kan.” Bij Saaraanhuis komt altijd dezelfde ‘mantelzorger’ bij een cliënt thuis. De vraag groeit: er zijn al 2.000 cliënten, van wie sommigen alweer zijn overleden.

Altijd twee bedden vrij
De afdeling ouderenzorg van het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht heeft sinds vorig jaar een afspraak met vijf grote verpleeghuizen in de omgeving. Als een oudere patiënt thuis valt, naar de spoedeisende hulp wordt gebracht en tijdelijk zorg nodig heeft om te revalideren, kan hij of zij áltijd binnen twee dagen terecht bij een van die vijf verpleeghuizen. Het gaat om kort verblijf, van enkele maanden. Het ziekenhuis houdt, op zijn beurt, twee bedden vrij voor zulke patiënten, die níet meer in het (dure) ziekenhuis horen maar ook niet naar huis kunnen en ook niet meteen in één van de vijf verpleeghuizen terecht kunnen. Dat kan dan wel na het weekeinde of voor de volgende werkdag. Aanleiding voor dit transferium was het gebrek aan tijdelijke plekken in verpleeghuizen én aan verpleegkundigen die in de wijk werken, bij ouderen thuis.

Buitenlandse verpleegkundigen
Bureautjes als European Multi Talent Group in Naarden halen buitenlandse verpleegkundigen naar Nederland. Dat is een groeimarkt. In 2018 haalde EMTG honderd verpleegkundigen uit Spanje en Portugal, dit jaar al tweehonderd en waarschijnlijk worden dat er driehonderd. „Ze komen nu ook uit Roemenië, Griekenland, Denemarken, Groot-Brittannië, Polen, Kroatië en zelfs Brazilië”, zegt de woordvoerder. Ze werken in de wijkverpleging, verpleeghuizen, ziekenhuizen en psychiatrie. De meesten blijven in Nederland wonen en werken, Sinds EMTG begon in 2013 zijn er maar vijf verpleegkundigen teruggegaan naar hun land van herkomst.

Flexibele ouderenwoning
Woningbouwcorporatie Habion verhuurt 11.000 woningen aan verpleeghuizen en particuliere huurders, van 55 jaar of ouder. Habion vraagt ouderen hoe ze oud willen worden. Directeur Peter Boerenfijn: „Ze blijken prima bereid om een kleinere, geschikte, woning te huren maar ze wilden niet daarna wéér verhuizen naar verpleeghuis of hospice. Dat begrijpen we.” Habion bouwt nu, samen met ouderen en zorgorganisaties gebouwen met flexibele tweekamerwoningen. De woning kan gebruikt worden als verzorgingswoning, verpleegwoning of hospicewoning. De oudere kan hem zélf huren en daarnaast zorg krijgen of er, eenmaal heel oud en in de WLZ, ‘intramuraal’ blijven. Directeur Peter Boerenfijn: „Dan huurt de zorgverlener van ons.” Een verpleeghuis is op zichzelf niet aantrekkelijk voor de meeste mensen, zei Boerenfijn onlangs tegen de Tweede Kamer: „Ze zijn een ultiem bedrijfsmiddel voor zorg-organisaties om zo efficiënt mogelijk zorg te verlenen. Dat conflicteert per definitie met wensen van bewoners. Het is gewoon geen aantrekkelijk perspectief voor ouderen en hun naasten.”

Omkijken naar de buurvrouw
In Ermelo wordt een wijk gebouwd die Oranjepark heet. Bedoeling is dat alle bewoners er „naar elkaar omkijken”. Kopers, huurders, ouderen, jongeren, ziek en gezond. In het verpleeg-huisdeel komt ook een ‘buurtkamer’, waar iedereen uit de buurt in mag.

Valpreventie
Het Rode Kruis informeert ouderen over de voorzorgsmaatregelen voor de meest voorkomende val-ongevallen met de workshop Goed Voorbereid en een checklist. „Ouderen denken vaak dat de kans klein is en dat zij niet een ongeluk in geen in hun huis krijgen, maar een kleine aanpassing kan een gevaarlijke situatie voorkomen,” aldus Astrid Roggen, hoofd Goed Voorbereid.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.