Hoe ouder, hoe meer we uit ons brein halen

Namen vergeten, worstelen met de digitalisering, sneller moe: betekent ouder worden dan alléén maar achteruitgang? Zeker niet, zegt Margriet Sitskoorn.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is 682
Margriet Sitskoorn: “Het doet er nogal toe hoe we over ouder worden denken. Dat gaat niet alleen ouderen aan, maar ons allemaal.” ©Koen Verheijden

ONZE grijze massa past zich heel vernuftig aan tand des tijds aan

Net als andere lichaamscellen ontsnappen ook onze hersenen niet aan de tand des tijds. Maar er is ook goed nieuws: bepaalde veranderingen in ons brein zorgen er net voor dat we positiever door het leven stappen. En ook al doet die krimpende hippocampus ons kortetermijngeheugen slabakken, dingen die we vroeger hebben geleerd, weten we vaak nog perfect.

Door Caroline De Ruyck, 7 december 2019

Toen Margriet Sitskoorn, hoogleraar klinische neuropsychologie aan de Universiteit van Tilburg, elf jaar geleden haar bestseller ‘Lang leven de hersenen’ schreef, was er nog maar weinig positiefs te melden over het effect van leeftijd op ons brein. “Veroudering was steevast synoniem voor aftakeling en verval. Je hersenen gaan erop achteruit en je vaardigheden nemen af, klonk het resoluut. Maar stilaan kwam er ook goéd nieuws uit onderzoekshoek. Al die veranderingen leken lang niet alleen negatieve gevolgen te hebben voor ons denken, voelen en doen. Allerlei cognitieve functies zoals geheugen, aandacht en de snelheid waarmee je informatie opneemt, gaan inderdaad wat achteruit, maar met de jaren worden we ook wijzer. Niet per se omdat we zoveel meer zouden wéten. Wel omdat onze veranderende hersenen zich meer en meer richten op ons welzijn en we ze steeds efficiënter gaan gebruiken.”

Roze waas

In haar nieuwe boek ‘Het 50+ brein’ focust de Nederlandse wetenschapper op die positieve veranderingen, met recente wetenschappelijke kennis, achterliggende theorieën, columns en tips om je brein fit te houden. “Elf jaar geleden was ik nog jaloers bij het idee dat oudere mensen beter kunnen omgaan met hun emoties. Want wie wil dat nu niet: een soort roze waas over je brein, die ervoor zorgt dat je de dingen positiever bekijkt?”, stelt Sitskoorn. “Inmiddels ben ik zelf 50+ en kan ik alleen maar zeggen dat het klopt. Je gaat het negatieve beter reguleren en meer aandacht schenken aan de mooie en leuke dingen. Alsof je brein signaleert: ‘Je jaren worden korter, dít is wat er nu nog toe doet en wat goed voor je is.’ Echt geweldig, hoe dat allemaal in elkaar zit.”

Juister oordeel

Hoe vernuftig onze grijze massa zich aanpast aan het klimmen der jaren en hoe we er met het ouder worden méér lijken uit te halen dan vroeger, komt uitgebreid aan bod in Sitskoorns boek. Net als waarom het hersenkapitaal van ouderen veel meer respect verdient dan het vandaag krijgt. “Ook al zijn de hersenen van 50-plussers minder alert en flexibel dan die van een 20-jarige, ze zijn wel nog goed in andere dingen. In juister oordelen over mensen en situaties bijvoorbeeld, in het beter inschatten van informatie, in het zich niet laten afleiden, in sneller problemen oplossen. Ook dát zijn belangrijke vaardigheden, zeker in deze tijden waarin we overspoeld worden door digitale informatie. Reden te meer om er zorg voor te dragen en ze zolang mogelijk gezond proberen te houden.”

Leve het geronbrein

De veranderingen die optreden in ouder wordende hersenen zijn zó specifiek dat we – naar analogie met het kleuter- en het puberbrein – kunnen spreken van het geronbrein, aldus Margriet Sitskoorn. ‘Geron’ komt van het Griekse geronis, wat ‘oudere’ betekent – zie ook woorden als ‘geriatrie’ en ‘geriater’. Voor het gemak situeert Sitskoorn dat geronbrein in de periode na ons 50ste: “In tegenstelling tot wat men vroeger dacht, blijft ons brein zich ons hele leven lang aanpassen op basis van alles wat we zien, horen, voelen, meemaken en denken. Neuroplasticiteit heet dat in wetenschappelijke termen. Ook al gaan onze hersenen wat slijten, dankzij die neuroplasticiteit worden gebieden die wat sneller verouderen ‘overgenomen’ door andere gebieden. Bepaalde vaardigheden verminderen, onder meer ons kortetermijngeheugen, maar er ontwikkelen zich ook níeuwe vaardigheden, zoals het beter kunnen omgaan met emoties.

Bovendien kunnen we met het ouder worden steeds beter zélf kiezen waaraan we ons al dan niet willen blootstellen. Zo bepalen we mee in welke richting onze hersenen – en daarmee ook onze vaardigheden – zich verder ontwikkelen.”

Oud is niet out

Laat je over de ‘oude dag’ vooral niets wijsmaken, zegt Sitskoorn. “Door de neuroplasticiteit is ons brein een ‘open’ systeem. Pas dus op wat je erin stopt of er láát instoppen. Ook met ideeën over ouder worden. Geloof je bijvoorbeeld het cliché dat ouderen niets kennen van digitale media, dan ga je daar op de duur wellicht zelf naar handelen. En wie zichzelf identificeert met negatieve stereotyperingen, gaat sneller achteruit, zo blijkt uit onderzoek. Niets van geloven dus, dat ouder worden alleen maar kommer en kwel brengt. Het komt met gebreken, maar ook met heel wat voordelen. Net als elke andere levensfase.”

‘Het 50+ brein. Ouder wordende hersenen in de moderne maatschappij’. Margriet Sitskoorn. Uitgeverij Prometheus. € 15

***

Drie toptips voor een vitaal brein

1. Doe nieuwe dingen

In je comfortzone blijven zitten en nieuwe ervaringen mijden, is veilig en prettig. Maar net door nieuwe dingen te doen, ontstaan nieuwe uitlopers van hersencellen (axonen en dentrieten) en verbindingen tússen je hersencellen. Gevolg: je brein bouwt een ‘reserve’ op en wordt beter bestand tegen cognitief verval. Schrijf je dus in voor die cursus linedancen, zoek een vrijwilligersjob of ga schilderen in de Provence.

2. Trek de natuur in

Ook al ga je maar voor korte tijd de natuur in, je aandacht, geheugen en stemming verbeteren, je creativiteit neemt toe en stress vermindert. Hoe dat komt, is nog niet helemaal duidelijk, maar het lijkt erop dat bewegen in combinatie met schone lucht en een groene omgeving bijdragen aan een betere hersenwerking en cognitieve vaardigheden.

3. Bewéég

Haal je sportschoenen uit de kast en pomp je fietsbanden op, want bewegen is een wondermiddel voor je brein. Hoe dat komt? Onderzoekers vermoeden dat beweging het brein ‘smeert’ met extra bloed en zuurstof, en de krimp van bepaalde hersengebieden tegengaat. Ook sociaal contact houdt je brein gezond, en eropuit trekken doe je meestal met anderen.

©RV

Bron: Het Laatste Nieuws

Kijk eens naar wat dat belegen brein nog wél – en beter – kan

Interview neuropsycholoog Margriet Sitskoorn

Ze hoort het geregeld om zich heen. Mensen die zeggen: ik ben 50, maar zo voel ik me helemaal niet. Ik voel me veel jonger. Margriet Sitskoorn schudt het hoofd. “Hoezo voelen we onszelf massaal jonger? Ik ben 53 jaar. Hoe dat voelt? Ik zou het niet weten. En duurt dat gevoel dan een jaar? Voelt 54 weer anders?”

Dat ’60 is het nieuwe 40′, ook al zoiets. “Wat een gekke uitspraak. Mensen die benadrukken dat ze zichzelf jonger voelen, willen naar mijn idee vooral aantonen dat ze nog volop meedraaien.” Juist dat hoeft helemaal niet, meent de Tilburgse hersenprofessor. Want volop meedraaien, dat is precies wat ouderen van nu volgens haar doen in onze maatschappij. “Of ze nu 50, 60 of ouder zijn. Veel ouderen werken, reizen, sporten, internetten en voeden de kleinkinderen mee op. Een belangrijke voorwaarde daarbij is wel dat je gezond blijft.”

Racefiets

Als neuropsycholoog en hoogleraar klinische neuropsychologie aan Tilburg University richt Sitskoorn zich al jaren op onze hersenen en ons gedrag. Ze houdt lezingen en schrijft er boeken over vol. In 2008 nam ze in Lang leven de hersenen – Positieve prikkels voor hersenen die ouder worden haar lezers al mee in het ouder wordende brein. Nu levert ze met Het 50+ brein – Ouder wordende hersenen in de moderne maatschappij een complete herziening van en stevige aanvulling (inclusief actuele onderzoeksgegevens) op haar boek van elf jaar geleden.

Reden daarvoor was dat ze tijdens haar lezingen in toenemende mate vragen kreeg over de ouder wordende hersenen in relatie tot de werkvloer. Die behoefte snapt ze wel. “Er verandert juist in de werkomgeving veel. We werken langer door met z’n allen. Hoe ga je daarmee om? Wat is de waarde van ouderen?”

Dergelijke vragen worden volgens haar de komende jaren alleen maar relevanter. Ze haalt er de cijfers bij. In 1950 telde Nederland circa 771.000 65-plussers; in 2016 waren dat er al 3,1 miljoen. Daar plakken we dan de term vergrijzing op – klinkt ook niet per se positief. Argumenten genoeg voor de Tilburgse professor om opnieuw naar onze ouder wordende hersenen te kijken. “Want onze hersenen verzorgen het denken, voelen, doen en onze ontwikkeling. Je brein vormt je zijn en andersom.”

De stereotyperingen die kleven aan ouderen spelen daarbij voor haar een belangrijke rol. Als we bij een 70-plusser denken aan een rollator in plaats van een racefiets, zullen veel ouderen zich niet in dat beeld herkennen en er letterlijk afstand van nemen. Ouderdom associëren we volgens haar te veel met achteruitgang. “Ook in onderzoeken lag daar in het verleden vooral de nadruk op. Toch is dat te eenzijdig.”

Dat er veel verandert vanaf een jaar of 50, dat ontkent ook de hoogleraar niet. “Maar we hebben het veel te weinig over wat er vooruitgaat. En hoe onze hersenen in staat zijn allerlei functies die minder worden te compenseren.”

Daarbij gaat het vooral om wat Sitskoorn de neuroplasticiteit van de hersenen noemt. Ze is er als professor in gespecialiseerd. Kort gezegd is dat het vermogen van de hersenen om zich aan te passen of te herstructureren. “Vroeger moesten we voor hersenonderzoek gaan snijden; nu kunnen we door scans van de hersenen veel beter zien wat er gebeurt. Er is niet alleen verval te zien, maar ook dat onze hersenen zich continu aanpassen aan interne en externe veranderingen.”

In haar boek geeft ze een voorbeeld van een onderzoek waarbij de hersenactiviteit van jongeren en ouderen wordt gemeten terwijl ze dezelfde informatie binnenkrijgen. Bij berichten die gelukkig maken reageren de hersenen hetzelfde. Bij negatieve informatie blijkt de reactie in het oudere brein veel minder heftig. “Als je jong bent kunnen veel meer zaken bedreigend zijn, simpelweg omdat je ze nooit eerder hebt meegemaakt. Ouderen zijn minder snel van streek, omdat het systeem dat de emoties reguleert anders werkt.”

Sitskoorn is er vooral op uit dat we meer begrip krijgen voor wat er gebeurt in het ouder wordende brein, of het geronbrein, zoals zij het noemt. Ze trekt een vergelijking met het puberbrein, dat de afgelopen decennia veel aandacht heeft gekregen. Zeker, vindt zij, omdat we in een tijdperk leven met snelle veranderingen. Zo ziet Sitskoorn door de digitalisering de kloof tussen oud en jong groter worden. “Ouderen hebben het gevoel dat ze niet meer meekunnen. Ze zijn er niet mee opgegroeid en dat maakt het lastiger. Je hersenen nemen naarmate je ouder wordt ook minder snel nieuwe dingen op.” Dat alleen maar zien als een achterstand is volgens de hoogleraar maar een gedeelte van het verhaal. Bij digitalisering gaat het wat haar betreft te eenzijdig over technische vaardigheden. In haar boek HersenHack – Update je brein, dat eerder dit jaar uitkwam, waarschuwt ze onder meer voor de gevaren van die voortdurende informatiestroom via Facebook, Instagram, nieuwssites en pushberichten. “Als je ouder bent, heb je meer autonomie. Je kiest scherper waar je je hersens aan blootstelt. Je kunt beter prioriteiten stellen en informatie op waarde schatten. Dat zijn belangrijke vaardigheden rondom de snelle digitalisering. Misschien zijn ouderen uiteindelijk wel beter toegerust.”

Nieuwe dingen

‘Laat je niet uit het veld slaan’, mogen we gerust optekenen als haar boodschap aan de oudere lezers, maar ze merkt daarbij wel wat op. “Soms moet je er veel tijd en energie in steken om nieuwe dingen te leren. Niemand vindt het gek dat je op jonge leeftijd veel tijd en geld kwijt bent om te leren autorijden. Dat moet je ook op latere leeftijd doen om zaken onder de knie te krijgen. Ook al is je energielevel lager, blijf niet hangen in ‘pfff, daar heb ik de fut niet voor’.”

Heel kort door de bocht: op die manier blijf je nieuwe hersenpaadjes aanleggen. Haar bijgeleverde ‘schijf van vijf’ bevat verder: genoeg bewegen, voldoende sociale contacten, gezonde voeding en het voorkomen van ziektes. “Wat goed is voor ouderen, is vaak ook goed voor jongeren. Gezond oud worden: je kunt er eigenlijk niet vroeg genoeg mee beginnen.”

Bron: BNdeStem.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.