Het gaat helemaal niet om feiten. Het gaat om beleving

Niet de strijd tussen waarheid en leugen is wat onze tijd bepaalt, schrijft Bas Heijne, het gaat om hoe we de dingen voelen. „Zelden wordt iemand door een handvol getallen op andere gedachten gebracht.”

Door Bas Heijne, 20 december 2019.

"Wat de banaan betekent, is afhankelijk van de situatie waarin die banaan ‘beleefd’ wordt."
“Wat de banaan betekent, is afhankelijk van de situatie waarin die banaan ‘beleefd’ wordt.”Foto Getty 

Nee, het ging niet om een miljardenstrop en nee, er werden geen onschuldige burgers vernederd en vertrapt. Dat zal de reden zijn geweest dat drie mislukte campagnes van de overheid het afgelopen jaar zo weinig aandacht kregen. Laat staan dat er lessen uit die mislukkingen getrokken worden. Dat is jammer, want er valt veel van te leren. Ik ga ze even langs.

Eerste mislukking: de overheidscampagne tegen nepnieuws. Voorjaar 2019 start het ministerie van Binnenlandse Zaken een grote online-campagne om het kritisch vermogen van de burger wakker te porren. Wees kritisch! is het motto. Om achteraf te kunnen toetsen of de campagne succesvol is geweest, stellen onderzoekers vooraf én achteraf aan enkele honderden Nederlanders de vraag of ze ‘het vanzelfsprekend vinden om kritisch na te denken.’ Vragen ze zich bij het lezen van een online-bericht af of het juist is?

Alsof ook maar één Nederlander zichzelf, in het tijdperk van de sceptische burger, tot een gemakkelijk te beïnvloeden prooi zou verklaren.

Het actualiteitenprogramma Brandpunt+ weet na veel moeite de hand te leggen op de evaluatie van het ministerie. Zowel voor als na de campagne vinden negen op tien Nederlanders het vanzelfsprekend om kritisch na te denken. Nul effect dus.

Desondanks verklaarde een woordvoerder van het ministerie dat men de campagne toch als een succes beschouwt, omdat zes op de tien Nederlanders de spotjes hebben gezien. Van het budget werd 85.000 euro besteed aan advertenties op Facebook, het sociale medium dat als de grootste verspreider van nepnieuws geldt.

Tweede mislukking: in het laatste regeerakkoord wordt afgesproken om het historisch bewustzijn van aankomende volwassenen op te peppen. Voortaan zal iedereen op z’n achttiende verjaardag een boekje met de Canon van Nederland thuiskrijgen; de vijftig ijkpunten van de Nederlandse cultuur en geschiedenis. Maar een onderzoek dat wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs, wijst uit dat jongeren helemaal niet zitten te wachten op een boekje met geschiedenislessen – eigenlijk op geen enkel boek. „Misschien zou ik het aan mijn oma geven,” luidde een commentaar van een deelnemer.

Tegen woordig weten we ontzettend goed hoe irrationeel we zijn

De canon zal nu worden verspreid via digitale kanalen. In video’s zullen de vijftig thema’s, zo meldde deze krant, door voor jongeren aansprekende personen worden toegelicht.

Derde mislukking: het Democratie-festival. Afgelopen zomer deed de overheid een poging burgers hun democratische gezindheid te laten vieren, in een tweedaags festival met lezingen en debat. In de aanloop krijgt het enthousiasme van de organisatoren gaandeweg trekjes van een vorm van democratische dwangverpleging. „Vandaar dat de VNG alle Nederlandse burgemeesters ruim van tevoren vraagt een bus vol te laden met inwoners en die naar het festival te rijden. Om genoeg inwoners te interesseren doet een aantal gemeenten daar als extra lokkertje nog een gratis lunch en versnaperingen bij. Ook scholen in de omgeving van Nijmegen zijn opgeroepen schoolklassen naar het festival te sturen.”

Het wordt een sof – halfvolle bussen, lege tenten, verveelde bezoekers. Niettemin ziet de organisatie juist het mislukte festival als een triomf van de democratische geest. „Het festival trok de aandacht, zowel positief als negatief. Het is goed dat dit gebeurt in Nederland, dat er vragen komen en tegengeluiden klinken. Ook al is het festival achter de rug, we zijn er zeker nog niet over uitgepraat. Als er iets is dat het Democratiefestival ons leert dan is het wel dat het gesprek een voorwaarde voor onze democratie is.” Lees ook:Zo probeerden we een overtuigende nepvideo te maken

Mij leerde het Democratiefestival iets anders. Ik zie een overheid die zich zorgen maakt over de Nederlander als burger, maar daar niet rond voor uit durft te komen – het resultaat is dan een soort geforceerd blijmoedige betutteling. Men maakt zich zorgen om de losgeslagen burger die zijn leefwereld steeds meer naar eigen inzicht inkleurt, die zich gemakkelijk op sleeptouw laat nemen door nepnieuws, zich laat manipuleren door politieke avonturiers en Russisch gestook, die het hopeloos ontbreekt aan historisch besef en ook niet meer weet wat het betekent om in een democratie te leven – laten we zeggen, iemand zoals Mark van de Oever, de machtsdronken voorman van de Farmers Defence Force, die de situatie van de Nederlandse boeren in 2019 vergelijkt met het lot van de Joden in de nazitijd, en daar in zijn tomeloze narcisme ook achteraf niks verkeerds in ziet („Het lijkt er toch een beetje op?”).

Maar omdat men doodsbang is voor autoritair te worden aangezien, hebben dergelijke overheidscampagnes, afgezien van dat ze veel geld kosten, het tegenovergestelde effect van wat wordt beoogd: het is de overheid zelf die van het verspreiden van propaganda en nepnieuws beticht wordt. De Canon geldt als iets van oude mensen die krampachtig jongeren tot kennis proberen te verleiden – en het ‘vieren’ van de democratie wordt gezien als een geforceerd positieve smeekbede van de bestuurlijke klasse, die bang is dat de ontketende burger zich tegen hen keert.

Een eigen wereld maken

Decennialang werd ons burgers voorgehouden – door commercie en politiek – dat we onze eigen wereld mochten maken, precies zoals we het zelf wilden. Nu regeert de angst dat de burger precies dat doet, zijn eigen werkelijkheid maken, waarbij alles wat buiten zijn directe belevingswereld valt, als oninteressant, leugenachtig of manipulatief wordt beschouwd. De waarheid is waar je in wilt geloven, historische kennis heeft alleen nog waarde wanneer je er zelf een goed gevoel van krijgt – zoals in de online-geschiedenislesjes van het Forum voor Democratie. Politicus Thierry Baudet is in staat om zowel Alexis de Tocqueville, Baruch Spinoza, Johan van Oldenbarnevelt als Michel Houellebecq op Thierry Baudet te laten lijken.

Op zich een prestatie.

Wat de drie campagnes van de overheid gemeen hebben is de onderliggende angst dat voor de burger alles louter beleving dreigt te worden, dat er steeds minder algemeen gedeelde principes zijn, dat objectieve kennis ondergeschikt raakt aan emotie.

„Er bestaat geen objectieve journalistiek,” zei de baas van de Russische propagandazender Russia Today tegen de Brits-Russische journalist Peter Pomerantsev, die een tijdlang voor Russische media werkte en er een adembenemend boek over schreef, Niets is waar en alles is mogelijk (2014). „Er is altijd een Russische invalshoek. Neem een banaan. Voor de een is het voedsel. Voor de ander is het een wapen. Voor een racist is het iets waarmee je een zwarte kunt pesten.”

Een banaan is voor de een voedsel, voor | de ander een wapen

In onze tijd gaat het niet zozeer om de strijd tussen waarheid versus leugen, maar om de behendige (en vaak slinkse) exploitatie van het besef dat er vele, misschien wel ontelbare beleefde waarheden zijn.

Als je beseft dat objectiviteit niet bestaat, hoe ga je dan om met subjectiviteit?

Die banaan is er – daar twijfelt niemand aan. Je kunt hem objectief beschrijven, maar dezelfde banaan kan, daar heeft die directeur van Russia Today volkomen gelijk in, veel verschillende dingen betekenen. Zoals de brand in de Notre-Dame eerder dit jaar niet alleen een brand was, maar ook de aanleiding vormde tot talloze complottheorieën en klaagzangen over het verval van onze christelijke cultuur.

Wat de banaan betekent, is afhankelijk van de situatie waarin die banaan ‘beleefd’ wordt. Wie ooit als object van rassenhaat een banaan naar zich toegeworpen heeft gekregen, zal anders naar de vrucht kijken dan de gezondheidsfreak die hem tot vast ingrediënt van zijn power-breakfast heeft gemaakt. Hij of zij zal voortaan misschien aarzelen om gezien te worden tijdens het eten van een banaan.

Die beleving van die banaan ongeldig verklaren, de emoties die de banaan oproept, positief of negatief, tot onecht of niet rationeel verklaren, of als misplaatst opvatten, omdat die banaan geen emoties of connotaties in zich draagt, is naïef – om het aardig te zeggen.Lees ook: Nepnieuws?Boeiuh! Het raakt scholieren niet

Anders gezegd, de ‘objectieve’ banaan is op geen enkele manier een afdoende weerlegging van het bestaan van de haatbanaan. Dat is de reden waarom de zogenaamde ‘factcheck’, een uitvinding waar de journalistiek zo trots op is, in werkelijkheid nauwelijks of geen effect heeft.

Je kunt niet zeggen dat die racistische banaan niet bestaat omdat racisme op geen enkele manier wordt ondersteund door wetenschappelijke feiten. Voor degene die hem gooit en degene die hem op het voetbalveld naar zich toegeworpen krijgt, is hij reëel genoeg. De impact is echt en groot.

Dat rationaliteit en identiteit tegenwoordig zo vaak met elkaar botsen, dat mensen steeds willekeuriger met de feiten omgaan en ze klakkeloos negeren wanneer ze hun overtuigingen in de weg zitten, heeft, denk ik, te maken met een dieperliggend conflict – het gevoel dat een feitelijke, objectiverende, wetenschappelijke blik op de wereld die wereld van zijn betekenis heeft ontdaan. Dat wordt als een tragedie beleefd, die alleen door middel van emotie, mythe en geloof verholpen kan worden. Een geloof dat feiten ondergeschikt aan beleving maakt.

Waarheid en identiteit vallen dan weer samen.

Het verlichte, rationele wereldbeeld, met zijn data en statistieken, gaat van precies het tegenovergestelde uit. De objectieve, feitelijke waarheid der dingen is maatgevend in alles – of zou dat moeten zijn.

Maar zo leven wij helemaal niet. Wij leven niet aan de hand van cijfers en statistieken, en voor we iets vinden, plegen we zelden onderzoek. In ons leven is de betekenis van de dingen, van mensen, kleren, voorwerpen, gebouwen, sterk afhankelijk van de context waarin ze zich bevinden.

Cijfers geven zelden context.

Context geeft betekenis

Dat besef – context geeft betekenis – speelt ook een grote rol in het werk van de Amerikaanse essayist Susan Sontag, wier werk dit jaar opnieuw in de belangstelling staat vanwege de biografie die Benjamin Moser over haar schreef. Een foto in een krant heeft een andere betekenis dan dezelfde foto aan de muur in een kunstgalerie, schrijft ze in haar essay Over fotografie, of wanneer diezelfde foto op een bord in een protestmars worden gedragen. Het beeld, de voorstelling is in alle situaties hetzelfde, maar het is de context die er betekenis aan geeft.

Zo moet je denk ik ook de provocaties van een typisch twintigste-eeuwse kunstenaar als Marcel Duchamp zien; zijn urinoir als kunstwerk wordt vaak als aanval op de rigide, pretentieus-artistieke kunstwereld gezien, omdat hij een alledaags, in dit geval vulgair object in een kunstomgeving plaatst, maar je kunt het net zo goed omdraaien: door zijn urinoir te ‘heiligen’ door het tot kunst te verklaren, laat hij ons ook anders kijken naar het alledaagse, ontneemt hij het urinoir zijn vulgaire context. Daardoor verandert de betekenis die we aan een dergelijk object geven.

Het primaat van onze perceptie bij het vaststellen van betekenis is niet zonder gevaar, daar zijn we ons vandaag de dag meer dan ooit van bewust. Tegenwoordig weten we ontzettend goed hoe irrationeel we zijn. We weten steeds beter hoe ons brein werkt, hoe impulsief en emotioneel onze geest kan zijn, hoe gevoelsmatige beleving een scheef beeld van de werkelijkheid kan opleveren. Vandaar die stroom van recente boeken (Hans Rosling Feitenkennis , Bobby Duffy The Perils of Perception) over hoe we geneigd zijn dingen verkeerd in te schatten, dat onze beleving vaak niet overeenkomt met feit en statistiek.

Feiten nemen angst niet weg

Een factcheck kan misvattingen corrigeren, maar neemt de oorzaak van onze zorg of angst niet weg. Je neemt de angst voor terrorisme niet weg door mensen voor te houden dat de kans dat zij het slachtoffer van een aanslag worden vele malen kleiner is dan de kans op een auto-ongeluk.

Wanneer je net een filmpje op je telefoon hebt gezien van iemand die met grof geweld in elkaar wordt geslagen, is het lastig te accepteren dat de misdaadcijfers dalen. Het doet er ook niet toe of het filmpje aan de andere kant van de wereld is opgenomen of vier jaar geleden. Jouw emotionele relatie is met het meisje of de jongen die klappen krijgt, niet met de statistieken.

En de emotie gaat vooraf aan de beredeneerde overtuiging. Wanneer je bij het zien van hatelijke uitspraken of geweld in je tijdlijn een emotionele aanvechting voelt om in opstand te komen tegen het onrecht dat je ziet, kom je in de knoop wanneer je geconfronteerd wordt met statistieken die jouw gevoel van woede of onrecht lijken te weerspreken of te relativeren. Objectieve feitenkennis en wetenschap zijn niet langer verlengstuk van je emoties, een manier om ze te ordenen en te ‘rationaliseren’, integendeel, ze denigreren jouw diepgevoelde aanvechting.

Ze gaan recht tegen je perceptie in.

Dus kunnen ze niet kloppen.

Deze problematiek, het afkalven van het geloof in een ‘waarheid’ die buiten onze beleving staat, daar hoef je geen ziener voor te zijn, zal ons de komende jaren, en waarschijnlijk decennia, bezighouden.

Hopelijk zal het worstelen met dit probleem ook een groeiend bewustzijn van het betekenisvormende karakter van de context met zich meebrengen.Lees ook:Vooral ouderen verspreiden nepnieuws via Facebook

Het gaat niet alleen om zien, het gaat er ook om dat je weet hoe je door anderen gezien wordt. Dat was er mis met die campagnes van de overheid: ze deden voorkomen alsof ze zelf een neutrale positie innamen, wat natuurlijk niet zo was – dat hadden de haters haarfijn door.

Wanneer ik iets zeg, helpt het om te beseffen hoe ik gezien word, in welke situatie, medium of omgeving ik dat zeg. Dezelfde woorden kunnen in een andere omgeving een andere betekenis krijgen, net zoals wanneer iemand anders ze uitspreekt, iemand met een andere achtergrond, een andere sekse, een andere leeftijd, een andere kleur.

Dat ons idee van objectiviteit op alle gebieden onder druk staat, hoeft niet alleen maar negatieve gevolgen te hebben – het kan ons bewuster maken van de positie van waaruit we handelen en spreken. Het kan ons beter laten inschatten welke reacties we teweegbrengen, hoe onze inbreng – onze woorden, onze beelden, onze ontwerpen, onze politieke boodschap – de wereld waarin we leven beïnvloeden en veranderen.

Wanneer we ons bewuster worden van het effect dat we hebben op onze omgeving, gaan we een nieuwe, betekenisvolle relatie met die omgeving aan.

In een tijd waarin men steeds minder gevoelig lijkt voor de wereld buiten het eigen hoofd, voor het gezichtspunt van de ander, in een tijd waarin men zich steeds verder verschanst in de eigen beleving en de eigen overtuiging, lijkt me zo’n houding niet alleen zinvol, maar ook van cruciaal belang.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.