Politie sluit nog vaak verwarde mensen op

Zeven jaar oud is de afspraak dat mensen met verward gedrag niet meer in de politiecel komen. Het gebeurt nog steeds volop. Terwijl verward gedrag er veel minder zou zijn als meer hulpverleners deze mensen serieus zouden nemen en in hun waarde laten, en zelf proactief zouden samenwerken, voordat gedrag ontspoort https://bit.ly/zvebverward hashtag#uitdebehandelstand

De politie is afgelopen jaar ruim 96.000 keer gebeld over iemand die ‘verward gedrag’ vertoont.
De politie is afgelopen jaar ruim 96.000 keer gebeld over iemand die ‘verward gedrag’ vertoont.Foto Olivier Middendorp 

Vorig jaar werden meer dan tweeduizend mensen met verward gedrag in politiecellen opgesloten, ondanks de afspraak om dit te voorkomen.

Door Martin Kuiper en Frederick Weeda, 7 januari 2020

Mensen die ‘verward gedrag’ vertonen, belanden nog veelvuldig in de politiecel. Afgelopen jaar ging het volgens een schatting van de politie om 2.300 mensen. Ze verstoorden de orde of vormden een gevaar voor zichzelf of anderen, maar pleegden geen strafbaar feit.

Dit zegt Henk van Dijk, landelijk programmaleider ‘personen met verward gedrag’ van de Nationale Politie, tegen NRC. Zeven jaar geleden spraken de politie en branchevereniging Geestelijke Gezondheidszorg Nederland af dat ‘verwarde personen’ die overlast veroorzaken maar niet de wet overtreden, niet meer in de politiecel zouden belanden. Van Dijk betreurt het dat dit toch nog zo vaak gebeurt.

Ook was afgesproken dat verwarde mensen niet langer geboeid in de politieauto vervoerd worden, maar in een ‘psycholance’ met geschoold personeel. Uit een in 2019 gepubliceerde pilot blijkt dat de politie nog drie op de vier vervoert.

De politie is afgelopen jaar ruim 96.000 keer gebeld over iemand die ‘verward gedrag’ vertoont, een verdubbeling ten opzichte van 2011. De incidenten lijken heftiger te worden, zegt Van Dijk. De meldingen variëren van verdwaalde demente opa’s, drugsverslaafden die niet bij de opvang naar binnen mogen tot psychiatrische patiënten die agressief doen tegen de buren, zegt Van Dijk. Eén persoon kan verantwoordelijk zijn voor verschillende meldingen.

Woningbouwcorporaties hebben steeds meer te stellen met huurders die verward gedrag vertonen. Woningbouwcorporatie Havensteder in Rotterdam zegt dat er elke week wel ergens brand is, veroorzaakt door een verward persoon. „Dat is (potentieel) gevaarlijk voor bewoners en onze medewerkers. Soms gaat het om een pannetje op het vuur dat vlam vat omdat een oudere het vergeet, tot een bewoner die wanhopig zijn woning opblaast omdat hij geen hulp krijgt van de ggz.”

Ruim twee jaar geleden riep korpschef Erik Akerboom op tot meer psychologische hulp in de wijk. De agent dreigde een hulpverlener te worden, zei hij, en is daar niet voor opgeleid. Hulpverleners moeten volgens de politie 24 uur per dag aanwezig en beschikbaar zijn in de wijk, verward gedrag herkennen en de juiste begeleiding aanbieden.

Staatssecretaris Paul Blokhuis (Gezondheid, CU) beloofde ruim een jaar geleden een landelijk nummer waar verward gedrag gemeld kan worden. Dat is er nog niet. Sommige regio’s hebben een eigen nummer.

‘Stop afbouw ggz’

Diverse betrokkenen wijzen op de bezuinigingen in de ggz als hoofdoorzaak. Het aantal ‘bedden’ in psychiatrische instellingen is de afgelopen jaren met een derde verminderd. Aan die ontwikkeling moet volgens Van Dijk een einde komen: „Stop met het afbouwen van bedden, zorg eerst dat de hulp in de wijk op orde is.”

Ook de Rotterdamse wethouder Sven de Langen (Zorg, CDA) zegt dat het „nu echt afgelopen moet zijn” met het verminderen van plekken in ggz-instellingen. Rotterdam kan die afbouw volgens hem niet meer aan. „Prima dat psychiatrisch patiënten in de wijk wonen. Maar er moet wél voldoende begeleiding zijn.”

Sinds 2012 ging in Rotterdam 20 procent van de plekken in ggz-instellingen dicht; eind volgend jaar is dat al 33 procent. In het ‘hoofdlijnenakkoord’ dat het kabinet, verzekeraars, gemeenten en ggz-instellingen deze zomer sloten, werd bepaald dat de komende twee jaar landelijk nog 10 procent dicht moet. Sven de Langen, die aan tafel zat namens de gemeenten: „Kabinet, verzekeraars en ggz wilden 20 procent minder. Wij zeiden nee. Je kúnt niet alsmaar instellingen sluiten als er in de wijken te weinig hulp is.”

Bron: NRC Handelsblad.

Agent: ‘Mensen in een psychose snappen hun wereld al niet, laat staan orders’

Politie en verwarde personen De Haarlemse brigadier Dennis Cornelissens kent de meeste verwarde personen op straat wel. „Ik ga, of krijg ik nog last van je?”

Brigadier Dennis Cornelissens tijdens zijn avonddienst in Haarlem.
Brigadier Dennis Cornelissens tijdens zijn avonddienst in Haarlem.Foto Olivier Middendorp 

Twee politieauto’s stoppen voor de poort van het cellencomplex in Haarlem. Het is donker. Een jongen stapt uit, zijn handen geboeid op de rug. Hij is lang en mager en heeft een bleek gezicht. „Een triest geval”, zegt de agent die de jongen van huis ophaalde: een jongen van 21 jaar uit Bloemendaal. Autistisch, slikte zijn medicijnen niet en heeft constant ruzie met zijn vader. „Een volwassen jongen”, zegt de agent, „maar hij jankt als een kind”.

SERIEGGZ-PATIËNTEN IN DE KNEL

Politie, woningcorporaties, naasten en opvangorganisaties kampen al twee jaar met gebrekkige hulp aan chronisch psychiatrisch patiënten die zelfstandig wonen. Sinds 2015 is het aantal plekken in ggz-instellingen met eenderde gekrompen en kwam er weinig ‘ambulante’ hulp voor in de plaats. Gemeenten bezuinigden op opvang. NRC brengt de gevolgen in kaart.

Deel 1 De politie

Deel 2 de woningbouwvereniging

Deel 3 Wonen naast een ontspoorde patiënt

Deel 4 Hulpverleners in de GGZ

De jongen wordt naar cel 7 gebracht. De crisisdienst van de ggz is onderweg. Die bepaalt wat er vanavond met hem gebeurt.

Zo’n jongen hoort hier niet thuis, zegt brigadier Dennis Cornelissens. Hij werkt al twintig jaar bij de Haarlemse politie en kent de stad heel goed. Steeds vaker ontfermt hij zich over ‘E-33-meldingen’. Dat zijn mensen die ‘verward gedrag’ vertonen – op straat, in een park, of, zoals deze jongen, thuis.

Zijn ouders hadden radeloos de politie gebeld. Hij sloeg het meubilair kort en klein en smeet met spullen, zeggen de agenten. Eigenlijk moet je deze jongen niet geboeid meenemen in een politieauto en in de cel zetten, zegt Cornelissens. „Maar soms ontkom je er niet aan.”

Dagelijks rukt de politie uit voor E-33-meldingen. In acht jaar tijd verdubbelde het aantal meldingen in Nederland: van 45.000 naar 96.000 in 2019. Volgens Henk van Dijk, landelijk programmaleider ‘Personen met verward gedrag’, gaat een vijfde van de tijd van de politie op aan E-33-meldingen.

Die meldingen samen vormen een „verzamelbak aan ellende”, zegt Van Dijk: Van psychiatrisch patiënten die thuis wonen en ontsporen tot drugsgebruikers en daklozen die schreeuwen op straat – allemaal mensen die de grip op hun leven kwijt zijn en niet de juiste zorg krijgen, volgens Van Dijk. 10 procent van de gevallen beslaat demente ouderen. Vaak bellen buren, familieleden of omstanders de politie, soms de patiënt zelf. Dennis Cornelissens: „Dat ze het niet meer zien zitten. Dood willen. Dat is officieel een E-14 [suïcidepoging]. Het loopt natuurlijk door elkaar. Een verslaafde is vaak ook psychiatrisch patiënt.”

Het verontrustende is, zegt Van Dijk, dat het ondanks alle inspanningen niet lukt om het aantal meldingen terug te dringen.

Door bezuinigingen en verschuivingen binnen de politie neemt de druk op de agenten op straat bovendien al jaren toe. Tien jaar geleden had de politie in Haarlem zes auto’s (12 agenten) voor de spoed en surveillance, „het hier en nu”. Nu zijn er overdag vier auto’s beschikbaar (acht agenten), ’s avonds drie en ’s nachts twee. Op 160.000 inwoners, melden ze er droogjes bij.

Geschreeuw in cel 7

Gebeurt er iets – een verkeersongeluk, een inbraak, mishandeling, overlast, plofkraak – dan moeten er vaak twee auto’s heen. Dan hou je er, ’s avonds, één over. Cornelissens: „Als er dan nóg iets gebeurt, is alles bezet en moeten we soms auto’s uit andere regio’s halen.”

Er wordt geschreeuwd in cel 7. Een agent: „Het is een tikkende tijdbom.” Vrouwelijke agent: „Ja, sinds Alkmaar ben je toch meer op je hoede.” Daar werd in november een vrouw doodgeschoten door de politie, toen ze op straat doordraaide.

Ggz-arts Gwen Douwes van de crisisdienst is er, met een collega. Een agent tegen Douwes: „Hij kan uit het niets door het lint gaan. Dan zegt hij: ‘Ik voel me misbruikt.’ Hij heeft zijn vader ook wel eens geslagen.”

Douwes: „Hij wil z’n medicatie niet innemen?” Agent: „Klopt. Hij heeft een paar deuren ingetrapt. Als hij een aanval heeft, is hij niet te houden. Zijn vader wil graag extra hulpverlening.” Dennis Cornelissens: „Het is niet de bedoeling dat we er iedere week naar toe moeten.”

Mensen denken dat ik door die pillen rustig word, maar dat is niet zo

Autistische jongen 21 jaar

Douwes loopt met haar collega naar cel 7. Ze gaan niet naar binnen omdat ze bang zijn dat hij agressief is, de celdeur staat op een kiertje.

Douwes: „Ik heb begrepen dat je thuis een woede-uitbarsting hebt gehad. Hoe is het contact met je moeder?” Hij huilt: „Goehoed, maar ze wil niet naar me luisteren.”

Douwes: „We hoorden ook iets over medicijnen.” Hij: „Die werken helemaal niet. Ik zit fucking op een politiebureau.” Hij huilt weer. Mensen denken dat ik door die pillen rustig word, maar dat is niet zo. Ik wil geen rare stoffen meer in mijn brein gooien. Niemand luistert naar me.”

Douwes: „Wat voor medicatie neem je, weet je moeder dat?” Hij: „Ja.” Douwes: „Ben je bereid om die weer in te nemen?” Hij: „Ik voel me er niet fijn bij. Ik schaam me zo dood hier. Ik schaam me zo voor het huilen.” Douwes: „Dat hoeft niet. Wij willen dat je rustig wordt. En dat je rustig kunt slapen. En dat je hier later over praat met je psychiater. We gaan even met je moeder bellen en met de psychiater. Ik denk wel dat je je tabletjes in moet nemen.”

„Hé, huisnummer 176”, zegt Cornelissens. Een notoire E-33-veroorzaker. „Hij belt constant de meldkamer en zegt dat hij achtervolgd wordt. Dat zijn wanen. Hij woont samen met z’n moeder van in de 80. Hij houdt de lijn bezet als hij belt. Hij pikte altijd Alfa Romeo’s en Opels en reed als een malloot door Haarlem.”Dennis Cornelissens werkt al twintig jaar bij de Haarlemse politie en kent de stad goed.
Foto’s Olivier Middendorp

Politieman en hulpverlener ineen

Waarom krijgt de politie steeds vaker meldingen over verwarde personen? Niemand weet het precies, maar één verklaring heeft Cornelissens wel: steeds meer psychiatrische patiënten wonen zelfstandig. De ggz heeft de afgelopen vier jaar, in het hele land, een derde van de bedden ‘gesloten’. Patiënten moesten de instellingen uit, de wijken in. Daarnaast wordt volgens Cornelissens de maatschappij harder en is er meer armoede. „Meer mensen worden over het financiële randje geduwd, zonder vangnet.” En mensen zorgen minder voor elkaar.

Cornelissens rijdt rond in Haarlem. Een grote man, met tatoeages die onder zijn uniform uitsteken. Hij is politieman en hulpverlener ineen. Vóór hij bij de politie kwam, werkte hij 15 jaar in de Amsterdamse drugshulpverlening en de ggz. Hij ziet álles.

Op het station – een verzamelplaats voor daklozen – remt hij voor een lange, donkere man. Raam open. „Dag meneer, had je vanochtend herrie getrapt?” Het Leger des Heils had ’s ochtends de politie gebeld omdat deze man liep te schreeuwen. „Ja, swa, maar alles goed nu.” Cornelissens: „Oké, fijn, ga lekker naar huis als je je niet goed voelt, hè.” „Ja swa.”

Onlangs werden hij en zijn collega’s erbij gehaald door de ggz omdat een verwarde man zijn medicatie weigerde te nemen. Er lagen vijf ggz-hulpverleners bovenop hem, want hij ging door het lint. „Hij stond totaal in de vechtstand. Dus uiteindelijk hebben we de hond erbij moeten halen. Hij was daardoor al eens eerder rustig geworden. Het is flight or fight hè. Flight is rustig worden, meewerken. Fight is wat er nu gebeurde: hij werd gekker van die hond. En is dus uiteindelijk gebeten.” Lees ook deze reportage: Er is teweinig tijd en aandacht voor ggz-patiënten

De politie heeft het geweldsmonopolie en dat maakt elk contact ingewikkeld. Of, zoals Cornelissens het zegt: „Als wij zeggen dat je naar links gaat, ga je naar links. Dan kun je zeggen: ‘Ik ga naar rechts’, maar dan ga je tóch naar links.” Dat stralen agenten uit. Zodra ze binnenkomen of komen aanrijden, verandert de sfeer. „Als je in de vechthouding gaat staan, wek je agressie op. Mensen spiegelen. Ik vraag me altijd af: waarom doet iemand wat-ie doet?”

Cornelissens klopt op het dashboard. „Ik heb nog nooit een klap voor m’n hersens gehad.” Hij vraagt nooit aan de persoon op wie hij afkomt: waarom staat u daar? „De waarom-vraag geeft problemen. Mensen hebben dan het gevoel dat ze hun gedrag meteen moeten uitleggen.”

Wat hij ook niet doet: directief aanspreken. „Mensen die in een psychose zitten, zijn bang. Ze snappen hun wereld al niet, laat staan orders. Ik vraag wat er aan de hand is. En of ik dichterbij mag komen.” Zit iemand gehurkt, dan hurkt hij ook. „Als je blijft staan, dan is dat bedreigend.”

‘Ik mag niet naar binnen’

Cornelissens stuurt zijn auto door het centrum van Haarlem. Sfeervol verlichte terrassen. „3210 over.” „Ja.” „Een man is wild aan het schreeuwen.” „Blank, kaal, twee blauwe tassen, hij lijkt in de war.” „Oké, ik rij die kant op.”

Een paar minuten later staat Cornelissens tegenover de kale man. Die eet geknield een wit bolletje. Zijn mobiele telefoon ligt in de plantenbak, twee blauwe tassen staan geopend naast hem. „Eet ze”, zegt Cornelissens nonchalant, zijn hand in zijn rechterbroekzak. Hij kent hem al 20 jaar. „Wat loop je nou te schreeuwen, man?” „Ik mag niet naar binnen, pik.”

De man sliep in de nachtopvang. Toen hij even weg was, lag er ineens iemand anders in zijn bed. En ook zijn oplader bleek verdwenen. Toen hij kwaad werd, moest hij van de medewerkers buiten afkoelen.

Cornelissens: „Kan ik gaan of krijg ik nog last van je?” „Nee joh, ik ga zo een blowtje halen en een beetje lopen en dan weer naar binnen.”

Wat loop je nou te schreeuwen, man?

Dennis Cornelissens brigadier

Cornelissens: „Heb je je ID-kaart bij je?” „Nee, die heb ik aangevraagd.” Zíjn ID-kaart ligt waarschijnlijk bij een dealer, zegt Cornelissens later. „Dealers nemen die als onderpand voor een paar gram dope en gebruiken ze om telefoonabonnementen op af te sluiten.”

Een belemmering in het werk met verwarde personen is de volgens Cornelissens doorgeschoten privacywetgeving. „Het is goed voor de burger, maar lastig voor hulpverleners en de politie. Als wij iemand van de straat moeten plukken omdat ze raar doet, en ze zit in de cel, en wij wéten dat er al vijf E-33-telefoontjes over haar gedrag zijn geweest, dan moeten we dat toch aan de ggz kunnen melden? Zo van: hou die mevrouw wat beter in de gaten, dat gaat niet goed.”

In cel 7 stampt de jongen uit Bloemendaal op de vloer en slaat tegen de muur. Gwen Douwes: „Je kunt hem moeilijk tussen de psychotische patiënten zetten. Veel te veel prikkels. Dan wordt-ie helemaal gek.”

De agent tegen de jongen: „Hoor je mij? Hoe komt het dat je weer onrustig bent? Ho, zo doe jezelf alleen maar pijn.” Hij: „Ik wil niet meer blijven.”

’s Avonds laat is de jongen gekalmeerd naar huis gegaan, zegt Cornelissens de volgende dag. Zijn dienst was om 00.30 uur klaar, in plaats van het ingeroosterde 22.00 uur.

Bron: NRC Handelsblad.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.