Geen gemakzuchtige verklaringen voor de gebrekkige kwaliteit van ons onderwijs graag

Afbeeldingsresultaat voor brugklas"

‘Hé, dat lijkt wel mijn brugklas!’ R., de leraar hier in huis, veerde op. Het NOS Journaal liet een leraar aan het woord, die zijn klas even een boek liet lezen terwijl hij werd geïnterviewd. Dat had hij gedacht. Achter zijn rug zwol een takkeherrie aan. ‘Dames en heren, kan het wat STILLER?’, vroeg de leraar. Het maakte geen indruk. De kinderen, van wie er één het boek op z’n kop hield, en een ander de tv-kijker een vette knipoog gaf, gingen niet lezen. Zomaar een boek lezen, echt niet.

Door Aleid Truijens,  17 januari 2020

Herkenbaar voor iedere leraar. Het zijn doorgaans schatjes hoor, die brugklassertjes. Een aandoenlijke leeftijd van nét-niet, soms stoer, soms aanhankelijk, altijd onzeker. De baby’s van de school, je vergeeft ze veel. Maar jee, wat is het moeilijk om ze twee minuten stil te krijgen. Of om ze iets te laten lezen dat langer is dan enkele zinnen. Of om ze zonder beeldscherm vijf minuten geboeid te houden. Na de les storten ze zich als junks op hun telefoontje. In de kantine en op het schoolplein is het wél rustig tegenwoordig; er wordt amper geschreeuwd of gevoetbald.

Aanleiding voor het NOS-item was de waarschuwing van Paul Rosenmöller, voorzitter van VO-Raad, dat hem ‘signalen’ bereikten dat het niveau van de brugklas achteruitgaat; veel kinderen komen met ‘achterstanden’ in de brugklas, vooral wat betreft lezen. Rosenmöller wijt die achteruitgang aan het groeiende lerarentekort op basisscholen. Cijfers om dat verband te staven heeft hij niet. Toch denkt hij het.

Het is goedkope retoriek. Geef het lerarentekort maar de schuld. Dan ligt het niet aan de kwaliteit van het onderwijs zelf, of het toenemende vluchtige online lezen. Verslaving aan smartphones onder jongeren is een groot probleem, dat vinden ook veel jongeren zelf. ­Rosenmöller, die pleit voor online gepersonaliseerd leren, nog meer uren achter een schermpje dus, wil het in die hoek niet zoeken.

Dat het niveau in het voortgezet onderwijs daalt, vooral bij lezen, is oud nieuws. Dat was al gaande toen er nog geen lerarentekort was. Iedere leraar die langer dan tien jaar voor de klas staat weet dat. Maar er is ook hard bewijs. Al sinds 2001 zakt Nederland met leesvaardigheid gestaag op de ranglijsten van de internationale onderzoeken PIRLS (9-jarigen) en PISA (15-jarigen). Uit de laatste PISA-meting bleek dat een kwart van onze 15-jarigen laaggeletterd is. Het ligt voor de hand dat als het niveau van 9- en 15-jarigen (op alle schooltypen) daalt, dat van 12-jarigen ook daalt. Dat Rosenmöller nu ‘signalen’ van achteruitgang ontvangt, is een tikkeltje laat.

Er wringt nog iets in Rosenmöllers verklaring. Als veel kinderen niet kunnen meekomen in hun brugklas, hoe komt dat dan? Scholen bepalen toch zelf wie ze toelaten, en op welk niveau? Kennelijk worden veel kinderen ‘te hoog’ geplaatst, al dan niet na druk van ouders op de leerkracht van groep 8, of na ingehuurde hulp als bijles en toets-training. Want veel ouders vrezen niets zozeer als een vmbo-advies.

Je kunt twisten over vroege of late selectie en over ‘passende’ adviezen. Kinderen hebben geen in lood geklonken niveau: als je meer van een kind verwacht en eist, blijkt het meer te kunnen; goed onderwijs leidt tot betere resultaten. Maar er blijven verschillen. Het huidige selectiesysteem leidt tot opwaartse druk en inflatie. De Onderwijsinspectie stelde vast dat, ondanks de niveaudaling, het behaalde opleidingsniveau stijgt. Gek hè?

De gebrekkige kwaliteit van ons onderwijs is iets waarvan VO-Raadsleden, bestuurders en politici wakker mogen liggen. Maar geen gemakzuchtige verklaringen graag.

Rapport De Staat van het Onderwijs 2019 | Onderwijsverslag over 2017/2018

Rapport over trends en ontwikkelingen in het onderwijsstelsel en binnen de onderwijssectoren. Op 10 april 2019 uitgereikt aan de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.Download ‘Rapport De Staat van het Onderwijs 2019 | Onderwijsverslag over 2017/2018’PDF document | 212 pagina’s | 6,2 MBRapport | 10-04-2019

Het Nederlandse onderwijs is gemiddeld nog op niveau. Maar de ontwikkelingen waar de Inspectie van het Onderwijs in de voorgaande jaren al aandacht voor vroeg – zoals teruglopende leerlingprestaties, ongelijke kansen en segregatie – dreigen zich mede onder druk van een ongelijk verdeeld lerarentekort te verdiepen. Om alle leerlingen en studenten een stevige basis mee te geven en te zorgen voor een betere aansluiting op de arbeidsmarkt, zal de onderwijssector nu focus moeten aanbrengen en heldere keuzes moeten maken over gezamenlijke doelen en ijkpunten. Daarnaast moet het onderwijs beter evalueren wat de effecten zijn van de vele experimenten. Dat concludeert de Inspectie van het Onderwijs in De Staat van het Onderwijs 2019.

Bijlage(n)

Zie ook

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.