18/02/2020

Dat de Nederlandse rijksinspecties onafhankelijk zijn is ‘pure onzin’

Door johnbeckers

Toezicht Politieke druk op rijksinspecties, zoals Binnenlandse Zaken uitoefende, is van alle tijden. En zeer zorgelijk, zeggen deskundigen.

Door Derk Stokmans, .

NVWA doet controle op de Beverwijkse bazaar, vorige maand, waar eerder horeca werd gesloten wegens muizen.
NVWA doet controle op de Beverwijkse bazaar, vorige maand, waar eerder horeca werd gesloten wegens muizen.Foto Marco Okhuizen 

Dat de Nederlandse rijksinspecties onafhankelijk zijn, is „pure onzin” zegt Rob Velders. Ooit werkte hij bij een van de rijksinspecties, en de afgelopen dertien jaar heeft de consultant in de toezichtssector ze ongeveer allemaal als klant gehad. „De minister”, zegt Velders, „is gewoon de baas, en de inspectie moet nu eenmaal doen wat hij zegt.” Lees ook: De inspectie zet wel vaker druk op schoolbestuurders

Dat het zo gaat, is afgelopen tijd gebleken. De onderwijsinspectie werkte vorig jaar mee aan politieke pogingen om de islamitische Haga-school te sluiten. De Inspectie Justitie en Veiligheid heeft volgens klokkenluiders politiek gevoelige onderzoeken aangepast na druk van topambtenaren. Begin deze week meldde NRC dat de Inspectie Leefomgeving en Transport onder druk van topambtenaren van Binnenlandse Zaken een kritisch rapport over het ruimtelijk ordeningsbeleid niet publiceerde en de conclusies in haar jaarverslag heeft verdraaid.

Is het toeval, zo’n trits onder politieke druk buigende inspecties?

Belang is enorm

„Veel waardering voor onafhankelijk opererende inspecties bestaat er naar mijn indruk in Den Haag niet”, zegt Judith van Erp, hoogleraar publieke instituties aan Universiteit Utrecht. Terwijl het belang van onafhankelijk toezicht „enorm” is. „Voor het vertrouwen van burgers in een eerlijke samenleving moeten ze weten dat de controle op naleving van regels niet door politieke voorkeuren wordt beheerst, maar plaatsvindt op basis van inhoudelijke afwegingen.”

Politieke inmenging in inspecties leidt tot een „sluipende uitholling van de democratische rechtsorde”, zegt Frédérique Six, die als hoofddocent aan de Vrije Universiteit Amsterdam onderzoek doet naar vertrouwen in het openbaar bestuur. „Inspecties nemen werk over van kwetsbare burgers: ze kijken of voedsel en auto’s veilig zijn, of een school goed is, artsen deskundig zijn. Als burgers zo’n inspectie niet meer kunnen vertrouwen, dan is het effect van inspecties weg.”

In de praktijk blijkt die onafhankelijkheid telkens in het geding te komen. Niet zozeer door een formele schriftelijke aanwijzing van een minister – dat is te zichtbaar, te lomp. Bemoeienis vindt plaats in gesprekken met topambtenaren, die geen bevelen geven, maar suggesties doen. „In Nederland houden we het nog behoorlijk netjes”, zegt Velders, die ook in het buitenland werkt. „En als die inmenging er is, gaat het meestal subtiel. Als een minister net in de problemen zit in verband met akkefietje A, dan wil je geen onprettig rapport over akkefietje B. Dat hou je dan een paar maanden vast, tot het weer wat rustiger is.”

Wat ambtenaren in elk geval níet moeten doen: invloed proberen uit te oefenen op inspecties zonder hun vingerafdrukken achter te laten

Inspecties zijn kwetsbaar: in naam zijn ze onafhankelijk, maar zelfstandig zijn ze zeker niet. Hun begroting wordt bepaald door het ministerie, waar ze vaak bij in hetzelfde gebouw zitten. En er is nog een ander probleem, zegt Velders: „De bazen van de inspecties, de inspecteurs-generaal, komen vaak niet uit de wereld waar ze toezicht op houden, maar uit de ambtelijke top van ministeries. Dat is een slechte zaak: niet alleen moet je verstand hebben van de inhoud, als je van het ministerie komt heb je te veel begrip voor die politieke behoeften. Zeker als je vervolgens elke week bij de minister aan tafel zit, en dat doen de inspecteurs-generaal.”

Volledig a-politiek moeten inspecties ook niet zijn, vindt hoogleraar Van Erp: de wetgeving waarvan inspecties de naleving moeten controleren, is vaak niet in detail uitgewerkt. Bij snelle ontwikkelingen kan je ook niet op nieuwe wetgeving wachten. Inspecties moeten dus veel zelf invullen, en krijgen al jaren bij elk incident de politieke opdracht om sneller en krachtiger op te treden.

Schriftelijk en openbaar

Daarvoor is politiek contact onmisbaar, stelt Van Erp. Maar over hoe je dat zorgvuldig doet, moet beter worden nagedacht, zegt zij. Wat ambtenaren in elk geval níet moeten doen: invloed proberen uit te oefenen op inspecties zonder hun vingerafdrukken achter te laten. „Als een minister wat van de inspectie wil, zou hij dat schriftelijk en openbaar moeten laten weten”, zegt Van Erp. Dat kan de Kamer dan controleren.

De sterke neiging op ministeries om hun inspecties onder controle te houden, is er niet voor niets, zegt Thomas Schillemans. Hij is hoogleraar bestuurskunde aan Universiteit Utrecht. „Partijen die regeren, hebben een gigantische electorale kwetsbaarheid.” De toon van het debat – met niet alleen oppositiepartijen maar ook journalisten die „aantoonbaar kritisch-negatiever zijn dan vroeger” en sociale media die overlopen van „vitriool” – voert de druk en onzekerheid voor bewindspersonen nog verder op. „Ambtenaren proeven dat. Wat doe je dan: je probeert ongelukken te voorkomen door je omgeving te beheersen.”Lees ook: Zo werd er toch gebouwd naast een vuurwerkopslag

Het is van alle tijden. Henk ten Hoopen stopte in 2004 als plaatsvervangend inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat. Die ging toen nog over zendvergunningen voor omroepen. „Bij de aanvraag voor verlenging kreeg ik te horen dat sommige omroepen nog niet voor hun vergunningen hadden betaald. Ik liet een brief sturen dat we dus niet zouden verlengen. Het ging om miljoenen.” Ten Hoopen vertelt dat hij direct bij de toenmalige staatssecretaris moest komen, die hem duidelijk maakte dat dit niet de bedoeling was. „Ze was bang voor stampij.”

Ten Hoopen zette door, en kreeg niet veel later een telefoontje van een ambtenaar: „Die zei: ‘Ze laten je hier allemaal vallen.’” Steun kreeg hij pas weer, vertelt Ten Hoopen, toen bleek dat alle omroepen uit schrik keurig hadden betaald. Zestien jaar later is hij nog boos: „Ik vond het onbetamelijk, dat de overheid zo makkelijk afstand nam van de eigen regels.”

Rob Velders pleit er al jaren voor om inspecties écht zelfstandig te maken. Maar het zal niet gebeuren, zegt hij: „Politici willen controleren, de angst regeert.

Bron: NRC.