De elite snuift wat af maar wuift de gevolgen weg

Drugsindustrie In hoog opgeleide blanke kringen is het een ‘opinion chic’ om vóór legalisering van drugs te zijn. Een elitaire opvatting die van weinig empathie getuigt.

Door Teun Voeten, 7 februari 2020.

Foto Getty Images 

Elke maatschappij heeft enkele roesmiddelen tot zijn beschikking. Europa drinkt, de Marokkaanse Rif blowt, Bolivia en Somalië kauwen cocabladeren en qat. Maar in de moderne westerse samenleving is het gebruik van narcotica volledig doorgeschoten. Hier kan de consument kiezen uit wiet, hasj, xtc, lsd, ghb, crystal meth, speed, cocaïne, heroïne, ketamine, paddestoelen, MEC-4, mefedron en tientallen ander synthetische drugs.

In het hippie-tijdperk was de consumptie van geestverruimende middelen een provocerend statement aan het adres van een burgerlijk establishment dat op zijn beurt overdreven hysterisch reageerde.

Teun Voeten is antropoloog en oorlogsfotograaf. Hij promoveerde op drugsgeweld in Mexico. Momenteel onderzoekt hij de drugsproblematiek in Antwerpen en analyseert hij voor de Taskforce Brabant / Zeeland de globale trends in door drugs veroorzaakte desintegratie.

Nu maken de drugsconsumenten zelf deel uit van het establishment. Drugs zijn hip, een onmisbaar accessoire van een doorgedraaide consumptiemaatschappij waarin een hedonistische generatie gretig slikt en snuift. Dat ze zo een narco-terroristisch complex in stand houdt, wuift ze weg. Lees ook het andere artikel van dit tweeluik: Drugsrepressie werkt niet

Veel mensen zijn geobsedeerd door authenticiteit en autonomie – maar ze grijpen naar chemische stoffen om een door hen begeerde gemoedstoestand te bereiken. Vlaamse psychologen en cultuurcritici als Paul Verhaeghe en Damian Denys wijzen op een westerse samenleving waarin vervreemding en frustratie om zich heen grijpen, met depressies, neuroses, onzekerheden, eenzaamheid en verscheurende competitie als de nieuwste kwalen. Het vermogen van de moderne mens om te lijden is verdwenen, zeggen zij. Lijden is iets ouderwets; de mensen laten het niet langer toe en mocht het toch onverhoeds hun leven binnensluipen, dan kunnen ze het gelukkig verdringen met een stoet aan verdovende hulpmiddelen.

Rust, stilte, natuur en bezinning zijn zeldzaam in een leven waar men 24/7 in een ratrace is verwikkeld en uren vaststaat in de file, ingeklemd tussen industrieterrein, windturbinepark en Vinexwijk, op weg naar banen die zin noch bevrediging schenken en die alleen maar dienen om steeds hoger wordende vaste lasten te betalen.Lees ook:Geluk najagen maakt ongelukkig

Wankelmoedige ego’s

In deze dolgedraaide neoliberale maatschappij biedt het weekend tijdelijk verlossing en ontsnapping. Met een snuif coke worden wankelmoedige ego’s opgepimpt. Opeens voelt men zich een autonoom krijger, een jonge God voor wie de wereld open ligt, in plaats van een horige loonslaaf met een hoge hypotheek. Met xtc ervaren mensen een instant verbinding en harmonie met wildvreemden op de dansvloer. Met ketamine, ghb en mefedrone beleven ze onwaarschijnlijk bronstige sex. Met crystal meth geven homoseksuele mannen in de ‘chemsex’ scene zich over aan soms wel 72 uur durende sessies waarin brachioproctische insertie (fistfucking, red.) een geliefkoosde manier is om affectie te tonen.

Filosoof Laurent de Sutter beschrijft in zijn essay Narcocapitalism hoe het op zichzelf teruggeworpen individu zich steeds vaker drogeert in een voortdurende zelfmedicatie. Cocaïne om de productiviteit te verhogen en onzekerheid weg te nemen, marihuana als roes en kalmeringsmiddel, xtc als kant-en-klaar recept voor extase. Momenteel is het gebruik van deze drugs, vaak gecombineerd in een ‘drugscocktail’, in grote kringen volledig mainstream .

Bovenstaande middelen zijn illegaal. Maar ook het gebruik van legale drugs, een hele waaier aan antidepressiva, pijnstillers en antipychotica, is de pan uit gerezen. Kinderen die op jeugdige leeftijd worden gediagnosticeerd met ADHD, krijgen ritalin – we stoppen drukke kinderen dus vol met speed. Tijdens proefwerkweken is er een levendige handel in ritalin op het schoolplein.

Aldous Huxley beschreef in Brave New World de fictieve drug soma als sociaal controlemiddel waardoor eenzame burgers vrede kregen met hun trieste existentie. In Nederland bracht D66 vorige maand een manifest uit, waarin ze voor ‘regulering’ van harddrugs pleit. Het idee van de maakbaarheid van de geestesgesteldheid ligt in het verlengde van een utopisch ideaal over de maakbaarheid van de samenleving. In het Jettensiaanse wereldbeeld wordt Nederland een stadstaat, een ‘Berlijn aan de Rijn’ waar windmolens en hijskranen de wolken doorboren en waar voltooide levens op een klinische wijze verantwoordelijk ten einde worden gebracht.Lees ook:ChristenUnie wil drugs juist harder aanpakken

De leegte opvullen met drugs

In een tot in de details geregulariseerde, overgeorganiseerde, gemanicuurde, gepolijste maatschappij zijn uitdagingen, avontuur en risico’s uitgebannen. Het gebruik van drugs, het opzoeken van grenzen en het experimenteren met het onbekende en gevaar is het enige dat er voor een gedomesticeerde populatie overblijft. Antropoloog en oorlogsreporter Sebastian Junger beschrijft in War hoe oorlog ooit voor veel jongemannen een rite de passage was. Nu proberen mensen deze leegte met drugs op te vullen. En inderdaad, drugs bieden maar al te vaak zingeving, structuur en daginvulling: de kick tijdens het gebruik, de urgentie om nieuw spul te scoren en vervolgens een plan te bedenken hoe hier aan te komen, de bevrediging als de missie volbracht is en de anticipatie op de volgende high. In zijn boeken Crack House en The Cocaine Kids vertelt etnograaf Terry Williams hoe kansloze jongeren in kleine vriendengroepen leven, als primitieve jager-verzamelaars-gemeenschappen, met crack als sociaal bindmiddel.

Geduld en doorzettingskracht zijn oubollige waarden voor de hectische, jachtige mens. Die wil immers meteen bevrediging en neemt daarom een short cut naar een dosis dopamine. Vadim, de protagonist uit de negentiende-eeuwse Russische novelle Roman met cocaïne van M. Agajev, realiseert zich de enorme omslachtigheid van hard werken en studeren. Hij verwoordt dit op een akelig lucide wijze: „Waar het mij op aankwam was dat vermogen van cocaïne om een lichamelijke gewaarwording van geluk te verschaffen, psychologisch onafhankelijk van de uitwendige gebeurtenissen.”

Snuif- en slikzucht

In hoog opgeleide blanke kringen is het een opinion chic om vóór legalisering te zijn. Een elitaire opvatting die van weinig empathie getuigt. Ja, er is een bovenklasse die op een verantwoordelijke manier met narcotica kan omgaan. Maar de collateral damage van de snuif- en slikzucht van deze welgestelde elite bestaat uit een enorme groep mensen die letterlijk weinig te verliezen heeft en die ten ondergaat aan verslaving en blijvend psychisch letsel oploopt.

Drugs zijn niet onschuldig. Overmatig gebruik van lachgas veroorzaakt dementie. Supersterke wiet creëert een onderklasse van zich suf rokende Marokkaanse jongens. Xtc verstoort de emotionele huishouding. Ghb veroorzaakt een verloren generatie, vooral op het Brabantse platteland. Cocaïne leidt niet alleen tot hersenbeschadigingen, het maakte ook bankiers overmoedig met een financiële crisis tot gevolg. En voor wie het niet gelooft: medisch tijdschrift The Lancet toonde het verband aan tussen marihuanagebruik, schizofrenie en psychoses.

Zelf zag ik de verwoestende effecten van crack tijdens een vijf maanden durend verblijf bij een ondergrondse gemeenschap van New Yorkse daklozen, in 1994 en 1995. De meerderheid was verslaafd. Onlangs onderzocht ik in het Mexicaanse Tijuana de crystal meth epidemie, en haar verwoestende effect op een kansloze onderlaag. De Amerikaanse arts David Fawcett beschreef de gevolgen van crystal meth in de chemsex scene: de gebruiker zal na een door meth getriggerde overload aan dopamine niet meer van normale dingen kunnen genieten. Er treden onomkeerbare hersenveranderingen op waarbij met name het genotscentrum volledig ontregeld wordt.Lees ookdeze column van Rosanne Hertzberger: Amsterdam snuift, de pijn is voor anderen

De gebruiker betaalt (nog niet)

De lijst van schadelijke effecten van drugs is lang, of deze nu lichamelijk, sociaal, psychisch, cultureel of economisch zijn. Het zou interessant zijn om de kosten eens te berekenen. En in navolging van de in groene kringen populaire mantra ‘de vervuiler betaalt’, nu ook ‘de gebruiker betaalt’ te zeggen. Dat kan, door bijvoorbeeld verzekeringspremies voor drugsconsumenten te verhogen. Snuivers, spuiters en slikkers kunnen dan gewoon eerlijk een hokje aankruisen, zoals men ook verborgen aandoeningen dient op te geven.

In Antwerpen speuren speciale drugsbrigades naar straatverkopers en pakken zowel dealer als consument op. België is in dit opzicht een gidsland, waar cocaïnegebruikers worden beboet met een zogenoemde OMS, een Onmiddellijke Minnelijke Schikking van 150 euro. Het is geen gek idee om dit in Nederland ook in te voeren. Noem het een OSB: een Onvrijwillige Solidariteits Bijdrage om de maatschappelijk kosten van druggebruik enigszins te compenseren.

Om de maatschappelijk schade van drugs te beperken is een realistische, pragmatische houding noodzakelijk. Hardvochtige criminalisering werkt niet, legalisering opent echter de poorten van Hades. Ondergraven van de normalisering, het terugdringen van het coole, hippe image van narcotica, net zoals indertijd met sigaretten gebeurd is, zou al een kleine stap in de goede richting zijn.

Brlon: NRC.

Drugsrepressie werkt niet

D66-manifest Stop met moraliseren, kijk naar wat werkt in het drugsbeleid.

Door Thomas Martinelli, 7 februari 2020.

Foto Getty Images 

D66 presenteerde onlangs het Manifest voor een realistisch drugsbeleid, ondertekend door diverse wetenschappers, advocaten, (oud)politici en BN’ers. De daarop volgende discussie lijkt nu vooral te stranden in een tweestrijd: is regulering van de drugsmarkten wel/niet een oplossing? Jammer, want er is meer aan de hand.

Al honderd jaar proberen beleidsmakers drugsgebruik en -handel in Nederland terug te dringen. In 1920 werd de Opiumwet ingevoerd, gericht op het verbieden van drugs. In 1976 werd deze wet aangepast; vanaf dat moment maakte Nederland onderscheid tussen harddrugs (verboden) en softdrugs (gedoogd).

Thomas Martinelli is antropoloog en criminoloog. Hij onderzoekt onder meer het Europees en Nederlands drugsbeleid.

Met dit pragmatisch en grensverleggend drugsbeleid, later omgedoopt tot harm reduction, was Nederland zijn tijd ver vooruit.

Sindsdien is het drugsbeleid vooral aangevuld vanuit het perspectief van gezondheid. Kort samengevat: drugsgebruik voorkomen is beter dan behandelen; behandelen is beter dan harm reduction; harm reduction is beter dan niets doen. Nog altijd pragmatisch. Toch deel ik de mening van de experts van het manifest dat we ‘de andere kant’ opgaan. Dat heeft vooral te maken met de recent toegevoegde focus op ‘normalisering’.Lees ook het andere artikel van dit tweeluik:De elite snuift ….

Eind 2019 stuurde staatssecretaris Blokhuis (Volksgezondheid, ChristenUnie) een brief naar de Tweede Kamer waarin hij stelt dat door normalisering drugsgebruik onder jongeren eerder regel dan uitzondering is. „Net zo gemakkelijk te bestellen en thuisbezorgd als een pizza.” Normalisering leidt volgens hem tot meer gebruik. Al weet Blokhuis zelf ook dat het verband niet waterdicht is, zo blijkt uit zijn brief: „Ik vind het belangrijk om de gedachte tegen te gaan dat drugsgebruik normaal is (…) – ongeacht of die opvatting onder sommige groepen gebruikers ook leidt tot meer gebruik.” De staat bepaalt dus wat normaal is en stigmatiseert drugsgebruikers.

Yogasnuivers

Dergelijk beleid is ideologisch, moraliserend én hypocriet. Want ook Blokhuis erkent dat een van de belangrijkste verworvenheden van het huidige beleid is dat drugsgebruik bespreekbaar is en dat (potentiële) drugsgebruikers betrouwbare en realistische informatie nodig hebben. We moeten voorkomen dat mensen die door drugsgebruik in de problemen raken, geen hulp durven te zoeken. Blokhuis erkent ook dat het mensvriendelijke drugsbeleid heeft geleid tot meer openheid over drugs(gebruik) en „relatief weinig drugsdoden”. Waarom zou je dit op het spel zetten om recreatief gebruik in het nachtleven tegen te gaan? Waar sowieso al relatief weinig problemen met drugs voorkomen?

Lange tijd was het Nederlandse drugsbeleid een inspiratie voor andere landen. Denk aan de mogelijkheid om drugs te laten testen en methadon- en heroïneverstrekking voor mensen met een verslaving. Maar terwijl wij onze hoogopgeleide jongeren vertellen wat normaal is, en ze zelfs shamen met termen als ‘yogasnuivers’, worden we ingehaald door landen die voorbij de taboes durven te kijken.

Het is dus tijd voor een herziening van het Nederlandse drugbeleid. En dan gaat het om meer dan wel/niet reguleren, dan gaat het om de strijd tussen pragmatisme en ideologie. Gaan we onderzoeken wat werkt of doen we een appèl op onze moraal? Ach, we weten al lang wat goed werkt. Repressie en stigmatisering van drugsgebruikers horen daar zeker niet bij.

Bron: NRC.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.