De week waarin het optimisme doorbrak

Ineens leek de samenleving (bijna) zoals die er vóór corona uitzag. Wie de afgelopen dagen niet keek naar de nog steeds lege terrassen, maar alleen naar de volle parken, zou bijna denken dat Nederland weer terug is bij het ‘oude normaal’. De mens is een onverbeterlijke optimist en kan zich een abstract gevaar nauwelijks voorstellen.

Door Haro Kraak, 22 mei 2020.

Amsterdam, 21 mei 2020, Marineterrein Amsterdam. Op Hemelvaartsdag zoeken veel mensen de parken op. Het Marineterrein is om 14:45 uur overvol, en wordt om 15 uur ontruimd. Vanaf 15:30 uur is het Marineterrein leeg en worden geen mensen meer toegelaten.Beeld Els Zweerink

Het vermoeden was er al langer, maar werd deze week bevestigd door onderzoek uit Hongkong: het coronavirus blijkt in de buitenlucht nauwelijks besmettelijk. Het inzicht drong ook door tot het RIVM. Jaap van Dissel zei woensdag over de bevindingen: ‘Dat het virus buiten minder verspreidt, is zeker waar. Het kan er verwaaien en je hebt er zonlicht met uv-straling die het virus inactiveert.’

Goed nieuws, een dag later meteen in de praktijk gebracht. Zeker is dat mensen zich op de hete Hemelvaartsdag massaal veilig genoeg voelden om de anderhalve meter buiten min of meer te negeren. Hutjemutje zaten ze in parken, aan de oevers, op de stranden. Overal in het land werden vervolgens parken ontruimd of afgesloten, toegangswegen geblokkeerd en boetes uitgedeeld.

De Nederlander lijkt zich over covid-19 nog maar weinig zorgen te maken, deels terecht, kijkend naar de hoopvolle berichten. Je zou kunnen zeggen: het was de week waarin het optimisme doorbrak. De cijfers zijn gunstig. Nederland begeeft zich naar het einde van de eerste golf, verwacht wordt dat er maandag nog 175 covid-patiënten op de ic’s liggen.

In het straatbeeld is te zien hoe de horeca, met tape, tafeltjes en afscheidingswandjes, zich monter opmaakt voor een verdienmodel dat het vooral moet hebben van terrassen. De basisscholen mogen weer volledig open vanaf 8 juni, het voorgezet onderwijs vanaf 2 juni. De beurzen veerden op, dankzij het vooruitzicht op versoepeling (en daalden weer licht op Hemelvaart).

Zelfs de vakantieplannen, toch het belangrijkste onderwerp voor de middenklasse, lijken in zicht te komen: na Portugal, Griekenland, Italië en Spanje kondigde ook het strenge Frankrijk aan dat Europese toeristen waarschijnlijk welkom zijn binnenkort. Zou het dan toch een overwegend normale, vrolijke zomer worden? Of kunnen we ons beter voorbereiden op een teleurstelling?

Verleidelijke valkuil

Het onverbeterlijke optimisme is een verleidelijke valkuil van het menselijke brein. We zijn evolutionair geneigd om de toekomst, ondanks tegenslagen in het verleden, tamelijk zonnig tegemoet te zien – wat een belangrijke motor van vooruitgang is – en ervan uit te gaan dat de huidige situatie zich onveranderd zal voortzetten. Deze ‘normalcy bias’ verklaart waarom mensen, zelfs direct na een ramp, de kans op een volgende ramp onderschatten. Naïef, maar veerkrachtig.  

Vooral het abstracte, exponentiële gevaar van een pandemie is voor de hersenen nauwelijks te bevatten. Lineaire groei is goed te begrijpen, elke dag dezelfde absolute toename, zo nodig grijpen we in. Maar de snelheid van een pandemie overvalt mensen: een miniem risico verdubbelt zich per dag tot een immense dreiging.

Vandaar dat het klassieke raadsel van de waterlelies in de vijver recentelijk weer veel opdook. Na 24 dagen is de vijver geheel bedekt met lelies, een plant die elke dag verdubbelt in grootte. Op welke dag is de helft bedekt? Velen zullen intuïtief 12 dagen zeggen, maar het antwoord is: op dag 23. Na twaalf dagen is slechts 0,024 procent bedekt. Het gevaar is dat we pas op dag 22 doorhebben dat sprake is van een uitbraak. 

Onzichtbare deeltjes

De bedrading in het brein is zo gelegd dat acute en tastbare, maar statistisch gezien verwaarloosbare dreigingen zoals aanslagen, vliegtuigcrashes en haaienbeten velen malen enger zijn dan onzichtbare virusdeeltjes of sluipende processen als klimaatverandering. In de internationale bestseller Thinking, Fast and Slow schrijft psycholoog Daniel Kahneman dat het brein twee modi heeft: een snelle, intuïtieve vorm van denken en een analytische denkwijze, gebaseerd op data. De intuïtie, hoewel feilbaarder, is de dominante van de twee. 

‘We berekenen kansen niet wetenschappelijk’, zegt hoogleraar psychologie Paul Slovic in het Amerikaanse blad The Atlantic, ‘maar worden gestuurd door onze gevoelens, die grotendeels worden bepaald door onze ervaringen.’ Hij wijst op een onderzoek uit 1962: mensen die op een riviervlakte wonen kunnen zich niet voorstellen dat een overstroming in de toekomst groter zal zijn dan eerdere overstromingen. Zo kunnen wij ons nu nauwelijks voorstellen dat een tweede coronagolf groter zal zijn, laat staan een volgende pandemie. 

Daarbovenop komt de cognitieve vertekening dat mensen zich moeilijk kunnen voorstellen dat het leed dat anderen overkomt, hen ook zal treffen, het zogenaamde ‘falen van de verbeelding’, onder meer beschreven door statisticus Nassim Nicholas Taleb in zijn bestseller The Black Swan. Dat effect wordt vergroot als de kansen werkelijk beter zijn voor de ene groep dan voor de andere, zoals in het geval van covid-19. Omdat ouderen de risicogroep vormen, wanen jongeren zich onoverwinnelijk. 

Niet-eenduidige cijfers

Het optimisme werd, niet verrassend, deze week meteen op de proef gesteld. Het veelbelovendste vaccin, uit Oxford, bleek toch niet te doen wat het moest doen: in de neuzen van gevaccineerde resusaapjes werden evenveel virusdeeltjes aangetroffen als in niet-ingeënte dieren. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) waarschuwde op woensdag dat de pandemie nog lang niet voorbij is en dat er 106 duizend nieuwe besmettingen waren geregistreerd in 24 uur, het hoogste aantal tot nu toe. 

En het RIVM meldde donderdag dat het aantal nieuwe besmettingen in Nederland toch weer was opgelopen. Dinsdag ging het om 108 nieuwe gevallen, woensdag 198, donderdag waren het er 253. Maar zulke cijfers zijn niet eenduidig, de verschillen per dag niet per se significant. Testen we meer? Of zijn dit de eerste signalen van de tweede golf? 

Mogelijk gaan we een betrekkelijk zorgeloze zomer tegemoet, een buitensamenleving die een tweede golf onderdrukt. Het optimisme zal groeien, hoe langer het goed blijft gaan. En als de herfst en winter weer om strengere maatregelen vragen, blijkt het realisme toch beter te beschermen tegen teleurstellingen. Hoewel het optimisme dan helpt om die donkere dagen door te komen. 

Bron: de Volkskrant.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.