De dandy gedijt in tijden van polarisatie

Mooie analyse van wat Trump, Wilders, Johnson en Fortuyn delen. Wat er niet bij staat is dat dandys altijd mannetjes zijn.

In zijn boek ‘De mens in opstand’ schetst Albert Camus het beeld van een dandy. Kernzin: ‘Dit is per definitie iemand die de confrontatie zoekt. Hij houdt zich alleen staande in de uitdaging’. Camus had, toen hij dit schreef in 1951, de dandy in de literatuur voor ogen, maar de stijlfiguur is in onze dagen meer vertrouwd in de wereld van de politiek.

Door Hans Goslinga, 24 mei 2020

Als je een overeenkomst zoekt ­tussen politici als Fortuyn, Trump, Johnson, Wilders en Baudet, dan zijn de waarnemingen van de Franse schrijver verhelderend en wordt ook duidelijk waarom zulke figuren gedijen in tijden van polarisatie. ‘De dandy kan zich alleen een plaats verwerven door zich tegenover anderen te plaatsen. De anderen zijn de spiegel. Een spiegel die snel beslaat, want het menselijk vermogen tot aandacht is beperkt.’

Daarom moet de dandy volgens Camus zijn publiek voortdurend wakker houden door provocaties. ‘Hij wordt gedwongen steeds te verbazen. Zijn roeping ligt in het eigenaardige, zijn perfectionering in de overdrijving. Altijd incompleet en in de marge dwingt hij de anderen hem vorm te geven, terwijl hij hun waarden ontkent.’

Prototype

Misschien is Donald Trump wel het prototype van dit fenomeen, omdat hij zelfs na de verovering van de macht van het presidentschap met zijn provocaties is doorgegaan. Gevangen in de enige stijlfiguur die hij beheerst, zo lijkt het, onmachtig een ­coherent leiderschap te tonen, bondgenoten te maken en samen te werken. Dat lukt zelfs niet met zijn eigen diensten, laat staan met zijn politieke rivalen, van wie hij zich doorlopend slachtoffer waant, om het even of het de Democraten zijn, de media of zijn voorganger Obama.

Bij Wilders zag je hetzelfde ten ­tijde van het eerste kabinet-Rutte (2010-2012), waarin hij in een gedoogrol had. Hij prees dat triomfantelijk aan als ‘het meest rechtse kabinet aller tijden’, daarmee verwachtingen scheppend voor zijn volgelingen, maar na krap anderhalf jaar gaf hij er al de brui aan; net zomin als eerder de LPF in staat de stap te maken van provoceren naar regeren. Hij bleef, zoals de christen-democraat Ab Klink had voorzien, ‘vol op het orgel gaan’. Wilders zelf was bij aanvang van de rit uitdagend openhartig over de aard van zijn politiek: ‘Ik ben niet zo van het bruggen slaan’.

Maar wat verklaart dan toch de blijvende aantrekkingskracht van deze politieke dandy’s, ondanks het een- en andermaal gebleken onvermogen hun electorale macht politiek en bestuurlijk vorm te geven? Het antwoord is van betekenis, omdat zij ver kunnen reiken, de politiek als ‘krachtig en geduldig boren in hard hout’ ­belachelijk maken en de verworvenheden van de democratie als model van besluitvorming en beschaving in de waagschaal stellen.

Te genuanceerd

Misschien gaf de liberale senator Harm van Riel (1907-1980), de ontdekker en politieke peetvader van Hans Wiegel, het begin van een antwoord, toen hij een kleine halve eeuw geleden de VVD maande een massapartij te worden. In een tijd waarin ideologieën en geloofsovertuiging hun kracht verloren, moest ook de VVD de bakens verzetten.

Het liberalisme was in zijn ogen ‘nauwelijks nog geschikt de massa aan te spreken, te genuanceerd en te sterk verbonden met een elite’. De partij moest, om de dominatie in het krachtenveld te veroveren, profiteren van de ontbindingsverschijnselen in de confessionele wereld. Het slopen van de sociaal-democratie was een taak voor de volgende generatie.

Een vooruitziende blik kon deze eigenaardige politicus met zijn Drentse tongval niet worden ontzegd. Hij schetste trefzeker het verval van de traditionele volkspartijen door het verlies aan bindingskracht en de opkomst van het populisme, al was die term toen nog niet in zwang. Zijn boodschap aan de VVD in te spelen op ‘de dikwijls ondoorgrondelijke emoties van de massa, zwart-wit, haat-liefde’, heeft geen bepalende invloed op de partij gehad. Gelukkig, want het Angelsaksische deel van de democratische wereld laat zien hoe verwoestend zo’n politiek uitpakt.

Parvenu van het moment

De Duitse denker Max Weber, die zich een eeuw geleden over de politiek als ambacht en roeping boog, omschreef de politicus met charisma maar zonder innerlijke overtuiging en gevoel van verantwoordelijkheid als een ‘parvenu van het moment’. ­Bekrompen en onbeduidend in zijn ogen, al mag dat laatste worden betwijfeld. De Amerikaanse journalist Roger Cohen wijdde zijn jongste column in The New York Times aan de betekenis van het openlijk vertoon van wapens tijdens lockdownprotesten. Zijn conclusie: ‘Tussen nu en november kan alles gebeuren’. Om de ernst te onderstrepen voegde hij daar nog aan toe: ‘Ik bedoel alles’.

Europa kan zich in de coronacrisis gelukkig prijzen met het doordachte en coherente leiderschap van politici als Merkel en Rutte, maar het kan niet onbezorgd zijn over de toestand van de democratie in Amerika.

Bron: Trouw.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.