31/05/2020

‘Poepgoedpoli’s, snurkpoli’s, hoofdpijnpoli’s en jeukpoli’s: ik voel mij Alice in Gezonderland’

Door johnbeckers

Door Danka Stuijver, 31 mei 2020.

Wanneer ik het nationale verwijssysteem open voel ik mij net Alice in Wonderland. De keuze is reuze. Er zijn vermoeidheidsklinieken, pijnklinieken en slaapklinieken. Er is een menopauzekliniek, een mannenkliniek, een ouder-en-kind kliniek. Er is zelfs een tongriemkliniek. Er zijn poepgoedpoli’s, snurkpoli’s, geheugenpoli’s, hoofdpijnpoli’s, stresspoli’s en jeukpoli’s. Er is een tattoopoli voor mensen met huidklachten na het zetten van een tatoeage. Voor rugklachten kan men door de rugstraat en voor buikklachten retteketet naar Beterbuik. 

Stuk voor stuk plekken waar hoogwaardige zorg wordt geleverd. Maar als ik goed kijk naar de criteria voor het bezoeken van deze (poli)klinieken ken ik níemand die níet zou voldoen aan een verwijzing voor op zijn minst één ervan. En dat was nou net niet de bedoeling.

Eerder beschreef ik het fenomeen van ‘medische overconsumptie’. Enerzijds veroorzaakt door een toegenomen vraag naar zorg in een maatschappij waarin gezondheid een maakbaar begrip is geworden. Anderzijds gecreëerd door de zorg zelf met een steeds uitgebreider assortiment. Daarmee creëren wij, als curling zorgverleners, verwachtingen. We maken patiënten als het ware zorgverslaafd. Om vervolgens te klagen dat patiënten zo veeleisend zijn. Wij zo druk en overbelast. En de zorgkosten de spuigaten uitlopen.

Verdienmodel

In het huidige zorgsysteem is ziekte het verdienmodel en een potentieel zieke patiënt koopwaar. De huisarts moet de poort naar de dure tweede lijn zoveel mogelijk dichthouden. Wanneer hij teveel onderzoeken aanvraagt of verwijst wordt hij op zijn vingers getikt door de zorgverzekeraar. Tegelijkertijd geldt dat medisch specialisten aan de andere kant van de poort omzet moeten genereren. Voor de maatschap, een ziekenhuis of kliniek. De poort wordt aantrekkelijk versierd met spreuken als ‘geen wachtlijst’, ‘vergoed door alle verzekeraars’, ‘binnen 2 uur een diagnose’. 

In de oproep die cardiologen deden aan patiënten om zich ook in coronatijd te melden bij klachten schuilt ook een financieel motief. Want het beeld van patiënten die hun hartinfarct thuis op een houtje wegbijten is niet aantrekkelijk, maar de daling van de omzet is dat ook niet.

Medisch specialisten zijn veel minder kostenbewust dan huisartsen. Vaak speelt mee dat het eigen risico van de patiënt in de huisartspraktijk nog niet is aangeboord. De kosten van een onderzoek zijn daardoor veel directer voelbaar. Op het moment dat een patiënt de drempel van een ziekenhuis overgaat, is zijn eigen risico al snel op. En wordt er een stuk minder lang nagedacht over de zinvolheid en prijs van een onderzoek. De zorgverzekeraar betaalt toch wel. Zoals een Amsterdamse verpleegkundige op een spoedeisende hulp ooit zei: ‘Het lijkt hier verdorie wel een snackbar, iedereen gaat maar door de saté-scan!’

Perverse prikkels

De gezondheidsindustrie zit bomvol perverse prikkels en tegenstrijdige belangen. Huisartsen worden verzocht door substitutie in de zorg steeds meer werk van specialisten over te nemen. Denk aan zorg voor patiënten met diabetes, COPD en depressie. Het plaatsen van spiraaltjes, het uitvoeren van kleine chirurgische ingrepen en oncologische nazorg. 

Maar een zorginitiatief waarbij de patiënt laagdrempelig en dichtbij huis werd geholpen voor een klacht waarvoor hij of zij eerder de specialist bezocht, werd na enkele maanden weer gestopt. Reden: het betekende een financiële strop voor het nabij gelegen ziekenhuis. Terwijl het doel, een vermindering van zorgkosten, wél was bereikt.

Wat ook meespeelt, is de huidige definitie van ziekte. Door het proces van medicalisering is een klacht of ongemak die eerder werd gezien als horend bij het leven of de leeftijdsfase een ziekte geworden. Met bijbehorende lucratieve behandeling. Stel, je hebt een paar kinderen via de natuurlijke route op de wereld gezet. Wanneer je nu met een volle blaas gaat springen op de trampoline plas je in je broek maar de rest van de dag hou je het droog. Is dat dan ‘ziekte’ of hoort dat erbij? Moet je naar de fysiotherapeut? Naar de gynaecoloog? Of simpelweg accepteren dat je een andere hobby moet zoeken?

Het beste voor de patiënt

In een ideale wereld zouden medici zich niet bezig moeten houden met het genereren van omzet, maar met wat het beste is voor de patiënt. Dat kan het genezen van kanker zijn, het vernieuwen van een gewricht of de patiënt bevrijden van hardnekkige jeuk. Maar vaak is het ook enkel adviseren, stimuleren, geruststellen en simpelweg niks doen. Maar dat levert niet zoveel op, althans geen financiële beloning. Zouden we kunnen afstappen van ziekte als verdienmodel? En het investeren in gezondheid en preventie rendabel maken door niet ‘ziekte’ maar juist ‘gezondheid’ te bekostigen?

Door de coronacrisis zijn we pijnlijk bewust geraakt van het belang van een gezonde leefstijl. De veranderingsbereidheid onder patiënten is groot. Maar om de bevolking gezonder te maken zullen we ook ons zorgsysteem ‘gezonder’ moeten maken. En wie weet waan ik mij straks, als ik het verwijssysteem weer open, dan Alice in Gezonderland.

Bron: de Volkskrant.