De ziekte van Baumol is hardnekkiger dan corona

Vgl. de quango’s in Society 3.0.

Hier om de hoek is het ministerie van Financiën gevestigd, normaliter een bijenkorf van nijvere overheidsdienaren. Nu heerst er een gapende stilte. Moet ik me zorgen maken, vroeg ik een kennis die is gepokt en gemazeld in het openbaar bestuur. Moet er niet gewerkt worden? Komkom, lachte hij. Weet je met hoeveel ambtenaren we indertijd de zorgverzekeringswet in elkaar hebben gezet? Die immense wet was geschreven door een handjevol mensen.

Door Martin Sommer, 5 juni 2020.

Met corona op de terugtocht komen de vragen. Welke publieke dienst heeft er wat van gemaakt, welke moet eens duchtig worden beklopt? Bij de zorg was het alle hens aan dek en is er heroïsch gewerkt. Er waren ook overheidsdiensten waar ze de deur schielijk achter zich dichttrokken. Ik sprak erover met Jos Blank, hoogleraar prestaties van de overheid aan de TU Delft. Hij rapporteert met regelmaat over de arbeidsproductiviteit bij de publieke dienst en juist afgelopen week kwam er weer zo’n ongezouten verslag van hem uit, De effecten van Baumol.

Hoogleraar Jos Blank vond het ‘ronduit potsierlijk’: eerst zeggen dat het onderwijs knudde is en dat het niet aan de uitgaven ligt. Om dan alsnog met het medicijn voor alle kwalen te komen: er moet geld bij. Beeld TU Delft

Een sector die verrassend snel dichtging, was de rechterlijke macht. Vernietigende kritiek volgde, of de rechtspraak soms geen vitale functie was. Waarna de rechterlijke macht over zichzelf zei dat men zich, weliswaar onzichtbaar maar toch, het snot voor de ogen had gewerkt. Ook de politie had veel te doen, dat wil zeggen de boa’s die de agressie van de anderhalvemetersamenleving mochten beteugelen. Er ontstond debat over wapenstok en pepperspray voor de boa’s. Rare discussie, aldus Jos Blank. Zo’n incident in IJmuiden waar jongeren tot de orde moesten worden geroepen, daar zijn boa’s helemaal niet voor. Dat moet de politie doen, maar die was er even niet. Het onderwijs is een week geleden al effectief besproken door collega Kalshoven. Scholen gingen op eigen initiatief dicht, eindexamens werden veelal afgeschaft, ouders mochten de lessen overnemen.

Is het toeval dat juist de rechterlijke macht, politie en onderwijs zich van een minder heldhaftige kant hebben laten zien? Niet helemaal. Het zijn de traditionele overheidsmonopolies. Ze hebben geen concurrentie, dat maakt het eenvoudiger om tijdelijk de telefoon niet op te nemen. Het zijn ook de sectoren die in de studies van Blank qua arbeidsproductiviteit het slechtst scoren. ‘Er gaat steeds meer geld naar sectoren die zeker niet beter zijn gaan presteren en misschien slechter. Dat ga je in zo’n crisis extra merken.’

Hier geldt de zogeheten wet van Baumol. Dat is een soort wet van de afnemende meeropbrengst. Naarmate een sector meer personeelskosten kent en minder technologie, is het moeilijker de arbeidsproductiviteit te verhogen. De loonkosten lopen op, de opbrengst navenant terug. De politie krijgt steeds meer mensen, terwijl de dienstverlening alleen maar verslechtert, van preventie tot hulpverlening, van ordehandhaving tot opsporing. Nederland wordt inderdaad veiliger, maar dat is minder aan de politie dan aan de vergrijzing te danken. Zo wordt de politie steeds duurder en krijgt de burger minder waar voor zijn belastinggeld. De neiging is om te denken: niks aan te doen, het is nu eenmaal Baumol.

Volgens Blank is de ziekte van Baumol weliswaar hardnekkig, maar niet ongeneeslijk. Hij wijst op de ziekenhuizen, waar de arbeidsproductiviteit wel is gestegen, terwijl ook daar het personeel de grootste kostenpost is. Het verschil is de bekostiging. Ziekenhuizen hebben veel klandizie en de druk om te presteren is groot, terwijl de betaling pas achteraf komt. Bij de politie en het onderwijs is het andersom. Het budget ligt vast of stijgt, terwijl het aantal misdrijven respectievelijk het aantal leerlingen al jaren daalt. Dan volgt een bekend overheidsverschijnsel: het budget moet worden opgemaakt. De uitkomst heet ondoelmatigheid, die zich in een crisis extra laat voelen.

Een voorbeeld waarover Jos Blank zich heeft opgewonden is het rapport Een verstevigd fundament voor iedereen, gemaakt door McKinsey in opdracht van minister Slob (Onderwijs). Het rapport was dodelijk over de prestaties van het primair en voortgezet onderwijs. Een paar jaar geleden zat Nederland kwalitatief nog op het Europese gemiddelde. Tegenwoordig behoren we ‘tot de sterkste dalers in Europa’. De leesvaardigheid was tien jaar terug nog top. Nu op de 23ste plaats, na Polen, Tsjechië en Slovenië. Waar vind je in Europa de grootste verschillen tussen scholen in het voortgezet onderwijs: in Nederland.

Minister Slob van Onderwijs spreekt geen zin uit zonder de belofte dat hij alles helemaal ‘samen met de sector’ doet.Beeld Arie Slob

Ontluisterend, temeer omdat ‘de verschillen tussen scholen niet verklaard worden door de uitgaven, maar door de dagelijkse keuzes van schoolbesturen, schoolleiders en leraren’. Aldus McKinsey. Maar dan komt de oplossing: er moet 0,7- tot 1,5 miljard bij. Dan kan het onderwijs ‘weer van wereldklasse worden’. Jos Blank sprong uit zijn vel. ‘Ronduit potsierlijk.’ Eerst zeggen dat het onderwijs knudde is en dat het niet aan de uitgaven ligt. Om dan alsnog met het medicijn voor alle kwalen te komen: er moet geld bij. Zo kan de minister weer met een rapport zwaaien in de ministerraad.

Misschien kan Jos Blank bij zijn volgende prestatieonderzoek ook de lobbymacht betrekken. Rechters hebben Herman Tjeenk Willink bij Buitenhof en Thom de Graaf bij de Raad van State. De politie heeft burgemeesters van de grote steden met de juiste telefoonnummers in hun iPhones. Het onderwijs heeft een minister die geen zin uitspreekt zonder de belofte dat hij alles helemaal ‘samen met de sector’ doet. De ziekte van Baumol is inderdaad hardnekkig, hardnekkiger nog dan corona.

Herman Tjeenk Willink, goed voor de rechterslobby.Beeld ANP

Onderwijsbestuur verdient geen lof voor gedrag in crisistijd

Liefst negen lessen trok deze krant gisteren over ‘onderwijs in crisistijd’, en deze zullen in de sector door velen met warmte zijn gelezen. Naar mijn idee, echter, zijn er nog wel steviger lessen te leren, want het gedrag in het primair en voortgezet onderwijs liet én laat veel te wensen over.

Door Frank Kalshoven, 29 mei 2020.

Wie spreek ik hiermee aan? De bestuurders in het onderwijs, want die zijn in het Nederlandse systeem nu eenmaal eerstverantwoordelijk. Plus de verantwoordelijke minister Arie Slob. En ja, ik scheer de sector hieronder over een kam, maar dat zullen de witte raven – die zijn er ook – me heus vergeven.

Les 1: Scholen duiken bij het eerste teken van onraad

Dat de scholen überhaupt zijn gesloten was niet op advies van het RIVM of het ‘outbreak management team’, maar onder druk van de sector zelf. Het onderwijs is echt de enige sector die er zelf op heeft aangedrongen de deuren te mogen sluiten.

Les 2: Scholen geven snel op

De scholen waren nog niet gesloten of de eindexamens in het voortgezet onderwijs werden al afgeblazen. Zo, dat klusje was vast van de agenda. Alternatieven? Geen interesse. Uitstel om even aan te zien hoe de zaken zouden lopen? Nee hoor, te lastig. Uitzonderingen maken voor leerlingen die met een goede score op het centraal schriftelijk toch zouden kunnen slagen? Geen rekening mee gehouden.

Les 3: Scholen laten hun zwakke leerlingen makkelijk in de steek

Kansgelijkheid in het onderwijs staat hoog op de vergaderagenda in het onderwijs. En terecht. Het sluiten van scholen vergroot de ongelijkheid omdat kinderen van hoogopgeleide ouders met bovenmodale inkomens thuis nu eenmaal meer leermogelijkheden hebben dan andere kinderen. Heeft de sector, toen het er dus even echt op aankwam, voor deze zwakke kinderen gevochten? Voor hen een uitzondering bedongen op de schoolsluiting? Neen. Zijn er sectorbrede plannen gemaakt om deze kinderen, zo gauw dat mogelijk is, extra ondersteuning te bieden, bijvoorbeeld in de vorm van zomerscholen? Neen.

Les 4: Scholen wentelen hun organisatorisch onvermogen af op anderen

Zo blij met zichzelf dat ze hadden ontdekt dat het internet bestond en dat het mogelijk is online les te geven, wentelden scholen de bijbehorende organisatie soepel af op de ouders. Ga maar lesgeven, maak maar werkjes, lever die huiswerkjes maar in. Dat deze werkjes vervolgens veelal niet werden nagekeken heeft menig ouder wel verbaasd. Soortgelijke afwenteling doet zich dezer dagen voor bij de gedeeltelijke heropening van scholen: ouders (én kinderopvangorganisaties) moeten de organisatorische rommel opruimen – de school dicteert het dagschema dat de school goed uitkomt.

Les 5: Scholen nemen hun vak niet serieus

Uit een enquête van deze krant blijkt dat ruim de helft van de middelbare scholen dit jaar afziet van het toepassen van de normale ‘overgangsnormen’. Vier op de tien scholen heeft zittenblijven zelfs afgeschaft: alle kids gaan over. Dit klinkt misschien sympathiek en empathisch, maar getuigt toch vooral van gemakzucht. Scholen die hun vak serieus nemen hadden gezegd: we hebben tot eind augustus om alle leerlingen te helpen met vlag en wimpel over te gaan naar de volgende klas en we gaan er deze zomer alles aan doen om dat mogelijk te maken.

Nee, het bestuur van ons primair en voortgezet onderwijs verdient geen lof voor gedrag in crisistijd. Witte raven uitgezonderd.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl

Bron: de Volkskrant.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.