Onderzoekers: hersens te grillig om depressie, schizofrenie of ADHD vast te stellen met fMRI-scan

Een forse tegenslag voor neurowetenschappers die in het brein zoeken naar bewijzen dat een patiënt depressief is, schizofrenie heeft of ADHD. Volgens onderzoekers van de Amerikaanse Duke University zijn fMRI-scans van hersenactiviteit te onbetrouwbaar om daar uitspraken over te doen. Niet omdat de scans niet deugen, maar omdat hersenactiviteit te grillig is.

Door Margreet Vermeulen, 9 juni 2020.

fMRI-scan van bovenaf van 49-jarige man met hersenletsel linksboven. De kwaadaardige tumor heeft de middenlijn van de hersenen naar rechts verschoven.Beeld Science Photo Library

De onderzoekers van Duke doken in de data van 56 studies die zich baseren op fMRI-scans en zagen dat het brein van een bepaalde persoon telkens anders reageert op hetzelfde taakje of plaatje. ‘Het verband tussen de eerste scan en de tweede (vier maanden later) is heel zwak’, aldus onderzoeker Ahmad Hariri in een persbericht van Duke University.

Toen het in 1992 mogelijk werd met fMRI-techniek te kijken naar het brein in actie, keken wetenschappers vooral naar hoe het menselijk brein gemiddeld reageert op allerlei taakjes en plaatjes. Gaandeweg kwamen er steeds meer studies die met hersenscans iets beweren over het individu.

Zo zou het brein van pedofielen anders reageren op plaatjes van blote kinderen. Mensen met een depressie zouden een minder actieve hippocampus hebben. En met een angststoornis zou het brein anders reageren op bedreigende plaatjes. Maar als het brein zelden twee keer hetzelfde reageert is breinactiviteit dus een te grillige maat om er diagnoses mee te stellen.

Hariri onderzocht ook de hersenscans van proefpersonen die deel uitmaken van het Human Connectome Project, waarin wetenschappers het menselijke brein in kaart willen brengen. Zelfs in deze data (die gezien worden als het neusje van de zalm) bleek er weinig verband tussen de hersenactiviteit gemeten op verschillende momenten. Alleen voor taaltaakjes is er een ‘redelijke’ gelijkenis tussen hoe het brein van de proefpersoon de ene en de andere keer reageert.

‘Ik gooi mezelf voor de bus’, zei Hariri in een eerste reactie op zijn bevindingen. Want zelf zit hij tot over zijn oren in een studie waarbij hij (onder meer) op basis van hersenscans van dertienhonderd studenten probeert te voorspellen wie gevoelig is voor depressie en stressgerelateerde stoornissen. De manier waarop het individuele brein met gedachten en emoties omgaat zou daarvoor een maat of aanwijzing kunnen zijn, hoopte hij.

Volgens hoogleraar toegepaste cognitieve neurowetenschappen Alexander Sack van Maastricht University staat de betrouwbaarheid van fMRI-scans in kleine kring al langer ter discussie. ‘Tenminste als het gaat om uitspraken over het individu. En al helemaal als het gaat om de zoektocht naar biomarkers. Dat is natuurlijk ook wel een gigantische opdracht, om niet te zeggen de heilige graal.’ 

Biomarkers zijn biologische aanwijzingen, in dit geval in de hersenen, dat iemand een bepaalde ziekte heeft of zal krijgen. ‘Zulke harde aanwijzingen vinden, is ook niet gelukt met genetica of EEG-metingen of psychologisch onderzoek’, zegt Sack.

Hoe grillig en onvoorspelbaar onze hersenen zijn, ziet Sack ook in zijn eigen onderzoek, onder meer met patiënten die een beroerte hebben gehad. ‘Ik kan nooit voorspellen wie volledig gaat herstellen. De ene heeft een klein gaatje in het brein en wordt nooit meer de oude. Bij de ander is een kwart de hersenen beschadigd, en die herstelt volledig.’

Bron: de Volkskrant.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.