Waarom netwerk intelligence in de wijk juist voor jeugdhulp de sleutel is

En weer zo’n goed bedoelde managerial interventie die professionals van hun werk houdt. En denkt dat samenwerking iets is dat je tussen organisaties oplost, met een tool. Samen werken leer je binnen organisaties. Wie daar veilig, met respect en pro-actief leert delen en elkaars talenten benutten doet het buiten de deur ook. Het is net zoiets als zwemmen. Je leert het niet door ernaar te kijken of erover te praten. Duik het water in en praat niet over maar onder het zwemmen. Dan komt dat zwemmen vanzelf. Intussen stuur je de tribune die zelf niet zwemt maar wel van alles vindt van hoe het moet naar huis want dat helpt niet echt met dat zwemmen.

Door Charles de Monchy, 11 juni 2020

De netwerksamenleving komt er aan. De communicatiemogelijkheden zijn bijna onbeperkt, maar toch wil het met de samenwerking tussen professionals in de jeugdzorg nog niet echt vlotten. Of lijkt het maar zo omdat we niet zien wat er werkt? Aldus een conclusie van het VNG Expertiseteam Reikwijdte Jeugdhulpplicht. In de Utrechtse wijk Zuilen Ondiep doen we een proef om te laten zien én uit te wisselen wat werkt in de wijk.

Alle rapporten die ik lees over hoe de jeugdzorg beter kan worden komen tot dezelfde conclusie: beter samenwerken van de professionals over de domeinen heen is de sleutel voor succes. Dit staat ook in ‘De kracht van wijd reiken(1)’, waarin een expertisegroep van wetenschappers en bestuurders de VNG adviseert de jeugdwet juist niet om budgettaire redenen in te perken, maar nu eens echt te investeren in een ontwikkelagenda om de uitvoering te verbeteren. De expertisegroep geeft algemene adviezen, zoals: investeren in de eerste lijn, ruimte creëren om te innoveren, samenwerken met onderwijs en welzijn, budgettaire kokers doorbreken; maar ook specifieker: ga een duurzaam partnerschap aan met een beperkt aantal zorgaanbieders, en denk na over hoe dat wordt ingericht. Al deze adviezen worden goed onderbouwd, en het is dan ook geen wonder dat het advies positief is ontvangen door de VNG.(2) Beter laat dan nooit, dus dan gaan we lekker snel aan de slag met die ontwikkelagenda’s in het hele land. Toch?

Obstakels zijn er om op te lossen

Was het maar zo eenvoudig, want er staat ook een hele reeks obstakels in het rapport die al wel bekend zijn maar nog niet zomaar zijn opgelost. Samengevat: gemeentelijke budgetten zijn verkokerd en dat leidt tot verspilling, we organiseren wel concurrentie en controle maar niet de samenwerking en de focus op kostenbeheersing staat innovatie in de weg. Dat zijn kritische conclusies, en helaas wordt de situatie er sinds de coronapandemie niet beter op. De meeste gemeenten zien hun tekorten op dit moment hard oplopen, zodat de ontwikkelagenda voor Jeugd geen prioriteit zal krijgen. Toch zijn er volgens mij twee redenen om dat nu juist wél te doen. Ten eerste wijzen veel ervaringen uit dat betere jeugdhulp ook grote besparingen kan opleveren(3), en ten tweede zijn de bedragen die met verbeteren van de samenwerking zijn gemoeid veel kleiner dan wat er in de jeugdhulp om gaat. Dus wees niet penny wise and pound foolish.

Een nieuw obstakel dat me opviel gaat over gebrek aan kennis:

‘Er is nog onvoldoende kennis over wat werkt qua domeinoverschrijdend werken en ontzorgen. De kennis die er wel is, wordt nog onvoldoende benut.’ (Idem, pag. 12)

Als bestuurders en wetenschappers dit zeggen, is er wel iets aan de hand, maar helaas gaat het rapport er niet dieper op in. Laten we even stilstaan bij wat deze opmerking betekent. De expertisegroep geeft eerder aan dat de samenwerking die jeugdigen en ouders echt verder helpt plaatsvindt rondom het gezin, de school en de buurt. Het zijn de leraar, de jeugd-, school- en huisartsen, de POH’s, de sociaal werker, de specialistische therapeut, de schuldhulpverlener, etc. die in samenhang en met de jeugdige en ouders antwoorden moeten vinden op eenvoudige én complexe hulpvragen. Dat is het énige dat een jeugdige verder helpt, en het is de essentie van wat we de transformatie noemen. De professionals zouden dit volgens de Jeugdwet allemaal netjes gaan regelen, en nu stelt dit expertiseteam droogjes vast dat er na vijf jaar ‘transformeren’ nog onvoldoende kennis is over wat er nou eigenlijk tussen de domeinen werkt. Dat is een rake constatering.

Met andere woorden: er zijn weliswaar kennisinstituten die zich bezighouden met wat er binnen de domeinen als (jeugd)zorg, onderwijs, maatschappelijke hulpverlening etc. werkt, maar wat professionals in het veld met al die kennis doen, en hoe ze die in samenhang met de kennis van andere domeinen toepassen is een grote onbekende.

Daar staat natuurlijk tegenover dat vele duizenden professionals in het veld – soms al járen – met dit vraagstuk bezig zijn, en er zijn ook al heel wat goede resultaten geboekt. Klopt, zegt het expertiseteam, maar zelfs de kennis die er wél is over wat werkt tussen de domeinen benutten we onvoldoende, dus we slagen er niet in die ergens anders toe te passen, te versterken of te verbreden.

Geen wonder dat het met de transformatie maar niet wil lukken, en het is een dringende uitnodiging het eens heel anders aan te pakken. Eigenlijk zeggen de bestuurders van de instellingen van de expertisegroep hier tegen de professionals in het veld: “Laat ons weten wát er tussen de domeinen werkt en wát daarvoor nodig is, dan kunnen we er samen voor zorgen dat we allemaal verder komen.

Dat lijkt ons een uitstekende aanpak om de ontwikkelagenda voor jeugd aan te pakken, en die is natuurlijk niet alleen van toepassing op Jeugd, ook voor ouderen en alle andere kwetsbare groepen is dit zinvol.

Netwerk-intelligence is de sleutel tot wat tussen de domeinen werkt

De samenwerking rondom het gezin wordt in bijna alle gemeenten op wijk- of buurtniveau geregeld, door wijkteams, jeugd- school- en huisartsen, leraren, welzijn, specialistische hulp etc. Deze samenwerking wordt in toenemende mate ambulant, in de wijk georganiseerd, en dat gaat soms verbazend goed. Stel eens dat in een buurt een jeugdige gemiddeld binnen een paar weken hulp krijgt, 90% van de cliënten aangeeft dat ze daarna zonder hulp verder kunnen en ze een rapportcijfer 8,5 geven. Dat maakt nieuwsgierig naar hoe ze dat doen, nietwaar? En als we die wijsheid uitwisselen, verbreden en verdiepen heeft straks iedereen daar plezier van. Dat gaan we als volgt doen.

1. Breng per virtueel team in kaart hoe goed de samenwerking verloopt

We gaan een proef in Zuilen Ondiep doen waarin de professionals die rondom jeugdigen met complexe hulpvragen staan het volgende in kaart brengen:

  • De afspraken tussen de professionals over hoe de samenwerking het beste geregeld wordt, denk daarbij aan afspraken over techniek, de communicatie en de visie;
  • Hoe dat uitwerkt voor de jeugdige, dus de wachttijd, het % ‘verder zonder hulp’ en de tevredenheid (ervaring) van de client
  • De tevredenheid (ervaring) van de professionals met de onderlinge samenwerking;
  • De lessen die een lokaal team trekt uit casusbesprekingen en andere informatie die nuttig is om uit te wisselen.

Dit gaan we bijhouden voor de samenwerking tussen de professionals die in de jeugdzorg werken, en ook – in wellicht iets aangepaste vorm – ook voor de samenwerking rond ouderenzorg en andere groepen bewoners waar speciale aandacht voor nodig is.(4)

Op deze manier ontstaat er op den duur een compleet beeld van wat er precies tussen de professionals geregeld is, en hoe dat uitpakt voor de client en de tevredenheid over de samenwerking.

2. Professionals in de wijk(en) wisselen hun lessen onderling uit

afbeelding 1

Ieder (virtueel) team van professionals rondom jeugd, ouderen etc. krijgt een eigen digitale omgeving waar de deelnemers informatie over de samenwerking gemakkelijk kunnen opslaan en raadplegen. Dat is handig onderling, maar het is ook handig als teams bij elkaar kunnen kijken hoe de zaken geregeld zijn en ook zicht hebben op de lessen die ze trekken. Zo zijn er in de wijk twee virtuele teams rondom jeugd, en een vijftal virtuele teams rondom ouderenzorg. Ze kunnen makkelijk ‘bij elkaar in de keuken kijken’, en ze kunnen ook gezamenlijk op wijkniveau lessen trekken.

3. Bestuurders en professionals wisselen uit wat werkt en wat daarvoor nodig is

Uiteraard gaan de professionals en bestuurders – inclusief de gemeente – ook met elkaar in gesprek om

lessen uit te wisselen en kansen te formuleren om nog betere resultaten te behalen. Op deze manier wordt duidelijk wát er nodig is om de samenwerking te verdiepen en verbreden. We willen uiteindelijk alle teams in alle wijken en gemeenten aan elkaar koppelen, zodat ze ook bij elkaar in de keuken kunnen kijken en contact met elkaar opnemen. Wij denken dat er dan veel beter gebruik gemaakt wordt van elkaars kennis, en de transformatie in een stroomversnelling komt.

Heeft u belangstelling voor dit initiatief, neem dan contact met ons op!(5)

Dit artikel is ook terug te vinden in de dossiers Jeugdhulp en Ketensamenwerking Jeugd


(1) https://www.sociaalweb.nl/publicaties/expertiseteam-reikwijdte-jeugdhulp-brengt-advies-uit

(2) https://www.sociaalweb.nl/cms/files/2020-06/200529-vng-reactie-expertiseteam-reikwijdte-jeugdhulpplicht.pdf

(3) https://www.sociaalweb.nl/blogs/doen-wat-werkt-vier-lessen-om-jeugdhulp-te-verbeteren

(4)Voor meer details zie https://www.planfacilitators.net/blog/hoe-gez-intelligence-innovatie-in-de-1e-lijn-verbetert

(5) Ernst-Jan Wind, ernstjan@impulsor.health | Charles de Monchy charles@planfacilitators.net

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.