Dé cijferman van Nederland: ‘We blijven er maar op vooruitgaan’

Nederlanders denken dat het slecht gaat met het land, en dat is zonde en onzin, vindt CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen. 

Door Dirk Waterval,  15 juni 2020.

Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het CBS. ‘We worden steeds toleranter en progressiever.’ ©Phil Nijhuis Fotografie http://www.philnijhuis.nl

Staat hij bij vrienden en familie bekend als betweter? Peter Hein van Mulligen moet lachen en zegt dat hij dat in elk geval probeert te voorkomen. Maar dat kán gewoon haast niet makkelijk zijn als hoofdeconoom van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 

Ga maar na. Op buurtbarbecues en verjaardagen snijden andere gasten gevoelige onderwerpen aan, ventileren hun frustratie of angst over de multiculturele samenleving, ongelijkheid, woningnood, doorgeslagen economische groei en onveiligheid op straat. Terwijl Van Mulligen, bekend met de diepste krochten van het CBS, als geen ander weet: het gaat op al ­deze facetten juist steeds beter met ons land.

Niet iedereen wil daarvan weten. “Mensen kunnen ronduit woedend worden als je ze bijvoorbeeld wijst op cijfers van afnemende criminaliteit”, zegt de econoom. “In werkelijkheid zit de piek van het aantal misdrijven zo rond de eeuwwisseling. Maar leg dat maar eens uit aan iemand die toevallig vorige week is overvallen, of die iemand kent die dat pasgeleden overkomen is.”

Over dit hardnekkige zwartkijken van mensen moet ik een boek schrijven, bedacht ‘de cijferman van Nederland’ vorig jaar. De titel: ‘Met ons gaat het goed’. Gebaseerd op een uitspraak van voormalig directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau Paul Schnabel. Vaak zeiden mensen tegen Schnabel: “Met mij gaat het goed, maar met óns als land gaat het slecht”. Niets daarvan, moet blijken uit Van Mulligens boek: niet alleen met mij gaat het goed, met óns ook.

Zal je net zien dat er op het moment van publiceren, eind maart, een ongekend grote crisis uitbreekt. “Een ongelukkige timing”, zegt Van Mulligen. Maar op het voorwoord na hoefde hij eigenlijk verrassend weinig te herschrijven. “De punten die ik maak, baseer ik op decennialange trends en statistieken. Die veranderen echt niet op slag na één crisis.” De nieuwe titel: ‘Met ons gaat het nog altijd goed’.

De geboren Groninger bewijst dat ook boeken vol glasharde feiten en grafieken heel vlot kunnen lezen. Je leert dat Nederlanders er qua inkomen, vermogen en koopkracht constant op vooruit blijven gaan. Dat de onderlinge ongelijkheid op allerlei vlakken eerder af- dan toeneemt. Dat armoede onder gepensioneerden in enkele decennia vrijwel helemaal is verdwenen. Dat elke nieuwe generatie Nederlanders met een niet-westerse achtergrond het qua onderwijs, criminaliteit en werk weer beter doet, waardoor de kloof met autochtoon Nederland steeds kleiner wordt. Ja, helaas, dat mensen met een migratieachtergrond nog altijd minder kansen hebben dan die autochtone landgenoten. Maar dat die verschillen toch op zijn minst harder afnemen dan sommige politici je willen doen geloven.

Nog even doorgaan? De positie van vrouwen blijft verbeteren. Veel milieuproblematiek als die rond zure regen, luchtkwaliteit en fijnstof is in no time afgenomen. En dan zijn we ook nog eens liever voor elkaar dan ooit.

“Gedurende zo’n beetje de gehele geschiedenis van de mensheid was het leven nasty, brutish and short, om met de bekende zeventiende-eeuwse filosoof Thomas Hobbes te spreken. Lelijk, bruut en kort dus, tot in de twintigste eeuw en ook in Nederland. Maar dat is inmiddels voor veruit het grootste gedeelte van de wereldbevolking verleden tijd. Het is wel zonde als dat constant wordt vergeten.”

Misschien was dat onredelijk pessimistische wereldbeeld wel júíst reden om zo hard te vechten voor een betere maatschappij. Vreest u niet dat de samenleving achterover gaat hangen nu ze in uw boek leest dat het in werkelijkheid al best prima gaat?

“Nee, en laat me benadrukken dat dat achterover leunen schadelijk zou zijn. De vooruitgang van de afgelopen decennia hebben we op allerlei gebieden inderdaad zelf gecreëerd, die is niet uit de hemel komen neerdalen. Maar zolang er dingen beter kunnen, en dat is absoluut nog steeds het geval, geloof ik dat mensen dat uit zichzelf zullen nastreven. Dat dingen beter gaan dan je denkt, betekent niet auto­matisch dat het wel goed is zo.”

Op één vlak gaat het juist slechter dan de gemiddelde Nederlander lijkt te beseffen, getuige de voor velen onverwacht grote opkomst op Black Lives Matter-demonstraties. Waarom staat er niets in uw boek over hoe vaak mensen gediscrimineerd worden?

“We hebben zelf weinig cijfers over dit onderwerp, het Sociaal Planbureau gaat daar meer over. Ik signaleer wel dat Nederlanders een meer ontspannen houding krijgen tegenover de multiculturele samenleving. En dat het draagvlak voor iets als Zwarte Piet hard afneemt. Dat ook VVD-kopstukken hierin ‘om’ zijn, bevestigt die trend. Daar komt bij dat er veel meer autochtone Nederlanders meelopen in de demonstraties dan eerder het geval was. We worden nog steeds toleranter en progressiever, ook waar het mensen met een niet-­Nederlandse herkomst betreft.

“Dat betekent natuurlijk niet dat racisme en discriminatie in Nederland nauwelijks meer voorkomen, maar ik denk dat de trend de goede kant op gaat.”

Wat koopt iemand die continu tegen discriminatie aanloopt, wiens fiets net is gejat of geen huis kan vinden voor kennis over ‘hoe het in het algemeen gaat’ in Nederland?

“Niets, natuurlijk. Maar ik ontken dus ook niet dat er niets meer opgelost hoeft te worden. Ongelijkheid is daar wel een goed voorbeeld van. Want ook al behoort Nederland wereldwijd tot de meest egalitaire landen ter wereld, ook hier lopen tweedelingen door de maatschappij. Dat begint vaak bij opleiding. Veel meer dan vroeger is het nu de norm dat je op zijn minst een mbo-opleiding hebt afgerond. Vroeger kon je ook zonder veel scholing nog een redelijke carrière maken, nu niet meer. Met als gevolg een lagere levensverwachting, minder vertrouwen in de politiek en meer uitzichtloosheid.

“Maar inderdaad, de punten die ik maak in het boek gaan over gemiddeldes. En dan kun je zeggen: die gemiddeldes gelden niet voor iedereen, en dat klopt ook. Toch gaat de discussie juist wel degelijk over waar het ‘in zijn geheel’ naartoe gaat. Over dat het met óns niet goed zou gaan, dat klopt niet.”

Vaak hoeft Van Mulligen helemaal niet ver terug te gaan in het verleden om een verbetering te beschrijven. Het is grappig, schrijft hij, hoe snel mensen vergeten dat het vrij recent nog veel slechter ging. Neem de zorgen over de huidige krapte op de woningmarkt, en de bijkomende torenhoge prijzen. Op elke verjaardag is er wel een neef of nicht van in de twintig die zucht onder de onmogelijkheid om een huis te vinden in de Randstad. Dat gaat al jaren zo, het lijkt of het nooit anders is geweest.

Maar kijk dan even íets verder terug, bijvoorbeeld naar de periode tussen 2008 en 2013. Toen werd Nederland nog ‘ontwricht’, zoals Van Mulligen schrijft, door de hoge hypotheekschulden van huishoudens. En dat kwam weer doordat de huizenprijzen juist dáálden. Hoor je niemand meer over.

Het boek is naast een optimistisch stemmend feitenrelaas ook een pleidooi voor economische groei. Volgens Van Mulligen is dat namelijk de sleutel naar een betere wereld. Een heel hoofdstuk gaat over wat economische groei eigenlijk is. Méér spullen, meer vlieg­vakanties, meer milieuschade? Ook, maar niet helemaal. De econoom benadert het wat filosofischer en stelt dat economische groei vooral gaat over slimmere manieren van werken, over innoveren. En over instituties als een goed werkend rechtssysteem en een democratie die ervoor zorgen dat de vruchten van die nieuwe kennis en productie ook eerlijk worden verdeeld. Dat er geen elite is die ermee aan de haal gaat.

Waarom maakt u zich zorgen over hoe mensen tegen groei aankijken?

“Je hoort regelmatig dat het alleen maar slecht zou zijn, en dat vind ik een gevaarlijke misvatting. Groei zou dan zorgen voor meer ongelijkheid, meer klimaatproblemen en een nog snellere bevolkingsgroei. Je hoort dat aan beide kanten van het politieke spectrum. Linkse milieuactivisten zeggen soms dat groei en het klimaat niet samen kunnen gaan. Bij rechts hoor je eerder dat economische groei gewoon hard nodig is, waarbij een eventuele verslechtering van het klimaat op de koop wordt toegenomen. Of anders wel ontkend. Beide kampen gaan dan uit van een afruil. In mijn boek haal ik veel voorbeelden uit het verleden aan waaruit blijkt dat die afruil helemaal niet hoeft te bestaan. Vergelijk bijvoorbeeld het rijke kapitalistische West-Europa in de jaren tachtig met het armere communistische Oostblok. Dat Westen was aanzienlijk schoner.”

Maar over het algemeen is het toch andersom: economische groei heeft geen positieve invloed op het klimaat?

“Natuurlijk kán het wel hand in hand gaan, dat is het punt niet. Het kappen van bosbouw en het delven van mijnen levert banen en geld op, terwijl het slecht is voor de natuur. Maar bedenk dan ook dat een aantal milieuvervuilende stoffen de laatste decennia al minder voorkomen, óndanks de groeiende welvaart. Fijnstof is daar een voorbeeld van, en cfk’s die voor het gat in de ozonlaag zorgden ook.

“Ik denk dat we als mens geneigd zijn om onze eigen innovativiteit te onderschatten. We zadelen de wereld met veel problemen op, vooral op het gebied van klimaat, dat lijkt me ontegenzeggelijk waar. Maar vaak zie je dat we dan onverwacht toch ook zelf met oplossingen komen.”

“En dan nog. Ga die stop op economische groei maar eens uitleggen aan landen die nu nog arm zijn en op dit moment eindelijk een snelle welvaartsgroei zien. Als je de wereldwijde groei aan banden wilt leggen vanwege het milieu, dan zijn er maar twee opties. Of het blijft zoals het nu is, waarbij de rijke landen rijk blijven, en de armere landen arm. Of die opkomende landen mogen nog een tijdje doorgroeien, terwijl rijkere landen inleveren. Dat vind ik allebei ook niet moreel te verantwoorden.”

Dat tweede klinkt toch juist heel eerlijk? Dat wij hier gewoon wat van onze overvloed overhevelen?

“Denk even verder, welke groepen gaan hier dan precies de offers leveren? En wie bepaalt dat? En wat is dan een goed ijkpunt voor wanneer het genoeg is? Ook dertig jaar geleden hoorde je namelijk al dat er nu wel genoeg welvaart is in het Westen. Maar waren we toen gestopt met innoveren en groeien, dan zou nu iedereen zo’n 20 procent aan salaris moeten inleveren. Hadden veel mensen nu überhaupt geen baan gehad. Ga dat maar eens uitleggen, ik denk dat je op weerstand stuit. Als je de totale koek niet blijft vergroten, is meer welvaart voor minderbedeelden altijd een afruil.”

Peter Hein van Mulligen, ‘Met ons gaat het nog altijd goed’. Uitgeverij Prometheus, 20,99 euro.

Bron: Trouw.

Lees ook:

Er komen steeds meer mensen op aarde, denken we. Maar nu de feiten

Er komen steeds meer mensen op de wereld en ze willen allemaal hiernaartoe. Dat is het heersende idee. Klopt dat wel?

Wat nou crisis? Plots tonen beleggers zijn weer optimistisch

We naderen, of leven al in, de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog. Maar uit de aandelenkoersen spreekt optimisme over de toekomst.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.