Wonen in de Wielenpôlle, een van de armste wijken van Nederland

“Bea Moed was laatst op een congres, het ging over ‘systeemwereld’ en ‘leefwereld’, over de ‘inclusieve samenleving’. „Ik zei: all inclusive zullen jullie bedoelen, Center Parcs kan er nog wat van leren. Vijftig jaar hulpverlening heeft van de Wielenpôlle een all inclusive-wijk gemaakt. Uitkering, kindpakketten, voedselpakketten, psychologische hulp, het wordt geleverd aan de voordeur, en wat is het resultaat? Trotse mensen worden afhankelijk gemaakt. Ze gaan kijken of er nog meer te halen valt en doen alsof ze meewerken. En wie is de baas over hun leven? De gemeente. Die weet alles van je en bemoeit zich overal mee en bepaalt dat je niet naar school mag omdat je in de bijstand zit en alleen papier mag prikken en er dus nooit meer uitkomt.”

Ze ging sociaal werk studeren en keerde terug naar de Wielenpôlle. “De desillusie! Want wat zag ze daar? Keurige welzijnswerkers die uit hun keurige buurt op de fiets naar de Wielenpôlle gingen om de mensen te vertellen dat ze geen cola in de flesjes van hun baby moesten doen en niet elke avond pizza moesten eten. Groente! Moestuinen! „Welzijnswerkers willen altijd iets met moestuinen”, zegt Bea Moed. „Gezond eten en veel in de natuur. En joggen. En niet roken. Zie je het voor je? Kampers? Als jouw ouders en grootouders niks hadden, ben je trots dat jij niet meer hoeft te lopen en geld hebt om naar de snackbar de gaan.” Al die inspanningen, en er veranderde helemaal niets”.

Wonen in de Wielenpôlle, een van de armste wijken van Nederland

Het aantal huishoudens onder de lage-inkomensgrens is vorig jaar met 4,5 procent gestegen tot 599.000. In 2016 vielen van de 7,3 miljoen huishoudens nog 572.000 onder deze grens, meldt het CBS vandaag. Ook het aantal huishoudens waarvoor armoede dreigt nam toe: van 7,9 naar 8,2 procent. Hoe is het om in armoede te leven? Hoe hangen armoede en gezondheid samen? Op deze vragen zochten we in juni een antwoord in een reeks verhalen over armoede. Zoals in deze reportage vanuit de Wielenpôlle, een van de armste wijken van Nederland. We spraken met Berend en Aaltje uit Wielenpôlle van wie hun dochter Bea naar het gymnasium ging.

Door Jannetje Koelewijn, 15 juni 2018.

Leven in armoede Als je in de Wielenpôlle woont, voel je je minder dan anderen en is de gemeente de baas over je leven. Over Berend, Aaltje en hun dochter Bea die naar het gymnasium ging.

De pake van Berend Moed liet een nieuw schip bouwen. Het geld leende hij van de familie van zijn vrouw. Dat was in 1910. Toen kreeg zijn vrouw tyfus. Ze ging dood. Pake, net dertig, bleef achter met vijf kleine kinderen. Hij moest zijn schulden onmiddellijk afbetalen, zo was het afgesproken. Vrouw dood, geld terug.

Dat werd dus van maandag tot zaterdag varen voor de boeren (aarde, zand, bieten) en in het weekend twee nachten voor een rederij. De kinderen werden uitbesteed, behalve Berend Moeds heit. „Die moest mee als schippersknecht”, zegt Berend Moed. Een jongetje van zeven.

„Dat was een heel minne tijd”, zegt zijn vrouw, Aaltje Moed.

„Later kwamen de crisisjaren”, zegt Berend Moed. „Toen werd ik geboren. Dat was ook een heel minne tijd.”

„Maar jij was allinne met je heit en mem”, zegt Aaltje Moed. „Dat scheelde wel, dat er maar één kind was.”

Ze zitten tegenover elkaar aan tafel in hun huis, nou ja, huisje, aan de rand van de Wielenpôlle, een van de armste wijken van Nederland, in Leeuwarden. De Wielenpôlle werd in de jaren vijftig gebouwd voor schippers die aan wal kwamen, voor kampers en dagloners en mensen uit de krotten in de binnenstad. Hun kinderen en kleinkinderen wonen er nog steeds.

„Schippers werden beschouwd als zigeuners”, zegt Berend Moed. „Als pake op zondag in zijn schipperskleren naar de kerk ging, kwam er geen één naast hem zitten.”

„Je pake en je heit wouden nooit hulp van een ander”, zegt Aaltje Moed.

„Nee, o, nee”, zegt Berend Moed. „Dat wouden ze helemaal niet. Het waren vrijgevochten mensen. Ze hadden hun trots.”

In de winter als er ijs lag, en er niet gevaren kon worden, hielp Berend Moeds vader schaatsers over de wakken onder de bruggen heen. Als de wakken bevroren, hakte hij ze ’s nachts weer open.

Aaltje Moed was een meisje van dertien toen ze op een dag met haar moeder in de bus naar huis reed en er een boerin bij hen kwam zitten, een grote boerin, rijk. „Ze zei,” zegt Aaltje Moed, „dat ze er één nodig had voor het huishouden. Heb jij een fammie voor me? En toen” – na al die jaren is ze er nog steeds verontwaardigd over – „zei mijn moeder dat ze mij kon krijgen”. Haar werd niets gevraagd.

Schrobben en boenen en wassen en poetsen van voor het ontbijt tot na de avondboterham, voor zes gulden in de week. Die moest ze thuis afdragen. En nog had ze geen behoorlijke klompen aan haar voeten.

De heit van Aaltje Moed was dagloner. Haar mem zorgde voor de kinderen, vijf dochters. Door de oorlog waren ze weinig naar school geweest. In de winter gingen ze sowieso niet, geen brandstof. Op zaterdag ook niet, want dan was er tekenles en hun moeder had liever dat ze de ramen lapten.

Aaltje en Berend Moed wonen in de Wielenpôlle sinds 1963, Berend was vroeger timmerman. „Jij had het luxe”, zegt zijn vrouw tegen hem. „Jij mocht naar de ambachtsschool.” Ze hadden destijds al vier kinderen, in 1971 kwam er onbedoeld een nakomertje, een meisje. Ze wisten niet hoe ze haar zouden noemen. De huisarts die de bevalling had begeleid zei: Bea. De eerste letters van hun eigen namen. Berend Moed had maandenlang ’s avonds bijgeklust om een nieuwe babyuitzet te kunnen kopen.Het huis van de familie Moed.
Foto’s Olivier Middendorp

Nooit naar een ouderavond

Bea Moed was anders dan de andere kinderen. Op school had ze de hoogste cijfers. Zo knap, dachten haar ouders. Die moest maar naar de mavo. De meester kwam op bezoek. Mavo? Bea moest naar het gymnasium! Goed dan, het gymnasium, al hadden haar ouders geen idee wat dat was. „Een drama”, zegt Bea Moed. „Ze hadden daar nog nooit een leerling uit ons postcodegebied gehad. Na mij ook nooit meer. Het komt gewoon nooit voor, een kind uit de Wielenpôlle dat naar het gymnasium gaat.”

Bea Moed was anders dan de andere kinderen. Op school had ze de hoogste cijfers. Zo knap, dachten haar ouders. Die moest maar naar de mavo

Bea Moed zit in haar kantoor, anderhalve kilometer bij haar ouders vandaan. Zij zegt: als je wilt begrijpen waarom het vaak zo slecht gaat met mensen in de Wielenpôlle – geen diploma’s, werkloosheid, gebroken gezinnen, drank en drugs en criminaliteit – en je vindt dat het anders moet, kijk dan ook naar de generaties voor hen.

Zelf heeft ze zich vaak afgevraagd hoe het kwam dat ze niet met haar schoolboeken aan tafel mocht zitten. En waarom gingen haar ouders nooit naar een ouderavond? Ze denkt dat ze inmiddels het antwoord wel weet. „In de wereld van de Wielenpôlle,” zegt ze, „is je familie alles, echt alles. Als ze jou een beweging zien maken waardoor jij in een wereld komt die ze niet kennen en niet begrijpen, proberen ze je tegen te houden. Niet met opzet, dat gaat vanzelf. Dy minsken binne mear as ús. Zo zegt mijn moeder het. Die mensen zijn meer dan wij. Ze kijken op ons neer. Blijf bij ze weg.”

Foto Olivier Middendorp

Twee van haar drie zussen wonen nog altijd bij haar ouders om de hoek. Haar broer woont er ook, met zijn Wielenpôlle-problemen. Volgens Bea Moed is het allang niet meer de armoede die de mensen daar in de greep houdt. „Ze hebben allemaal een breedbeeldtelevisie en er zijn er maar weinig zonder auto. Of die niet met vakantie gaan.” Het is hun achterstand, hun diepe wantrouwen tegen alles wat van buiten komt. Al helemaal tegen de overheid.

In de zesde klas van het gymnasium moest Bea Moed bedenken wat ze wilde worden. Hondentrimster leek haar wel wat. Het werd rechten omdat Arnie Alberts uit Goede Tijden, Slechte Tijden dat studeerde. Daarna werkte ze bij de Rabobank en ze verhuisde, met haar man, naar een boerderijtje in de buurt van Appelscha. Ze zag haar familie nauwelijks meer, alleen haar ouders.

In de zesde klas van het gymnasium moest Bea Moed bedenken wat ze wilde worden. Hondentrimster leek haar wel wat. Het werd rechten omdat Arnie Alberts uit Goede Tijden, Slechte Tijden dat studeerde

Toen werd het 6 mei 2002, de moord op Pim Fortuyn. Haar zoon was net geboren, haar eerste. Ze lag in het ziekenhuis en keek op televisie naar de begrafenis. De mensen die langs de weg stonden te kijken, met hun woede en hun verdriet, dat waren háár mensen. Ze hoorde de discussies over de samenleving die gespleten was geraakt en ze besloot: ik ga me ermee bemoeien.

Ze deed een spoedcursus sociaal werk en kwam terecht bij een organisatie in Leeuwarden. „Er waren twee wijken waar niemand het uithield”, zegt ze. „De Wielenpôlle en de Schepenbuurt, waar ik op de kleuterschool heb gezeten. Ik zei: die wil ik wel.”

De desillusie! Want wat zag ze daar? Keurige welzijnswerkers die uit hun keurige buurt op de fiets naar de Wielenpôlle gingen om de mensen te vertellen dat ze geen cola in de flesjes van hun baby moesten doen en niet elke avond pizza moesten eten. Groente! Moestuinen! „Welzijnswerkers willen altijd iets met moestuinen”, zegt Bea Moed. „Gezond eten en veel in de natuur. En joggen. En niet roken. Zie je het voor je? Kampers? Als jouw ouders en grootouders niks hadden, ben je trots dat jij niet meer hoeft te lopen en geld hebt om naar de snackbar de gaan.” Al die inspanningen, en er veranderde helemaal niets.

Foto Olivier Middendorp

Bea Moed was laatst op een congres, het ging over ‘systeemwereld’ en ‘leefwereld’, over de ‘inclusieve samenleving’. „Ik zei: all inclusive zullen jullie bedoelen, Center Parcs kan er nog wat van leren. Vijftig jaar hulpverlening heeft van de Wielenpôlle een all inclusive-wijk gemaakt. Uitkering, kindpakketten, voedselpakketten, psychologische hulp, het wordt geleverd aan de voordeur, en wat is het resultaat? Trotse mensen worden afhankelijk gemaakt. Ze gaan kijken of er nog meer te halen valt en doen alsof ze meewerken. En wie is de baas over hun leven? De gemeente. Die weet alles van je en bemoeit zich overal mee en bepaalt dat je niet naar school mag omdat je in de bijstand zit en alleen papier mag prikken en er dus nooit meer uitkomt.”

En dan de kosten, miljoenen euro’s per jaar. „Als je het uitdeelt, 240 gezinnen, zou iedereen uit de schulden zijn.” Gebeurt natuurlijk niet. Het is geen oplossing. Haar idee: geef de mensen in de Wielenpôlle zeggenschap over de budgetten en laat hen de baas zijn van de hulpverleners. Ze heeft een bedrijf opgericht om dat soort ideeën te onderzoeken en ermee te experimenteren.

Vroeger waren ze verslaafd, ja

We stappen in haar auto en we rijden door de Wielenpôlle: vriendelijke huisjes, net gerenoveerd, hout en baksteen, niks kunststof. Een speelplaats vol kinderen. Om de paar meter staat Bea Moed stil en hangt ze uit het autoraam. „Dinie, hoe is het met Piet?” Piet is erg ziek.Foto’s Olivier Middendorp

Afgelopen winter was de Wielenpôlle op de televisie, BNNVARA had er een documentaire gemaakt. Bea Moed glimlacht nog om het buitengewoon positieve beeld dat de mensen van zichzelf en hun leven gaven. Ja, vroeger waren ze verslaafd geweest, maar nu ging alles goed. En ja, ze wilden graag een opleiding volgen, mbo 4, werk vinden. Maar de gemeente werkte tegen. „Problemen ontkennen en niets onder ogen zien”, zegt Bea Moed. „Hebben mijn ouders ook altijd gedaan.”

Dus vraag je aan Aaltje Moed of ze kan lezen en schrijven, na zo weinig jaren op school, dan zegt ze: „Ja, hoor.”

En Berend Moed: „Ja, hoor.”

Aaltje Moed: „Het is wel zo, Berend schrijft meestal. Maar dat is omdat hij dat altijd doet.”

NRC 5 om 5

Elke middag om vijf uur de vijf meestbesproken verhalen van de dag in je mailbox?Inschrijven

En als je dan zegt dat ze het volgens haar dochter niet zo goed kan, zegt ze: „Dat heeft ze mis. Ik kan het misschien niet zo goed als zij. Maar ik kan het. Ik kan ook koprekenen. Mijn rapport ligt boven, zal ik het laten zien? Allemaal mooie cijfers.”

Berend Moed: „Bea heeft ook wel heel erg veel geleerd.”

Aaltje Moed: „Zij kan alles.”

En de ouderavonden vroeger? Gingen ze daar echt niet naartoe?

Aaltje Moed: „We zijn een keer geweest en toen zat Berend naast een man die zei: ik moet eraan wennen dat mijn dochter omgaat met één die op de mavo hoort te zitten.”

Berend Moed: „Hij bedoelde: één die wat minder is. We zijn er nooit meer heen gegaan.”

Bea Moed zegt dat de Wielenpôlle nog altijd in haar zit, met Kerst kan ze het niet laten om haar hele huis vol versiering te proppen. „Sommige mensen noemen dat volks.” Ze houdt ook van alles samen met het gezin doen en als ze buiten de deur eet denkt ze nog altijd: o jeetje. Ze is wel van klassieke muziek gaan houden, van literatuur, kunst. Laatst, zegt ze, vroeg haar moeder waarom hogere mensen niet naar het huwelijk van Harry en Meghan keken, begreep zij dat? Bea Moed had gezegd dat zij het ook niet wist. Begreep haar moeder waarom lagere mensen niet van Bach hielden?Foto’s Olivier Middendorp

Bron: NRC.

Arm zijn in een van de rijkste landen ter wereld

Wat is arm? In Nederland hoeft niemand van de honger te sterven. Toch zijn zoveel Nederlanders arm dat je hele steden met hen zou kunnen bevolken. Wat betekent armoede in Nederland?

Door Ingmar Vriesema, 15 juni 2018

Gedachtenoefening

Verwijder de inwoners uit de grote Nederlandse steden, en probeer ze weer op te vullen met alleen de arme mensen. Je komt een eind, met de bijna 1,1 miljoen armen die dit land telt.

Amsterdam kun je volledig opvullen, en nog blijven er ruim 200.000 armen over. Met hen kun je Tilburg geheel bevolken. Of overzichtelijker: vul Groningen en Almere met de ruim 400.000 langdurig armen, dan past de rest precies in Rotterdam. Kinderen apart kan ook. Een kleine 300.000 arme kinderen zijn er. Die passen met een beetje proppen in Haarlem en Zwolle.

Steden vol gebrek zouden het zijn. In de woonkamers van heel Amsterdam en Tilburg zouden versleten stoelen en tafels staan. Bewoners zouden familieleden mondjesmaat uitnodigen, uit schaamte voor het gebrek aan lekkers bij de koffie. In de straten van Groningen en Almere passeren bijstandsontvangers in tweedehandskleren gesloten restaurants op weg naar voedselbanken die overuren draaien. En in Haarlem en Zwolle geen kinderen meer die zich na een dagje weg verstoppen onder de stoelen van de bus: het schoolreisje is afgeschaft.

Zelfs nu de economie weer groeit, neemt het aantal langdurig armen in Nederland toe. In een special besteedt NRC aandacht aan dit doorgaans onderbelichte thema. Wat betekent armoede in ons land? Hoe is het om in armoede te leven? Hoe hangen armoede en gezondheid samen? Alle verhalen en een video zijn te vinden op nrc.nl/armoede

Hoezo armoede

De cijfers over armoede in Nederland zijn indrukwekkend. Zelfs nu de economie weer een paar jaar groeit, daalt het aantal huishoudens met een inkomen onder de armoedegrens nauwelijks. Het aantal mensen dat langdurig arm is, groeit zelfs.

Het woord gebruiken is vragen oproepen. Want hoezo armoede? Welke armoede? Mogen we daar wel van spreken, als een van de rijkste landen ter wereld?

Afgezet tegen het leed in de armste landen lijkt de term misplaatst. Elke drie seconden sterft ergens op de planeet een mens aan de gevolgen van honger.

Dat gebeurt altijd elders. Nooit in Nederland.

In 2011, midden in de economische crisis, leeft bijna 8 procent van de Nederlandse huishoudens in armoede.

Als op lunchtijd Nederlanders in kantoorkantines hun dienbladen volladen met boterhammen en kroketten, als kort na het middaguur in de voedselbanken Nederlanders hun tassen vullen met hele broden en met pakken fusilli tricolore, staat de dagteller van wereldwijde hongerdoden op ruim 15.000.

Dan zou er hier armoede zijn?

Ambigu en onwennig, zo valt de Nederlandse relatie met armoede als binnenlandse aangelegenheid te typeren. Het woord was lang weggebleven uit Haagse beleidsnota’s en wetteksten toen het in 1995 een comeback maakte. Wim Kok, leider van Paars I, deed via de Troonrede een beroep op de samenleving om „sociale uitsluiting en stille armoede […] eensgezind en met kracht aan te pakken”. De Algemene Bijstandswet (1965) had ondanks wensdenken en sympathieke idealen de armoede tóch niet uitgeroeid, was de conclusie na de bezuinigingen van de jaren tachtig en de laagconjunctuur van de vroege jaren negentig.

Op verzoek van het kabinet-Kok I gingen het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanaf 1995 de armoede in Nederland in kaart brengen. Zo meldden ze in 2011, midden in de economische crisis, dat het aantal huishoudens in armoede was toegenomen naar bijna 8 procent. Waarna een late opvolger van Kok, Mark Rutte, als premier van díéns eerste kabinet het hele bestaan van armoede weer ontkende. „Omdat dat klinkt alsof we in een situatie zitten waar ontwikkelingshulp nodig is.”

Voedselbank Den Bosch en omstreken. Paulien van de Loo/Hollandse Hoogte

De definitie

Over ambiguïteit gesproken: zelfs de brengers van de armoedecijfers zélf – CBS en SCP – zijn het niet eens over wat armoede is. Sterker, het Centraal Bureau voor de Statistiek gééft geen definitie. „We mijden de term zoveel mogelijk”, zegt hoofdeconoom bij het bureau Peter Hein van Mulligen. Hij noemt armoede in Nederland een „subjectief begrip”. „Het is hier meer een sociaal-maatschappelijk probleem dan een gebrek aan eten of onderdak.” Het CBS hanteert een ‘lage-inkomensgrens’ die verschilt per type huishouden: 1.030 euro netto per maand voor een alleenstaande, 1.560 euro voor een eenoudergezin met twee kinderen, enzovoort. Val je een jaar lang onder die grens, dan heb je volgens het CBS „kans op armoede”.

Als je, ten minste een jaar lang, niet het geld hebt voor spullen en voorzieningen die in de eigen samenleving „als minimaal noodzakelijk gelden”. Een alleenstaande heeft daar € 1.063 netto per maand voor nodig.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau spreekt wél ronduit van armoede. „Armoede is niet ‘subjectief’”, zegt Cok Vrooman, al jaren armoede-onderzoeker voor het SCP, en tevens bijzonder hoogleraar sociale zekerheid en participatie aan de Universiteit Utrecht. „Armoede verschilt wel naar plaats en tijd – maar dat is iets anders.” Hij legt uit: „In het Nederland van nu kun je niet wonen in een lemen hut, je móét betalen voor een gangbare woning, voor gas, water, licht. Net zoals je, om mee te kunnen komen, internet en een mobieltje nodig hebt. Kun je je dat niet veroorloven, dan ben je naar Nederlandse maatstaven arm, in absolute zin.” Het SCP kwam mede tot die conclusie door veertig willekeurig gekozen burgers in groepjes uren te laten discussiëren over geldgebrek in Nederland. „Ook zij concludeerden: er is sprake van armoede in Nederland.”

Volgens het SCP ben je arm als je, ten minste een jaar lang, niet het geld hebt voor spullen en voorzieningen die in de eigen samenleving „als minimaal noodzakelijk gelden”. Een alleenstaande heeft daar volgens het SCP nu 1.063 euro netto per maand voor nodig. Inbegrepen in dat bedrag zijn de kosten voor een paar sociale activiteiten, zoals incidenteel cafébezoek of het ontvangen van visite. Trek je die sociale kosten eraf, dan blijft er een basisbudget nodig van 971 euro netto. Onder die grens ben je in Nederland zonder meer arm, zegt het SCP.

Vanwege hun verschil in benadering publiceren CBS en SCP sinds 2015 hun armoederapporten afzonderlijk. Daarin ontwaren ze overigens, grosso modo, dezelfde trends.

Selwerd , uit de serie “Twee gezichten van de stad”. Kees van de Veen/Hollandse Hoogte

De werkelijkheid

Het effect van de crisis is nog steeds voelbaar. De groep ‘langdurig armen’ – zij die al vier jaar een laag inkomen hebben – groeide in 2016 met 16.000 naar ruim 400.000 personen. „Veel mensen zijn tijdens de crisis in de bijstand terechtgekomen”, zegt Van Mulligen van het CBS. „En hoe langer je in de bijstand zit, hoe moeilijker het is een baan te vinden.”

Bijstandontvangers zijn met stip oververtegenwoordigd in de armoedecijfers. Bijna driekwart van de huishoudens die voornamelijk moeten rondkomen van die uitkering – à 943 euro netto voor een alleenstaande – zit onder de armoedegrens. Ook oververtegenwoordigd, in vogelvlucht: werklozen en arbeidsongeschikten, eenoudergezinnen met minderjarige kinderen, 55- tot 65-jarigen en gezinnen met een niet-westerse ‘hoofdkostwinner’.

Eerst gaat het spaargeld op. Dan het vervangen van meubels en kleding. Vervolgens gezelligheid. De verwarming lager in de winter. Een warme maaltijd overslaan.

Bij blijvend geldgebrek tekenen zich vaste patronen af. Eerst gaat het spaargeld op. Dan schiet het vervangen van meubels en kleding erbij in. Vervolgens bezuinigen mensen op gezelligheid. Daarna draaien ze de verwarming ’s winters lager, slaan ze weleens een warme maaltijd over of stellen ze het betalen van de huur uit. In het ergste geval wacht huisuitzetting, gevolgd door crisisopvang of dakloosheid.

Maar armoede is meer dan een eurokwestie. Mensen onder de armoedegrens zijn vaker lager opgeleid, minder tevreden over huis en buurt, maken minder vaak deel uit van het verenigingsleven, zijn vaker verdachte én slachtoffer van een misdrijf. Ook kampen ze vaker met gezondheidsproblemen.

Reden genoeg om armoede te willen bestrijden. Ook premier Rutte lijkt inmiddels die mening toegedaan. In het regeerakkoord van Rutte II duiken voor het eerst woorden als ‘armoedebeleid’ en ‘armoedeval’ op. En in het akkoord van Rutte III debuteert ‘armoede’ als afzonderlijk woord. „Het kabinet”, zo zegt de tekst, „zal extra middelen beschikbaar stellen voor het voorkomen van schulden en de bestrijding van armoede – in het bijzonder onder kinderen.”

Bron: NRC.

Als het geldgebrek je niet nekt, dan wel de stress

Gezondheid Armoede is een grote risicofactor voor gezondheid; zeer rijke mensen leven bijna 7,5 jaar langer dan zeer arme. Zwaar werk, geldgebrek en chronische stress eisen hun tol.

Door Joram Bolle en Ingmar Vriesema, 14 juni 2019.

Ed van Dijk voor zijn woning in Noordwijk.
Ed van Dijk voor zijn woning in Noordwijk.

Met elf andere suikerpatiënten zat Ed van Dijk twee jaar geleden in een kamer van het Leids Universitair Medisch Centrum. Ze luisterden naar een voeding-expert die tips gaf voor een gezondere leefstijl. Toen Van Dijk de coach aanhoorde over het belang van verantwoorde voeding, van fruit en groente, stak hij zijn hand op. „Gezond eten is gemakkelijker gezegd dan gedaan”, zei hij. „Ik loop bij de Voedselbank.”

Ed van Dijk vertelt erover in een strandstoel met uitzicht op de zee bij Noordwijk, nu dertig jaar zijn woonplaats. Hij is zestig jaar, 1 meter 90 lang en 140 kilo zwaar. De zon schijnt fel – hij heeft net zijn polo uitgetrokken. Zijn blote buik is groot en rond. Zijn suikerziekte type 2, vaak het gevolg van zwaarlijvigheid en weinig beweging, werd zo’n tien jaar geleden vastgesteld.

Van Dijk zit in de bijstand. Hij is voor 40 procent afgekeurd om zijn versleten rug en gewrichten. Per maand houdt hij van zijn uitkering 706 euro over – de rest gaat op aan het aflossen van schulden. Zijn vaste lasten zijn „ook zo’n beetje 700 euro”. Van Dijk leeft vooral van zijn huursubsidie, à 250 euro. Het vakantiegeld dat deze maand boven op de bijstandsuitkering kwam, gebruikt hij om zijn huurachterstand in te lopen.

Bij de Voedselbank liep Van Dijk van 2014 tot 2017 – drie jaar was het maximum. Je eet er wat de pot schaft. „Er was fruit ja”, zegt hij. „Soms kon ik twee appels meenemen, soms twee sinaasappels.” Hij leerde in die tijd ook instant-noedels in een zakje kennen. „Daar haalde ik er elke week tien van uit zo’n doos.”Foto’s Olivier Middendorp

De levensverwachting van Nederlanders bij geboorte, 81,5 jaar, wordt vaak gesplitst naar geslacht – die van vrouwen is een paar jaar hoger dan die van mannen. Bij een onderscheid naar inkomen zijn de verschillen veel groter. Nederlanders uit de laagste inkomensklasse worden gemiddeld 77,0 jaar. Uit de hoogste: 84,4 jaar. Een verschil tussen rijk en arm van bijna 7,5 jaar.

Arm zijn is, kortom, een gezondheidsrisico.

Gebrek aan geld beïnvloedt de gezondheid direct. Ongezond eten is vaak goedkoop. Een zak huismerk-chips van 200 gram is ruim twee keer zo voordelig als een zakje cashews à 150 gram. Fruit en vis zijn sinds 1996 veel harder in prijs gestegen dan de gemiddelde prijs van voedingsmiddelen. Snoep en ijs zijn in de afgelopen tien jaar juist goedkoper geworden, zelfs in absolute zin.

GEZOND ETEN KOPEN IS MOEILIJKER GEWORDEN IN 20 JAAR TIJD

Genoeg calorieën binnenkrijgen is bijna nooit meer een probleem voor arme mensen in Nederland. Gezónde calorieën binnenkrijgen is dat wel. Ongezond voedsel met veel calorieën is vaak goedkoper dan gezond voedsel met minder calorieën, en geeft ook een meer verzadigd gevoel. Daarnaast is het almaar moeilijker geworden voor mensen met weinig geld om gezond voedsel te kopen. In de afgelopen twintig jaar stegen de prijzen van gezond voedsel en diensten relatief veel harder dan die van ongezond eten en drinken. Boven zie je de prijsontwikkeling van voedingsmiddelen in het algemeen. Daaronder aan de linkerkant die van enkele ongezonde voedingsmiddelen en rechts van gezonde voeding en diensten.

Index: 1996 = 100

Ook lichaamsbeweging schiet er vaak bij in. Mensen met weinig geld kunnen zich meestal geen abonnement veroorloven op de sportschool of het zwembad. Geldtekort is bovendien de belangrijkste reden om doktersbezoek uit te stellen, zo becijferde TNS Nipo al in 2016. Zeker tien procent van de Nederlanders meed in dat jaar zorg om het betalen van het eigen risico te voorkomen.

Elke woensdag de laatste inzichten over eten, de lekkerste recepten en slimme tips om gezond te leven.Stuur mij NRC Eten & Gezondheid

En dan zijn er nog indirecte effecten op de gezondheid. Grote geldzorgen leggen beslag op de mentale vermogens, wijst onderzoek uit. Andere cognitieve vaardigheden raken in de knel, zoals het maken van langetermijnplannen en het weerstaan van verleidingen. „Chronische stress maakt apathisch, en minder doelgericht”, zei lector armoede en schulden aan de Hogeschool Utrecht, Nadja Jungmann, eerder in NRC. Aan het eind van een stressvolle dag lijkt een frietje halen al gauw aantrekkelijker dan boontjes doppen.

Mayonaise als stamgast

Ed van Dijk noemt zichzelf een „vette eter”. Hij houdt van gebakken aardappelen met spekjes. Hij bakt er ook groenten bij. „Vaak twee uien”. In zijn dressings is mayonaise een stamgast. De sportschool laat hij links liggen. Te duur. En al zou hij er het geld voor hebben, hij lijdt aan rug- en gewrichtspijn. Lopen kost moeite, na tien minuten moet hij pauzeren. ’s Avonds thuis wisselt hij zitten af met liggen vanwege de pijn. De pijn is mede het gevolg van zware arbeid. Van Dijk begon met werken op zijn veertiende, na twee jaar mavo en één jaar land- en tuinbouwschool. Hij werkte in de bouw en in de sloop. Als opperman sjouwde hij stenen en specie naar de metselaar. Als badman op het strand van Noordwijk sloeg hij stokken van windschermen in het zand met een hamer van twee kilo. Tien slagen per stok, drie stokken per scherm, honderddertig schermen per dag.

Als eigenaar van een schildersbedrijf had Van Dijk op het hoogtepunt elf mensen in dienst, van wie hij tijdens de economische crisis na 2008 één voor één afscheid moest nemen. Hij moest weer zelf „aan de kwast”. Dat ging niet meer. Hij kon niet lang staan en nauwelijks bukken en knielen. „Dus toen was het einde oefening.”

Op zijn veertigste woog Van Dijk negentig kilo. Sport had hem fit gehouden. Hij had jarenlang gebasketbald. Maar zijn vriendenteam „viel uit elkaar”. Hij stopte met sporten en kwam „eerst tien kilo aan, en daarna nog tien kilo”. Hij stopte ook met roken, waarmee hij op zijn veertiende begonnen was. Dat leverde nog twee extra tranches van tien kilo op, zegt hij. En dan was er zijn avondbesteding: drinken in de kroegen van Noordwijk, zes dagen per week. „Twintig biertjes was normaal.” Op de zevende dag dronk hij frisdrank. „Zes à zeven liter. Ik moest wel. Ik stierf van de dorst.”

HET VERBAND TUSSEN ARMOEDE EN GEZONDHEIDSPROBLEMEN
CASUS: OBESITAS

Obesitas wordt vaak een welvaartsziekte genoemd, maar eigenlijk klopt dat niet. Zeker niet in de Nederlandse context. Zwaar overgewicht is een groter probleem bij arme mensen dan bij rijke. Dat valt bijvoorbeeld te zien in de percentages obesitas per wijk.

Zeker in de grote steden is er een duidelijk verband tussen het gemiddelde inkomen en hoeveel procent van de bevolking in die wijk obesitas heeft. Hoe lager het gemiddelde inkomen, hoe meer mensen obesitas hebben.

Onregelmatige nachtdiensten

Van Dijks gezondheidsklachten komen dus niet puur voort uit zijn lage inkomen. Dat is ook bijna nooit zo, zegt Maria van den Muijsenbergh, onderzoeker bij kenniscentrum Pharos en bijzonder hoogleraar gezondheidsverschillen in Nijmegen. „Armoede komt nooit alleen”, zegt ze. „Arm zijn hangt samen met een kluwen aan factoren die nadelig zijn voor de gezondheid.”

Een lage opleiding staat vaak aan de wieg van de problemen. Gebrek aan scholing vergroot niet alleen de kans op een laag inkomen, maar ook op het moeten doen van lichamelijk zware arbeid of werk onder andere nadelige omstandigheden.

Gebrek aan scholing werkt laaggeletterdheid in de hand. Dat bemoeilijkt weer het begrijpen van doktersadviezen en bijsluiters. En dan is er de woonstress. De huizen van lagere inkomensgroepen staan in slechtere wijken, met minder groen. De wijken zijn vaker onveilig, zodat ouders hun kinderen minder buiten laten spelen of naar school laten fietsen – minder laten bewegen dus. De huizen staan dichter opeengepakt, zodat bewoners meer geluidsoverlast ervaren. Ze inhaleren ook vaker fijnstof. Pal langs snelwegen liggen zelden villawijken.

DE OMGEVING BEPAALT OOK HET RISICO OP GEZONDHEIDSPROBLEMEN
CASUS: OBESITAS

Een locatie waarvan de inrichting het risico op obesitas verhoogt, noemen we een obesogene omgeving. Arme wijken zijn vaker obesogene omgevingen dan rijke wijken.

Zo is in arme wijken minder makkelijk aan gezond eten te komen, terwijl fastfood er juist makkelijker te krijgen is. Vergelijk bijvoorbeeld links een straat in Amsterdam-Noord (17 procent obesitas, gemiddeld inkomen 18.500 euro) met een straat in Amsterdam-Zuid (9 procent obesitas, gemiddeld inkomen 30.900 euro)

Beweeg de slider om de verschillen te zien

 Google Earth / bewerking NRC

Rijke wijken hebben over het algemeen meer groen, recreatiemogelijkheden zoals parken en sportvelden dan arme wijken. Links zie je de Schildersbuurt in Den Haag (19 procent obesitas, gemiddeld inkomen 11.800 euro), rechts Benoordenhout in Den Haag (9 procent obesitas, gemiddeld inkomen 40.900 euro)

 Google Earth

Mensen in arme buurten bewegen minder omdat de infrastructuur van de wijk daar minder toe uitnodigt, bijvoorbeeld door een goed systeem van fietspaden. Bekijk hier links de fietsmogelijkheden in de Heerlense wijk Vrieheide-De Stack (19 procent obesitas, gemiddeld inkomen 16.400 euro) en rechts Lunetten, onderdeel van Utrecht-Zuid (10 procent obesitas, gemiddeld inkomen 22.100 euro)

 Google Earth

De lage levensverwachting van mensen met lagere inkomens vloeit dus voort uit ál het nadeel dat kleeft aan het bungelen onderaan de maatschappelijke ladder. Mensen onderaan die ladder brengen in hun kortere leven ook vijftien minder jaren door in goede gezondheid dan mensen met een hoger inkomen, meldt het CBS. Het leven van armen ten opzichte van rijken is, vrij naar Hobbes, zowel short als nasty.

En soms nog brutish ook.

Ed van Dijk heeft geen gevoel meer in zijn grote tenen. En als hij ’s ochtends uit bed stapt, voelt het alsof hij „op sponzen” loopt. Zijn hoge bloedsuikerspiegel heeft de kleine bloedvaatjes rond de zenuwbanen aangetast. De baan naar de tenen is het langst, en dus het kwetsbaarst. Hij heeft een grote kans op voetwondjes door de aangetaste zenuwbanen. Suikerziekte leidt ook tot nauwere bloedvaten, en dus tot een slechtere bloedtoevoer. Die bemoeilijkt bovendien genezing. Wondjes kunnen zweren worden. Die kunnen overslaan op het bot. In het ergste geval wacht afzetting van voet of been.

Ed van Dijk moet insuline spuiten vanwege zijn diabetes.Foto Olivier Middendorp

Ed bezoekt geregeld een pedicure om wondjes te voorkomen. De rekening à 30 euro betaalt hij zelf. Hij is niet aanvullend verzekerd. Dat was hij wel, maar het indienen van de rekeningen vond hij „een hoop gedoe”. Verantwoord is een pedicurebezoek eens in de zes weken, weet hij. Om geld te besparen gaat hij eens in de acht.

Suikerziekte tast ook de kleine bloedvaten in de ogen aan. Van Dijk merkt dat zijn zicht minder scherp wordt, zegt hij. Hij draagt een dure bril. „Je gaat mij niet vertellen dat er geen verschil is tussen een bril van 300 euro en een bril van 1.400 euro.” De zijne was 1.400 euro. Hij deed een jaar over de afbetaling.

Bureaucratisch gedoe leidt ook tot financiële tegenvallers. Vier jaar geleden vroeg Van Dijk een uitkering aan. „Er was iets met mijn computer, waardoor de aanvraag mislukte. Ik naar het gemeentehuis. Eerst konden ze me niet helpen, een paar weken later ineens wel. Had ik een inkomensgat van drie weken. Sjeezus. Zo belachelijk.”

Chronische stress is niet alleen fnuikend voor de gezondheid door de impact op vaardigheden als vooruitplannen en het beheersen van impulsen. Stress zelf is ziekmakend. Er komt cortisol vrij, een stresshormoon dat het lichaam helpt alert te blijven. Verdwijnt de bron van de stress dan ebt de cortisol weg. Blijft de stressbron bestaan, zoals bij aanhoudende armoede, dan blijft het lichaam cortisol aanmaken. Dat is riskant. Er is een grotere kans op slaapproblemen, burnout, infecties als gevolg van een verzwakt immuunsysteem, hart- en vaatziekten. Bovendien beïnvloeden stresshormonen de suikerhuishouding in het lichaam, zodat de kans op suikerziekte toeneemt. „Zo draait de spiraal almaar verder naar beneden”, zegt Van den Muijsenbergh.https://nrclocalfocuswidgets.appspot.com/5b228021e8ec6

Cijfers spreken boekdelen. Van mensen met alleen basisonderwijs heeft bijna een kwart obesitas. Van mensen met een HBO- of universitaire graad ongeveer 9 procent. Vertaald naar suikerziekte: ruim 1 op de 10 mensen met alleen basisonderwijs lijdt aan diabetes type 2. Van universitair opgeleiden één op de 43. Juist diabetes vergt acties die patiënten, afdalend in hun spiraal, overvragen. Gezond eten. Bewegen. Afvallen. Stoppen met roken. Alleen al dat laatste is een grote opgave. Laagopgeleiden roken vaker én steviger dan hoogopgeleiden. Roken hangt samen met stress over geldgebrek.

Rijke vriend

Elke middag om vijf uur de vijf meestbesproken verhalen van de dag in je mailbox?Aanmelden voor NRC 5 om 5

Van Dijk is het gelukt. Hij rookte een pakje per dag. Ook uitgaan doet hij weinig meer. Het kost hem te veel. „Ik ben heel vorig jaar één keer in de kroeg geweest”, zegt hij. „Vroeger kende ik het hele dorp.” Sociaal isolement: nog zo’n kwaal die gepaard gaat met armoede.

Eenzaam zegt Van Dijk zich niet te voelen. Hij heeft een goed contact met zijn volwassen zoon, uit een vorige relatie. En hij heeft een goede vriend. Een rijke. Die neemt hem soms mee op een reisje of naar een concert. Ongemakkelijk is het wel, als hij mensen uit zijn voorbije kroegleven op straat tegenkomt. „Man, Ed!” zeggen ze dan. „Leef jij ook nog?”

Met medewerking van Rik Wassens.

Bron: NRC.

Zo proberen gemeenten armoede tegen te gaan

Het bestrijden van armoede is vooral een taak van de gemeente. Zij hebben allemaal een andere methode: van het helpen van kinderen tot het op tijd signaleren van stress.

Door Christiaan Pelgrim, 15 juni 2018.

Badslippers van een dakloze staan te drogen onder de verwarming in de tijdelijke nachtopvang in Den Haag.
Badslippers van een dakloze staan te drogen onder de verwarming in de tijdelijke nachtopvang in Den Haag.Foto ANP / Roos Koole 

Elke Nederlandse gemeente heeft een eigen aanpak om armoede tegen te gaan. Of hun maatregelen werken, is niet bekend.

Armoede tegengaan gebeurt in Nederland op 380 verschillende manieren. Gemeenten, die verantwoordelijk zijn, hebben elk hun eigen aanpak. Toch zijn er overeenkomsten te ontdekken in hun strategie.

  1. Kosten verminderenStel: je hebt nog 100 euro over voor de rest van de maand en je wasmachine gaat kapot. In dat soort situaties kan de gemeente ‘bijzondere bijstand’ bieden, een vergoeding van urgente onbetaalbare kosten. Alle gemeenten doen dit, maar de een is ruimhartiger dan de ander.Ook bij het beperken van de maandelijkse premie voor de zorgverzekering kunnen de meeste gemeenten helpen. Zij regelen ‘collectiviteitskorting’ voor mensen met lage inkomens. Sommige gemeenten doen meer. Nijmegen biedt een zorgverzekering aan zonder het verplichte eigen risico van 385 euro. Dat is duur, maar de gemeente betaalt mee.Een paar gemeenten helpen de energielasten te verlagen. Arnhem, Rotterdam en Haarlemmermeer werken samen met ‘De Energiebank’. Vrijwilligers komen dan langs om het huis te verduurzamen met gedoneerde tochtstrips, radiatorfolie en LED-lampen.Sociale huurwoningen in de regio Drechtsteden moeten structureel duurzamer worden, vindt de Dordtse wethouder Peter Heijkoop (CDA). „De energielasten zijn vaak echt heel hoog.” Hij wil daarover afspraken maken met woningcorporaties.
  2. Participatie bevorderenWie geen geld heeft, moet niet buiten de samenleving komen te staan, vinden veel gemeenten. Via een ‘meedoe-regeling’ wordt een bepaald bedrag per jaar vergoed voor een cursus, sport of culturele activiteiten. Andere gemeenten hebben een kortingspas (Gelrepas, U-pas, Ooievaarspas) voor wie onder een bepaalde inkomensgrens valt.
  3. Kinderen helpenKinderen die opgroeien in armoede, hebben een groter risico om later zelf ook in armoede te leven. Gemeenten krijgen geld van de overheid dat ze speciaal aan kinderen moeten besteden. Ook allerlei stichtingen en fondsen richten zich op kinderarmoede en helpen de gemeenten.Vaak is er financiële hulp voor de ouderbijdrage van school. Maar bijvoorbeeld ook voor zwemles of een tweedehands fiets.In de Twentse gemeenten Tubbergen en Dinkelland kunnen ouders zelfs een ‘verjaardagsbox’ vragen voor hun kind, met lekkernijen, slingers en ballonnen. En er wordt een verse taart gebracht.Voor sommige mensen is de verjaardagsbox de eerste armoederegeling die ze aanvragen, zegt armoedecoördinator Mariska Jogems. „Er is hier veel schaamtegevoel. Maar de verjaardag van je kind is zo belangrijk dat mensen dat gevoel opzij zetten en een aanvraag doen.” Jogems bezoekt die aanvragers thuis om hen te wijzen op andere gemeentelijke hulp. „Ik heb vier à vijf huisbezoeken per week.”
  4. Gezondheid bevorderenIn arme gezinnen is vaak minder geld voor gezond eten. En de stress van financiële problemen kost veel energie, waardoor er soms weinig energie overblijft voor het klaarmaken van een gezonde maaltijd.Gemeenten vinden het daarom steeds belangrijker om armoede- en gezondheidsproblemen in samenhang tegen te gaan. Door bijvoorbeeld te laten zien hoe je goedkoop én gezond eten kunt klaarmaken. „We willen dat mensen er weer zin in krijgen om gezond eten te maken voor hun kind”, zegt Jogems van de gemeenten Tubbergen en Dinkelland.
  5. Stress verminderenWie door geldproblemen ‘chronische stress’ heeft, leeft van dag tot dag en handelt impulsiever, blijkt uit Amerikaans onderzoek. Rond die conclusie is een effectieve manier van armoedebestrijding ontwikkeld, die nu ook in een paar Nederlandse gemeenten getest wordt: Mobility Mentoring.Nadja Jungmann, lector schulden en incasso aan de Hogeschool Utrecht, volgt de gemeenten die ermee werken. Het belangrijkste in die aanpak: gemeenten moeten ál hun contacten met de burger kritisch evalueren. Jungmann: „Als iemand een keer niet komt opdagen bij een afspraak en je gaat meteen dreigen dat je er dan mee stopt, dan voeg je stress toe.” Wat wel werkt: een dag voor de afspraak een sms’je sturen ter herinnering aan de cursus. „Als mensen niet aanwezig zijn, komt dat soms door een overlopend hoofd.”In Alphen aan den Rijn wordt zelfs geëxperimenteerd met een financiële beloning voor goed gedrag. Bijvoorbeeld: als iemand zich moet inschrijven bij Woningnet (eenmalige kosten: 10 euro), krijgt die als beloning een bon van 20 euro die in te wisselen is bij een aantal supermarkten en kledingwinkels. Jungmann: „Je creëert op korte termijn urgentie om iets te doen dat je op lange termijn verder helpt. En het inschrijfgeld, dat tot uitstelgedrag leidt, wordt ruim gecompenseerd.”Raken mensen niet afhankelijk van die financiële beloningen? In de VS niet, zegt Jungmann. Door de beloningen kwamen ze uit de problemen en zakte de stress weg. Ze konden weer op eigen kracht langetermijnplannen maken.
  6. ‘Werkende armen’ ontdekkenWerkloze bijstandsontvangers zijn bij de gemeente bekend – die verstrekt immers de uitkering. Maar hoe vind je de ‘werkende armen’? Zij maken zo’n 40 procent uit van alle armen, volgens cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau.Tilburg heeft een afspraak gemaakt met de rechtbank. Mensen die daar een bewindvoerder aanvragen – die verantwoordelijk wordt voor hun inkomsten en uitgaven – krijgen éérst een gesprek met een gemeentelijke hulpverlener, om te zoeken naar een minder ingrijpende oplossing. „Soms kan iemand ook een schuldenmaatje krijgen bijvoorbeeld”, zegt wethouder Hans Kokke (SP).Het Twentse Tubbergen en Dinkelland heeft een manier gevonden om op het erf te komen van boeren, die soms een erg wisselend inkomen hebben. Zij melden zich niet snel voor gemeentelijke regelingen, zegt armoedecoördinator Mariska Jogems. „Ze hebben hun trots. Ze denken: generatie op generatie is het goed gegaan en dan zou ik de eerste zijn die het niet redt?” Nu heeft de gemeente ‘erfcoaches’. Het woord ‘armoede’ valt niet. Jogems: „Ze kijken mee op het erf en adviseren over investeringen.” Maar als het nodig is, verwijzen ze naar gemeentelijke regelingen.
  7. Schulden voorkomenVeel mensen komen in de schulden terecht na een ingrijpende levensgebeurtenis, zoals een echtscheiding of baanverlies. Daarom proberen sommige gemeenten hun inwoners rond die momenten extra duidelijk uit te leggen wat dit betekent voor hun financiën. Ook willen zij meer persoonlijke hulp aanbieden.Ook in opkomst: zo snel mogelijk aanbellen bij inwoners die nog maar net een betalingsachterstand hebben. Gemeenten werken samen met woningcorporaties, energiemaatschappijen en zorgverzekeraars. Die geven een seintje als iemand niet betaald heeft, waarna een hulpverlener aanbelt. „Mensen die zich zélf melden voor schuldhulpverlening hebben gemiddeld meer dan 40.000 euro schuld”, zegt Jan Marten de Hoop, ambtenaar van de gemeente Nijmegen. „Dan is het al flink uit de hand gelopen.”
  8. Geldstromen versimpelenTussen de vele toeslagen, armoederegelingen en fiscale aftrekposten raak je al snel het overzicht kwijt. Op allerlei plaatsen zijn daarom ‘formulierenbrigades’. Vrijwilligers helpen met de aanvragen en belastingaangiftes en geven financieel advies.In de gemeente Utrecht begint binnenkort een experiment dat nog verder gaat. Van proefpersonen worden allerlei maandelijks terugkerende vaste lasten en inkomsten met elkaar verrekend. Het overgebleven ‘leefgeld’ krijgt diegene op zijn rekening. Via een app is te zien welke transacties daaronder liggen. Voor dit project, dat gebruik maakt van blockchaintechnologie, werkt de gemeente samen met uitkeringsinstanties, de Belastingdienst, woningcorporaties, energieleveranciers en een zorgverzekeraar.Vele betaalmomenten worden teruggebracht naar één. Het doel: meer overzicht, minder stress. En een kleinere kans op schulden.

Hoe voelt het om arm te zijn in Nederland? Bekijk onze video:Volume 90%

Werkt het ook?

De beste samenvatting van het Nederlandse armoedebeleid, volgens Roeland van Geuns, lector armoede-interventies aan de Hogeschool van Amsterdam? Pleisters plakken. Het fundamentele probleem ziet hij alleen maar groter worden. „De vaste lasten – huur, gas, water, licht, zorgverzekering – zijn de laatste jaren structureel gestegen. Het wettelijk minimumloon, de bijstandsnormen en toeslagen zijn daarbij achtergebleven.”

Daar komt het ingewikkelde stelsel van toeslagen en inkomensvoorzieningen nog bij – elk met eigen aanvraagprocedure en voorwaarden.

Wie een foutje heeft gemaakt moet soms na meer dan een jaar ineens honderden euro’s terugbetalen. Gemeenten en sociale diensten pleitten onlangs voor een veel simpeler stelsel.

Lees ook:“Wie in armoede leeft, heeft geen energie om verantwoorde keuzes te maken”

Hoe effectief zijn gemeenten in de aanpak van armoede en schulden? Dat weten we niet. „Gemeenten maken weinig budget vrij voor verantwoordingsonderzoek”, zegt Van Geuns. Ook op landelijk niveau is geen alomvattend overzicht van wat gemeenten doen.

Wat wel duidelijk is: de verschillen zijn groot. Sommige gemeenten maken er veel werk van, andere beperken zich vooral tot de verplichte regelingen. Daartussenin zitten, zoals Van Geuns het zegt, „alle grijstinten die je je kunt voorstellen”.

Ook de manier waarop regelingen worden aangeboden verschilt. De ene gemeente informeert burgers actief over de optie van kwijtschelding van gemeentelijke lasten. Andere gemeenten zetten een aanvraagformulier op de website – waarvoor je eerst moet inloggen met je DigID.

Het gevolg, volgens lector Nadja Jungmann: „Het is een soort loterij in Nederland. Het doet ertoe in welke gemeente je woont.”

Bron: NRC.

Hoe voelt het om arm te zijn in Nederland?

Hoe voelt het om in Nederland te moeten rondkomen van 35 euro per week? Waar vind je dan steun? Welke vooroordelen krijg je over je heen? En wat betekent het voor je sociale leven? Zes mensen gaan in gesprek over armoede.

Door Nina van Hattum, Elze van Driel en Benjamin Kat,

Zie de video.

Andere bronnen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.