‘EEN VLUCHTELING HEEFT NIETS TE ZEGGEN OVER INTEGRATIE’

Vluchtelingen komen in Nederland in een systeem terecht waarin anderen voor ze besluiten wat zij nodig hebben, zegt de Syrische Mohammed Obeido, die met zijn eigen stichting vluchtelingen helpt integreren. ‘Ik moet mijn werkwijze steeds aanpassen, anders word ik tegengewerkt.’

 Door Roxane Soudagar, 7 juli 2020.

Afbeelding1
Mohammed ObeidoChavez van den Born

Wie bepaalt wat goede integratie is? In elk geval niet de mensen die zelf vluchteling zijn, zegt Mohammed Obeido (39). De Syrische Nederlander woont sinds eind 2015 in Arnhem. Hij was psycholoog in Damascus, maar moest dat leven achterlaten vanwege de oorlog en zijn uitgesproken kritiek op het Syrische regime.

Nu, bijna vijf jaar later, is hij even uitgesproken in zijn kritiek op het Nederlandse integratiebeleid: “Wat integratie is, wordt bepaald door mensen die denken te weten wat wij nodig hebben. Maar het inburgeringstraject besteedt vrijwel geen aandacht aan sociaal contact of persoonlijke problematiek. Integratie betekent dat ik écht lid word van de maatschappij. Niet dat ik een taalexamen haal, de eerste baan die ik kan krijgen accepteer, en daarmee ‘klaar’ ben.”

ALS IK, EEN VLUCHTELING, ZEG DAT DIT SYSTEEM NIET WERKT, WORDT DAT NIET GETOLEREERD

Obeido heeft daarom zijn eigen stichting opgezet: Boost Arnhem, waarmee hij wil laten zien wat vluchtelingen dan wél nodig hebben. In een klein gebouw in het centrum van Arnhem kunnen vluchtelingen terecht voor een kop koffie, verschillende taallessen, voorlichting over werkmogelijkheden en een spreekuur voor praktische vragen.

Obeido geeft zelfs hoogstpersoonlijk psychische hulp aan wie het nodig heeft. Het is een laagdrempelige plek waar nieuwkomers oprechte, duurzame vriendschappen kunnen opbouwen. Een missie die botst met het bestaande systeem, waarin talloze losse instanties elk een onderdeel van de integratie regelen. Tot grote frustratie van Obeido: “Als ik, een vluchteling, zeg dat dit systeem niet werkt, wordt dat niet getolereerd.”

WEINIG RUIMTE VOOR ERVARINGSDESKUNDIGEN

In een land dat zwemt in de vluchtelingeninitiatieven, is er iets unieks aan Boost Arnhem: het is een van de weinige organisaties die wordt geleid door een vluchteling. Halleh Ghorashi, hoogleraar Diversiteit en Integratie aan de Vrije Universiteit, legt uit hoe dat komt: “Ons integratiebeleid wordt vormgegeven door mensen die misschien de beste bedoelingen hebben, maar ver van de leefwereld van vluchtelingen afstaan. Voor ervaringsdeskundigen – die zowel vluchteling als professional zijn – is weinig ruimte.”

Obeido is zo iemand; niet lang nadat hij zijn eigen inburgeringstraject doorliep, werd hij vrijwilliger bij de GGD en verschillende taalscholen. Ondertussen maakte hij een beleidsplan voor Boost Arnhem en stelde hij een team samen van collega’s, vrijwilligers en bestuursleden. Dankzij verschillende fondsen en een subsidie van de gemeente opende Boost Arnhem begin 2019 de deuren.

EEN ‘BUDDY’ VOOR VLUCHTELINGEN IS EEN HULPRELATIE, GEEN OPRECHTE VRIENDSCHAP

Vanaf dag één was het duidelijk dat Obeido het anders wilde aanpakken dan zijn Nederlandse collega’s. Die stonden te popelen om het op hun manier te doen: bezoekers moesten zich inschrijven en registreren, er zou een lesrooster zijn en een receptionist. Obeido stak daar een stokje voor; veel belangrijker was het dat mensen zich eerst op hun gemak zouden voelen, daarná zouden ze een systeem opzetten.

Dat plan wierp zijn vruchten af. De mensen stroomden binnen, en inmiddels heeft Boost Arnhem meer dan vijfhonderd bezoekers gehad uit Arnhem en daarbuiten, die zélf vroegen om roosters en inschrijflijsten, omdat het aantal activiteiten bijna niet meer te overzien werd. Naast de belangrijkste activiteiten – taalles, werkbegeleiding, een spreekuur en psychische steun – wordt er bijvoorbeeld ook kunstles gegeven, gitaarles, en Arabische les om Nederlanders in de wijk iets te bieden. “Ik wil dat Nederlanders en nieuwkomers hier gelijkwaardig met elkaar omgaan. Veel organisaties geven de kans om een ‘buddy’ voor vluchtelingen te zijn, maar dat is een hulprelatie, geen oprechte vriendschap.”

AFSTANDELIJK EN BUREAUCRATISCH

Nog iets wat volgens Obeido niet wordt begrepen: voor veel vluchtelingen is het niet makkelijk om hulpinstanties zomaar te vertrouwen. “Toen ik hier net was, zeiden mensen: waarom praat je zoveel met vrijwilligers, misschien werken ze wel voor de politie. Ik begrijp die argwaan. Veel vluchtelingen komen uit een dictatoriaal land, en het overheidswantrouwen waarmee ze zijn opgegroeid verdwijnt niet bij aankomst in Nederland. De gemeente, Vluchtelingenwerk, het COA: iedereen is ‘het regime’.”

Wat nodig is om dat vertrouwen op te bouwen, zegt Obeido, is tijd. Geduld is belangrijk als je mensen echt wilt helpen: “Zolang vluchtelingen hun begeleiders niet vertrouwen, zullen ze ook niet eerlijk zijn; dan zeggen ze dat het prima gaat terwijl ze allerlei problemen hebben.” Vandaar dat hij Boost Arnhem laagdrempelig wil houden: veel mensen beginnen met taallessen, maar naarmate ze Boost gaan vertrouwen, kloppen ze ook bij Obeido aan om over persoonlijke problemen te praten.“

ALS JE NIEUW BENT IN EEN MAATSCHAPPIJ HEB JE MENSEN NODIG DIE JOU DE WEG WIJZEN

Ook Halleh Ghorashi, zelf van Iraanse afkomst en sinds eind jaren 80 in Nederland, herkent zich in de argwaan van vluchtelingen tegenover Nederlandse organisaties. “Toen ik hier net was, raakte ik in paniek bij elke brief van een instantie. Als je nieuw bent in een maatschappij heb je mensen nodig die jou de weg wijzen en veiligheid bieden om twijfels te uiten, te zeggen wat je niet snapt, waar je bang voor bent. Door de afstandelijke en doelgerichte werkwijze van beleidsmedewerkers ontbreekt de toegankelijkheid, terwijl juist nieuwkomers verbinding met de samenleving nog missen, en hard nodig hebben.”

Die afstandelijkheid wordt nog eens vergroot door hoe versnipperd en bureaucratisch ons integratiesysteem is, zegt Obeido: “We moeten voor elke vraag naar een andere organisatie; elke verwijzing kost tijd en moeite en gaat gepaard met veel taalmisverstanden.” Uit een studie van het Sociaal Cultureel Planbureau onder Syrische nieuwkomers blijkt dat zij zich moeilijk een weg door dit systeem kunnen banen, amper informatie krijgen in hun eigen taal, druk voelen om werk onder hun niveau te accepteren en persoonlijk contact missen. Wijkinitiatieven zijn volgens Ghorashi dan ook erg belangrijk voor het welzijn van vluchtelingen.

JA KNIKKEN EN DANKBAAR ZIJN

Helaas worden die belangrijke initiatieven steeds vaker bedreigd door bezuinigingen, zegt Ghorashi. Nog geen jaar na de opening blijkt dat ook Boost Arnhem niet immuun is voor het systeem. De gemeente wees Boost Arnhem sinds 2020 aan als ‘ontmoetingsplaats’, wat betekent dat Obeido een kleinere subsidie krijgt. Die volstaat om nieuwkomers te ontvangen voor gezellige activiteiten, maar voor taal- en werkbegeleiding en psychische steun moet Obeido hen doorverwijzen naar officiële instanties.

Obeido: “Stel je voor: je bent vluchteling, hebt geen werk, je kinderen zijn getraumatiseerd – en om te integreren ga je hier koffie drinken en liedjes zingen? Ik wil best samenwerken met andere organisaties, maar mijn visie is juist dat alles op één plek samen zou moeten komen.”

EEN VLUCHTELING MOET JA KNIKKEN, ANDERS WORD JE AAN ALLE KANTEN TEGENGEWERKT

Obeido vat zijn frustratie samen: “Een vluchteling moet ja knikken, anders word je aan alle kanten tegengewerkt.” Hij doelt niet alleen op het feit dat hij wordt gedwongen om mensen door te verwijzen, maar ook dat de kritiek die zowel de gemeente als andere organisaties op Boost Arnhem hebben, vooral op hemzelf gericht lijkt te zijn. Obeido kreeg bijvoorbeeld te horen dat hij een dwingende, negatieve toon heeft en te veeleisend is.

Volgens Ghorashi is het vaak zo dat scherpe kritiek van nieuwkomers als ontregelend wordt ervaren, in plaats van als constructief. “Mensen die in een bepaald systeem vertrouwd zijn kennen de taal, de stijl, zij weten hoe ver hun kritiek mag gaan. Zij willen niet dat buitenstaanders het systeem ter discussie stellen. Terwijl daar juist ruimte voor móet zijn, anders zul je nooit blinde vlekken ontdekken.”

ZELFREDZAAMHEID ALS TROEFKAART

Een woordvoerder van de gemeente Arnhem laat desgevraagd weten geen uitspraken te doen over individuele gevallen. Wel zegt de gemeente dat er inderdaad niet wordt gestreefd naar één fysieke, laagdrempelige locatie voor zowel integratie als persoonlijke begeleiding. Deels is dat omdat het moeilijk te organiseren zou zijn. Een van de doelen van het integratiebeleid is om mensen zelfredzaam te krijgen, aldus de gemeente: de Nederlandse samenleving is verspreid ingericht, en daar willen ze mensen op voorbereiden.“

DIT SYSTEEM HEEFT VLUCHTELINGEN JARENLANG AFHANKELIJK GEMAAKT

Termen als ‘zelfredzaamheid’ komen Ghorashi bekend voor – ze worden vaak gebruikt om het bestaande beleid mee te legitimeren, tot haar frustratie. “Daarin zit een veronderstelling dat vluchtelingen bij voorbaat níet actief zijn, niet zelfredzaam zijn, dat ze afhankelijk zijn. Maar dit systeem heeft vluchtelingen jarenlang afhankelijk gemáákt, omdat we ze niet helpen hun weg te vinden. En vervolgens gaat datzelfde systeem ze activeren? Neem vluchtelingen serieus en bouw voort op hun zelfredzaamheid.”

Vooralsnog trekt Boost zich weinig aan van de stempel ‘ontmoetingsplaats’: de stichting probeert door te gaan met haar werk, al is een groot deel verplaatst naar online vanwege de coronacrisis. En vanwege het gekrompen budget is het zeker dat Boost niet eindeloos zal kunnen blijven bestaan. Obeido is strijdvaardig: “Ik wil niet vechten tegen het systeem, maar als ik Boost wil behouden zal ik dat wel moeten. Ik wil vooral doorgaan en iets betekenen voor vluchtelingen – én voor Nederlanders: zij moeten elkaar gaan begrijpen.”

Bron: One World.

DAN VERKLAAR IK U NU TOT NEDERLANDER

Wie Nederlander wordt, moet dat verplicht ‘vieren’ met een naturalisatieceremonie. Voor Alrun Bernhard was het vooral een verspilde maandagmiddag, maar voor veel mensen is het de afsluiting van inburgeringscursussen en torenhoge kosten. Levert het ook meer waardering voor de Nederlandse nationaliteit op?

 Door Alrun Bernhard, 29 augustus 2019.

auditorium-benches-chairs-207691

‘Mijn land, mijn stad is vanaf nu ook uw land, uw stad.’ De burgemeester kijkt nauwelijks op van zijn papiertje terwijl hij dit zegt. Het is maandagmiddag en de wekelijkse naturalisatieceremonie van de gemeente Amsterdam is begonnen. Ik zit met zo’n honderd andere aspirant-Nederlanders, hun familieleden en vrienden in een kleine zaal. Voor me zit een vrouw in een vrolijk Ghanees gewaad, achter me een meisje met hoofddoek in spijkerbroek – ze speelt een spelletje op haar telefoon.

De ceremonie werd in 2006 ingesteld door Rita Verdonk, toenmalig minister Vreemdelingenzaken en Integratie (VVD). Zij wilde dat nieuwe Nederlanders met ‘meer dan een brief in de brievenbus’ de verkregen nationaliteit konden vieren. En dus werden gemeentes verplicht zogenaamde naturalisatieceremonies te organiseren.

Het is nog maar de vraag of Verdonks doel – meer waardering voor de Nederlandse nationaliteit – is bereikt. De ceremonies werden slecht bezocht, ondanks dat ze ook voor aspirant-Nederlanders een verplicht onderdeel1 werden van de naturalisatieprocedure. Ook de twee jaar later ingestelde nationale naturalisatiedag2 op 15 december hielp niet. In 2009 voegde de overheid de ‘Verklaring van Verbondenheid3 toe aan de ceremonie. Iedereen die een nationaliteit aanvraagt bij het gemeentehuis moet met een handtekening alvast beloven dat hij of zij de verklaring gaat afleggen.

Bij binnenkomst in de Amsterdamse zaal krijgen we het programma uitgereikt: de burgemeester spreekt, wij spreken de Verklaring van Verbondenheid uit (zie kader) – het belangrijkste onderdeel van de dag – en we zingen het Wilhelmus. Voor degenen die het volkslied niet kennen staat de tekst met uitleg op de achterkant van het programma. Vandaag word ik, samen met honderd anderen, om klokslag vier uur, Nederlander.

‘EÉN NATIONALITEIT, €187,00’

Voor sommige van ons, onder wie ikzelf, is vandaag slechts een verspilde maandagmiddag. Wij zijn hier geboren uit ouders van een andere nationaliteit of wonen hier al meer dan vijftien jaar. Ik kon na een simpel gesprek bij het gemeentehuis de deur uitlopen met een bonnetje waarop stond: ‘Eén nationaliteit, €187,00’.

Maar voor andere deelnemers is dit de afsluiting van een lang proces waarin ze een inburgeringscursus volgden, examens aflegden, tientallen officiële papieren moesten inleveren en flink wat geld hebben moeten neertellen. Zoals een Thaise vrouw die me na afloop van de ceremonie vertelt dat ze 5000 euro in haar naturalisatieproces heeft gestoken. “Gelukkig zijn de hapjes gratis”, lacht haar man.

DEZE VROUW HEEFT GROFWEG 900 EURO NEERGELEGD VOOR HET VERZOEK OM NEDERLANDER TE WORDEN

De vrouw is een zogeheten naturalisandus, en hoort bij de deelnemers die de langste weg hebben moeten afleggen om hier vandaag te staan. Anders dan de groep waartoe ik behoor, heeft zij moeten inburgeren, gedwongen afstand gedaan van haar eigen nationaliteit en grofweg 900 euro neergelegd voor het verzoek om Nederlander te worden.

Dat geldt niet voor mijn groep, de zogenoemde optanten. Zij verkrijgen het Nederlanderschap middels een optieprocedure. Ze zijn bijvoorbeeld in Nederland geboren, hebben tenminste drie jaar onafgebroken hier gewoond of komen uit een ander EU-land. Van hen wordt aangenomen dat ze de Nederlandse taal beheersen en voldoende kennis hebben van de Nederlandse cultuur.“

DE DEELNEMERS GAAN OP DE FOTO MET DE BURGEMEESTER

Voor cultuur is tijdens de ceremonies veel aandacht. In kleinere gemeenten, zoals Zwolle, waar ik een aantal maanden later een ceremonie bezoek, is dit nog sterker merkbaar dan bij ceremonies in de grote steden. De deelnemers gaan er op de foto met de burgemeester, hier en daar wordt een selfie gemaakt. Op de statafels in de huwelijkszaal staan cadeautjes voor de deelnemers. Een Nederlandse vlag met de instructies bijgevoegd, een kalender met streekfoto’s en de plaatselijke delicatesse ‘Zwolse balletjes’. De gemeente Zwolle wil op die manier het regionale een plek geven, zodat deelnemers de streek leren kennen – ook al wonen sommigen van hen hier al jaren.

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van Justitie en Veiligheid stelde in een rapport uit 2010 dat vrijwel alle respondenten zich al vóór de ceremonie thuis voelden in Nederland. Het aantal respondenten dat zich (soms) niet thuis voelt in hun stad bleef onveranderd. Toch wordt aan de naturalisatieceremonie vastgehouden, als laatste officiële horde die nieuwe Nederlanders moeten nemen voordat ze hun paspoort mogen ophalen.

PETJES AF

Twee weken na de ceremonie in Zwolle, vindt er een plaats in Den Haag. Inmiddels oud-wethouder Rabin Baldewsingh houdt een toespraak waarin hij de deelnemers oproept om ‘vooral mee te doen’. Hij verwijst naar de Tweede Wereldoorlog om zijn oproep kracht bij te zetten. ‘We moeten respect tonen voor mensen die voor mijn vrijheid gevochten hebben, voor jouw en mijn vrijheid de weg hebben geplaveid.’

Hier is de ceremonie massaler. Waar in Zwolle vijftien mensen aanwezig waren, zitten hier zeker honderd mensen in de kale, witte, raadszaal – hier en daar opgeleukt met vlaggetjes. Hun familieleden en vrienden zitten ver achter hen, op een verhoogde tribune. Baldewsingh begroet iedereen in zijn of haar eigen taal.

TWEE PUBERJONGENS IN HET PUBLIEK WEIGEREN OP TE STAAN TIJDENS HET WILHELMUS. ZIJ WORDEN STRENG TOEGESPROKEN

Het thema van de bijeenkomst is ‘samenleven’, opnieuw benadrukt door de wethouder in zijn toespraak. Daarna zijn de deelnemers aan de beurt. Een vrouw met hoofddoek bevestigt de verklaring niet luid genoeg. Ze moet het opnieuw doen, en opnieuw, net zolang tot Baldewsingh haar wel verstaat. Een medewerker van de gemeente staat naast haar, hand op haar rug, fluistert in haar oor en troost haar als ze bijna in tranen weer gaat zitten.

Twee puberjongens in het publiek weigeren op te staan tijdens het Wilhelmus. Ook zij worden streng toegesproken. Hun petjes moeten af.

DE CEREMONIE CREËERT EEN GEVOEL VAN SAAMHORIGHEID

Sommige deelnemers zijn wel blij met de ceremonie. Zij vinden het betekenisvol. Zoals Ehab*, student aan de VU, die vóór dit proces nooit een erkende nationaliteit had, omdat hij uit Palestina komt. Zijn hart bonkte wel even toen hij de verklaring uitsprak, vertelt hij. Het belangrijkste moment was voor hem het zingen van het Wilhelmus. Thuis, in Damascus, zongen ze het volkslied elke ochtend op het schoolplein. Dit is voor hem de eerste keer dat hij een burger mag zijn. Zo zegt hij het: ‘burger mag zijn’.

EEN VOOR EEN WORDEN WE HET PODIUM OP GEROEPEN, WAAR WE MET ONZE RECHTERHAND IN DE LUCHT VAN ALLES VERKLAREN EN BELOVEN

Of Habiba*, directie-assistente, geboren en getogen Amsterdammer, met een Marokkaanse achtergrond. “Ik ging hier nuchter naartoe, maar toen ik voor de deur van de zaal stond – met al die nationaliteiten, al die huidskleuren, al die verhalen – deed het me toch wel wat.” Ze zou in haar eentje naar de ceremonie komen, maar op het laatste moment verraste een collega haar. “Ik had niet alleen moeten gaan, het was spannend”, zegt ze met een glimlach. Ze vond het mooi, de saamhorigheid die ze voelde in de zaal. “Dat heeft dit land wel nodig.”

TOMPOEZEN EN KAASBLOKJES

Terug naar mijn eigen ceremonie in de Boekmanzaal in Amsterdam. Na de speech van de burgemeester zitten de deelnemers te draaien op hun stoel. Een voor een worden we het podium op geroepen, waar we met onze rechterhand in de lucht van alles verklaren en beloven. De ene nieuwe Nederlander verklaart heel zacht in de microfoon, de ander rechtop, met een brede glimlach op zijn gezicht.

Mijn gasten, Nederlanders zonder migratieachtergrond van mijn leeftijd, vinden het allemaal heel grappig. Achteraf krijg ik van hen tompoezen en kaasblokjes op een wit bordje, want ‘zo vieren we de dingen hier’. Eindelijk is dit land mijn land en deze stad mijn stad. Tegelijkertijd kan ik ze niet uitleggen dat de blokjes kaas toch een bittere smaak achterlaten in mijn mond.

*Achternaam is bekend bij de redactie.

  1. De ceremonie moet binnen een jaar bijgewoond worden anders krijgt men de Nederlandse nationaliteit niet. ↩︎
  2. Dit is de wettelijke feestdag waarop gemeentes verplicht zijn een ceremonie te organiseren. In 2008 stelde de overheid de ceremonie verplicht voor zowel mensen die maar één gesprek hebben op het gemeentehuis, als nieuwkomers die er jaren van inburgeringscursussen op hebben zitten. ↩︎
  3. Die luidt als volgt: ‘Ik zweer of verklaar dat ik de grondwettelijke orde van het Koninkrijk der Nederlanden, haar vrijheden en rechten respecteer en zweer of beloof de plichten die het staatsburgerschap met zich meebrengt getrouw te vervullen’. ↩︎

Bron: One World.

DIT VINDEN NIEUWKOMERS ZÉLF VAN HET INTEGRATIEBELEID

‘Ik ben een nummer om weg te werken’

Na veel kritiek en discussie gaat het integratie- en inburgeringsbeleid op de schop. De veranderingen stemmen hoopvol, maar in het publieke debat blijven nieuwkomers zélf vrijwel ongehoord. Wat hebben zij te zeggen over integratie?

Door Roxane Soudagar, 17 juli 2019.

pexels-photo-761295

Ruim twee jaar geleden confronteerde Arjen Lubach Nederland met ons even treurige als lachwekkende inburgeringsbeleid. Nieuwkomers moeten met Nederlandse informatie een taalcursus regelen, inburgeringsexamens vragen de deelnemer of een tv beter uit of op stand-by kan en politici ontweken de kritiek met het argument: ‘Niet onze schuld, we hebben juist de verantwoordelijkheid bij de nieuwkomer gelegd’. Het beleid heeft geleid tot corrupte taalscholen, drastisch dalende slagingspercentages en zelfs een belemmering op integratie.

De discussie ontstond in een periode dat het debat rond immigratie en integratie steeds hoger opliep. Nu wordt in 2020 weliswaar een nieuw inburgeringsbeleid ingevoerd (zie kader), maar het is nog maar de vraag of dat de zorgen en moeilijkheden wegneemt. Daarbij is het niet duidelijk naar wiens zorgen eigenlijk is omgekeken. Nederland maakt zich druk om integratie, maar de enige groep die daadwerkelijk weet hoe integratie eruit ziet in de dagelijkse praktijk, bestaat uit nieuwkomers die weinig ruimte krijgen in het debat. Hoog tijd dus, om migranten zelf aan het woord te laten over integratie en inburgering.

Vanaf 2020 gaat het nieuwe inburgeringsbeleid in, met drie belangrijke veranderingen.

De meest concrete aanpassing is het verplichte taalniveau: dit wordt verhoogd van A2 naar B1. Ook zullen er strengere maatregelen worden genomen voor nieuwkomers die de inburgering niet halen, al is het niet duidelijk hoe dit precies wordt ingevuld. Een derde belangrijke verandering ligt in de persoonlijke begeleiding naar werk en taal. Gemeenten hadden al de verantwoordelijkheid voor begeleiding naar werk, maar de inburgering zelf was de verantwoordelijkheid van de nieuwkomer.

‘HOEVEEL WIL IK INTEGREREN?’

Aladin* (30) was in Marokko bankier. Vanwege zijn homoseksualiteit kon hij niet in veiligheid leven en in 2017 vroeg hij asiel aan in Nederland. Hij woont nu in Haarlem. Op de vraag wat integratie voor hem betekent, geeft hij twee antwoorden: acceptatie aan de ene kant, iets teruggeven aan de andere kant. “Ik snap wel dat Nederlanders boos zijn. Jullie wachten jaren op een woning en ik zit hier in een mooi appartement. Het spijt me! Mijn manier om dankjewel te zeggen, is om deel te zijn van de samenleving.”

Aladin
Aladin* (30)
Nancy
Nancy* (25)

Zo ziet Nancy* (25) uit Libanon het ook. Als transgender vrouw voelde zij zich altijd al een buitenstaander. “Toen ik hier kwam moest ik mezelf afvragen hoeveel ik wil integreren. Wil ik Nederlands worden? Nee. Mijzelf aanpassen? Natuurlijk. Maar echt deel zijn van een groep… ik zou niet weten hoe dat voelt.”

Acceptatie, aanpassing en iets teruggeven: het klinkt simpel. Maar volgens Nancy is het belangrijk om te onthouden dat integratie voor iedereen iets anders betekent. Zo gelooft zij dat lhbti+-vluchtelingen zich de ‘westerse cultuur’ makkelijk eigen maken. “Zelf voelde ik me op dag één al thuis in Nederland, omdat ik voor het eerst mezelf kon zijn. Dat is niet voor alle vluchtelingen even makkelijk.”

Daarin raakt ze aan het deel van het debat dat Nederland in tweeën splijt: hoe ziet integratie eruit voor mensen die zich minder snel ‘thuis’ voelen in Nederland? “Ik zou best hard zijn”, geeft Nancy toe. “Dankzij de regels hier voel ik mij veilig, dus die moeten mensen wel respecteren. Ik zou een manier vinden, bijvoorbeeld via lezingen of activiteiten, om mensen te onderwijzen over hoe de samenleving werkt. Dat wordt al een beetje gedaan in de beginfase maar het kan veel meer, en het moet telkens terugkomen.”

EERLIJK GEZEGD VIND IK INTEGRATIE EEN VERVELENDE TERM

Jasmin* (37) kijkt hier anders tegenaan. Jasmin komt uit Syrië en woont met haar man en drie dochters in Zaandam. “Eerlijk gezegd vind ik ‘integratie’ een vervelende term. Het zegt dat ik nieuw ben, geen Nederlander ben, dat mensen mij hier niet willen. Mijn familie en ik zijn hier veilig dus we willen blijven, maar we zullen altijd Syrisch blijven.

JAsminw
Jasmin* (37)

Verder kost het tijd: ik ben hier nu twee jaar en ik spreek de taal steeds beter, mijn kinderen gaan naar school en ik heb veel Nederlandse vrienden. Natuurlijk merk ik cultuurverschillen: de eetgewoontes, dat iedereen fietst, mensen zijn vrijer, drinken alcohol. En het is zeker ook nieuw voor mij dat homoseksuele relaties zichtbaar zijn. Wat ik doe om daarmee om te gaan? Niks, wat kan ik doen? Het is gewoon zo, we zijn anders.

INTEGRATIE IN DE PRAKTIJK

JE LEERT DE TAAL EN DE MAATSCHAPPIJ NIET KENNEN DOOR LESSEN, MAAR DOOR NAAR BUITEN TE GAAN

Jasmin mag dan geloven dat het met de tijd goed komt, beleidsmakers willen toch controle over integratie. Vandaar het inburgeringsbeleid: nieuwkomers zijn verplicht om de taal te leren, krijgen een persoonlijke klantmanager vanuit de gemeente en volgen lessen waarin de Nederlandse maatschappij wordt uitgelegd. “Veel theorie en weinig praktijk”, volgens Aladin. “Eerlijk gezegd: het inburgeringsbeleid werkt niet. Je leert de taal en de maatschappij niet kennen door de lessen maar door naar buiten te gaan. Ik heb vrienden die na twee jaar school nog steeds amper Nederlands spreken. Zelf ga ik snel vooruit, maar dat komt doordat ik sociaal en actief ben.”

Die opvatting wordt breed gedeeld: vooruitgang in de taal, een sociaal netwerk en het begrijpen van de cultuur zit hem meer dan wat dan ook in alledaagse interactie die je niet vindt in een klaslokaal. Zo dankt Jasmin haar snelle vooruitgang in de taal aan vrijwilligers in haar omgeving. “Ik ga vaak naar De Sluis (een buurtcentrum voor statushouders, red.), ik heb wekelijks een taalmaatje, ik doe activiteiten met het Sociaal Wijkteam en ik doe zelf vrijwilligerswerk op een basisschool voor migrantenkinderen. Op die manier heb ik Nederlanders leren kennen, en die nieuwe vrienden helpen ook weer om de taal te oefenen en de tradities hier beter te begrijpen.”

INTEGRATIE GAAT OM KLEINE DINGEN, DIE NIET ALTIJD POLITIEK BELADEN ZIJN

“Integratie gebeurt elke keer dat je naar buiten gaat of met Nederlanders praat”, zegt ook Nancy. Op die manier leert ze de gewoontes kennen: gewoontes die heus niet altijd politiek beladen zijn. “Het gaat om kleine dingen, zoals dat het vriendelijk is om goedemorgen te zeggen tegen de buschauffeur. En ik ga beter met mijn geld om sinds ik hier ben, want het is waar wat ze zeggen: Nederlanders zijn zuinig.”

BEGELEIDING NAAR WERK

Los van sociaal contact en het leren van de taal heeft integratie nog een belangrijk speerpunt: werk vinden. Het idee is dat de klantmanagers dit proces begeleiden, maar dat ziet er in de praktijk anders uit dan op papier, zo laten de ervaringen zien. Nancy wil graag een master volgen, zodat zij aan het werk kan als voedingsdeskundige. “Ik wilde al in september beginnen, maar het lukte niet om erachter te komen hoe alles werkt met een lening, registratie en inschrijfgeld. Mijn klantmanager is heel aardig maar kon me niet goed oriënteren. Het geeft niet, ik begin volgend jaar wel.” Jasmin vreest hetzelfde: haar man zoekt werk als boekhouder, en zij wil binnenkort aan een opleiding beginnen zodat ze uiteindelijk werk vindt. “Tot nu toe is er niemand die ons daarbij helpt. Mijn klantmanager heb ik nooit ontmoet, die heeft eigenlijk nooit contact gezocht.

GA MAAR ACHTER DE KASSA STAAN, BETAAL JE EIGEN LEVEN

Daarbij is de motivatie achter de zoektocht naar werk anders voor migranten zelf dan voor de gemeente die liever geen uitkering geeft. “Veel van mijn vrienden voelen de druk om snel werk te vinden”, ziet Aladin, “deels omdat je dan makkelijker de inburgering haalt. Dus nemen ze de eerste makkelijke baan die ze tegenkomen, terwijl ze veel meer kunnen. Zelf was ik bankier, maar voor mijn jobhunter vanuit de gemeente ben ik een nummer om weg te werken. ‘Ga maar achter de kassa staan, betaal je eigen leven.’ Ik neem haar niets kwalijk, ze doet gewoon haar werk en ik snap het ook wel. Maar ik kan meer.

En dan is er één ding waar niemand het over heeft. Op de ID-kaart die je krijgt, staat ‘asiel’. Ik heb al twee keer meegemaakt dat ik een baan bijna had en alleen nog het contract moest tekenen. Dan zagen ze mijn ID-kaart en opeens waren ze van gedachten veranderd. Kunnen ze daar niets aan doen?”

WAT KAN ER BETER?

Een van de belangrijkste veranderingen die met het nieuwe inburgeringsbeleid wordt doorgevoerd is de persoonlijke begeleiding naar werk en taal door de gemeenten. Dit zorgt ervoor dat taalscholen aan een hogere eis voldoen en nieuwkomers minder aan hun lot worden overgelaten. Het zou ook de begeleiding naar werk vergemakkelijken: nu gemeenten over beide zeggenschap hebben, kan het beter worden afgestemd. Althans, in theorie, erkent Marjan de Gruijter, senior onderzoeker voor het Verwey-Jonker Instituut en het Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS). Ook zij geeft toe dat er variatie bestaat, en blijft bestaan, onder de gemeenten en klantmanagers die over de uitvoering gaan.

In hoeverre de stemmen van migranten zelf worden meegenomen in de beleidsvorming is moeilijk te zeggen. “Bij elk onderzoek klinkt de stem van degenen die moeten inburgeren luid en duidelijk door”, zegt de Gruijter. “Maar het is weer een andere vraag in hoeverre je ook tegemoet komt aan die ervaringen: het beleid is ook een uitvloeisel van politieke onderhandelingen.” Het is geen geheim dat politici reageren op de publieke opinie, en juist die opinie wordt gebaseerd op een incompleet debat.

WAT ALS JE NEDERLANDERS VRAAGT OM EEN DAGJE ‘STUDENT’ TE ZIJN IN DE TAALLES?

Vraag een nieuwkomer wat er beter kan aan het integratiebeleid, en de eerste reactie gaat terug naar de dagelijkse praktijk: sociaal contact. “Zorg voor meer contact met Nederlanders”, zegt Jasmin zonder aarzeling. “Dat moet natuurlijk ook van mensen zelf komen, maar het is écht heel belangrijk.” Aladin heeft hier genoeg ideeën over. “Wat als je bijvoorbeeld Nederlanders vraagt om als vrijwilligers een dagje ‘student’ te zijn in de taalles? Er zijn initiatieven buiten school om, maar mensen hebben het druk met werk, gezinnen, verplichte taalcursus: breng het naar ze toe.

En ik heb het geluk gehad om mee te doen aan de Ajax Challenge voor statushouders, een project van Ajax, de Gemeente Amsterdam en het ROC. Dat was gewéldig: we hadden lol samen, ik heb Nederlandse vrienden gemaakt en ik zou geen Nederlands spreken zoals ik nu doe zonder dit project. Ik hoop dat meer scholen zoiets organiseren want dit werkt, juist voor mensen die moeilijk leren.”

De nadruk op sociaal contact herkent De Gruijter uit haar eigen onderzoek. “Maar het heeft geen plek in de wetgeving. Het beleid faciliteert het leren van de taal, het idee is dat je daarmee alles kan bereiken. Wel zijn er talloze vrijwilligers en initiatieven. Het zou goed zijn als gemeenten dat aanbod kennen, niet in de weg staan en bij voorkeur zelfs faciliteren. Ook bij klantmanagers is veel te winnen op dit gebied: zorg dat zij het veld goed kennen.”

* Wegens privacyredenen zijn de achternamen niet vermeld. De volledige namen zijn bij de redactie bekend. 

Bron: One World.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.