Onvrede over meritocratie is de drijvende kracht van de Amerikaanse politiek geworden

Amerika mag dan een diep verdeelde samenleving zijn, op in ieder geval een punt overlapt de ideologie van de Democraten en de Republikeinen. Beide partijen onderschrijven het meritocratische ideaal. Hard werken moet lonen, en wie aan de top van de economische hiërarchie staat, moet daar zijn gekomen vanwege eigen verdienste.

Door Casper Thomas, 4 september 2020

Oud-president Barack Obama sprak vorige maand het virtuele partijcongres van de Democraten toe.
Oud-president Barack Obama sprak vorige maand het virtuele partijcongres van de Democraten toe.Foto: Morry Gash/AP

Dit is natuurlijk het grote Amerikaanse sprookje. De realiteit is een diep ongelijk land waar donaties toegang tot topuniversiteiten verschaffen, de politiek wordt bevolkt door dynastieën en wie rijk en een beetje handig is een lagere belastingdruk heeft dan iemand die twee laagbetaalde banen moet combineren om de eindjes aan elkaar te knopen.

De spanning tussen het Amerikaanse ideaal en de Amerikaanse realiteit is heimelijk een van de belangrijkste krachten in het politieke spel geworden hier. Een FD-collega tipte een recent onderzoek van het National Bureau of Economic Research, waaruit bleek dat een stem op Donald Trump in 2016 nauw samenhing met een lage hoeveelheid ‘sociaal kapitaal’ bij kiezers. Dat kapitaal bestaat volgens de onderzoekers uit sterke netwerken en inbedding in maatschappelijke verbanden, precies het soort verbintenissen die iemand helpen om te klimmen op de sociaal-economische ladder.

Kweekbed voor ressentiment

Dat de Democraten in 2016 de overwinning door hun vingers zagen glippen, kwam deels doordat de partij zich vooral richtte op de gediplomeerde elite. Meritocratie was het grote credo van president Barack Obama, die de woorden ‘you can make it if you try’ honderden keren uitsprak tijdens zijn tijd in het Witte Huis. Het resultaat was vervreemding van een electoraat dat het wel probeerde, maar helaas niet maakte.

Deze analyse over Obama hoorde ik van Michael Sandel, die een lezing gaf bij het American Enterprise Institute. Sandel, moraalfilosoof en hoogleraar aan Harvard, heeft een nieuw boek geschreven waarin hij afrekent met het meritocratische ideaal. Ten eerste op theoretische gronden. Het is volgens Sandel puur geluk als iemands talenten worden beloond door de samenleving waarin hij of zij die uitvent. Als basketballer LeBron James in de Renaissance was geboren had hij weinig aan zijn vaardigheden gehad, was het voorbeeld dat Sandel gaf. Omstandigheden zijn uiteindelijk bepalend in een meritocratie, maar we staren ons blind op het individu.

Sandels tweede bezwaar tegen meritocratie heeft te maken met de psychologische gevolgen ervan. Het geeft maatschappelijke winnaars een vals gevoel van superioriteit en ‘verliezers’ (daar ga je al, met dat woord) een gevoel dat ze hebben gefaald. En dat is een kweekbed voor ressentiment tegen een elite die propageert dat inzet en verdienste netjes aan elkaar gekoppeld zijn.

Club voor hoogopgeleide kenniswerkers

Daarmee zijn we terug bij aankomende presidentsverkiezingen in Amerika. Ik sprak daarover afgelopen week met de politiek analist en historicus Thomas Frank die, zoals hij het zelf omschreef, ‘zijn hele carrière heeft gewijd aan de Democratische partij waarschuwen voor gevaar dat ze een club voor hoogopgeleide kenniswerkers zijn geworden’. Ook Frank heeft een nieuw boek geschreven, getiteld The People, No. A brief history of anti-populism. Daarin legt hij uit dat neerkijken op kiezers die niet voldoen aan de idealen van de hoogopgeleiden de grootste fout is die een partij kan begaan.

Frank vond dat de Democraten weinig lessen hebben getrokken uit 2016. Hun voornaamste boodschap is dat Trump een gevaar vormt voor Amerikaanse democratie en buitengewoon onfatsoenlijk is, concludeerde hij. Het scheelde volgens Frank dat die boodschap wordt verkondigd door Joe Biden, die kan bogen op zijn middenklasseachtergrond en geen dedain richting de werkende klasse ademt. Dat, plus een economie die door het coronavirus is gevloerd, kan Biden aan een overwinning helpen.

Het zijn denkers als Michael Sandel en Thomas Frank die de intellectuele opstand vormen tegen meritocratie als hoogste goed. De Republikeinse kiezer begon die strijd vier jaar geleden, en deel van het Democratische electoraat bevindt zich ook op dat front. De Black Lives Matter-beweging komt in opstand tegen politiegeweld, maar stelt ook aan de kaak dat zolang huidskleur een bepalende factor is, het idee dat iedereen dezelfde kansen heeft om het maken een mythe is.

En voor het eerst sinds 1984 hebben de Democraten een kandidatenkoppel dat geen diploma’s heeft behaald aan de Ivy League, het puikje van Amerika’s universiteiten. Of dit genoeg is voor working class appeal moet blijken, maar in ieder geval staat de partij er in de politieke klassenstrijd gunstiger voor dan vier jaar geleden.

Bron: FD.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.