11/10/2020

Eenzaam in een verbonden wereld

Door johnbeckers

Eenzaamheid in een verbonden wereld. Dat was het thema van een onderzoek dat Kaspersky in april en mei liet uitvoeren, midden in de eerste lockdown van de pandemie. Van een beveiligingsbedrijf verwacht je een enquête over verantwoord thuiswerken of kwaadaardige software op het intranet, maar dit love and lonelinessonderzoek raakt een gevoelige snaar.

Door Marc Hijink, 5 oktober 2020.

Een van de conclusies is dat het merendeel van de Nederlandse jongeren tijdens de coronacrisis niet nog meer digitaal contact zoeken dan ze normaal gesproken al doen. Ze zijn geneigd in hun schulp te kruipen en het isolement eerder op te zoeken dan te doorbreken. Liever een beetje netflixen in je eentje, om de tijd te doden.

Generatie Z, volgens het Kaspersky-rapport geboren tussen 1994 en 2001, groeide op in een online wereld. Een op de drie jongeren brengt per dag meer dan vijf uur door op internet en sociale media. Deze generatie hecht ook minstens zoveel waarde aan online vriendschappen als aan ‘echte’ vrienden.

Maar zodra het fysieke isolement toeslaat, schiet technologie tekort. In plaats van elkaar meer berichten te sturen, praten jongeren liever met hun huisdier of de kamerplant. Of beginnen een gesprek met de digitale assistent: Hey Siri, hoe gaat het met je? „Het gaat prima met me – aardig dat je ernaar vraagt.” En hey Google, hoe gaat het met je? „Ik zoek naar antwoorden op grote en kleine levensvragen.” Lees ook: Hoe eenzaamheid de sfeer op social media verziekt

Voor dit eenzaamheidsonderzoek werden 10.500 Europeanen ondervraagd, onder wie duizend Nederlanders. Sommige conclusies zijn voorspelbaar: Italianen voelen zich het meest eenzaam, veel ouderen ontdekken door de lockdown nieuwe technologie om contact te onderhouden. Jongeren ervaren, ondanks hun digitale expertise, de grenzen van het online bestaan en zonderen zich liever af. Jos Ahlers, auteur van het boek Generatie Z en de vierde (industriële) revolutie, heeft daarvoor een verklaring: „Sociale media fungeren vaak als een spiegel. Jongeren kijken naar andere jongeren om zichzelf te herkennen en om zelfwaardering te voelen. Wanneer ze zich slecht voelen, kijken ze liever naar binnen dan naar hun eigen (digitale) reflectie.”

Om me heen zie ik mijn generatie – die van de verplichte thuiswerkers – de schouders ophalen over de aangescherpte coronamaatregelen. Met een goede bureaustoel en fatsoenlijke wifi kom je een heel eind. Minder reistijd, meer vrijheid om je tijd in te delen; er zijn ergere dingen.

De eerste kantoormedewerker die de barricaden opgaat om weer naar kantoor te mogen moet ik nog tegenkomen, maar studenten protesteren tegen de overmaat aan online onderwijs. Ze willen echt naar school. Je kunt je hoofd via internet voltanken met kennis, maar het lijf wil ook wat: andere lijven bijvoorbeeld.

Bij Generatie Z vallen nieuwe beperkingen en het gemis aan bewegingsvrijheid rauw op het dak. Dit past in het beeld van eerdere onderzoeken: jongeren krijgen niet de fysieke, maar wel de mentale klap van corona. En dat voelt soms, zoals Ciske de Rat het in 1984 al verwoordde, verdomd alleen.

Bron: NRC.

Hoe eenzaamheid de sfeer op sociale media verziekt

Escalatie op sociale media Tijdens de lockdown is de sfeer op sociale media dramatisch verhard. Tussen sociale isolatie en gevoeligheid voor extremisme bestaat een verband.

Door Wouter van Noort, 7 augustus 2020.

Illustratie Aron Vellekoop León 

Er is een groot verschil tussen alleen-zijn en eenzaamheid. Alleen-zijn hebben we af en toe nodig, eenzaamheid is volgens psychologen ongeveer net zo ongezond als roken.

Het heilzame effect van alleen-zijn heeft iedereen gemerkt die tijdens de lockdown bleek te gedijen. Thuiswerkers zonder kinderen in huis konden de introverte kant van hun karakter de laatste tijd de ruimte geven. De sociale pauze blijkt veel mensen goed te hebben gedaan: alleen-zijn kán heel prettig zijn.

Maar er is een punt waarop alleen-zijn overgaat in eenzaam zijn. Sociaal contact is net zo’n primaire levensbehoefte als eten en drinken. Het gebrek eraan zorgt op een gegeven moment voor een fysiek alarmsignaal. Eenzaamheid is als honger, of een soort jeuk. Als je het voelt, zegt je lijf dat je iets móét doen: krabben, eten, mensen opzoeken. Nu.

Je zou denken dat sociale media het gebrek aan fysiek contact tijdens de lockdowns kunnen opvangen. Maar juist nu Facebook, Twitter en WhatsApp-groepen voor veel mensen nog belangrijker lijntjes zijn geworden dan ze al waren, raakt de sfeer er grondig verpest. Boosheid, samenzweringstheorieën en identiteitsstrijd domineren. Meningen worden extremer en extremer.

Dat de sfeer online dramatisch is verslechterd blijkt ook uit data-analyses door het internationale onderzoeksproject Hedonometer. Met metingen van het sentiment op sociale media stelden die onderzoekers vast: nooit was de stemming er zo negatief als de laatste maanden.

Ja, er zijn ook hartverwarmende hulpacties via sociale media – en een lockdown zónder zou voor veel mensen nog een stuk taaier zijn geweest. Maar het contrast tussen de twee gezichten van sociale media, kleinschalige verbinding versus maatschappelijke polarisering, is door de pandemie nog scherper geworden. Sociale media kunnen geweldig zijn voor cohesie op kleine schaal via bijvoorbeeld hulpplatforms en wijk-WhatsApp, maar ze blijken vaak rampzalig voor maatschappelijke cohesie op grote schaal.

Hoe kan dat? Zou de eenzaamheid van de lockdowns iets met de verziekte sfeer op sociale media te maken kunnen hebben?

Extreme activisten

„Het is nog te vroeg voor definitieve conclusies over deze pandemie”, zegt Paul van Lange, hoogleraar sociale psychologie aan de VU. „Maar over de mechanismen die nu waarschijnlijk aan het werk zijn, is wel veel bekend.” En die voorspellen niet veel goeds, denkt hij. Hij haalt een experiment aan uit 2018 van de Amerikaanse Purdue University. Daarbij moesten proefpersonen deelnemen aan een balspel waarin andere deelnemers hen buitensloten door hun nooit de bal toe te gooien. De buitengesloten spelers bleken bij het beantwoorden van de vragen van onderzoekers na afloop eerder bereid te zijn zich aan te sluiten bij extreme activisten en zelfs straatbendes dan mensen die niet waren buitengesloten. „Sociale buitensluiting leidt ertoe dat mensen gevoeliger worden voor extreem gedachtegoed”, zegt Van Lange. „Vooral als extreme groepen kunnen voorzien in de behoefte erbij te horen.” De geestelijke jeuk van isolatie kan zo leiden tot extreem gekrab.

NRC Future Affairs

De spannendste stukken over de toekomst van tech, economie, klimaat en megatrendsInschrijven

Er zijn belangrijke verschillen tussen de eenzaamheid van mensen in een lockdown en opzettelijke sociale buitensluiting. Maar de link tussen sociale isolatie en gevoeligheid voor extremisme is al veel langer bekend. Filosoof Hannah Arendt identificeerde eenzaamheid als voedingsbodem voor de totale radicalisering van de Duitse samenleving, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. „De ervaring van niet bij de wereld horen, wat een van de meest radicale en wanhopige ervaringen van mensen is”, schreef ze. Eenzaamheid tast volgens haar je gevoel van identiteit in de kern aan. „Wat eenzaamheid zo ondraaglijk maakt, is het verlies van het zelfbeeld. Dat kan wel worden gerealiseerd als je alleen bent, maar alleen worden bevestigd in de nabijheid van vertrouwde gelijken.”

Soort zoekt soort

Kunnen sociale media niet juist heel goed helpen bij die nabijheid „van vertrouwde gelijken”? Want als sociale media íéts kunnen, is het mensen met elkaar in contact brengen.

Van Lange ziet daarvoor een belangrijke belemmering. „Onderschat niet het effect van ‘soort zoekt soort’ op sociale media”, zegt hij. Omdat het op sociale media nog makkelijker is om alleen gelijkgestemden om je heen te verzamelen dan in het echte leven. „Daar kom je vrijwel altijd wel een collega of iemand anders tegen die je tegenspreekt, waardoor je eerder nuances aanbrengt in je eigen gedachten.” Doordat in de coronacrisis veel sociale contacten vooral digitaal verlopen, komen mensen dieper in eigen digitale bubbels te zitten. En dat draagt volgens hem bij aan polarisering en het extremer worden van groepsidentiteiten en daarmee het innemen van extremere standpunten.

Brené Brown, de populaire Amerikaanse zelfhulpauteur en hoogleraar maatschappelijk werk aan de universiteit van Houston, zei vorig jaar in een interview met NRC dat alle boosheid op sociale media aantoont dat die sociale media juist averechts werken op menselijke connecties. „Saamhorigheid produceert geen haat”, volgens Brown. „Als dat gebeurt, is het nep-saamhorigheid. Als je een groep mensen een vijandbeeld moet voeden om ze bij elkaar te laten horen, dan is dat niet een echte connectie, dat werkt zelfs anders in het brein. En het erge is: eenzaamheid voedt juist dat soort nepverbanden.”Lees ook het interview met Brené Brown:‘Sociale media zijn geen middelen voor intimiteit’

De onlinegroepen waar mensen verlichting zoeken voor eenzaamheid zijn in die zin een soort nepverbanden. En daarin ontsporen discussies, worden groepen tegen elkaar opgezet en krijgen extreme theorieën zuurstof. „Echte verbanden produceren gedeelde liefde, nepverbanden produceren gedeelde haat.”

Eenzaamheid zorgt ervoor dat mensen zoeken naar gemeenschapsgevoel, bevestiging van hun kwetsbare identiteit. Online is dat het snelst te vinden: met één like of retweet kun je je onderdeel van een verband voelen, want je hoeft alleen maar je smartphone te pakken en je te conformeren aan de mening van een al bestaande groep. Maar ze vallen ook het makkelijkst weer uit elkaar omdat het vooral virtuele banden zijn, waardoor de lijm die dit soort groepen bindt sterker moet zijn. Radicalisering, groepsdenken en extreem gedachtegoed kunnen superlijm zijn.

Woedemachines

Wat is er tegen de polarisering te doen? Veel aandacht gaat de laatste tijd uit naar de rol van internetplatforms en hun algoritmes, die verschillen tussen groepen en negatieve emoties uitvergroten. Topmannen van socialemediabedrijven moesten zich vorige maand verantwoorden voor het Amerikaanse Congres, onder meer over hun rol in de polarisering. Hoe sociale media en internetplatforms de maatschappelijke discussie exploiteren, speelt waarschijnlijk een rol. Sociale media waren ook voor het uitbreken van de pandemie al beproefde woedemachines die veel winst maken door mensen op hun exacte wensen, en zwaktes, gerichte informatiediëten voor te schotelen.

Illustratie Aron Vellekoop León

Maar als eenzaamheid een deel van de polarisering en radicalisering veroorzaakt, zou die eenzaamheid dan niet wat explicieter moeten worden aangepakt, door zowel overheidsbeleid als door mensen zelf?

Dat is ook wat hoogleraar Paul van Lange ziet als oplossing: meer face-to-face-contact in plaats van via een schermpje, „liefst één-op-één, omdat mensen elkaar dan met meer vertrouwen en openheid tegemoet treden.” Hij is natuurlijk niet de eerste die dit vaststelt en hij geeft toe dat fysieke ontmoetingen tijdens corona nogal lastig kunnen zijn.

Marjolijn Antheunis, hoogleraar communicatie en technologie aan de Universiteit van Tilburg, wijst op de uiteenlopende effecten op gevoelens van eenzaamheid die socialemediaplatforms hebben. „Van platforms die vooral draaien om beelden, zoals Instagram, weten we uit onderzoek dat die gevoelens van eenzaamheid en minderwaardigheid kunnen vergroten”, zegt ze. „En sociale media voor één-op-één-contact met vrienden zoals WhatsApp werken beter tegen eenzaamheid dan de kanalen die vooral worden gebruikt om te zenden en nieuws te volgen, zoals Twitter en in toenemende mate Facebook.” Lees ook:#jebentnietalleen: op sociale media zoeken jongeren naar psychische hulp

Buurtapps vol met hulpaanbiedingen, Facebook-groepen voor hobby’s en activiteiten, Skypegesprekken met opa en oma: er zijn allerlei manieren waarop sociale media corona-eenzaamheid kunnen verlichten. Dát is het bestrijden van eenzaamheid met Hannah Arendts „nabijheid van vertrouwde gelijken”. Maar het blijkt vooralsnog een grote uitdaging om die kleinschalige cohesie net zo verslavend en winstgevend te maken als de woedeporno waar grootschalige polarisering op drijft.

Bron: NRC.